Integratie of mensenrechten?

Bart Sturtewagen ontwaart in De Standaard (28-08-2015) een nieuwe breuklijn in het maatschappelijk debat. De breuklijn ‘scheidt diegenen die vinden dat asiel een door bindende verdragen geregeld mensenrecht is en dus geen verdere discussie behoeft, van hen die best solidair willen zijn met vluchtelingen uit oorlogsgebied, maar daarvoor een afbrokkelend draagvlak zien.’ (De Standaard, 28-08-2015). De ene positie wordt gezien als idealistisch en naïef (pro-mensenrechten), de andere als pragmatisch. Iedereen is voor een humaan asielbeleid zegt Sturtewagen, maar de vraag is hoe we dat aanpakken. Volgens de journalist is de enige goede denkpiste daarbij integratie.

Wie krijgt hierbij geen déja vu? Dit is het denkkader waarbinnen de discussie over migratie zich sinds de jaren 90 voltrekt. De mensenrechtenbenadering heeft al lang het pleit verloren. Integratie wordt al decennia gezien als een ‘realistische’ benadering. Dit ‘realistische perspectief’ steunt op twee pijlers: (1) we trachten de instroom te beperken en (2) eenmaal ze hier rechtmatig zijn dan moeten ze ‘integreren’. Wat het betekent om in ons land te ‘integreren’ heeft in diezelfde tijdspanne een heel andere inhoud gekregen. Grofweg zien we dat integratie niet meer slaat op sociaaleconomische of politieke integratie, maar op culturele integratie.

De nieuwkomer moet Vlaming (niet Belg) onder de Vlamingen worden. Dus op een moment dat we allemaal cultuur maken in transnationale niches (hipsters, skaters, grungers, managers, academici,  …), moeten zij integreren in de ‘Vlaamse cultuur’ vooraleer ze rechten krijgen. Integratie staat al decennia gelijk aan het voorwaardelijk maken van rechten. Eerst Vlaming worden, de taal leren, de nationaliteit verwerven en pas daarna volle rechten. Daarbij ziet men over het hoofd dat mensen rechten nodig hebben om te kunnen integreren.

Het is de verdienste van Sturtewagen dat hij integratie schijnbaar, want impliciet, lijkt te hanteren in zijn oude betekenis: hoe zorgen we dat we een samenleving blijven van gelijke democratische burgers. Het is ook zijn verdienste dat hij er mogelijks vanuit gaat dat migratie geen tijdelijk gegeven is. Nemen we die twee elementen samen, dan wordt integratie echter een problematisch concept. Integratie veronderstelt immers altijd: (1) een sedentaire migratie en (2) een afgebakende nationale staat. En net die twee zaken zijn geen evidentie meer in tijden van superdiversiteit en globalisering.

Migratie is een globaal fenomeen en het laat zich niet oplossen op het niveau van de natiestaat, de regio of de stad. Mensen migreren niet zomaar. Ze ontvluchten oorlog, geweld, dictaturen, milieurampen en de effecten van de economische situatie in hun land of regio. De oorlogen in het Midden-Oosten zijn oorlogen waar ook ‘wij’ een rol een inspelen, net zoals natuurrampen of de economische situatie in Afrika. Mochten ‘wij’ in hun situatie zijn, dan migreren we ook. De geschiedenis is daarin zeer duidelijk, wie van ons heeft geen migrant in zijn stamboom? Mijn grootouders zaten in Frankrijk en zijn later in Engeland ondergedoken tijdens de oorlog. En enkele decennia voordien is een deel van mijn familie met de Red Star Line naar de Verenigde Staten getrokken.

Vandaag werken mensen die leven in Polen en Roemenië hier in België, komen Indische topindustriëlen hier werken en zoeken vluchtelingen hier hun toekomst. We leven allen meer en meer op een transnationale schaal en dat heeft effecten op elkeen van ons. Op de Belgische bouwvakker en poetsvrouw en op de Poolse collega’s. Ook ik ben vandaag een arbeidsmigrant, want tewerkgesteld in Nederland. En hier wordt de hypocrisie duidelijk van onze wereld. Ik en veel van mijn collegas’s worden aangemoedigd om globaal te leven, om te migeren. Probeer maar eens een academische carriere uit te bouwen zonder de landsgrenzen over te steken. De mensen die het echt nodig hebben, die worden gecriminaliseerd. Dat toont hoe erg het gesteld is met al die mooie grote waarden als mensenrechten en democratie. Als puntje bij paaltje komt tellen ze niet mee.

Migratie is deel van de condition humaine. In de 21ste eeuw is migratie een transnationaal en een politiek probleem en het vergt transnationale en politieke antwoorden. We kunnen niet meer doen alsof we leven in een natiestaat waarop de rest van de wereld geen effect op heeft. Migratie situeert zich dus op een heel ander schaalniveau: de wereld. Men weigert blijkbaar te aanvaarden of in te zien dat de wereld structureel veranderd is in de laatste decennia. En in die nieuwe geglobaliseerde wereld is de natiestaat een anachronisme: ze is in staat ongelijkheid te realiseren, maar niet om migratie te stoppen. Als ons antwoord op migratie niet vertrekt vanuit het engagement om mensenrechten voor elkeen te garanderen, dan ondermijnt ze die voor elkeen van ons.  Democratie en mensenrechten voor autochtonen alleen is geen democratie, maar een ethnocratie. Een samenleving die onvermijdelijk mensenrechten met de voeten treedt, ongelijkheid en uitbuiting organiseert. Een dergelijk project is bovendien niet handhaafbaar op lange termijn. Het is ook niet wenselijk.

Het pro-mensenrechten standpunt  is dus niet naïef maar realistisch. Migratie zal enkel maar toenemen. Als we met zijn allen willen blijven leven in een democratie en in een verzorgingsstaat, dan is het tijd om wat zaken te herdenken en vooral op te zetten. Migratie dwingt ons om na te denken over welke structuren we opbouwen op welke schaalniveaus zodat we de oude verlichtingsideaalen en het fundament van een democratie – gelijke rechten voor elkeen – kunnen realiseren. Het vereist debat en vooral veel moed en politieke daadkracht. Het vereist dat we onze nationale bril afzetten en kijken hoe we een betere wereld kunnen realiseren. Dat is in ieders belang, ook van degenen die zichzelf niet als migrant zien. Niemand weet immers op voorhand wanneer men migrant wordt.

Ico Maly is doctor in de cultuurwetenschappen en docent aan Tilburg University (Nederland). Hij is co-auteur van Superdiversiteit en democratie (EPO, 2014).

Advertisements

De raaskalderij van Peter De Roover

Enkele bespiegelingen na een debat over diversiteit

Gisteren zat ik in de Vooruit op een TEDX-achtig evenement rond diversiteit van de faculteit sociale en politieke wetenschappen van de UGent. Een van de andere sprekers was Peter De Roover van N-VA. De Roover beloofde niet aan politiek te doen … dat was meteen de eerste belofte die sneuvelde. Met stijgende verbazing heb ik een speech aangehoord die niet anders te typeren is dan als ‘onzin’. Ik heb het dan nog niet over de schandalige banalisering en herdefiniëring van woorden als vooroordeel, discriminatie en apartheid, maar in eerste instantie over het compleet fictieve karakter van zijn verbeelding. Volg even mee.

de roover

De Roover deelde met ons de ‘wijsheid’ dat de mens bestaat uit twee dominante behoeften: zin voor herkenbaarheid en zin voor avontuur. Sommige mensen zijn avontuurlijker dan anderen, maar herkenbaarheid is cruciaal want dat geeft ons rust, aldus De Roover. Het is die herkenbaarheid die ons toelaat om niet teveel te moeten denken (dat schijnt lastig te zijn aldus deze ex-leraar). Want als alles herkenbaar is moeten we niet meer denken. We kunnen dan lustig ‘discrimineren’ op basis van vooroordelen. Dat geeft ‘ons’ blijkbaar rust. Want zegt De Roover we kiezen een restaurant (we discrimineren om het in de woorden van De Roover te zeggen) op basis van vooroordelen en niet op basis van kennis of gegronde oordelen op basis van feiten. We kijken blijkbaar niet naar ons eten, we weten blijkbaar niet dat er zoiets is als de voedselinspectie. Nee, we doen dat blijkbaar op vooroordelen. En dat is normaal.

Discriminatie en vooroordelen worden in het discours van De Roover niet alleen genormaliseerd en gebanaliseerd (we doen het allemaal), ze worden ook gezien als goed, als deel van de menselijke aard. Impliciet zien we hier de fictie van de homogene natie actief: herkenbaarheid is herkenbaarheid in een nationale natie waar iedereen dezelfde variant van het Nederlands spreekt, dezelfde dingen eet in dezelfde plaatsen, dezelfde waarden en normen deelt… ‘Wij’ zijn dan water, ‘zij’ zijn dan olie en dat mixt niet. De Roover is niet veel ‘onder de mensen’ geweest in de laatste decennia. Die wereld van nationale herkenbaarheid is pure ideologie, het is een wensbeeld, geen realiteit. Autochtonen zijn geen homogeen blok van herkenbaarheid. We hebben linksen en rechtsen. We hebben armen en rijken. We hebben bedrijfsleiders en werknemers, grungers, hipphoppers, emo’s, moslims, atheisten, katholieken, holebi’s, transgenders, skaters en bmx’ers, … Onder het laagje retoriek van De Roover gaapt de absolute leegte.

De realiteit vandaag is superdiversiteit en dat is voor elk van ons zo. Het idee bijvoorbeeld dat Belgen leven in een louter lokale Vlaamse wereld is foutief. We kunnen bijvoorbeeld een sociologisch fenomeen als ‘de hipsters’ en de bijhorende opstoot aan ‘authentieke’ koffiebars, barista’s, fixies, platen en zoverder niet begrijpen als we louter lokaal kijken. Het is een trans-nationaal fenomeen en het biedt – om de woorden van de Roover te gebruiken – herkenbaarheid: autochtonen en allochtonen kunnen hipsters zijn en delen veel meer met elkaar dan dat ze ooit zullen delen met De Roover. Dus zelfs al aanvaarden we dat herkenbaarheid een oerbehoefte is van de mens, dan zegt  niets dat die herkenbaarheid zich moet beperken tot de bruine bar van café de postduif in de kerkstraat.

