Een wandeling met Ico Maly door de Gentse Rabotwijk

Deze reportage was een pilootaflevering voor een mogelijke reeks in De Standaard. Deze reeks, uitgedacht door journalist Tim Vernimmen, was gepland voor de zomer van 2015. Als reisgids is het eerder een uniek tijdsdocument, dan een actuele gids. De wijk is en blijft in volle ontwikkeling en verandering. De wandeling zelf is nog steeds de moeite en het schept plezier om de verschillen te zoeken tussen Rabot 2015 en Rabot 2016. Veel wandel –en zoekplezier.

Tim Vernimmen

Vandaag wandelen met cultuurwetenschapper Ico Maly, jarenlang coördinator van Kif Kif, nu tot zijn eigen tevredenheid weer gewoon wetenschapper, aan de Universiteit van Tilburg. Wandelen deden we echter in zijn eigen Gent, zij het op een plek die op de kaartjes van de toeristische dienst niet eens voorkomt: de Rabotwijk, volgens hem de interessantste van heel Gent.

 

wetenschapswandeling032.jpg

Tim Vernimmen en Ico Maly in de Wondelgemstraat in Gent. Copyright Fred de Brock

  

1) “De versterkte Rabottorentjes verrezen aan het einde van de vijftiende eeuw op de plek waar de Lieve, een kanaal dat destijds tot aan het Zwin reikte, de stadsmuur kruiste – er was daar een zogenaamde keersluis, in het Frans ‘rabot’ genaamd. Tot en met de achttiende eeuw keek je aan de andere kant van de muur naar de Wondelgemse Meersen, moerasgebied. Maar toen de industriële revolutie onze contreien bereikte kregen ondernemers, vooral uit de textielindustrie, de toestemming om hier te bouwen. Waar nu het Gerechtsgebouw staat stond vroeger een groot station, en aan de andere kant van de wijk zie je het Verbindingskanaal dat de wijk verbindt met de Brugse vaart en het kanaal Gent-Terneuzen – een ideale ligging om goederen te vervoeren.

Vlakbij de stadswallen bouwden de directeurs chique huizen voor zichzelf, verderop bouwden ze zoveel mogelijk arbeiderswoningen, die geld opbrachten dat ze in hun bedrijven konden investeren, en fabrieken, in het gebied dat nog steeds Rabotwijk heet.

De textielindustrie kende zijn laatste bloeiperiode vlak na de Tweede Wereldoorlog, maar nadien kon ze niet meer concurreren met goedkopere massaproductie elders, en begon de wijk te verarmen. De bedrijfsleiders beslisten om te ‘rationaliseren’, zoals dat heet, en zochten goedkope arbeidskrachten in het buitenland.  De zogenaamde verloedering van de wijk wordt daar soms aan toegeschreven, maar volgens mij is het net andersom: omdat de verwaarloosde woningen hier goedkoop werden, trokken ze vaak arme migranten aan. Die maakten er hier het beste van, meer nog, ze zorgden ervoor dat de wijk bleef draaien, en legden zo de basis voor de huidige heropleving. Hoe? Wel, dat zal ik je laten zien.”

 

IMG_0995.JPG

De Rabottorens – Copyright Ico Maly

2) “Op en rond het Griendeplein zie je gebouwen uit verschillende hoofdstukken van de geschiedenis van de wijk. Naast enkele echte Gentse volkscafés, zoals Café Bentos, het supporterscafé van AA Gent, zijn er de sociale woontorens uit de jaren zeventig, die binnenkort worden afgebroken, de gebouwen van de Turkse jeugdvereniging Ergenekon, waar momenteel een tentoonstelling loopt over ’50 Jaar Jongeren en Migratie’, en een nieuwe Afrikaanse winkel.

