Afscheid en de hoop op een toekomst van verzet

Afscheid en de hoop op een toekomst van verze

Kif Kif ontstond in een tijdsgewricht waar alles opeens heel snel ging. De ‘nieuwe wereldorde’ was een codewoord voor neoliberalisme en afbouw van de democratie. De andersglobalisten-beweging organiseerde wereldwijd verzet.

Een decennium terug, bijna dag op dag, begon ik aan mijn eerste officiële werkdag bij Kif Kif. Saddie Choua en mezelf werden aangeworven om ‘De eerste interculturele radio’ op te starten. Ik was toen al een jaar actief als vrijwilliger en bestuurslid bij de organisatie. Nu eindigt deze boeiende trip. Vanaf maart ga ik een nieuwe uitdaging aan bij de Universiteit van Tilburg. Een nieuw veld, het academische, maar met dezelfde passie, gedrevenheid en goesting ga ik er voor. De voorbije tien jaar verdienen echter wel een kleine terugblik én vooral een blik op de toekomst.

Een terugblik

In 2005 was Kif Kif een kleine organisatie, althans in termen van middelen. Ook toen al had ze een grote stem en werd ze gedragen door tientallen enthousiaste vrijwilligers, meer nog de organisatie draaide tot dan nagenoeg enkel op vrijwilligers. Een team van enthousiaste jonge dames en heren droomden ervan om Kif Kif uit te bouwen tot een vaste waarde in het intercultureel landschap. Kif Kif moest een platform worden om andere stemmen te laten horen in het maatschappelijk debat. Tarik Fraihi was het gezicht van de organisatie. Er waren reeds workshops literatuur opgezet, de interculturele kunstwedstrijd Kleur de Kunst haalde de kranten en ook toen al waren er acties. Zo werd ooit de site van Blood & Honour offline gehaald door Telenet als gevolg van een mailactie van Kif Kif naar de host en naar de bevoegde minister. Kif Kif was toen al een verzamelplaats van opiniestukken, interviews en reportages over diversiteit in de samenleving. De nieuwe uitdaging was dubbel: Radio Kif Kif uit de grond stampen en Kif Kif mediawatch opzetten.

Kif Kif ontstond in een tijdsgewricht waar alles opeens heel snel ging. De ‘nieuwe wereldorde’ was een codewoord voor neoliberalisme en afbouw van de democratie. De andersglobalisten-beweging organiseerde wereldwijd verzet.  9/11 zette de wereld op zijn kop. Het internet begon op kruissnelheid te komen en het anti-moslimracisme vierde hoogtij. De aanslagen in London en Madrid volgden, net zoals de moord op Theo van Gogh. De hoofddoekendiscussie laaide terug op, racisme en uitsluiting namen toe. Het Vlaams Blok rijgde de verkiezingsoverwinningen aan elkaar. Vlaanderen leerde Dyab Abou Jah Jah en de AEL kennen. Een nieuwe generatie stond op en eiste haar plaats op als burger.

Heel wat jongeren waren klaar om hun stem te laten horen. Het was een tijd van doorbijten en doorgaan: weinig middelen, maar veel enthousiasme en passie. Op het eind van het jaar was er niet alleen een digitale radio, er waren ook mediawatch workshops geweest en belangrijker nog: Kif Kif diende een erkenningsdossier in als beweging. En met succes, vanaf 2006 was Kif Kif een officiële beweging en dat liet zich meteen voelen: er kwamen interculturele jobbeurzen, de Kif Kif Awards, mediawatch-boeken, … Kif Kif werd groter en bereikte steeds meer mensen.

De maatschappelijke en politieke context waarin kif Kif groot werd was minder rooskleurig. Het eerste decennium van de 21steeeuw was gekenmerkt door een grote verschuiving naar rechts. De markt werd niet meer in vraag gesteld en ook aan de linkerzijde begon het anti-islam-discours door te sijpelen. Progressieve BV’s als Jan Leyers bekenden zich als uiterst kritisch voor de islam. Leyers zag in moslims een andere ‘culturele software’ werkzaam die haaks staat op democratie en vrije meningsuiting. De Van Rooy’s gingen nog door het leven onder een linkse dekmantel en konden zo een deel van links meesleuren in hun anti-islam-discours. Politici aan de linkerzijde moesten flinks zijn, ook als het op moslims aankwam. Patrick Jansens wou af van het etiket ‘allochtonenpartij’ en voerde in naam van de neutraliteit een hoofddoekenverbod door. Lukas Vander Taelen liet vanuit Groen de anti-islam-stem weerklinken. De andersglobalisten waren stil geworden en de AEL was  volkomen gedemoniseerd.

Ondanks deze maatschappelijke en politiek malaise hebben we met Kif Kif veel bereikt. Verschillende stemmen in het huidige maatschappelijk debat zijn ooit langs Kif Kif gepasseerd. En ik hoop dat Kif Kif op zijn minst bijgedragen heeft tot de politieke bewustwording van vele stemmen en gefungeerd heeft als een springplank of netwerk voor anderen. Sinds 2009 heb ik het voorrecht gehad om coördinator te mogen zijn van deze organisatie. En ik ben best trots op wat we samen bereikt hebben. We hebben misschien de wereld niet veranderd en ook de verrechtsing hebben we niet tegengegaan, maar we hebben wel veel mensen bereikt. We hebben gevochten als leeuwen.

Ongeveer 150 vrijwilligers werken mee aan dit project en gemiddeld bezoeken meer dan 1700 mensen dagelijks onze website. Jaarlijks volgen tientallen mensen onze workshops. Op ‘topdagen’ halen we 10 000 bezoekers en onze artikels worden makkelijk 10 000 keer gelezen. Zelfs e-boeken halen 15 000 downloads. Jaarlijks figureren we tientallen keren in de mainstream media en we worden aangehaald in scripties en papers. De organisatie heeft bijgedragen tot de veroordelingen van Adecco, heeft praktijktesten opgezet en vooral heeft honderden mensen een stem gegeven. Kif Kif is vandaag een organisatie die er staat. En belangrijker, ze is een platform voor tientallen nieuwe stemmen.

Uiteraard was en is niet alles perfect. Uiteraard zijn er fouten gemaakt en hebben we kansen niet gegrepen. Dat is evident, maar belangrijker is dat een idee van enkele enthousiastelingen vandaag een stevige organisatie is. Een organisatie die vele jonge en mindere jonge mensen een stem geeft en introduceert in het maatschappelijk debat. Ik ben blij dat ik daar een steentje heb kunnen toe bijdragen.

Een toekomst van verzet

Met mijn vertrek als coördinator verdwijnt ook de oude generatie uit het personeelsbestand. De gedrevenheid verdwijnt echter niet. Sukran Bulut zal de rol van coördinator met verve opnemen. Daar ben ik zeker van. Samen met Tinne Kennis en een nieuwe kracht zullen zij Kif Kif verder uitbouwen tot een invloedrijk instrument voor nieuwe stemmen. Samen met de nieuwe voorzitter Joachim Ben Yakoub komt de nieuwe generatie KifKiffers aan het roer te staan en dat is goed. Het is gezond dat een organisatie verdergaat en het is een teken van blakende gezondheid dat de vernieuwing komt van binnen de organisatie zelf.