Maar terug naar het verhaaltje van De Roover. Omdat die (nationale) herkenbaarheid zo belangrijk is moet we die afdwingen. En dat wil de linkerzijde niet, aldus De Roover, die wil immers apartheid. Links zou groepsidentiteiten willen verheffen tot norm, tot het organisatieprincipe van de samenleving. Nog los van het feit dat De Roover ‘apartheid’ hier ontdoet van zijn historische betekenis, is dit uiteraard onzin. Ik had immers net het punt gemaakt dat we met zijn allen tot heel veel verschillende groepen behoren, afhankelijk van de context, de tijd en de activiteit. De studenten in de zaal waren gedurende het debat een groep. Ze waren student en zullen dat waarschijnlijk nog een viertal jaar blijven. Ze waren mogelijks, toen ze even op Twitter zaten, ook even Twitteraar, vriend of collega. En toen De Roover begon over de Vlamingen waren ze misschien even Vlaming of Belg of antinationalist. En pas toen Youssef El Moussaoui vroeg naar de nationaliteit van mensen in het publiek werd deze groepsidentiteit geactiveerd. En na het debat verdween de groep: sommigen gingen op café en waren hiphopper, andere waren gewoon  ‘zatte student’ en weer anderen gingen flink slapen om morgen de flinke student te zijn. Identiteit is dus niet te herleiden tot nationale identiteit zoals De Roover ons wil aanpraten.

De Roover heeft duidelijk niet goed opgelet de laatste jaren. Dat belette hem niet om nog wat door te ratelen. Zij – links- vinden dat alles maar moet kunnen…  Nochtans zijn ‘wij’ aldus De Roover een democratie. En een democratie is volgens hem een systeem met twee fundamenten: er is een meerderheid en een minderheid. De meerderheid kan de wetten maken als ze daarvoor een meerderheid hebben. De andere moeten zich schikken.  Kortom, in navolging van zijn Grote Leider, definieert De Roover een democratie als een dictatuur van de meerderheid. Eenmaal die meerderheid iets beslist moet de minderheid zijn mond houden.  Kortom, een klassieke antiverlichtingspositie die de rechten van de mens met de voeten veegt in naam van de bescherming van de herkenbaarheid.

De Roover zou toch eens moeten bijlezen over die vermeende linkse vijand of op tijd komen zodat hij hen toch hoort praten. Dan zou hij doorhebben dat democratie, en gelijke universele rechten voor elke mens het strijdtoneel is van links. Dat dus niet ‘alles maar moet kunnen’, maar dat we een rechtvaardige samenleving willen hebben waar het gelijkheidsbeginsel – het fundament van een democratie – een feit is. Iets wat vandaag absoluut niet het geval is. We leven in een samenleving die gekenmerkt wordt door diepe ongelijkheid. We leven in een samenleving waar mensen afhankelijk van hun statuut, hun identiteit of althans de perceptie van hun identiteit ongelijke sociale, politieke, economische en religieuze rechten hebben. Dat is dus een democratisch probleem.

Dat is een politiek probleem en de partij van de heer De Roover is daar een structureel onderdeel van. Zijn partij maakt van die herkenbaarheid een instrument om rechten van mensen voorwaardelijk te maken (eerst Nederlands leren, dan pas recht op een sociale woning) en ondermijnt zo de democratie en de rechten van de mens.

De Roover verdient dan ook één pluim, hij was eerlijk. Hij heeft – il faut le faire-  openlijk gepleit voor discriminatie als een ‘normaal’ gegeven op een avond die in het teken staat van diversiteit. Dat is inderdaad best hoe we die partij begrijpen, als een partij die het onlegitimeerbare tracht te legitimeren.

Binfikir -interview: Göçün yapısı değişti ve demokrasinin de buna göre yeniden şekillenmesi gerekir

binfikir

Mahreç: Serpil Aygün

Spot: Göçle birlikte ortaya çıkan multi-kültüralizm, inter-kültüralizm ve çeşitlilik gibi kavramlar, sadece birer sözcük gibi algılansa da , yaşanan toplumsal sistemi anlamayı ve bunun üzerinden politika üretmeyi sağlayan kavramlar oldukları için, günlük yaşamımızı direkt etkileyen kavramlar aslında. Irkçılık, ayrımcılık, islamafobi, önyargılar günümüzde yaşamımızn birer parçası oldu. Bu sorunlarla mücadele etmek için de değişen toplum yapısı iyi anlamak, iyi tanımlamak ve yapıcı çöüzmler üretmek  yerli yabancı herkes için elzem. 3 Akademisyen Ico Maly, Jan Blommaert en Joachim Ben Yakoub 2014 yılında yazdıkları “Süper çeşitlilik ve Demokrasi” adlı kitapta günümüzün değişen göç ve toplum yapısını Belçika’nın Brüksel-Sint Gillis, Gent- Wondelgemstraat ve Anvers-Bercehem mahallerinde yaptıkları araştırmalar üzerinden anlamaya ve çözümler üretmeye davet ediyorlar insanları.  Ico Maly Kültür Bilimleri doktoru ve şu sıralar Hollanda Tilburg Üniversitesi’nde yeni araştırmalara hazırlanıyor. Ico Maly, önyargılarla mücadele eden  Kif Kif organzisyonun 10 yıl boyunca koordinatörlüğünü yaptı . Joachim Ben Yakoub, Ortadoğu ve Kuzey Afrika Araştırma Grubu’nda araştırmacı olarak çalışıyor. Jan Blommaert ise Tilburg ve Gent Üniversitelerinde kültür ve globalleşme alanında hoca olarak görev yapıyor.  Binfikir olarak kitabın yazarlarından Ico Maly ile kitap üzerinden Belçika toplumunun bugünü ve geleceğini konuştuk.

 

 

  1. Sayfa

 ilk spot “Kentler sürekli olarak daha fazla göç, daha fazla çeşitlilik, daha fazla global düzeyde yaşayan, çalışan ve kimlik kazanan insanlardan oluşurken, bu durum şu anki realite iken; halen homojen bir Flaman toplumundan yola çıkarak politika yapılıyor.”

İkinci spot: “Tüm entegrasyon  mantığı ve süreci, Flaman dilini ve değerlerini iyi öğrenmekten geçiyor. Bu durum da yerli Flamanların yabancı kökenli Flamanlar üzerinde bir güç kurmasına neden oluyor.”

  1. Sayfai

Ilk spot: . “ İnsanlar Hükümet’ten yola çıkarak radikalizmi belli bir kimliğe, bir gruba maletme ve diğerlerini ayırma çabası içindeler. İşte bu çok temel bir sorun.”

İkinci spot: “Yapılması gereken iki şey var: günümüzde gerçeklik olan süper çeşitliliği kabul etmek ve bu değişen süper çeşitli toplumun sorunlarına uygun çözümler üreterek politika yapıcılar üzerinde baskı uygulamak”

Belçika’da göçle ilgili multi-kültüralizm, inter-kültüralizm ve çeşitlilik tartışmalarından sonra sizin “Süper Çeşitlilik ve Demokrasi” adlı kitabınızla süper çeşitlilik kavramı göçü ve beraberindeki değişimleri açıklama çalışıyor.  Hangi koşullar sizi böyle bir kitap yazmaya itti? Tespitinizden yola çıkarak Belçika toplumu olarak nereye gidiyoruz?

Hem “Süper çeşitlilik ve Demokrasi “ hem de bundan önceki  “İslam ve Biz” kitabımla ilgili konuşmak ive bugünkü radikailizmden bahsetmek için  öncelikle 1989 yılına geri dönmemiz gerekiyor.  1989’da Berlin Duvarının yıkılması ile dünya yeni bir yapılanmaya gitti.  Berlin Duvarının yıkılması pek çok değişikliğin yanında  yeni bir göç dalgasını beraberinde getirdi. İlk defa caddelerde Polonya, Litvanya plakalı araçları,  Bulgarlara ait  gece dükkanlarını görmeye başladık, Afrikalı göçmenleri n gelişini gördük. 1989 Yılı Dünyanın yeni bir yapılanmaya gittiği, sıınırların kalktığı, Avrupa Birliği’nin  oluştuğu ve başkalarının gelmeye başladığı bir yıl oldu. Bu birinci element. Bunun yanında ikinci olarak milliyetçiliğin yükseldiği bir yıl da oldu. Vlaams Blok (Flaman ırkçı partisi)’u düşünürseniz 1989 yılı  ilk ataklarını yaptıkları yıl oldu ve çok güçlü bir şekilde göç karşıtı politikalar ürettiler.  Bundan sonra 90’lı yıllara baktığınızda pek çok partinin bu söylemleri aldıklarını görüyorsunuz.  90’lı yıllarda Vlaams Blok’un çok radikal karşılanan  söylemlerinin ise bugün yurttaşlık politakalarında varolduğunu görüyoruz.  Son 2,5 yy.da bu evolüsyonu görüyoruz.