Op de voormalige site van de katoenfabriek La Louisiana verrees ook Odisee, een technologiecampus van de associatie KULeuven, zowaar. Verderop in de Wondelgemstraat kan je zien dat winkeliers met een migratie-achtergrond zich expliciet op studenten gaan richten, bijvoorbeeld door kortingen.

Het is verbazend hoeveel je kan leren over de ontwikkelingen in een buurt als deze door gewoon eens goed naar de vitrines van handelszaken te kijken. Dat doe ik voor mijn onderzoek in deze buurt dan ook regelmatig. En ik zou ook de lezer een opdracht willen geven – als je deze wandeling in groep doet, kan je er ook een spelletje van maken: tel het aantal talen dat je onderweg geschreven ziet staan. Ik heb er zelf al minstens zeventien geteld, al evolueert het straatbeeld voortdurend: de meeste van de zaken die ik beschreef in het boek ‘Superdiversiteit en democratie’ zijn alweer verdwenen. U stelt deze wandeling dus best niet te lang uit, want de buurt is altijd in beweging.”

 

Praktisch: u kan gratis parkeren onder het gerechtsgebouw, Opgeëistenlaan 401. Wanneer u weer boven de grond bent, ziet u een eindje verderop de Rabottorentjes, waar deze wandeling begint. 

 

3) “Aan het begin van de Wondelgemstraat zie je op de linkerkant een banner waarop ‘Latin Corner‘ prijkt. Die winkel is hier nog maar enkele maanden, en het is duidelijk op welk publiek hij mikt – sinds de economische crisis in Spanje en Portugal strijken er hier steeds meer mensen van Latijns-Amerikaanse origine neer. Dat zie je voorlopig niet in de bevolkingsstatistieken, maar op straat zie je het vrijwel onmiddellijk, omdat er handelszaken verschijnen die op die nieuwe inwoners mikken en ook andere zaken hun aanbod aanpassen.

Het beste voorbeeld daarvan zie je momenteel in ‘Asian & African Food‘-zaak op nummer 48A, uitgebaat door Pakistanen. Op één ruit vind je daar reclame voor Afrikaanse huidverzorgingsproducten, Russische kaviaar, Chinese voeding en een Turks restaurant dat tijdens de Ramadan een tandje bijsteekt. Dat het hier een ‘Turkse’ buurt is, zoals al eens beweerd wordt, klopt dus steeds minder. Het is bij uitstek een internationale buurt.”

 

3) “Dat betekent uiteraard dat heel wat zaken zich op immigranten richten – een handelaar verkoopt nu eenmaal liefst dingen waar ook vraag naar is – maar steeds minder op één etnische groep. Etnische zaken zijn zelden leefbaar in superdiverse wijken als deze omdat alle groepen minderheden zijn in de wijk. Dus zien we dat nu ook de recent overgenomen slagerij Rabot (nummer 57) – tot voor kort de laatste autochtone slager in de straat – nu expliciet vermeldt dat zijn vlees ‘halal’ is. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat autochtone klanten er niet meer terecht kunnen.

Hetzelfde geldt voor het café (nummer 49A) dat nu ‘Café Galya‘ heet: dat is hier inmiddels al vele decennia, en het verandert continu van eigenaar en van naam, en er staat nu een kop koffie op het raam. Maar er staat nog steeds een biermerk boven de deur, en ook de klanten, vooral oudere autochtone mannen die bier drinken, zijn klaarblijkelijk nog steeds dezelfden.

Daarnaast kan je zien hoe sommige zaken, naarmate ondertussen bemiddelde Turken de wijken verlaten, zich ook expliciet  gaan richten op de autochtonen die zich hier steeds vaker vestigen – de ‘Rabot Market‘ (nummer 58) heeft, behalve een letterlijke vertaling van de Turkse tekst op de ramen, nu ook de Nederlandstalige boodschap ‘open op zon- en feestdagen’ op de ruit. Kapsalon ‘She’s Bio‘ (nummer 59), gerund door een vrouw van Marokkaanse origine, mikt zonder blikken of blozen op een rijker, autochtoon cliënteel. Anderzijds zorgen de migranten ervoor dat sommige zaken die elders al lang verdwenen zijn hier langer kunnen overleven.