De nieuwe generatie Kifkiffers zitten klaar en zullen de organisatie naar haar twintigste verjaardag leiden. En dat niet in dienst van de organisatie zelf, maar in dienst van een idee: een democratische samenleving waarin eenieder gelijke rechten heeft, waar eenieder daadwerkelijk een goed leven kan uitbouwen. In deze tijden van superdiversiteit en globalisering is de strijd voor gelijkheid en racisme absoluut niet voorbij gestreefd, helaas. Meer dan ooit is het nodig om nieuwe stemmen aan bod te laten komen, om racisme te bestrijden en stereotype beeldvorming te ontkrachten.

Onze samenleving en bij uitbreiding Europa en de gehele wereld zijn terug in beweging. We hebben vandaag de meest rechtse regering in decennia, een regering die vandaag al lang niet meer wegsteekt dat ze opkomt voor een autochtone elite. We zien een gestage afbouw van de welvaartstaat en een halsstarrige weigering om racisme te bekampen. Para’s duiken op in het straatbeeld en de islam zit in het vizier. In Duitsland en ook in andere delen van Europa betogen tienduizenden om de zoveel tijd tegen ‘de islamisering’ en die beweging lijkt ook voet aan de grond te krijgen in ons land. In het Midden-Oosten rukt IS op en ook in Afrika zien we de opmars van reactionaire en moorddadige milities en groeperingen. ‘De economie’ vernietigt in razend tempo de wereld waarin we leven. De economische en financiële crisis vernietigt de toekomst van velen.

De analyse is pessimistisch, de situatie ernstig. Maar er is ook hoop. Wereldwijd zien we tegenbewegingen ontstaan. Na de economische crisis van 2008 zagen we de wereldwijde Occupy-beweging. De Arabische revoluties hebben ons getoond dat democratie leeft onder de bevolking, ondanks het feit dat er vandaag vaak terug reactionaire krachten aan de macht zijn. Syriza verzet zich in Griekenland tegen de desastreuze overname van hun land en bouwt een tegenmacht. Links is aan de macht in Griekenland. En de bevolking organiseert solidariteit met elkaar: bouwt een eigen sociale zekerheid op, voedselbedeling, … In Spanje groeit Podemos uit de indignado-beweging en ook daar gaat links vooruit. In eigen land hebben de vakbonden hun strijdvaardigheid terug gevonden en zetten eind 2014 de grootste betoging op van de laatste decennia. HartbovenHard heeft een onverwachte mobilisatiekracht en zet in op een andere samenleving. Ze heeft niet alleen aandacht voor het economische, maar ook voor cultuur, diversiteit, ecologie, financieel beleid, … Ook op het antiracistisch front is er terug beweging, zo is Mouvement X opgestaan en werd er eind 2014 een grote conferentie opgezet rond de strijd tegen islamofobie.

De nieuwe generatie

Terug zien we een klimaat van politisering en van verzet. Wereldwijd geloven mensen dat het anders kan, ze wijzen het neoliberale dictaat af. Ze verzetten zich tegen uitsluiting en discriminatie en gaan voor een echte democratie: een democratie gestoeld op gelijkheid en vrijheid, op universele rechten en op solidariteit tussen alle mensen. Vanuit die optiek is het klimaat gunstiger en zijn er dus meer bondgenoten voor verzet. Kif Kif zit als beweging voor gelijkheid en tegen racisme onvermijdelijk tussen en in al deze bewegingen. De uitdaging voor de toekomst is om al deze strijden te verenigen en dus bij te dragen tot een verdieping en een verbreding van de democratie. Kif Kif moet, als je het mij vraagt, staan voor een systemisch, links en democratisch alternatief.

Kif Kif zoekt stafmedewerker & woodvoerder: http://www.kifkif.be/jobs/vacatures/kif-kif-zoekt-stafmedewerker-woordvoerder

Advertisements

[Voorsmaakje] Mensenlandschappen in de 21ste eeuw

Het einde van de jaren 80 en het begin van de jaren 90 van vorige eeuw luidde een decennium in vol veranderingen op wereldschaal. We zagen niet alleen de instorting van het Sovjetrijk en de communistische regimes in Oost-Europa, het is ook in die jaren dat de wereld de val van het apartheidsregime in Zuid-Afrika aanschouwt, dat China zich inschakelt in de kapitalistische wereldeconomie, dat India sterke economische hervormingen doorvoert, en dat de EU met het Verdrag van Maastricht de binnengrenzen opent. Het zijn ook de jaren waarin ‘the coalition of the willing’ ondersteund door een gigantisch propaganda-initiatief de tweede Golfoorlog opstart.[1] CNN was in enkele weken een fenomeen en introduceerde de globaal gemediatiseerde samenleving. Het neoliberalisme kreeg in die periode meer en meer voet aan de grond. In verschillende Europese landen raakt het thema van migratie gepolitiseerd (en gepolariseerd, door de opkomst en doorbraak van extreemrechtse partijen), en maakt het integratiedebat opgang. De korte tijdspanne waarin we al deze immense politiek-economische veranderingen waarnemen is een goede illustratie van het schokeffect dat de wereld ondergaat vanaf 1989.[2]

1989 luidt een nieuwe fase in van de globalisering: de neoliberale globalisering. Globalisering, migratie en diversiteit zijn op zich geen nieuwe fenomenen. De globalisering is eeuwenoud en mensen migreren al van oudsher. Wat we de moderniteit noemen is in essentie een periode van globalisering. De verlichting, het kapitalisme en het kolonialisme zijn allemaal geglobaliseerde fenomenen. En toch leven we in nieuwe tijden. Wat deze tijd nieuw maakt is de intensiteit, de snelheid, de kwaliteit en kwantiteit waarmee deze fase van de globalisering zich ontplooit. In die jaren 90 zien we de doorbraak van een heel nieuwe wereldorde en dat heeft meteen materiële gevolgen. Onze wereld krijgt een nieuwe structuur. Sommige grenzen vervallen, andere worden makkelijker over te steken. Maar er worden ook nieuwe grenzen opgetrokken. Dit alles vertaalt zich onder andere in heel nieuwe migratiepatronen en migratietrajecten. De gevolgen van deze nieuwe realiteit zijn fundamenteel. De veranderingen in de mensenlandschappen van de 21ste eeuw gebeuren niet in een vacuüm maar zijn steeds meer globaal geconnecteerd. De homogene natie is vandaag meer dan ooit pure fictie, we leven in tijden van superdiversiteit.

De methode
Superdiversiteit is het voorsmaakje van de wereld van morgen. Veranderlijkheid, hypermobiliteit, complexiteit en geglobaliseerde connectiviteit zijn er kernwoorden van. Wat vandaag is, kan morgen evengoed weer verdwenen zijn. We leren dan ook maar beter nu wat die superdiversiteit met zich meebrengt en hoe we die nieuwe realiteit kunnen zien als een hefboom voor een betere en rechtvaardigere wereld voor iedere mens. De basis van een adequaat beleid is zoals altijd een gedegen beschrijving en analyse van deze nieuwe realiteit.