Bugün bunlar realite oldu diyorsunuz…

Evet . Vlaams Blok’un 17 maddelik planının bugün uygulandığını görüyoruz. Flamancaya vurgu yapmak, hakları bazı şartlara bağlamak… Bunlar bugün uygulamaya sokuldu.  Bir taraftan yeni bir tür ve eskisinden çok daha fazla göç alıyorsunuz,  diğer taraftan globalleşmeye karşı, göçle ilgili son derece sert önlemler alan radikal partiler ortaya çıkmaya başlıyor. Bu göç planı uygulanmaya ve giderek  de normal karşılanmaya başlıyor.  3. Element ise internet. 90’lı yıllarda teknolojik gelişmenin hız kazandığını görüyoruz. O zamanlar başbakan Martens televizyonlarda  kocaman yeşil kablolarla yeni bilgisayarın başında gururlu bir şekilde dururken,  bugün herkesin mobil telefonu var.  Kendi eşimden biliyorum 70’li yıllarda göçmenlerin aileleri ile iletişimi kasetler aracılığıyla oluyordu. Burdan ya da Türkiye’den aileler mesajlarını kasetlere kaydeder  ve postalarlardı.  2 Hafta ya da 1 ay sonra kasetler geri gelirdi. Bugün whatsap, yeni medya olanakları… Ailelerle sürekli bir iletişim var ve insanlar olayları, olayın  olduğu anda öğrenebiliyorlar. Eskiden burdaki insanlar Türkiye’deki politik olayları kasetler aracılığıyla öğrenirlerdi. Bugün  TRT’ye bakabilirler, internetten gazete okuyabilirler. Bu tamamen farklı bir düşünüş biçimini beraberinde getiriyor.  Eskiden ayrılıklar çok kesin ayrılıklardı bugün öyle değil. Bugün İranlı birini tanıyorum burda yaşıyor ama hala İrandaki direnişte son derece aktif. Bu 3 element  bugünkü yaşamımızı derinden değiştiren şeyler. Bu değişim sonuçlarından biri de süper çeşitlilik. Büyük bir paradigma olarak içinde bulunduğumuz toplumu anlamak için çeşitlilik kavramına baktığınızda, etnik kimliklerle açıklıyorsunuz. Türkler Türkçe konuşurlar,   dini inaçları bellidir, eğitim durumları yaklaşık bellidir, değerleri ve normları bellidir.  Ama sadece Türk toplumunun kendi içinde dahi bir araştırma yaptığımızda bunun kesinlikle doğru olmadığını görüyorsunuz.  Yüksek eğitimli, düşük eğitimli, Atatürk’e inanan, Erdoğan’a inanan, çok inançlı, az inançlı vs.. “Standart bir Türk” yok. Etiketlerimiz var ama gerçek hayatta bu etkietlerin ne anlama geldiğini bilmiyoruz. Son derece ağzı laf yapan kadınlar var, düşük eğitimli var, inançlı var.. vs. Birbirinden tamamen  farklı kombinasyonlar var. Burada Wondelgem caddesi Türk caddesi olarak biliniyor ama kesinlikle bir Türk sokağı değil. Bugün Wondelgem’e baktığınızda 17 farklı dil kullanılıyor.

Son yıllar için mi Türk sokağı değil diyorsunuz Wondelgem için?

Şu anda artık Türk sokağı değil ya da Türkler bu sokakta artık baskın topluluk değil.  Burası 19. yy inşa edilmiş bir Flaman işçi mahallesi idi. Bu yapı bugüne kadar gelmiş ve evler büyük oranda Türklerin olmuş. Zaten fırın olan bir yer şimdi Türklerin işlettiği bir fırın olmuş. Ev ve dükkanların sahibi olma anlamında Türkler bu sokakta çok dominant olmuşlar ama son yıllarda Türkler arasında ciddi bir sosyal hareketlilik görüyorsunuz. Ordaki Türklerin çoğu  şimdi burda benim komşum:  Türk doktor, Türk psikolog, Türk avukat  vs. Şimdi ise Türklerin çoğu evlerini Bulgarlara kiraya veriyor. Yani 90’lı yıllardan itibaren  mahallenin değiştiğini görüyorsunuz. İlk olarak Arnavutlar, sonra  Ruslar, Latin Amerikanlar geliyorlar.. Bu  da tipik süper çeşitliliğin globaleşmesi. 80’li Yıllarda İspanya’ya göçen Latin Amerikalılar 2008’den beri ekonomik krizle birlikte buraya göç ediyorlar. Yeni göç. Bu da çok hızlı gelişiyor. Bulgarlar geldi, Asyalılar geliyor Afrikalılar geliyor. 1999 yılından bugüne kadar  sığınma başvuru şartları sürekli ağırlaştırırlmasına rağmen göç sürekli artıyor.

Ama medyada sığınma başvurularının ve göçün azaldığı söyleniyor…

İstatistiklerde azalıyor ama gerçek yaşamda azalmıyor. Yaptığımız araştırmalarda da görüyoruz, göç hala var. Çünkü göç ulusal düzeyde yönlendiriliyor. İnsanlar buraya, ‘ burası daha iyi olduğu için değil geldikleri yer kötü olduğu için’ geliyorlar. Göçün motoru başka bir yerde burda değil. Gerçekleşen tek şey insanların başvuru yapmaması ama göç var. Böylece çok derin bir eşitsizliği içinde barındıran bir toplum oluyoruz.  Burda doğmuş Türk kökenli müslüman bir göçmen, yasal olarak tüm vatandaşlık hakları olsa da hala özellikle başörtüsü gibi konularda ayrımcılığa ve ırkçılığa maruz kalıyor. Buraya yeni göçmüş olan ve henüz oturumunu almamış olan Türk bir göçmenin  politik hakları olmayacak. Buraya yeni gelen bir Polonyalı’nın çalışma hakkı var ama ne Belçika sosyal güvencesi sistemi altına girecek  ne  oy kulanma ne de seçme hakkı olacak. Burda henüz tanınmayan Afrikalılardan  bahsetmiyorum bile. Sonuç olarak toplumsal yaşamımıza baktığımızda haklar ve ekonomik pozisyon açısından çok derin bir eşitsizlik var. Bu da çok büyük bir demokratik sorun. “Kentler sürekli olarak daha fazla göç, daha fazla çeşitlilik, daha fazla global düzeyde yaşayan, çalışan ve kimlik kazanan insanlardan oluşurken, bu durum şu anki realite iken; halen homojen bir Flaman toplumundan yola çıkarak politika yapılıyor.” İnsanların sahip oldukları evrensel haklar,  şartlara bağlanıyor. Konut hakkı evrensel bir hak iken bugün Flaman Bölgesi’nde Bakan Liesbeth Homans sosyal konut edinme hakkına  Flamanca öğrenme şartı koyuyor.  Bu tam bir ayrımcılıktan başka bir şey değil! Yerli bir Belçikalı olarak kimse benden böyle bir şey isteyemez benim babamdan da isteyemez ama Türk kökenli bir Belçikalı olan benim eşimden ve onun ailesinden isteyebiliyor. Bu tamamen bir ayrımcılık ve eşitsizlik.  Bu da radikalleşme itiyor. “Tüm entegrasyon  mantığı ve süreci, Flaman dilini ve değerlerini iyi öğrenmekten geçiyor. Bu durum da yerli Flamanların yabancı kökenli Flamanlar üzerinde bir güç kurmasına neden oluyor.” Çok basit bir örnek;  benim eşim kasaba gittiğinde entegrasyon düzeyi ölçülüyor ama benim eşim yüksek eğitimli ve çok iyi Flamanca konuşuyor, o zaman kasap sonderece kibar davranıyor. Çünkü o “iyi göçmen” . Tabi bir de domuz eti sipariş ederse daha da iyi! Yani toplumdan herhangi biri sana iyi entegre oldun ya da olmadın diyebiliyor. VRT’de çalışmak isteseniz , Flamancanız hiç bir zaman yeterli görülmüyor.  Bir mağzada çalışmak istiyorsunuz örneğin  Oostende bir Kürt kadın 2004’te buraya gelmiş. Tüm entegrasyon kurslarını tamamlamış, genel –doğru Flamancayı konuşuyor ve Batı Flaman bölgesinde iş arıyor ama o mağzada çalışma başvurusu yaptığında ‘hayır senin Flmancan iyi değil ‘ diyorlar ki bunu diyen kişi Batı Flaman şivesi ile konuşuyor ve kendisi genel Flamancayı konuşamıyor bile. Bu tanımlanan entegrasyon yöntemi  insanların toplumda ayrımcılığa uğramasına izin veriyor.  Diskotekte, iş yerinde, ev kiralarken, hatta çok basit şeylerde  bile. Benim oğlum çok iyi Flamanca ve Türkçe konuşuyor. Oğlumu bir Flaman okuluna yazdırdık hemen  hemen Flamanca dersine kaydetmişler. Çünkü Türk ismi taşıyor. Tüm bunlar birleştiğinde belli bir grubu radikalleşmeye sürüklüyor ve toplumda da  İslam üzerinde ciddi bir yoğunlaşmaya neden oluyor. 90’lı yıllardan başlayarak, 2001’de en yüksek noktaya ulaşan ve bundan sonra sürekli olarak anti islam süreci yaşandı. Theo Van Goch’un öldürülmesi, Madrid ve Londrada’ki saldırılar vs. anti, islam sürecini besliyor. Yüksek eğitimli göçmenler ya da onların çocukları  bile bu durumun üstesinden gelmek  zorunda kalıyor. Bu da bazı sonuçlar doğuruyor. Bazıları yeniden siyasallaşıyor. Örneğin bunların bazıları Kif-Kif gibi önyargılarla mücadele eden bir kurumda çalışıyor. Bir kısmı uluslarası şirketlerde dünyanın farklı ülkelerinde çalışıyor. Bir kısmı bu ayrımcılıktan bıkıp geldiği ülkeye geri dönüyor. Bazıları da radikalleşiyor. Genellikle problemli bir geçmişi olanlar, örneğin Jejoen Botink (Suriye’ye savaşmaya giden  ve geri dönen genç) çok sorunlu bir aileden geliyor. Babası eşine şiddet uygulamış biri, vs.  Bu genç  bir kimlik arayışına giriyor ve küçük bir radikal grupta buluyor kendini. Yeni medya olanakları ile de kimlik arayışına giren gençler her şeye ulaşabiliyor. Bunlar,  popüler hip kültür savunucuları,  hicap savunucuları olabilir,  Allah’ın askerleri olabilir. Bu küçük , radikal grupların hepsinde aynı fenomen  etkili.  Global bir şekilde bir şekilde organize olup, yeni bir  kimlik oluşturmaya çalışıyorlar.