Tot voor kort was er hier ook een oude schoenmaker die dankzij de talloze allochtonen klanten het hoofd boven water hield – nu zit daar een reisbureau dat vooral vluchten naar Turkije verkoopt (nummer 90), en verderop verklapt het oude uithangbord dat wassalon ‘Quickwash‘ ‘Was-o-rama’ heette toen dat nog modern klonk. Je kan meewarig doen over die wassalons, belwinkels en supermarktjes met goedkope voedingsproducten, maar dat is precies wat de mensen hier nodig hebben – dingen die je in pakweg Sint-Martens-Latem niet kan vinden. Ik ben dus een beetje sceptisch over het idee van de ‘sociale mix’ waar men hier in de buurt nu naar streeft – ik heb niet het idee dat zo’n superdiverse wijk op zich een probleem is.”

biokapper

4) “Ook interessant, nu we toch talen aan het tellen zijn: in de Maria-Theresiastraat, die we links voorbijlopen, heeft iemand een papiertje opgehangen met ‘I don’t like‘ en dan een aantal tekeningetjes van dingen die op straat voor overlast zorgen. Heel pragmatisch is dat, want doorgaans worden dergelijke normatieve boodschappen, zeker als ze van de overheid komen, enkel in het Nederlands verspreid, wat in een wijk als deze niet altijd veel uithaalt.

Ik zeg erbij dat ik de nogal negatieve perceptie van de Wondelgemstraat redelijk eenzijdig vind – voor veel mensen uit de twintigste-eeuwse wijken verderop is het vooral die vervelende straat waarin ze moeten aanschuiven wanneer ze naar het centrum rijden, omdat er vaak leveranciers dubbel geparkeerd staan – al is dat niet echt abnormaal in een winkelstraat met een 19de-eeuwse infrastructuur. Tegelijkertijd zijn er natuurlijk wel degelijk problemen in een wijk die onder ongelijkheid gebukt gaat. Het zichtbare zwerfvuil is daar slechts één symptoom van. Je mag ook niet onderschatten hoe nieuwe migranten nu uitgebuit worden, niet meer door de fabrieksbazen van weleer, maar door nieuwe autochtone én allochtone ondernemers – huisjesmelkerij en koppelbazerij zijn lucratieve bijverdiensten. Niettemin wérkt de wijk volgens mij dus wel: voor haar bewoners is ze functioneel.”

 

5) “Slaan we net voor het einde van de Wondelgemstraat rechts de Rietstraat in, dan ziet u op uw linkerkant, als u goed oplet, de Turkse moskee ‘Fatih Camii‘. Je zou het niet zeggen, maar er is binnen plaats voor enkele honderden mensen – en ook een ruimte voor ontspanning, mocht u door de open deur de pooltafel zien staan. Het is in zekere zin een typisch Vlaamse moskee, netjes verborgen achter een quasi anonieme gevel. In de Ferrerlaan is er ook een Turkse moskee met minaretten, maar dat levert altijd veel gedoe op, dus zijn moskeeën vaak in vrij anonieme gebouwen gevestigd.  Al is het hier volgens de imam eigenlijk echt te krap, en droomt hij wel van minaretten.”