De centrale doelstelling van dit boek bestaat er dan ook uit om die complexiteit in kaart te brengen en een kader aan te reiken om die nieuwe realiteit verstaanbaar te maken. Hiervoor vertrekken we vanuit de methode van Linguistic Landscape research of taalkundig landschapsonderzoek. In deze relatief jonge onderzoekstraditie wordt taal niet gezien als iets dat zich louter manifesteert in de hoofden van mensen, in teksten voor institutionele consumptie of in interactie tussen mensen, maar als een inherent deel van onze fysieke omgeving. Zeker in urbane contexten zijn we constant omgeven door taal.[3] Reclameborden trachten ons te verleiden om zaken te kopen, vitrines lokken ons in winkels, verkeersborden geven ons richtlijnen, posters nodigen ons uit, graffiti ’s en tags trekken onze aandacht, … Maar ook het soort architectuur, de wijze waarop gebouwen aangekleed zijn, de geluiden die we horen maken allemaal samen de betekenis die we toekennen aan een wijk, een plaats.[4]

Taal en taalgebruik worden hier gehanteerd als een instrument om de realiteit empirisch in kaart te brengen. Centraal in onze benadering van taalkundig landschapsonderzoek staat taal-in-beweging. De nadruk ligt op het in kaart brengen van de complexiteit en veranderlijkheid, op meertaligheid en migratie, op gelaagdheid van wijken en stratificatie in deze wijken. Het taalkundig landschap-onderzoek injecteren we daarom met etnografie.[5] De redenen hiervoor zijn simpel. We kunnen de verschillende talen en taaluitingen in een wijk niet begrijpen zonder ze in een bredere context te plaatsen. Die context is per definitie een complexe, gelaagde en gestratificeerde context. De fysieke ruimte is immers ook altijd een sociale, culturele en politieke ruimte: een ruimte die zaken aanbiedt en mogelijk maakt, die aanzet tot bepaalde patronen van sociaal gedrag, daartoe uitnodigt of dat gedrag zelfs voorschrijft of net verbiedt. Een ruimte is dus nooit een niemandsland, maar altijd iemands ruimte. Het is een historische ruimte en dus steeds een ruimte vol codes, verwachtingen, normen en tradities. Elke ruimte is een ruimte van macht die gecontroleerd wordt door sommige mensen en dus ook sommige mensen controleert.

Bovendien is er niet één centrum in een stad of een wijk, maar zien we onze steden beter als polycentrisch en elk van die centra (school, administratie, pleintje, slager, ….) stelt verschillende verwachtingen ten aanzien van haar gebruikers.[6] Als je spreekt met je baas of met de politie, dan wordt je verondersteld om je anders te gedragen en anders te spreken dan tijdens een scherp cafégesprek met een goede vriend. Als we de wijk die we bestuderen willen begrijpen kan het fotografisch in kaart brengen van die wijk slechts een startpunt zijn. We beperken ons dus niet een ‘snapshot’ –onderzoek.

Het in kaart brengen van de verschillende talen in verschillende omgevingen met verschillende functies voor verschillende gebruikers binnen één wijk is louter het startpunt van ons onderzoek. Daarom zijn we als ‘antropologen’ aan de slag gegaan in de wijken. Bovendien zijn we geen buitenstaanders die even aan participerende observatie doen en daarna de wijk achter ons laten. De wijken die we bestuderen zijn ook de wijken waar we al jaren in leven en/of werken. Dat is van belang omdat we zo een langere termijn perspectief hebben op de ontwikkelingen in deze wijken. Dat betekent echter niet dat we de wijk louter ‘kennen’ als gebruiker, we hebben ze ook ervaren als bewoner, en we hebben er onze eigen zone van belangenbehartiging in gesitueerd. Dit boek is zo gezien weldegelijk ook een lange termijn onderzoeksproject geworden. Deze unieke combinatie van gebruiker, bewoner, belanghebbende en onderzoeker laat ons toe om de complexiteit van de wijk in kaart te brengen, zowel in haar ‘objectieve’ als in haar ‘subjectieve’ dimensies. De etnografische methode stelt ons in staat om strikt empirisch te werk gaan. We werken van onderen uit: we brengen in kaart wat er is en werken vandaaruit naar boven.

Dit boek
We schrijven dit boek vanuit een nieuw perspectief omdat we denken dat de huidige blik van politici en beleidsmakers op de samenleving niet alleen hopeloos verouderd is, maar omdat ze ook meer en meer uiterst negatieve effecten genereert. In het eerste hoofdstuk duiden we superdiversiteit als een nieuw paradigma. We zijn van oordeel dat dit nieuwe paradigma veel nauwkeuriger de huidige realiteit in kaart brengt en dus ook veel beter geschikt is als basis om na te denken over een sterk beleid. In dit eerste hoofdstuk schetsen we de globale en lokale context waarin superdiversiteit geboren wordt. De nadruk ligt er op het feit dat superdiversiteit een empirisch gegeven is.

Vervolgens valt het boek uiteen in twee grote delen die nauw verbonden zijn met elkaar. In het eerste deel beschrijven we hoe die superdiversiteit zich manifesteert in ons land. In eerste instantie lijsten we hiervoor een aantal cijfers en empirische gegevens op over die superdiversiteit en tonen de effecten van deze fase van de globalisering op de bevolkingssamenstelling en de infrastructuur van België in het algemeen. Maar er is meer, we duiden aan de hand van concrete voorbeelden hoe de bestaande cijfers over afkomst, religie en taal onvermijdelijk leiden tot een enorme simplificatie van de realiteit. Superdiversiteit rijmt op complexiteit en het is die complexiteit die we moeten begrijpen willen we een gedegen beleid kunnen voeren.

Om die complexiteit te begrijpen en te duiden gaan we vervolgens in de diepte. Elke auteur bekijkt telkens één wijk in één stad door de lens van die superdiversiteit. Joachim Ben Yakoub brengt de wijk rond de Fortstraat in Brussel in kaart. Ben Yakoub analyseert hoe de historische migratiestromen zich settlen in Sint-Gillis en in de Fortstraat in het bijzonder. Hij toont aan hoe die verschillende fases van migratie een gevolg zijn van zowel globale als lokale beslissingen en gebeurtenissen. Bovendien schetst hij hoe ze resulteren in een gelaagde, gestratificeerde en geglobaliseerde gemeente.

Ico Maly zoomt dan weer in op de buurt rond de Wondelgemstraat in de 19de eeuwse gordel van Gent. Maly toont de historische lagen van de buurt rond de Wondelgemstraat en beschrijft de straat als een ruimte waarin heel veel verschillende schaalniveaus interveniëren. Enkel als we die verschillende schaalniveaus in rekening brengen, kunnen we de samenstelling van de wijk begrijpen, zo besluit hij zijn onderzoek.

Jan Blommaert toont ons zijn oud Berchem in Antwerpen als een wijk vol verandering en complexiteit. Blommaert zoomt in op wat de samenhang in oud Berchem genereert. De wijk is arm en superdivers. Vanuit de gangbare paradigma’s zou dat moeten resulteren in ‘onleefbaarheid’. Dat is echter niet het geval. Blommaert verklaart hoe dat komt.

Het is vanuit die empirische oefening in het eerste deel van het boek dat we in het tweede deel kijken naar wat de effecten zijn van het huidige beleid op die superdiverse realiteit. Het ontstaan van superdiversiteit heeft een sterke impact gehad op het beleid ten aanzien van migratie en diversiteit.[7] Het is immers in de jaren dat we superdiversiteit zien ontstaan dat er voor het eerst een migratie-, asiel- en integratiebeleid tot stand komt in België. Als inleiding op dit tweede deel contrasteert Ico Maly in hoofdstuk 6 de realiteit van superdiversiteit en de multiculturele consensus die door politici en journalisten uitgedragen wordt.