Bunlardan yola çıkarak günümüz toplumunda kimlik arayışının en büyük sorun olduğunu söyleyebilir miyiz?

Kimlik arayışının kendi içinde bir  problem olduğunu düşünmüyorum. Asıl problem haklar problemi. Bizler hepimizin eşit hakları olan bir toplumda yaşıyoruz ve bu da eşit hakların varlığını ya da yokluğunu  önemli kılıyor. Suriye savaşçıları ne kadar ciddi bir sorun olsa da çok küçük bir grup. Evet Belçika en çok Suriye savaşçısı olan ülkelerden biri  ve bunu ihraç eden bir ülke ama sebepler aynı değilİnsanlar Hükümet’ten yola çıkarak radikalizmi belli bir kimliğe, bir gruba maletme ve diğerlerini ayırma çabası içindeler. İşte bu çok temel bir sorun. Politikanın insanların hakları ile meşgul olması gerekirken, bununla ilgileniyor. Bu sadece Belçika’nın sorunu değil, her yerde aynı.  Örneğin ben 10 yıl için Türkiye’de yaşasam, pek çok hakkımı kaybederim. Orda direkt seçme hakkım olmayacak, sosyal   güvenlik hakkım olmayacak vs vs. Yani göç bir taraftan hakların kaybedilmesi ile eşdeğer giderken,  toplumsal hayatımız da giderek göç olgusunun sınırları ile bağlanıyor. Yakında ben  Hollanda da işe başlayacağım. Burdakinden tamamen  başka sosyal güvenlik sistemi, vergi  sistemi ve farklı kurallar altında çalışacağım. Ama uymak zorunda olduğum kuralları, yasaları belirleyenleri seçme hakkım  olmayacak. Bu çok ciddi bir problem.  Bu durum günümüz toplumunun problemi ve şu andaki sistem zamanın gereklerine çözüm sunamıyor.

Peki  ne olmalı, neyle değişmeli bu sistem?

Bu bir başlangıç. Karl Marks’ın , 1848 yılında Fransa devrimi hakkında yazdığı kitapta bu sorunun cevabını buluyoruz.  Marks’ın kitaptaki tespiti şu:  Hayatın gerçekliği değişiyor ama bizim düşüncelerimiz bu değişikle birlikte değişmiyor.  Bu durumda realite eskisinden farklı olurken bizim eski düşünce biçimimiz bu değişikliği anlamayı sağlayamıyor. “ Bu yüzden  süper çeşitlilik ve demokrasi.  Günümüzde toplum son derece çok çeşitli, farklı kültürlerden, dillerden oluşuyor artık homojen bir Flaman toplumu değil. Bugünkü norm süper çeşitlilik, homojen bir Flaman toplumu değil. Süper Çeşitlilik ve Demokrasi kitabını Anvers, Gent ve Brüksel üzerinde yapılan araştırmalar üzerinden yazdık. İnsanlar bize süper çeşitlilik sadece  büyük kentlerde yaşanan bir durum dediler. Bunun üzerine Oostende ve Mechelen’de de benzer çalışmaları yaptık  tamamen aynı özellikler var. Çok farklı dilleri konuşan insanların varlığı, yüzlerce farklı milliyet,  onlarca farklı inanç, birbirinden farklı camiler,kiliseler… bunları her yerde görüyoruz. İşte bu realite. Ostende’de bir ilkokulda çocukların çoğunun adları dünyanın her yerinden toplumların orda olduğunu işaret ediyor.  Okullar öğrencileri i yabancı ülkelerde  okumaya teşvik ediyor. Akademik dünyada iseniz artık global dünyada çalışıyorsunuz demektir ve  İngilizce yazmıyorsanız, alanda yok sayılıyorsunuz.  AB içinde inşaat sektöründe çalışıyorsanız , Polonya’lılar, Bulgarlarla rakabet ediyorsunuz ki onlar aynı ülkede son derece farklı kurallar ve yasalar altında çalışıyor. Bunu isteyin ama istemeyin bu durum böyle.  İşte bu süper çeşitlilik ve bu yeni süper çeşitlilk durumuna göre de artık pek şeyi yeniden düşünmek ve tanımlamak gerekiyor. Devlet kavramı,  vatandaşlık kavramı; nedir yurttaş olmak, hangi hakları sağlar ya da ödevleri gerektirir? Demokrasi bugün milliyete bağlı bir kavram. Bu bir problem. Çünkü bugün bu durum aynı ülke içinde insanlar arasında eşitsizlik yaratıyor. Biz neyi öneriyoruz? Bu yüzden  Karl Marks’ın kitabını örnek verdim. Fransa Devrimi’nden bir süre önce  pek çok düşünür radikal bir şekilde demokrasiyi düşündüler, evrensel hakları, sosyal güvenlik sistemi, herkes için eğitim hakkını,  vs. yeniden düşündüler. Burada çok ilginç bir şekilde demokrasiyi tekrar tanımlarken, demokrasinin insaların evrensel haklarını koruyan bir sistem olduğunu vurguluyorlar. Bu arada evrensel kavramının anlamı birey olarak var olan hakkınız bireysel olarak, bir insan olarak size ait bir kavram ve geri alınamaz. Bu kavram süper çeşitlilik için çok önemli bir olgu. Çünkü insan olduğunuz için var olan haklarınız birey olarak size bağlı, hangi milliyetten, ülkeden olduğunuza bağlı değil. İdeal senaryoda nereye giderseniz gidin bu hakları beraberinizde taşıyorsunuz.  Düşünün  bir Türk olarak Belçika’ya geldiğinizde otomatik olarak evrensel haklarınız var. Bir Türk olarak değil bir insan olarak haklarınızı taşıyorsunuz.  Bunu nasıl sağlayabileceğimizi düşünmemiz gerekiyor.

Gerçekleştirmesi çok zor bir öneri. Finansal olarak da zor görünüyor.

Korkunç zor. Ama göçün hiçbir zaman bitmeyeceğinden yola çıkarsak ve herkese eşit haklar vermek istiyorsak tek çözüm, sosyal güvenlik sistemini ulusal düzeyden  en azından Avrupa Birliği düzeyine çekmek. O zaman göç eden sosyal güvenlik kasasını da beraberinde getiriyor. Vergilendirme ve paylaşım ulusal düzeyde değil daha yukarda en azından AB düzeyinde gerçekleşir. Şu anki sistemde insanlar göç ediyor hareketli ama bağlı oldukları sosyal güvenlik sitemi daha yukarıda örgütlenmediği için gelinen ülkenin hakları temin için gerekli olan finansal sistemi baskı altında kalıyor. Bu yüzden vergilendirme ve  sosyal güvenlik sitemini daha yukarı bir seviyeye çekmek gerekir.  Örneğin ben Batı Flaman Bölgesi’nden Gent’e taşındım. Hiçbir şekilde hak kaybına uğramadım. Çünkü belirli bir ülke sınırları içinde göç olunca, ek bir masraf oluşmuyor çünkü aynı sosyal güvenlik sistemi içindesiniz. Sosyal güvenlik sistemini daha büyük bir bölge içine çekerseniz göçün yarattığı finansal sorunların önüne geçersiniz. Gerçekleştirilmesi gereken iki nokta var. Öncelikle günümüzde gerçeklik olan süper çeşitliliği kabul etmek, ikinci olarak da bu değişen süper çeşitli toplumun sorunlarına uygun çözümler üreterek politika yapıcılar üzerinde baskı uygulamak.

Son olarak toplumun ne yapması gerekir?

Çok iyi olmak zorundasınız. Ne işi yaparsanız  yapın bu işinizi çok iyi yapın. Yaptığınızla işle ilgili toplumda iyi bir pozisyona gelmeye çalışın. İşveren iseniz çok çeşitli kökenlerden insan işe alın. Gazeteci iseniz  tolumda önyargıları yok edip, doğru bir form vermeye çalışın. İkinci olarak sesinizi duyurun! Yurttaşlık sadece işe gidip eve gelmek değil. Demokrasi demokratik insanlarla yaşar. Gazetelere okur yazısı yazın, gönüllü çalışmalar yapın, okullarda aktif olun, okulda başörtüsü yasağının getirilmesine engel olun, vs.. Son olarak ümidinizi yitirmeyin. Vlaams Belang,1987’de  %1 oy oranı ile başladı, 2004’te %24 oldu. N-VA, 10 yıl önce hiç oy alamıyordu, gülüyordu insanlar, seçim barajını aşamaz deniliyordu. Bugün en büyük parti oldu. O yüzden mücadeleyi bırakmayın, terketmeyin burayı, kalın ve savaşın.

Klik hier om de krant-versie van het interview te lezen

SBT

Afscheid en de hoop op een toekomst van verzet

Afscheid en de hoop op een toekomst van verze

Kif Kif ontstond in een tijdsgewricht waar alles opeens heel snel ging. De ‘nieuwe wereldorde’ was een codewoord voor neoliberalisme en afbouw van de democratie. De andersglobalisten-beweging organiseerde wereldwijd verzet.

Een decennium terug, bijna dag op dag, begon ik aan mijn eerste officiële werkdag bij Kif Kif. Saddie Choua en mezelf werden aangeworven om ‘De eerste interculturele radio’ op te starten. Ik was toen al een jaar actief als vrijwilliger en bestuurslid bij de organisatie. Nu eindigt deze boeiende trip. Vanaf maart ga ik een nieuwe uitdaging aan bij de Universiteit van Tilburg. Een nieuw veld, het academische, maar met dezelfde passie, gedrevenheid en goesting ga ik er voor. De voorbije tien jaar verdienen echter wel een kleine terugblik én vooral een blik op de toekomst.