 

IMG_0978.JPG

copyright Ico Maly

6) “Als u aan het einde van de Rietstraat rechtdoor loopt komt u op de site waar vroeger het telecombedrijf Alcatel gevestigd was. Zeker als het mooi weer is waan je je daar soms even op het Turkse platteland: in grote bakken – de grond zelf is deels vervuild – verbouwen tientallen mensen daar zelf kruiden en groenten. Er hangt hier echt een heel aangename sfeer, en er is altijd wel iemand die een praatje komt slaan – al zal dat niet altijd in het Nederlands gebeuren, gemoedelijk is het wel. Er is hier ook plaats voorzien om te voetballen en te spelen – echt een kleine oase in deze drukbevolkte wijk. Vroeger waren er ook een skateramp en een BXM-parcours, maar die zijn inmiddels weer verdwenen. Erger is dat ook de rest weldra moet wijken, want de Site bestaat enkel bij gratie van een projectontwikkelaar die hier een groene woonwijk plant. Helaas zullen de mensen die u hier ziet zich daar hoogstwaarschijnlijk geen woonst kunnen veroorloven. Echt jammer is dat, als je ziet hoe dit terrein nu leeft.”

 IMG_1040

7) “Aan de overkant van de site komen we aan het gebouw waar vroeger de Golden Gloves-boksclub gevestigd was – nu zijn er repetitiekoten en de ruimtes van Likebird waarin creatievelingen kunnen komen samenwerken. Gaat u links langs het gebouw met de graffititijger heen, dan komt u op de Gasmeterlaan uit, langs het Verbindingskanaal. Slaat u rechtsaf, dan loopt u voorbij de site van de oude gasfabriek waarnaar die laan vernoemt werd. Daar zie je de als historisch erfgoed beschermde skeletten van twee grote gashouders waarin ooit het gas werd opgeslagen dat de straatlantaarns deed branden. Deze zullen geïntegreerd worden in een park nabij de lofts die gebouwd worden in de bakstenen gebouwen van de lofts die gebouwd worden in de bakstenen gebouwen van de voormalige meelfabriek ‘De Nieuwe Molens’, zoals overal in Europa gebeurt met oude industriële complexen. Dat is doorgaans niet de eerste, maar de laatste stap in de herwaardering van een buurt – de prijzen zijn er nog laag, waardoor een dergelijke investering haalbaar is, maar het is er al een hele tijd prettig wonen. En daar spelen immigranten een omiskenbare rol in.

Ons historisch perspectief is vaak te beperkt: we denken alleen aan wat er na de Tweede Wereldoorlog gebeurde, aan hoe voorheen bloeiende wijken het moeilijk kregen en vervolgens de plek werden waar migranten zich gingen vestigen – vooral omdat er niemand anders meer wilde wonen. Maar eigenlijk is dat een volstrekt normaal fenomeen in alle grote steden. Wijken raken in verval omdat ze niet meer voldoen aan de behoeften van hun bewoners, worden door migranten weer leven in geblazen, trekken steeds meer hipsters aan, en worden uiteindelijk dure buurten, waarop de migranten – en vooral de armen – weer mogen verhuizen.”

 IMG_1049.JPG

8) “Een wandeling over de brug voor fiets en tram over het kanaal een eindje verderop maakt de laatste fase van dat proces mooi zichtbaar. Het kanaal, die de wijk vroeger met de rest van de wereld verbond, wordt nu gezien als een barrière voor de ontwikkeling van de buurt, die ‘ontsloten’ moet worden. Vandaar de brug, en de nieuwe fietspaden – net op tijd voor de groeiende middenklasse. Loopt u via de brug over het kanaal heen en komt u vervolgens weer terug naar de Rabotkant, dan kan u op de voormalige graanmolen ook een pop-uprestaurant spotten dat fungeerde als een aperitiefje voor de nieuwe, bemiddelde middenklasse die men de lofts wil inlokken – qua teken aan de wand van waar het met deze wijk heen gaat kan dat tellen. Ik wil niet cynisch klinken: het is in zekere zin erg gezond dat de stad zo in beweging blijft, en dit is een razend interessante wijk. Maar ik hoop dat u na deze wandeling met andere ogen kijkt naar wijken in verandering. En komt u over een jaar zeker nog eens terug, want dan ziet het er hier vast weer helemaal anders uit.”

 

 

 

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s