Ico Maly en Jan Blommaert tonen in hoofdstuk 7 hoe de opkomst van superdiversiteit parallel loopt met opkomst van nationalisme en neoliberalisme. Beide ideologieën krijgen hun vertaling in het integratie-en migratiebeleid en leiden –ondanks de mooie emancipatievlag waaronder dit beleid vaart- de facto tot ongelijkheid en een ondermijning van de democratie.

In hoofdstuk 8 schetst Ico Maly de contouren van een toekomstperspectief op een goede samenleving, een samenleving die de superdiversiteit een plaats geeft terwijl ze de democratie opbouwt en verdiept. Hiervoor gaat hij kijken naar wat we kunnen leren van de geschriften van de radicale verlichtingsdenkers over democratie en universele mensenrechten.

Jan Blommaert besluit dit boek in hoofdstuk 9 met de vaststelling dat ons denken over de samenleving anachronistisch is. De samenleving, de wereld is grondig veranderd de laatste decennia, maar het denken over die wereld gebeurt nog altijd in de termen van het verleden. Hij houdt dan ook een pleidooi om de oude vormen en gedachten te laten sterven.

Het mag duidelijk zijn. De oefening die voor ons ligt is zowel antropologisch, historisch, sociologisch, sociolinguïstisch, filosofisch en onvermijdelijk ook politiek van aard. Politiek niet alleen door het thema an sich, maar ook politiek in de gevolgen en de doelstellingen van dit onderzoek. We gaan na aan welke voorwaarden een toekomstig beleid moet voldoen willen we werken aan een rechtvaardige samenleving, een democratie die zijn basisprincipes niet verloochend en dus effectief werk maakt van een samenleving waar eenieder effectief kan genieten van zijn onvervreemdbare rechten Vooraleer we kunnen nadenken over politiek en beleid in tijden van superdiversiteit is het van belang dat we inzicht verwerven in die nieuwe realiteit.

Bronnen

[1] Maly, I. (red).(2007). Cultu(u)rENpolitiek. Over globalisering, media en culturele identiteiten. Garant: Berchem.
[2] Parkin, D. & Arnaut, A. (2012). Super-diversity & sociolinguistics – a digest. Working Paper:http://www.academia.edu/3851384/Super-diversity_elements_of_an_emerging_…
[3] Pennycook, A., Morgan, B. & Kubota, R.(2013). Series editors’ preface. In Blommaert, J. (2013). Ethnography, superdiversity and Linguistic Landscapes. Chronicles of complexity. Multilingual Matters. Bristol-Buffaolo-Toronto.
[4] Scollon, R. & Scollon, S.W. (2003). Discourses in place : language in the material world. London: Routledge. p.12
[5] Blommaert, J. (2013). Ethnography, superdiversity and Linguistic Landscapes. Chronicles of complexity. Multilingual Matters. Bristol-Buffaolo-Toronto.
[6] Blommaert, J., Collins, J. & Slembrouck, S. (2005). Spaces of multilingualism. Language and Communication 25, 197-216.
[7] Vertovec, S. (2007). Super-diversity and its implications. Ethnic and Racial Studies30 (6), 1024-1054.
Maly, I., Blommaert, J. & Ben Yakoub, J. (2014). Superdiversiteit en democratie. Epo: Berchem.
Blijf op de hoogte door de pagina van het boek te volgen: https://www.facebook.com/superdiversiteitendemocratie

 Image

De Islammythe

Ico Maly  analyseert de betekenis van ‘islam’ in de nieuwsproductie. Hij doet dat aan de hand van de berichtgeving over de Vlaams-Turkse film ‘Turquaze’. Deze analyse vormde de basis voor een inleidende lezing op de VOEM-emancipatieprijs 2010.

Dit stuk verscheen als hoofdstuk in Momenten van Demos

DeWereldMorgen.be -

Moslims hebben over iets alvast niet te klagen: er is geen gebrek aan aandacht voor hen in de media. Nagenoeg dagelijks komen moslims of ‘de islam’ er aan bod. Het zogenaamde islamdebat is altijd nieuws, opnieuw en opnieuw. Opvallend, ‘de islam’ doet het vooral goed in tijden van nieuwsschaarste. Het islamdebat is een format, dat keer op keer terugkomt en steeds voldoet aan een bepaalde timing, framing en betekenis.

Dit leidt ertoe  dat de woorden ‘moslim’ en ‘islam’, die schijnbaar zuiver beschrijvend en neutraal zijn, een extra betekenis verwerven die niet meer uitgesproken moeten worden om invloed uit te oefenen. Deze betekenisconstructie zal ik de islammythe noemen. Het is die historisch gegroeide betekenis over wat islam is en wie moslims zijn die bepalend is in de interpretatie van mediaberichtgeving. Maar ook in de keuze van al dan niet nieuwswaardige thema’s.

De islammythe

Wat is dat nu, die islammythe? Ik ontleen het mytheconcept aan Roland Barthes, een vooraanstaande Franse taalkundige. Hij ontwikkelde zijn theorie in zijn klassiek werk ‘Mythologieën‘ (1). Barthes stelt daar dat de mythe ontstaat uit het verloren gaan van de historische hoedanigheid van de dingen; wat ze daarvoor teruggeeft is een ‘natuurlijk beeld’ van die werkelijkheid. Een mythe, zo stelt hij, is dus een soort spraak. Het is een communicatiesysteem, een manier van betekenis toekennen en opleggen aan bepaalde woorden.

Een mythe herleidt die betekenis tot een vaststaande essentie. Mythes genereren dus een nieuwe betekenis die meer en meer gepresenteerd wordt als dé betekenis. Mythes kapen de oorspronkelijke betekenis van een woord bovendien zonder die oorspronkelijke betekenis te elimineren.

Dit zorgt natuurlijk voor behoorlijk wat retorische macht, de auteur kan immers steeds kiezen tussen de twee betekenissen. Hij kan de neutrale betekenis opdissen bij gevallen van kritiek, goed wetende dat de meerderheid echter de betekenis van de mythe zal lezen in het concept. Dit mytheconcept is uiterst verhelderend als we dat toepassen op ‘de islam’ of ‘moslim’.

‘Islam’ of ‘de moslim’ lijken ook voor moslims eenduidige termen te zijn. Ze lijken een vaststaande en eenduidige betekenis te hebben. Vele moslims verstaan dan onder islam, een religie van vrede en liefde. Ze hebben een brede waaier aan referenties die opgeroepen worden door deze woorden: ze denken aan bepaalde geloofspunten, aan praktijken en rituelen, … Deze moslims hebben dan zeer positieve associaties bij het lezen van het woord islam of moslim.

Kijken we echter naar de concrete realiteit, dan zien we dat moslims zeer verschillende interpretaties hebben van dat woord en wat het betekent. Sommige moslims dragen een hoofddoek, anderen niet, sommigen bidden vijf maal per dag, anderen niet, sommigen gaan op vrijdag naar de moskee, anderen niet, sommigen kijken naar erotische films, anderen niet, … Iedere moslim lijkt te begrijpen wat ‘islam’ of ‘moslim-zijn’ betekent. In de praktijk zien we dat er zeer veel verschillen zijn in beleving en interpretatie. Er is dus geen vaste essentie, de positieve connotaties delen ze echter wel.