Een terugblik

In 2005 was Kif Kif een kleine organisatie, althans in termen van middelen. Ook toen al had ze een grote stem en werd ze gedragen door tientallen enthousiaste vrijwilligers, meer nog de organisatie draaide tot dan nagenoeg enkel op vrijwilligers. Een team van enthousiaste jonge dames en heren droomden ervan om Kif Kif uit te bouwen tot een vaste waarde in het intercultureel landschap. Kif Kif moest een platform worden om andere stemmen te laten horen in het maatschappelijk debat. Tarik Fraihi was het gezicht van de organisatie. Er waren reeds workshops literatuur opgezet, de interculturele kunstwedstrijd Kleur de Kunst haalde de kranten en ook toen al waren er acties. Zo werd ooit de site van Blood & Honour offline gehaald door Telenet als gevolg van een mailactie van Kif Kif naar de host en naar de bevoegde minister. Kif Kif was toen al een verzamelplaats van opiniestukken, interviews en reportages over diversiteit in de samenleving. De nieuwe uitdaging was dubbel: Radio Kif Kif uit de grond stampen en Kif Kif mediawatch opzetten.

Kif Kif ontstond in een tijdsgewricht waar alles opeens heel snel ging. De ‘nieuwe wereldorde’ was een codewoord voor neoliberalisme en afbouw van de democratie. De andersglobalisten-beweging organiseerde wereldwijd verzet.  9/11 zette de wereld op zijn kop. Het internet begon op kruissnelheid te komen en het anti-moslimracisme vierde hoogtij. De aanslagen in London en Madrid volgden, net zoals de moord op Theo van Gogh. De hoofddoekendiscussie laaide terug op, racisme en uitsluiting namen toe. Het Vlaams Blok rijgde de verkiezingsoverwinningen aan elkaar. Vlaanderen leerde Dyab Abou Jah Jah en de AEL kennen. Een nieuwe generatie stond op en eiste haar plaats op als burger.

Heel wat jongeren waren klaar om hun stem te laten horen. Het was een tijd van doorbijten en doorgaan: weinig middelen, maar veel enthousiasme en passie. Op het eind van het jaar was er niet alleen een digitale radio, er waren ook mediawatch workshops geweest en belangrijker nog: Kif Kif diende een erkenningsdossier in als beweging. En met succes, vanaf 2006 was Kif Kif een officiële beweging en dat liet zich meteen voelen: er kwamen interculturele jobbeurzen, de Kif Kif Awards, mediawatch-boeken, … Kif Kif werd groter en bereikte steeds meer mensen.

De maatschappelijke en politieke context waarin kif Kif groot werd was minder rooskleurig. Het eerste decennium van de 21steeeuw was gekenmerkt door een grote verschuiving naar rechts. De markt werd niet meer in vraag gesteld en ook aan de linkerzijde begon het anti-islam-discours door te sijpelen. Progressieve BV’s als Jan Leyers bekenden zich als uiterst kritisch voor de islam. Leyers zag in moslims een andere ‘culturele software’ werkzaam die haaks staat op democratie en vrije meningsuiting. De Van Rooy’s gingen nog door het leven onder een linkse dekmantel en konden zo een deel van links meesleuren in hun anti-islam-discours. Politici aan de linkerzijde moesten flinks zijn, ook als het op moslims aankwam. Patrick Jansens wou af van het etiket ‘allochtonenpartij’ en voerde in naam van de neutraliteit een hoofddoekenverbod door. Lukas Vander Taelen liet vanuit Groen de anti-islam-stem weerklinken. De andersglobalisten waren stil geworden en de AEL was  volkomen gedemoniseerd.

Ondanks deze maatschappelijke en politiek malaise hebben we met Kif Kif veel bereikt. Verschillende stemmen in het huidige maatschappelijk debat zijn ooit langs Kif Kif gepasseerd. En ik hoop dat Kif Kif op zijn minst bijgedragen heeft tot de politieke bewustwording van vele stemmen en gefungeerd heeft als een springplank of netwerk voor anderen. Sinds 2009 heb ik het voorrecht gehad om coördinator te mogen zijn van deze organisatie. En ik ben best trots op wat we samen bereikt hebben. We hebben misschien de wereld niet veranderd en ook de verrechtsing hebben we niet tegengegaan, maar we hebben wel veel mensen bereikt. We hebben gevochten als leeuwen.

Ongeveer 150 vrijwilligers werken mee aan dit project en gemiddeld bezoeken meer dan 1700 mensen dagelijks onze website. Jaarlijks volgen tientallen mensen onze workshops. Op ‘topdagen’ halen we 10 000 bezoekers en onze artikels worden makkelijk 10 000 keer gelezen. Zelfs e-boeken halen 15 000 downloads. Jaarlijks figureren we tientallen keren in de mainstream media en we worden aangehaald in scripties en papers. De organisatie heeft bijgedragen tot de veroordelingen van Adecco, heeft praktijktesten opgezet en vooral heeft honderden mensen een stem gegeven. Kif Kif is vandaag een organisatie die er staat. En belangrijker, ze is een platform voor tientallen nieuwe stemmen.

Uiteraard was en is niet alles perfect. Uiteraard zijn er fouten gemaakt en hebben we kansen niet gegrepen. Dat is evident, maar belangrijker is dat een idee van enkele enthousiastelingen vandaag een stevige organisatie is. Een organisatie die vele jonge en mindere jonge mensen een stem geeft en introduceert in het maatschappelijk debat. Ik ben blij dat ik daar een steentje heb kunnen toe bijdragen.

Een toekomst van verzet

Met mijn vertrek als coördinator verdwijnt ook de oude generatie uit het personeelsbestand. De gedrevenheid verdwijnt echter niet. Sukran Bulut zal de rol van coördinator met verve opnemen. Daar ben ik zeker van. Samen met Tinne Kennis en een nieuwe kracht zullen zij Kif Kif verder uitbouwen tot een invloedrijk instrument voor nieuwe stemmen. Samen met de nieuwe voorzitter Joachim Ben Yakoub komt de nieuwe generatie KifKiffers aan het roer te staan en dat is goed. Het is gezond dat een organisatie verdergaat en het is een teken van blakende gezondheid dat de vernieuwing komt van binnen de organisatie zelf.

De nieuwe generatie Kifkiffers zitten klaar en zullen de organisatie naar haar twintigste verjaardag leiden. En dat niet in dienst van de organisatie zelf, maar in dienst van een idee: een democratische samenleving waarin eenieder gelijke rechten heeft, waar eenieder daadwerkelijk een goed leven kan uitbouwen. In deze tijden van superdiversiteit en globalisering is de strijd voor gelijkheid en racisme absoluut niet voorbij gestreefd, helaas. Meer dan ooit is het nodig om nieuwe stemmen aan bod te laten komen, om racisme te bestrijden en stereotype beeldvorming te ontkrachten.

Onze samenleving en bij uitbreiding Europa en de gehele wereld zijn terug in beweging. We hebben vandaag de meest rechtse regering in decennia, een regering die vandaag al lang niet meer wegsteekt dat ze opkomt voor een autochtone elite. We zien een gestage afbouw van de welvaartstaat en een halsstarrige weigering om racisme te bekampen. Para’s duiken op in het straatbeeld en de islam zit in het vizier. In Duitsland en ook in andere delen van Europa betogen tienduizenden om de zoveel tijd tegen ‘de islamisering’ en die beweging lijkt ook voet aan de grond te krijgen in ons land. In het Midden-Oosten rukt IS op en ook in Afrika zien we de opmars van reactionaire en moorddadige milities en groeperingen. ‘De economie’ vernietigt in razend tempo de wereld waarin we leven. De economische en financiële crisis vernietigt de toekomst van velen.

De analyse is pessimistisch, de situatie ernstig. Maar er is ook hoop. Wereldwijd zien we tegenbewegingen ontstaan. Na de economische crisis van 2008 zagen we de wereldwijde Occupy-beweging. De Arabische revoluties hebben ons getoond dat democratie leeft onder de bevolking, ondanks het feit dat er vandaag vaak terug reactionaire krachten aan de macht zijn. Syriza verzet zich in Griekenland tegen de desastreuze overname van hun land en bouwt een tegenmacht. Links is aan de macht in Griekenland. En de bevolking organiseert solidariteit met elkaar: bouwt een eigen sociale zekerheid op, voedselbedeling, … In Spanje groeit Podemos uit de indignado-beweging en ook daar gaat links vooruit. In eigen land hebben de vakbonden hun strijdvaardigheid terug gevonden en zetten eind 2014 de grootste betoging op van de laatste decennia. HartbovenHard heeft een onverwachte mobilisatiekracht en zet in op een andere samenleving. Ze heeft niet alleen aandacht voor het economische, maar ook voor cultuur, diversiteit, ecologie, financieel beleid, … Ook op het antiracistisch front is er terug beweging, zo is Mouvement X opgestaan en werd er eind 2014 een grote conferentie opgezet rond de strijd tegen islamofobie.

De nieuwe generatie

Terug zien we een klimaat van politisering en van verzet. Wereldwijd geloven mensen dat het anders kan, ze wijzen het neoliberale dictaat af. Ze verzetten zich tegen uitsluiting en discriminatie en gaan voor een echte democratie: een democratie gestoeld op gelijkheid en vrijheid, op universele rechten en op solidariteit tussen alle mensen. Vanuit die optiek is het klimaat gunstiger en zijn er dus meer bondgenoten voor verzet. Kif Kif zit als beweging voor gelijkheid en tegen racisme onvermijdelijk tussen en in al deze bewegingen. De uitdaging voor de toekomst is om al deze strijden te verenigen en dus bij te dragen tot een verdieping en een verbreding van de democratie. Kif Kif moet, als je het mij vraagt, staan voor een systemisch, links en democratisch alternatief.