In contrast, betekende het woord islam, twee à drie decennia geleden, voor de meeste Vlamingen niet meer dan de oorspronkelijke woordenboekbetekenis: de religie van de moslims. Veel associaties kwamen daar niet bij kijken, de meeste mensen hadden nog nooit een moslim van dichtbij gezien, laat staan dat ze veel noties hadden van de theologische leer of de rituelen die moslims koesteren. En ook in de media stond de islam slechts zelden in het middelpunt van de belangstelling.

Dat is in de laatste twee decennia natuurlijk helemaal anders. Hoewel de meeste Vlamingen nog altijd weinig tot geen moslims persoonlijk kennen, hebben ze weldegelijk een heel arsenaal aan betekenissen die ze koppelen aan ‘de islam’ of ‘de moslims’.

Die betekenissen zijn gekend, want vandaag dominant in het gemediatiseerde publieke debat aanwezig. Kort door de bocht samengevat, komt die islammythe op het volgende neer: de islam is een barbaarse, achterlijke, middeleeuwse en onderdrukkende politieke ideologie die de Verlichting nog niet meegemaakt heeft.

Die islammythe is een historische constructie. Die is er niet van gisteren op vandaag gekomen, maar is door de tijd heen en in onze media vorm gegeven en uitgestegen vanuit de marge naar het centrum van de macht. En dat is een politiek-ideologisch verhaal. Die mythe is er dus niet toevallig gekomen. Die is vorm gegeven door allerhande individuen (experts, politici, journalisten, …) en instituten (denktanks zoals Aipac, PNAC, …) in de geglobaliseerde media.

Kijken we naar Vlaanderen, dan zien we dat het vooral onder aanstuwen van het Vlaams Blok geweest is dat die islammythe geïnjecteerd is in het maatschappelijke debat. Het Vlaams Blok was uiteraard niet de enige stem. Gedurende de jaren negentig van de vorige eeuw stonden steeds meer stemmen op die meebouwden aan die islammythe.

Na 9/11 was het hek helemaal van de dam: de islammythe verspreidde zich als een olievlek. De mythe is dat wat iedereen denkt, de betekenis die zich almaar herhaalt alsof er niets aan de hand is. De islam staat dan niet meer voor de neutrale beschrijving, maar wordt een zeer politiek–ideologisch concept.

Het is niet louter meer een beschrijvende term die slaat op ‘de religie van de moslims’. De islam verwijst voor steeds meer mensen naar dat ‘monsterlijke gedrocht’. Die islammythe slorpt de oorspronkelijke betekenis op. De islam is dan onderdrukkend, terroristisch, barbaars, tegen het Westen en de democratie, gewelddadig, niet verlicht, tegen de vrijheid van meningsuiting, …

Belangrijk om in rekening te brengen, is dat die islammythe niet altijd gelijk verdeeld is. Ze heeft niet iedereen geïnfecteerd, wat inhoudt dat niet iedereen die mythe erkent: beide betekenissen bestaan nog altijd. Alleen is de betekenis die de islammythe naar voren schuift dominant geworden en zit de oorspronkelijke betekenis in het verdomhoekje.  Steeds meer mensen geraken overtuigd dat de islam gelijkstaat aan bedreiging en gevaar en dat zorgt ervoor dat zelfs neutrale artikels over islam of moslims begrepen worden in het licht van die islammythe.

Islam, nieuwsproductie en betekenis

De islammythe blijft uiteraard niet zonder impact. Ze vertaalt zich in het politieke beleid, in de ideeën en handelingen van personen, in het beleid van organisaties, …  Hoewel we daar een serieuze boom, wat zeg ik, een bos over kunnen opzetten, zal ik dit vandaag niet doen. Ik zal focussen op hoe die islammythe haar invloed heeft op de nieuwsproductie over moslims en islam en op de betekenisverandering die dat met zich meebrengt.

Ik zal dit verduidelijken aan de hand van de berichtgeving over de vertoning van de film ‘Turquaze’ op 26 september 2010  en het bijbehorend debat over interculturele relaties dat SAMV (Steunpunt Allochtone Meisjes en Vrouwen), Kif Kif en UTV (Unie van Turkse Verenigingen) organiseerden.

Maak uw nieuws zelf: “Turquaze schokt Turken”

Turquaze is de eerste langspeelfilm van een Turks-Belgische regisseur in Vlaanderen. In deze film staan o.a. interculturele relaties centraal. Daarom leek het voor Kif Kif, SAMV en Vlaams minister van Onderwijs, Pascal Smet (SP.A), een ideale aangelegenheid om voort te gaan op dit thema. In samenwerking met de minister en het productiehuis Menuet werd daarom besloten om vertoningen te organiseren met een aansluitend debat over interculturele relaties.

De concrete bedoeling was dus om dergelijke relaties bespreekbaar te maken. Immers, in onze samenleving merken we dat dergelijke gemengde relaties meer en meer voorkomen en dat die niet altijd zonder problemen verlopen, aan beide zijden. Kortom een maatschappelijk thema dat aandacht verdient.

De feiten. In Antwerpen kwam een honderdtal mensen naar de vertoning. Een groot aandeel van deze mensen waren Belgische Turken, maar er waren ook Belgen en mensen met Marokkaanse roots aanwezig. Kortom een zeer divers publiek bestaande uit mannen en vrouwen, kinderen, jongeren en ouderen, zeer gelovige mensen, minder gelovige mensen en atheïsten.

Helaas was ook de pers aanwezig, wat gezien de gevoeligheid van het thema niet echt bevorderlijk te noemen is voor de dialoog. Wie wil zijn diepste overtuigingen delen als de kans bestaat dat ze de volgende dag in de krant staan? Maar dit terzijde. Tijdens de film, die enkele naaktscènes bevat, heeft een 15-tal mensen de zaal verlaten met hun kinderen. Zij vonden het niet gepast om die scènes samen met hun kinderen te bekijken of vonden dergelijke scènes niet gepast vanuit hun geloof.

Ter geruststelling van de aanhangers van de botsende culturentheorie, de anderen bleven allen tot op het einde van de film. Ongeveer de helft van deze mensen vond de film goed, anderen waren verdeeld en zoals gezegd vonden sommige mensen de film te expliciet in de naakt- en seksscènes. Deze laatsten zijn naderhand in debat gegaan met de regisseur over de film.

Een journalist van de Gazet van Antwerpen ziet in deze situatie blijkbaar meteen een scoop en begint te telefoneren met zijn redactie. Het resultaat prijkt de volgende dag op de voorpagina: ‘Film met interculturele liefdesrelatie schokt Turken’ (2). U kunt zich voorstellen dat velen zich in hun koffie verslikt hebben die morgen. Ten eerste klopt de suggestie niet dat ‘de Turken’ (dus alle aanwezige) ‘geshockeerd’ waren. Dit is een staaltje van uiterst slechte journalistiek: het blaast de feiten op tot sensationele hoogtes en verkoopt zo een leugen.

De grote meerderheid (ook van de aanwezige Turkse Belgen) heeft immers de film uitgekeken en zelfs goed bevonden. Dit haalt uiteraard de voorpagina niet, want dan zou direct duidelijk zijn voor iedereen, dat dit geen voorpagina waard was. Ten tweede is er natuurlijk een groot verschil tussen geschokt zijn en iets niet gepast vinden (in het bijzijn van kinderen).

Voor dergelijke nuance is geen plaats op de voorpagina. Dat slechts een kleine groep de film niet heeft uitgekeken, werd bovendien wel duidelijk binnenin de krant. Dit genuanceerder artikel werd echter niet getoond op de website van de Gazet van Antwerpen en werd bijgevolg niet verder verspreid op allerhande (nieuws)sites.

Een derde probleem in de berichtgeving betreft de reden waarom enkele mensen de film niet uitkeken. Dat was niet het feit dat de film over interculturele relaties ging zoals de Gazet van Antwerpen suggereerde, maar omdat er naakt- en seksscènes in de film zaten.

Een laatste probleem met de berichtgeving over die vertoning is het aanhalen in hetzelfde artikel van een compleet losstaand incident de dag voordien in een Antwerpse bioscoop. Die zaterdag zouden er elders in Antwerpen ‘relletjes’ geweest zijn in een cinema veroorzaakt door Marokkaanse jongeren.

Door deze zaken aan elkaar te koppelen in een artikel wordt natuurlijk een verband gesuggereerd tussen deze twee totaal losstaande zaken en krijgt het de allure van een maatschappelijk probleem: moslims kunnen niet om met films is de werkelijke boodschap van dit artikel.

De geboorte van een maatschappelijk probleem

To the point nu. Is dit bericht, namelijk 15 mensen die een film niet uitkijken, nu werkelijk nieuws? Waarom haalt een dergelijk fait divers nu de voorpagina? Is het misschien nieuws dat er vrome religieuze mensen bestaan? Is het nieuws dat sommige mensen liever geen naakt- en seksscènes bekijken met hun kinderen? Betekent ‘integratie’ echt dat we dezelfde films moeten leuk vinden? Is seks op het scherm kunnen smaken echt een cruciale voorwaarde voor het samenleven?

Moet iedereen dan ook sciencefiction graag zien? Moeten allochtonen alle films goed vinden? Of enkel films met naakt in? Is het een teken van onderdrukking dat vrouwen in debat gaan met de regisseur? Is het werkelijk een foute daad dat mensen een film niet kunnen smaken? Is dat tegen ‘onze waarde’ van godsdienstvrijheid? Leven we dan niet meer in een vrije rechtstaat? Het zou goed zijn dat dit eens expliciet gemaakt wordt, niet?

Hendrickx, chef regio Metropool bij de Gazet van Antwerpen, trachtte de keuze van zijn krant te beargumenteren. Hij onderstreept de maatschappelijke relevantie ervan en beargumenteert haar keuze als volgt: “Knap gezien van die journalist, én maatschappelijk relevant. Uiteraard zullen er wel kinderen bij die vrouwen zijn geweest. Maar de reactie van de Turkse filmkijkers achteraf benadrukte vooral dat het hier wel degelijk om een cultuurverschil gaat.” (3)

Gaat dit werkelijk over een cultuurverschil, waarmee men dan suggereert dat dit het geval is voor alle Turken en moslims? Of gaat het over religie (of een bepaalde religieuze strekking binnen een religie) of over de aanwezigheid van de kinderen en mannen? Wat zeker is, is dat niemand opstapte bij de vertoningen in Beringen, Brussel en Gent en dat in Antwerpen slechts 15 mensen dat deden. Zijn dat dan geen Turken? Geen moslims? Een andere cultuur? Het hele probleem met deze  ‘verslaggeving’ is dat ze op de voorpagina een feit opblaast alsof het iets eigen aan Turken/moslims is. Als een groot maatschappelijk probleem. Maar wat is dat probleem dan?

Dat enkele mensen een film niet goed of niet gepast vinden, is dat werkelijk nieuws? Dagelijks staan er mensen op tijdens de vertoning van een film, dit haalt nooit de krant, laat staan de voorpagina. En maar best ook, want mocht dat het geval zijn, dan kunnen we elke dag wel zo’n verhaaltje opdissen. De journalist smult van dit verhaal, goed wetende dat het zal verkopen.

Het haakt immers perfect in op de heersende logica die ALLE moslims ziet als conservatief. Moslims (alle moslims) kunnen niet om met films, ze zijn niet geïntegreerd, is de impliciete teneur van het schrijfsel. Dat de Gazet van Antwerpen hier voorpaginanieuws in ziet, is uitsluitend te verklaren vanuit de dominantie van de islammythe en de drang naar extra verkoopcijfers.

En de Gazet van Antwerpen is lang niet het enige medium. Zoals het nu eenmaal werkt in de media, zien we de berichten ogenblikkelijk opduiken op andere nieuwssites zoals De Morgen (4),Het Belang van Limburg (5), Het Laatste Nieuws (6), Vandaag.be (7), ZitaNieuws.be, …  OokStampMedia neemt zonder veel opzoekingswerk deze berichtgeving over: “De Turks/Vlaamse prent ‘Turquaze’ beleefde pas zijn première en de controverse is al losgebarsten. Vaders en moeders van Turkse origine liepen weg uit de filmzaal omwille van ‘te expliciete seksscènes’.” (8)

Turquaze en segregatie

Als iets eenmaal een hype is in het medialandschap, dan kunnen de anderen niet anders dan volgen. Zo was het de dag nadien de beurt aan De Standaard. Op de cultuurpagina’s schrijft cultuurjournaliste Inge Schelstraete (9) een stuk over deze filmvertoningen. En ook dit stuk bulkt van de deontologische fouten, leugens en sensationele suggesties. Dit nota bene zonder ook maar aanwezig geweest te zijn. Il faut le faire! We halen de kemels eruit: “Kan iemand mij dan ook uitleggen waarom er uitgerekend van deze film gesegregeerde voorstellingen komen, gesubsidieerd door de overheid?”

Er zijn helemaal geen gesegregeerde voorstellingen opgezet, wel voorstellingen met een intercultureel publiek. Waarom informeert deze journaliste zich niet beter? Bovendien werd niet louter en alleen de film vertoond, de film was slechts de aanleiding om een debat op te starten over gemengde relaties. Dat is een zuiver emancipatiebevorderend doel en past dus duidelijk in een gelijkekansenbeleid.

“En, leid ik af uit de aanwezigheid van het Steunpunt Allochtone Meisjes en Vrouwen, gescheiden voor mannen en vrouwen?” Dit is dus nog eens pure speculatie van de journaliste. Ze is er niet geweest en vond het blijkbaar niet opportuun om de desbetreffende organisaties of haar collega-journalisten op te bellen. For the record, het waren dus géén gescheiden vertoningen.

“Hoe gaat dat de gelijkheid bevorderen?”, vraagt onze ijverige journaliste zich nog af. Mevrouw Schelstraete heeft blijkbaar nog nooit van de feministische beweging gehoord, laat staan dat ze iets van de geschiedenis kent van het feminisme. Dat zou ze natuurlijk beter eens doen, dan zou ze weten dat allerhande rechten die zij dagelijks geniet, er pas gekomen zijn doordat vrouwen zich verenigd hebben en deze punten op de politieke agenda geplaatst hebben.

Op zich is er dus weinig in te brengen tegen gesegregeerde vertoningen an sich, hoewel niet voor dit spoor werd gekozen. Immers gelijkheid is er steeds gekomen onder druk van de groepen die niet gelijk behandeld zijn. Maar we kunnen haar dus meteen geruststellen, er was een bonte mengeling van mannen en vrouwen aanwezig op de voorstelling.