Kif Kif zoekt stafmedewerker & woodvoerder: http://www.kifkif.be/jobs/vacatures/kif-kif-zoekt-stafmedewerker-woordvoerder

[e-boek] Superdiversiteit in Oostende

Schermafbeelding 2014-10-25 om 12.35.54 (2)In Superdiversiteit in Oostende brengt Ico Maly (Kif Kif – RITS) Oostende en meer bepaald één wijk in Oostende, het Westerkwartier, in kaart. Hij doet dat aan de hand van een etnografisch onderzoek en meer bepaald etnografisch linguïstisch landschapsonderzoek. De titel maakt meteen duidelijk dat ook in Oostende superdiversiteit een onontkenbaar feit is. Maly beschrijft niet alleen, hij analyseert en verklaart ook de structuur van die Oostendse samenleving, wijst op de problemen en schetst de contouren van een toekomstperspectief.

Volgens Jan Blommaert (Tilburg University) zit de meerwaarde van het werk van Maly erin dat het aantoont ‘dat superdiversiteit, incluis z’n vele ongelijkheden, nu ook een kenmerk is van kleinere steden, van centra die op een veel lager schaalniveau te situeren zijn dan de grote miljoenensteden die magneten zijn voor migratie. Superdiversiteit is dus niet langer een uitzonderlijk, exotisch of “freak” fenomeen: het is een algemeen fenomeen dat zich dus niet laat vatten in à la carte bedenkingen en maatregelen, maar een algemene aanpak vereist.’’

Het boekje kadert binnen een groter onderzoeksproject, ‘Een ander land’ genaamd. Het project wordt aangedreven door een samenwerkingsverband met de naam ‘De toekomstfabriek’. In dat samenwerkingsverband bundelen verschillende Gentse middenveldorganisaties de krachten (www.detoekomstfabriek.be) met als doel om na te denken over de toekomst van ons land, uitdagingen in kaart brengen en op zoek te gaan naar praktijken die een ander land voorafspiegelen. Het boek is een verdieping en dus complementair aan de gelijknamige documentaire over de stad. Ook deze documentaire komt binnenkort op Kif Kif.
Ico Maly is Doctor in de cultuur­wetenschappen, coördinator van Kif Kif en docent Politiek en Cultuur (Rits). Auteur van ‘N-VA. Analyse van een politieke ideologie’ (EPO, 2012). Samen met Jan Blommaert & Joachim Ben Yakoub schreef hij Superdiversiteit en democratie (EPO, 2014).

Praktisch

Om een e-boek te lezen installeer je best een specifiek (gratis) programma. Afhankelijk van de drager waarop je het boek wil lezen heb je verschillende mogelijkheden. De meeste programma’s hebben vandaag een app voor zowel Android-, mac- of Windows-besturingssystemen. Bluefire (http://www.bluefirereader.com/) & Adobe Digital Editions (http://www.adobe.com/be_nl/products/digital-editions/download.html) zijn zeer courante programma’s. Onze voorkeur gaat naar Bluefire.

Download het E-Boek

Download “Superdiversiteit in Oostende | Ico Maly” als epub (e-readers)

Superdiversiteit, de democratische uitdaging

Superdiversiteit is een nieuw buzzwoord. Wereldwijd verschijnen er steeds meer artikels, boeken en onderzoeken over. Die wereldwijde stampede kan maar verklaard worden door de connectie met de realiteit. Onze leefwereld én onze levens zijn in een snel tempo aan het veranderen. Steden worden steeds meer het toneel van een enorme diversificatie van diversiteit. We leven vandaag niet alleen in geglobaliseerde, multireligieuze en meertalige wijken en steden, we leven ook zowel on- als offline. Superdiversiteit is de beschrijving van die complexe en inherent geglobaliseerde wereld waarin we leven. In dit artikel schetst Ico Maly deze nieuwe realiteit en de democratische uitdagingen ervan.

De betekenissen van superdiversiteit

We moeten starten met een disclaimer. De hype rond superdiversiteit betekent niet dat iedereen ook over hetzelfde spreekt als ze deze ‘nieuwe’ term hanteren. De dominante invulling van superdiversiteit is vooralsnog kwantitatief en eendimensionaal. We leven hier niet meer met vijf maar met 194 verschillende nationaliteiten op een grondgebied, ergo, we leven in een superdiverse samenleving. Deze invulling van superdiversiteit verschilt niet wezenlijk van het klassieke multiculturele denken. Mensen worden opnieuw opgedeeld in nationaliteiten en de samenleving wordt opnieuw voorgesteld als een verzameling van groepen mensen die gekenmerkt worden door hun nationaliteit. Om ‘die superdiverse’ samenleving leefbaar te maken wordt, net zoals in het multiculturele paradigma, ingezet op inburgering. De wijze waarop Geert Bourgeois superdiversiteit invult kan hier gelden als voorbeeld. Dit begrip van superdiversiteit is geen nieuw paradigma, geen breuk met het verleden en dus moeten er ook geen aanpassingen ten gronde gebeuren.

Deze invulling van superdiversiteit kampt met verschillende problemen. Ten eerste maakt ze slechts een heel klein brokje van de reële superdiversiteit zichtbaar: diversiteit in afkomst. En bovendien doet ze dat in het oude multiculturele jargon met een focus op nationale identiteit of cultuur die dan begrepen wordt als dé identiteit van mensen. De suggestie daarbij is dat mensen met eenzelfde nationaliteit ook eenzelfde identiteit, waarden en normen of cultuur delen. Dat is vandaag een empirische fictie. Zo komen we bij het tweede punt. In de dominante benadering kijkt men door de lens van kwantiteit en niet die van kwaliteit. Het gaat dan over aantallen nationaliteiten in plaats van over diepgaande veranderingen in hoe mensen vandaag leven en hun identiteit opbouwen. Dergelijke benadering van superdiversiteit herneemt het multiculturele paradigma. Superdiversiteit is dan niet meer dan een ‘leuke’ term om multiculturaliteit weer hip en wervend te maken, maar vooral om onze ogen te sluiten voor de realiteit en alles vooral bij het oude te laten.

Het punt is echter dat de realiteit zelf is veranderd en dat een multicultureel paradigma, ook al heeft ze een superdiverse verpakking, volstrekt ontoereikend is om de huidige realiteit te duiden en te begrijpen. Superdiversiteit is een nieuw paradigma die het multiculturele paradigma van weleer vervangt. De reden hiervoor is dat superdiversiteit een veel nauwkeuriger theorie aanreikt om de wereld van vandaag te verklaren dan de multiculturele voorloper. Superdiversiteit verwijst dan naar een multidimensionaal perspectief dat oog heeft voor diepgaande kwantitatieve en kwalitatieve veranderingen. Het gaat niet alleen over etniciteit, maar ook over genderrollen, subculturen én over ervaringen die mensen hebben met administraties en onderwijs, met hun statuut in de samenleving, hun sociale ‘klasse’, en zoveel meer. Superdiversiteit kunnen we bovendien maar begrijpen als we dat doen vanuit een historisch, politiek, sociaal, economisch, cultureel en technologisch perspectief.

Migratie, communicatie en het transnationale leven

Superdiversiteit is het gevolg van een nieuwe fase in de globalisering: de neoliberale globalisering. De doorbraak van die nieuwe fase wordt gesymboliseerd door de val van de Berlijnse muur en later die van de Sovjet-Unie. De bipolaire wereld behoorde tot het verleden, en dat had meteen materiële gevolgen. De koude oorlog was immers naast vele andere dingen ook een ordening van de wereld. Het wegvallen daarvan betekende dan ook dat de structuur van de wereld drastisch veranderde. Die veranderingen vertalen zich onder andere in heel nieuwe migratie en in heel nieuwe migratiepatronen. Vandaag schrikken we niet meer van Poolse, Bulgaarse of Roemeense nummerplaten in het straatbeeld, net zoals de aanwezigheid van Chinese studenten aan onze universiteit tegenwoordig ‘normaal’ is. Twee decennia terug was dit hoogst uitzonderlijk.

Niet alleen de migratielanden worden diverser, maar de migratiepatronen worden ook steeds complexer. Lineaire migratie vanuit Agadir naar de Brugse Poort in Gent bijvoorbeeld is vandaag een uitzondering, terwijl heel complexe migratiepatronen steeds meer de regel worden. Mensen migreren nu tussen meerdere landen en bouwen daar ook hun leven uit. Transnationalisme wordt voor meer en meer personen een inherent deel van hun leven. Professoren moeten bijvoorbeeld op transnationale schaal opereren. Dat is niet alleen een vereiste om bij de top te behoren, maar zelfs een voorwaarde om bijvoorbeeld aan de universiteit in Gent aan de slag te kunnen. Zonder internationale publicaties tel je niet mee. Hetzelfde zien we gebeuren in andere domeinen: ook politici en bedrijfsleiders opereren op een transnationale schaal. Dat transnationaal leven is niet alleen een kenmerk van een kleine elite, we zien dat meer en meer mensen op die schalen hun leven uitbouwen. Zo vinden we Poolse werknemers van Poolse bedrijven die op de hele Europese markt actief zijn, net zoals Belgische werknemers in bijvoorbeeld de luchtvaarindustrie in een transnationaal veld werken. Er ontstaan ook religieuze entrepreneurs die op een internationale schaal kerken uitbouwen.

Een transnationaal leven is vandaag niet alleen meer het voorrecht van de elite of het noodlot van de lage klassen, het dringt steeds meer door tot het leven van iedereen. Zeker als we nog eens de impact van de nieuwe media in rekening brengen, die hun opmars kennen in dezelfde periode dat we nieuwe migratie zien ontstaan. GSM’s, satellieten, internet, Facebook, Skype, WhatsApp en Viber hebben niet alleen een heel grote impact op de menselijke communicatie, ze zijn ook bepalend voor identiteits-en cultuurproductie. We leven vandaag onze levens zowel on- als offline. Die nieuwe media hebben niet alleen een grote impact op de diaspora, ze kleuren het leven van iedereen. We onderhouden niet alleen meer en meer vriendschaps- of professionele banden op een transnationaal niveau, we bouwen er met zijn allen ook een identiteit op. Hipsters, hijabista’s, skaters, emo’s, goth’s, elite-culture, grunge, death-metal, gabbers en housers; het zijn allemaal inherent geglobaliseerde subculturen of micro-hegemonieën. De ‘grote identiteitsbouwstenen’ zoals nationaliteit zijn vandaag slechts een van de vele groepsidentiteiten die mensen bezitten. Die nationale identiteit kan nog heel belangrijk zijn in bepaalde contexten (als de nationale ploeg speelt) maar compleet irrelevant worden in bijvoorbeeld de werkcontext of op het moment dat je naar een optreden van Pearl Jam kijkt. In die context worden heel andere groepsidentiteiten geactiveerd.