Dit voorbeeld toont duidelijk de problemen aan in het journalistieke veld. Als het over allochtonen en emancipatie gaat, is iedereen blijkbaar opeens expert en wordt het checken van de bronnen blijkbaar overbodig.

The story goes on

Op woensdag 29 september volgt dan Het Nieuwsblad (10) dat een vervolg breit aan het verhaal en tijdens de vertoning in Beringen nagaat of seks in films een probleem is voor Turken. Gelukkig ontkrachten de stemmen in het stuk de opgeklopte berichtgeving van de Gazet van Antwerpen en wijzen ze erop dat seks een deel van het leven is en dat misschien 10 procent van de gelovigen aanstoot zal nemen aan de expliciete seksscènes. Ook StampMedia, nadat Kif Kif contact opnam met de redactie, zag haar fout in en publiceerde een stuk hierover (11).

Helaas heeft deze berichtgeving het tij niet kunnen keren. Het VRT-journaal springt ook op de kar en brengt op 29 september het bericht in het journaal van 18 en 19 uur. “Het verhaal over de relatie tussen een Turkse jongen en een Vlaams meisje viel bij conservatieve Turkse migranten niet in goed aarde.” De VRT heeft blijkbaar een zeer omvattend receptieonderzoek gedaan bij die conservatieve Turkse migrantenfamilies.

Dit is de enige mogelijke verklaring, want de VRT werd door ondergetekende opgebeld na het 18uur-journaal, net om de VRT te informeren dat deze stelling problematisch was, daar het slechts 15 mensen betrof. Of zou het toch zijn dat de openbare omproep correctheid niet belangrijk vindt?

De berichtgeving stelt ons direct gerust: “Maar de rest van Vlaanderen reageert enthousiast”. En opeens komt ook het verhaal van de botsende beschavingen als kers op de taart binnengefietst in de berichtgeving. De mallemolen van de media draait op volle toeren. Achteraf zal dan weer de verontwaardiging komen van diezelfde media, dat ze niet begrijpen wat ze fout hebben gedaan. Hoeft het te verbazen dat meer en meer mensen stellen dat ze geen vertrouwen meer hebben in de journalistiek?(12) Dat journalisten hun job niet naar behoren doen en dat de media het niet meer nodig vinden om bronnen te checken.

Betekenisconstructie in reacties

De werkelijke betekenis van het oorspronkelijke stuk en de nieuwscarrousel dat het op gang trok, is net die islammythe: de islam en moslims zijn niet aangepast. Deze dominante betekenis blijft hangen. Dat zien we als we eens kijken naar de reacties van lezers onder deze artikels.

“Die leven écht nog 50 jaar in het verleden.” (GvA)

“Ze zijn achterlijk en ze blijven achterlijk, van welke generatie ze ook zijn. De zaal verlaten en het land verlaten aub.” (Vandaag.be)

“Dit zegt toch genoeg over wie er intolerant is! En dan gaan ze nog eens terug om hun vrouw (wie de film bevalt) weg te halen voor ze bepaalde ideeen (sic) zouden krijgen. Maar nu hoor niks van het centrum voor gelijke rechten en kansen … En die jongeren kunnen ze best laten opdraaien voor de schade en 3 maanden lang ofzo alle zwerfvuil laten opruimen in Gent …” (HBvL)

De mantra’s dat ‘zij’ achterlijk zijn of nog in het verleden leven, zijn schering en inslag. Deze reacties zijn een gevolg van het artikel dat de generalisering introduceert en versterkt. Dat het merendeel van het publiek bleef kijken en de film goed vond, haalt de voorpagina niet. Dat is een nuance waar geen plaats meer voor is. Dat de vertoning in Gent op algemeen applaus kon rekenen en dat niemand daar de zaal verlaten heeft, ook al was de meerderheid ‘moslim’. Dat wordt niet meer gezien. Dat is natuurlijk geen ‘nieuws’.

En op deze manier wordt de islammythe opnieuw leven ingeblazen. We hoeven dan ook niet verbaasd te zijn dat ook het racisme terug vrijelijk circuleerde op die verschillende nieuwssites en fora. Een sprekend voorbeeld: “Hahahaha, dit verwonderd mij niet ze doen het liever dan er naar te zien en er is een spreekwoord dat zegt: “waarheid kwetst“  maar om heerlijk (sic) te zijn, ik moet er ook van kotsen dat vrouwen zich zo kunnen verlagen en ik moet er van kotsen, van met een ander ras in bed te duiken … in 1945 zouden ze kaal geschoren geweest zijn.” (vandaag.be)

Een andere opmerkelijke vaststelling is de link die gemaakt wordt tussen de twee beschreven ‘feiten’. Deze link komt vrij courant voor in de vele reacties en is direct terug te brengen tot het oorspronkelijke artikel. In de geesten van velen heeft het een dan ook snel te maken met het andere. Of hoe een geval van smaakverschillen opeens in de criminele sfeer belandt: “Deze mensen zijn vlug ‘geschokt’. Weer een reden om rel te schoppen en vernielingen aan te brengen. Het wordt hoog tijd dat onze politici daar paal en perk aan stellen. De wetten bestaan, waarom moet deze gemeenschap zich daar niet aan houden? In hun land moeten ze zoiets niet doen dat weten ze maar al te goed! Alle redenen zijn goed om de boel op stelten te zetten. Overheid,doe er iets aan voor het te laat is!” (HBvL)

De virtuele mediawereld wordt politieke realiteit

Het verhaal is echter nog niet ten einde. “Hevige discussies in parlement over film Turquaze” (13) prijkt op 14 oktober op de website van De Standaard. Het virtuele gegeven van ‘de gesegregeerde vertoningen’ van de film was de concrete aanleiding van het debat. “Fientje Moerman (Open VLD) bond in de commissie de kat de bel aan door te vragen of de minister ‘gesegregeerde’ vertoningen voor mannen en vrouwen subsidieert.” (14) Een compleet uit de lucht gegrepen artikel van een journaliste van De Standaard wordt opeens aanleiding tot een heftig politiek debat, ook al was er niets van aan.

De Standaard verwijst dan nog eens zelf naar de concrete aanleiding: “Zo maakte onder meer De Standaard gewag van een gesubsidieerde vertoning georganiseerd door het Steunpunt Allochtone Meisjes en Vrouwen (SAMV) die alleen voor vrouwen toegankelijk was.” (15) De Standaard lijkt zichzelf hier op de borst te kloppen, als degene die ‘het probleem’ voor het eerst had aangekaart en dus de directe aanleiding was voor dit debat.