Die subculturen zijn van cruciaal belang om identiteit te begrijpen in de 21ste eeuw. We spreken vandaag binnen de antropologie steeds meer over identiteit als ‘life-project’. Als het vrij bewust construeren van identiteit binnen verschillende micro-hegemonieën. Onze identiteit bestaat dan net in het feit dat we kunnen functioneren binnen heel uiteenlopende micro-hegemonieën: we kennen er de normen van, weten welke soort taal we moeten spreken (moeten we het woord ‘cool’ gebruiken, of moeten we iets cools ‘deck’ noemen om in te zijn in een hipster-context?) en hoe we ons uiterlijk moeten stileren. En ‘wie’ we zijn, kan sterk verschillen naargelang de verschillende contexten waarbinnen we onszelf zijn. Dat levert echter geen meervoudige, paradoxale of andere identiteiten op. Het punt is dat we in elk van die contexten perfect ‘onszelf’ zijn. Zo kan iemand overdag perfect geïntegreerd zijn binnen een managerscultuur en dus de ‘juiste’ kleren dragen, de juiste telefoon hebben en het juiste taaltje spreken (een Nederlands vol Engels jargon), terwijl diezelfde persoon ’s avonds tijdens een concert van Pearl Jam perfect geïntegreerd kan zijn in de ‘grunge-cultuur’. Een vrouw kan bij haar vriendinnen perfect geïntegreerd zijn binnen een feministische cultuur – en dus ook die taal beheersen – terwijl ze zich in haar gezin settled in een klassiek rollenpatroon. Het betekent echter ook dat iemand perfect geïntegreerd kan zijn in de schoolcontext en binnen de subcultuur van hijabista’s, en net daardoor als niet-geïntegreerd kan beschouwd worden op een stageplaats of een discotheek. Het punt is dat ‘onze identiteit’ bestaat binnen die verschillende contexten. We zijn dus wie we zijn omdat we geïntegreerd zijn binnen een reeks van dergelijke subculturen.

We leven vandaag in een fundamenteel andere wereld dan ettelijke decennia geleden en dat vereist dat we heel wat zaken ont-denken en herdenken. Het mag duidelijk zijn dat ‘geïntegreerd’ zijn in die reële wereld iets helemaal anders betekent dan in het ‘minderhedendecreet’. Wanneer is een zestienjarige jongen geïntegreerd op school? Als hij spreekt en zich kleedt als Peter De Roover? Of als hij spreekt en gekleed loopt als hipster of skater? Het punt hier is dat we in heel veel verschillende contexten moeten geïntegreerd zijn als we willen ‘slagen’ in onze samenleving. We moeten geïntegreerd zijn in onze straat, op de arbeidsmarkt, in onze familie, in onze subcultuur, … Concreet: voor een Bulgaarse koffiehuisuitbater in de Wondelgemstraat is het hoogstwaarschijnlijk interessanter om de superdiverse populatie aan te spreken in die straat dan om zich te richten op hipsters. Het gebruik van Turks, Bulgaars en Bulgaars-Nederlands is dan interessanter om zijn zaak te doen draaien, in plaats van zich te richten op een groep zoals de hipsters, die nagenoeg afwezig is in de wijk. Waar de hipster 6 euro wil betalen voor een professionele Barista-koffie, zal dit concept in een armere wijk als het Rabot niet veel succes oogsten. Geïntegreerd zijn in de Wondelgemstraat betekent dan ook iets helemaal anders dan geïntegreerd zijn in Antwerpen-Zuid.

Onze wereld wordt gekenmerkt door een enorme diversificatie van diversiteit. Die diversificatie van diversiteit is per definitie multidimensionaal: ze slaat op zowel afkomst als religie, op politieke overtuiging als op subcultuur, op taalgebruik als op ervaringen in het onderwijs, kortom: op al die verschillende contexten waarbinnen we onze identiteit uitbouwen. En noteer dat superdiversiteit ieders realiteit is, en dus niet alleen slaat op ‘de Ander’, ‘de allochtoon’ of ‘de vreemdeling’. Geïntegreerd zijn bekijken we dan ook best in relatie met al die contexten waarin mensen leven, en niet vanuit een soort fictieve abstractie van die samenleving.

Neoliberalisme, nationalisme en het failliet van het integratiebeleid

Superdiversiteit is, we zeiden het al, een gevolg van de neoliberale globalisering. Als we superdiversiteit en de gevolgen ervan ten gronde willen begrijpen, dan moeten we het plaatsen binnen dat historisch perspectief. Die neoliberale globalisering start in het midden van de jaren 70 en wordt hegemonisch na de val van de Sovjet-Unie. Die omwenteling vertaalde zich in een reeks globale politiek-economische en ideologische omwentelingen met vergaande materiële gevolgen. Superdiversiteit is er daar maar één van. Die evoluties hertekenden wijken, steden, landen en uiteindelijk de hele planeet. De wereld is vanaf die jaren heel intens verstrengeld met elkaar. Het is dan dat China instapt in het kapitalistisch systeem, dat India ingrijpende politiek-economische veranderingen doorvoert, dat Zuid-Afrika niet alleen de apartheid afschaft maar zich ook inschakelt in die neoliberale wereldorde. De voormalige Sovjet-Unie wordt in die periode een nieuw speelterrein voor ‘durfkapitalisten’, terwijl Europa het Verdrag van Maastricht goedkeurt. De sociaaldemocratie slaat in diezelfde periode de Derde Weg in en zweert Marx af.

Het TINA-argument weerklinkt vanaf dan zeer luid. ‘There is no alternative’ voor een op neoliberale leest geschoeide samenleving. De idee dat de markt en de democratie twee zijden van dezelfde medaille waren, begon steeds meer weerklank te vinden. Democratie en de neoliberale markt moesten we tegen alle historische bewijzen in gaan begrijpen als een onafscheidbaar koppel. Het onderwerpen van de welvaartstaat aan de ‘wetten’ van de markt zou een goede zaak voor de democratie zijn. Privatisering was het ordewoord. Die neoliberalisering van de wereld ging gepaard met open grenzen voor goederen en kapitaal, een afbouw van de sociale staat, een enorme druk op de lonen, de opgang van (de machtsbasis van) multinationals, in- en outsourcing, stijgende mobiliteit maar ook nicheproductie.

De gevolgen van die omslag in dominante ideologie beperkten zich niet enkel tot ideeën, maar vertaalden zich ook in de realiteit. ‘De economie’ krijgt vanaf die periode een sterke overmacht op de politiek. Nationale staten worden steeds meer herleid tot uitvoerders en steunpilaren van een neoliberale economische politiek. Dat vertaalt zich in een hertekening van de relatie tussen burger en staat. Niet de harde domeinen (arbeidsmarkt, huisvesting, onderwijs, ongelijkheid, …) staan centraal maar de zachte domeinen (waarden en normen, taal, identiteit, cultuur, respect) worden als prioritair naar voor geschoven. Die overmacht van de economie op de politiek gaat gepaard met een groeiende kloof tussen arm en rijk. Steeds meer kapitaal komt in handen van steeds minder mensen. En net op het moment dat er nood is aan een performante politiek op de harde domeinen oriënteert de politiek de blik op de zachte domeinen. Kortom, het is in die jaren, waarin we met zijn allen het steeds moeilijker hebben om sociaaleconomisch en politiek geïntegreerd te zijn, dat culturele integratie van nieuwkomers opgang maakt als ‘de oplossing’ voor migratieproblemen.

De neoliberale globalisering krijgt een neoliberaal, nationalistisch antwoord. Migratie wordt in die periode meer en meer gezien als een cultureel probleem en een economische opportuniteit. Migratie, en dan vooral slechte – lees arme – migratie moet zoveel mogelijk tegengehouden worden. Dat vertaalt zich enerzijds in pogingen om arme migratie te reguleren door het verstrakken van asielwetgeving, het uitbouwen van asielcentra en bureaus voor schijnhuwelijken, anderzijds in het faciliteren van multinationals en hun bedrijfsleiders en het aantrekken van topsporters … Op het moment dat die ongewilde migratie toch aanwezig is in het land, komt er een enorme focus op culturele integratie. Onderliggend aan dit migratie- en integratiebeleid ontwaren we een neoliberaal nationalisme. De natie moet gevrijwaard worden in tijden van globalisering. Dat kan maar doordat die natie weet te concurreren op wereldschaal met andere naties. Tegelijkertijd moet men ook zorgen dat de natie – zoals ze verbeeldt wordt in het klassieke nationalisme – nog overleeft, en dus wordt er heel sterk ingezet op homogenisering.
Het resultaat van een dergelijk integratie- en economisch beleid is een enorme verdieping van ongelijkheid. Enerzijds zien we de constructie van ongelijke rechten. Nieuwkomers hebben maar hun volledige politieke, economische, sociale, religieuze en culturele rechten als ze doorheen alle inburgeringstrajecten en nationaliteitsprocedures lopen. Migratie en transnationaal leven en werken vertaalt zich vandaag altijd in een verlies aan rechten. De oude verlichtingsdroom van onvervreemdbare rechten is nog lang niet gerealiseerd. Meer nog, het beleid maakt rechten voorwaardelijk aan die culturele integratie. Bovendien fungeert heel het integratiediscours ook als een instrument van ongelijkheid. Zo worden ‘allochtonen’, ook al hebben ze de nationaliteit en dus officieel gelijke rechten, nog steeds geconfronteerd met structureel racisme. Ze worden dagelijks beoordeeld op hun graad van integratie: als ze solliciteren, als ze een huis zoeken en zelfs als ze naar de winkel gaan. Die ‘evaluaties’ weerspiegelen zich in de structuur van de samenleving.