Dat het compleet foute berichtgeving was, wordt niet rechtgezet. Nochtans had de coördinator van het SAMV, Nele Spaas, reeds met de cultuurjournaliste in kwestie getelefoneerd en haar gewezen op de vele fouten in haar stuk. Daarenboven verscheen, na veel moeite, een recht van antwoord van Spaas in De Standaard van 29 september waar ze in de inleiding schreef: “In Gent en Antwerpen lopen voorstellingen van de Vlaamse film Turquaze, specifiek voor de Turkse gemeenschap. Segregatie (DS 28 september) is daarbij niet de bedoeling, noch het resultaat. Wie aanwezig was op de premières kon een zeer gemende opkomst vaststellen: vrouwen, mannen, jongeren, ouderen en kinderen van verschillende etnisch-culturele origine: Turks, Marokkaans, Vlaams.” (16)

Aan duidelijkheid laat dit niet te wensen over: er zijn helemaal geen gesegregeerde voorstellingen geweest. Dat was niet het plan en dat was ook niet het resultaat. De goede lezer van het stuk over die heftige discussie kon dat eigenlijk ook impliciet aflezen uit het bericht, want De Standaard zegt enerzijds dat er enkel vertoningen voor vrouwen waren, maar de zin daarna stelt ze: “In Antwerpen zouden mannen geschokt hun vrouwen verwijderd hebben uit de zaal bij het zien van een naaktscène.” (17)

Het is natuurlijk het een of het ander. Die nuance is er echter te veel aan, en het spel zit op de wagen: “Volgens Gerda Van Steenberge van Vlaams Belang is het dan ook niet gepast dat een minister van Gelijke Kansen dergelijke vertoningen subsidieert.” (18)

Zo wordt nogmaals duidelijk dat onze media bij momenten een virtuele wereld creëren die zelfs kan uitgroeien tot een politieke realiteit. Opeens gaan zaken die nooit gebeurd zijn het voorwerp uitmaken van een politiek debat in het Vlaams parlement.

De islammythe als normale journalistieke praktijk

De les die we hieruit leren, is dat uiterst banale of zelfs niet gebeurde zaken, die op zich absoluut niet nieuwswaardig zijn, dat wel worden als het van dicht of van ver gelieerd is met ‘islam’. Bovendien moet zelfs het woord islam niet meer gebruikt te worden om toch de islammythe op te roepen. De impact van die islammythe werd niet alleen duidelijk uit bovenstaand voorbeeld, we zagen het ook in de discussie over drie vrouwen die wilden gaan zwemmen in burkini.

Een ander voorbeeld is de verbazing die tussen de regels door te lezen is in een bericht over een moslima die meedoet aan de verkiezing voor Miss France of in het overenthousiaste bericht dat er een moslima in bikini gesignaleerd is (19). Nochtans stond enkele weken voordien in dezelfde krant reeds een foto van Miss America (een moslima) in bikini (20).

Een moslima in een bikini, niets nieuws onder zon zouden we denken en al zeker geen materiaal voor een kwaliteitskrant. Dagelijks dragen miljoenen moslima’s een bikini, het is echter een beeld dat niet gangbaar is binnen het frame van de islammythe. In dat frame zijn moslima’s nu eenmaal onderdrukt, preuts, gesluierd en houden ze alle vrouwelijke vormen volledig bedekt. Enkel vanuit deze islammythe kunnen we verklaren waarom dit effectief nieuws wordt. De islammythe veroorzaakt een vicieuze cirkel waar bijna niet uit te ontsnappen is.

Bovendien illustreert de berichtgeving over de film Turquaze nogmaals de macht van de media. De media berichtten in deze over een gesegregeerde voorstelling die nooit heeft plaatsgevonden. De media creëren een virtuele wereld die slechts minimaal correspondeert met de reële feiten. Ze schermen die wereld af van externe reacties en als die reacties dan toch worden opgenomen in de krant, wordt ze doodleuk ontkend in de vervolgberichtgeving.

Het resultaat is een virtuele wereld die weldegelijk uiterst nefaste gevolgen produceert in de echte wereld: namelijk een opstoot van racisme op de internetfora en mogelijks nog eens de bevestiging bij velen “dat het nooit goed komt met die moslims”. Bovendien leidt het ook tot een politiek debat in het Vlaams parlement.

Die islammythe is er zoals gezegd niet zomaar gekomen. Ze is bovendien ook niet geconstrueerd door moslims, maar wel vaak door autochtonen die zich verzekerd zien van een vlotte toegang tot de media met hun verhaal. Het zijn zij, die moslims en de islam een identiteit, een label opkleven. In die zin weerspiegelt de islammythe de machtsverhoudingen in onze samenleving én nog belangrijker, houdt de islammythe ongelijke machtsverhoudingen in stand.

Een dergelijke soort spraak blijft immers niet beperkt tot de wereld van de ideeën, maar vertaalt zich in de realiteit. Als mensen zich deze islammythe eigen maken, dan zullen ook hun handelingen daardoor gekleurd zijn. Dat zien we in verschillende sectoren van onze samenleving: op de arbeidsmarkt (6 op de 8 uitzendkantoren discrimineert, de werkloosheid onder autochtonen is het laatste jaar met één procent afgenomen, de werkloosheid onder allochtonen is met 9,9 procent toegenomen, …), op de huisvestingdmarkt (9 op de 10 makelaars discrimineert), …

Het is dus van cruciaal belang dat we met z’n allen die mythe bekampen, de media onder druk zetten en onze stem laten horen. Het kwaad kan maar geschieden als de goeden blijven zwijgen.

Ico Maly

Ico Maly is inhoudelijk coördinator van Kif Kif en is auteur van het boek ‘De Beschavingsmachine, wij en de islam’ (Uitg. EPO, Antwerpen, 2009).

Bronnen:

(1) BARTHES R. 1959: Mythologieën

(2) SN, 27/09/2010: Film met interculturele liefdesrelatie schokt Turken in Gazet van Antwerpen
(3) Reactie Hendrickx op het artikel Foute insinuaties naar aanleiding van Turkse film
(4) Odbs, 27/09/2010:  Turken verlaten geschokt Antwerpse zaal bij nieuwe film Turquaze.
(5) SN, 27/09/2010: Film met interculturele liefdesrelatie schokt Turken in Belang van Limburg
(6) Odbs, 27/09/2010:  Turken verlaten geschokt Antwerpse zaal bij nieuwe film Turquaze. In Het Laatste Nieuws:
(7) SN, 27/09/2010: Film met interculturele liefdesrelatie schokt Turken op Vandaag.be
(8) Allegrezza C. 28/09/2010: Allochtone jongeren hebben rolmodel nodig dat niet voor geld gaat (Stampmedia)
(9) Schelstraete, I. 28/09/2010: Hier slegs Turkes DESALNIETTEMIN in De Standaard
(10) Van Moll P. 29/09/2010: GEEN NEGATIEVE TURKSE REACTIES NA LIMBURGSE PREMIÈRE ‘TURQUAZE’ ‘Seks maakt deel uit van het leven’ in het Nieuwsblad.
(11) Van Cauwenberghe, M. 29/09/2010: Foute insinuaties naar aanleiding van Turkse film, Stampmedia:
(12) Carpentier N. 02/06/2009: Het lastige publiek
(13) De Standaard, 14 oktober 2010: Hevige discussies in parlement over film Turquaze
(14) De Standaard, 14 oktober 2010: Hevige discussies in parlement over film Turquaze
(15) De Standaard, 14 oktober 2010: Hevige discussies in parlement over film Turquaze
(16) De Standaard, 29 september 2010: Segregatie in de bioscoop door Nele Spaas (SAMV)
(17) De Standaard, 14 oktober 2010: Hevige discussies in parlement over film Turquaze
(18) De Standaard, 14 oktober 2010: Hevige discussies in parlement over film Turquaze
(19) Elb, 18/09/2010: Moslima in bikini op catwalk in De Standaard 
(20) SN, 24/08/2010: Islamitische miss lust moskee niet. In De Standaard.Image