Anderzijds zien we dat zowel allochtoon als autochtoon, nieuwkomers als tweede en derde generaties geconfronteerd worden met een herschepping van de sociaaleconomische organisatie. Uiteraard is België nog relatief gevrijwaard van al te dogmatische en radicale hervormingen op neoliberale leest. Desalniettemin zien we wel degelijk dat de neoliberale dogma’s gedurende de laatste decennia steeds meer ingang vinden. We zien dit in het ontstaan van de tweede en derde pensioenspijler, de degressiviteit van de werkloosheidsvergoedingen, de privatisering van allerlei staatsbedrijven, de afschaffing van het brugpensioen, de druk op de lonen, …

Al deze evoluties, het algemeen neoliberaal beleid, de afbouw van de sociale staat, het integratie- en migratiebeleid als antwoord op een realiteit van transnationalisme en superdiversiteit, verdiepen de ongelijkheid en zorgen voor een afbouw van rechten. Zo’n politiek-economisch beleid is in tijden van globalisering en superdiversiteit uitermate problematisch. Politici creëren zo de illusie dat men op een lagere schaal (Vlaanderen in plaats van België) een afdoend antwoord kan bieden op de globalisering. Dat is natuurlijk volksverlakkerij. In tijden van superdiversiteit en globalisering hebben we een democratie nodig die werkt op verschillende schalen. Als we, als bevolking, onszelf meer democratische zeggenschap willen geven over onze economie, dan moet de democratie onvermijdelijk ook werken op een hogere schaal dan de louter nationale. Concreet: omdat de democratie verankerd zit op een stedelijke, regionale en nationale schaal terwijl de economie aangestuurd wordt vanuit hogere schalen, worden landen ingeschakeld in een concurrentielogica. Dat zorgt niet alleen voor een druk op de lonen of op de sociale zekerheid, het zorgt er ook voor dat onze rechten gebonden zijn aan die nationale schaal. Superdiversiteit dwingt ons om ons leven en dus ook onze democratie op een transnationale schaal te gaan denken.
Superdiversiteit, neoliberaal nationalisme en de verdieping van ongelijkheid

Het mag ondertussen duidelijk zijn dat de ‘super’ in superdiversiteit niet slaat op de super zoals in superleuk, supercool of supertof. De ‘super’ in superdiversiteit slaat op ‘van een andere orde’, ‘van een andere grootte’. Superdiversiteit is dus niet iets dat we moeten vieren, noch is het iets dat we a priori moeten beladen met alle zonden van de wereld. Superdiversiteit is een beschrijving van de wereld waarin we leven en daar niets inherent slechts of goeds aan toekent. Het probleem zit hem niet zozeer in de realiteit – die is er als we dat nu willen of niet – maar in het beleid ten aanzien van die realiteit. Superdiversiteit wordt te lijf gegaan met een neoliberale, nationalistische politiek. In plaats van te strijden voor meerschalige politiek en het upscalen van onze democratie naar een Europees niveau, zien we een enorme golf aan nationsplitters opstaan, die onze democratie willen doen opereren op een kleinere schaal en dus ook onze solidariteitsmechanisme en rechten willen herschalen. In de feiten spelen we zo een neoliberale politiek in de kaarten, want we verkleinen onze democratische macht en verscherpen de concurrentie.

Een nationale politiek is vandaag per definitie neoliberaal omdat ze zich in grote mate schikt als een uitvoerder van wat er op hogere schalen beslist is. Dat neoliberale nationalisme is vandaag dominant en resulteert in de laatste decennia in een stelselmatige verdieping van ongelijkheid. Die groei van ongelijkheid, zowel in rechten als sociaaleconomisch, raakt het fundament van onze democratie: het gelijkheidsbeginsel. Dat is een dijk van een democratisch probleem. Superdiversiteit dwingt ons om onze democratie te herdenken, te verdiepen en te herschalen. Doen we dat niet, dan moeten we ook aanvaarden dat we niet in een Verlichte democratie leven.
Ico Maly

 

Ico Maly, doctor in de Cultuurwetenschappen, gastprofessor aan het Rits en coördinator van Kif Kif, schreef samen met Jan Blommaert en Joachim Ben Yakoub een boek over dit thema: ‘Superdiversiteit en democratie’ (Uitgeverij Epo, 2014).

 

>>> Dit artikel is reeds verschenen in ‘de Geus

>>>> Meer info over het boek ‘Superdiversiteit en democratie’ vindt u op de Facebookpagina

Het circulaire islamdebat

Het debat over integratie, racisme en islam is circulair in dit land. Hetzelfde debat, met dezelfde hoofdrolspelers en dezelfde argumenten komen steeds opnieuw terug. Telkens opnieuw worden daarbij dezelfde empirische fouten gemaakt. De dominante analyse, de analyse die ook Etienne Vermeersch en Luckas Vander Taelen onderschrijven, vertrekt van een fictieve samenleving. De realiteit is veel complexer dan het discours over ‘onze waarden en normen’ laat uitschijnen. Bovendien hamert men constant op het ‘softe’ (waarden en normen) en niet op het ‘harde’ (sociaaleconomische en politieke maatregelen, afdwingen van wetten en rechten). Ik verduidelijk mezelf.

Sinds 1989 komt de nadruk in het dominante discours over ‘ons’ en ‘de ander’ te liggen op normen en waarden. Allochtonen moeten niet in eerste instantie sociaaleconomisch en politiek geïntegreerd zijn (werk en gelijke rechten hebben), maar cultureel. Ten grondslag van dit beleid ligt het gepercipieerde verschil tussen normen en waarden van ‘ons’ en van ‘de ander’ in casu de moslim. Merk op dat ‘wij’ en ‘zij’ gedefinieerd worden op basis van louter één element (levensbeschouwing) waaraan een hele waaier aan associaties (nationaliteit, waarden, normen) gekoppeld wordt.

Hier stuiten we op een eerste probleem. In de realiteit is een etnisch-culturele achtergrond, een religie of een nationaliteit geen allesbepalend identiteitselement. Wat we als “onze” en “hun identiteit” voorstellen is een totaliserend beeld die een hele reeks factoren samenvouwt tot één bepalend identiteitselement. Moslims zijn dan enkel maar moslims én dus (zo veronderstelt men) is men tegen de democratie, tegen holebi’s, … ‘Wij’ zijn dan Vlamingen én dus (zo veronderstelt men) zijn we voor democratie, voor mensenrechten, voor holebi-rechten, …

De empirische fout in dit discours is dat het zaken isoleert die in de realiteit geen geïsoleerd bestaan kennen, maar binnen een complex geheel van elementen optreden. Dus ja er zijn moslims die zich verzetten tegen de democratie, tegen gelijke rechten van holebi’s, … Het is echter eveneens zo dat de meerderheid van de moslims perfecte democraten zijn, opkomen voor de rechten van de mensen, enz. Belangrijker echter is dat moslims niet alleen moslim zijn, maar ook Gentenaar, hipster of hijabista, Turk of Senegalees, advocaat of politie-agent, fan van Anderlecht of AA Gent, …

Moslim-zijn is geen allesbepalende identiteitsfactor voor iemands waarden en normen, net zoals Vlaming-zijn dat niet is. Het is niet zo dat wij als Vlamingen allemaal dezelfde waarden delen. Ook Vlamingen zijn katholiek, jood of moslim, zijn feministisch of net niet, zijn socialistisch of conservatief. Zelfs een klein onderzoek bij de verschillende politici over hoe zij democratie en mensenrechten invullen zal een rijke waaier aan verschillende betekenissen opleveren: van democratie als een verlichtingsideologie, over vox populisme tot zelfs antidemocratie.

De democratie en de mensenrechten zijn niet ‘onze waarden’, ze dienen toegepast en begrepen te worden als universele en inclusieve waarden. Ze bevinden zich op een meta-niveau en verdienen een constante strijd. En hier knelt het schoentje. Op het moment dat dit integratiediscours opgang maakt, zien we een afbouw van het daadwerkelijk realiseren van de mensenrechten voor eenieder in de samenleving. Er wordt gefocust op het softe (zij moeten waarden en normen leren, respect hebben, taal leren), maar de harde domeinen worden op hun beloop gelaten: het realiseren van daadwerkelijke gelijke rechten. Niet waarden en normen, maar onvervreemdbare rechten realiseren is waar democratie en verlichting om gaat. De wet is dan het instrument bij uitstek, niet inburgering.

We leven al jaren in een superdiverse samenleving en het is opvallend dat het discours blijft steken bij de islam. We leven nochtans in een veel complexere geglobaliseerde realiteit. Die superdiversiteit vertaalt zich, naast vele andere zaken, in het feit dat we hier samenleven met mensen die zeer uiteenlopende statuten kennen. Afhankelijk van mensen hun statuut hebben ze ongelijke politieke, culturele, economische en religieuze rechten. Daarover horen we veel minder, nochtans slaat die realiteit het fundament van de democratie weg: het gelijkheidsbeginsel.

We leven in een samenleving waar mensen, omdat ze geen erkend statuut hebben, uitgebuit worden. We leven in een samenleving waar solidariteit onder druk staat. We leven in een samenleving waar een schepen uitroept dat de wet niet helpt in de strijd tegen racisme. We leven in een samenleving waar ongelijkheid tussen mannen en vrouwen nog altijd de regel is. We leven in een samenleving waar de belangrijkste wetten gemaakt worden op een Europese schaal waar we bitter weinig democratische controle over hebben. De realiteit is dus dat mensen in ons land samenleven in ongelijkheid en dat we geconfronteerd worden met een democratisch deficit op verschillende schalen.

Het discours over waarden en normen verhult de werkelijke malaise, namelijk dat de nationale staten niet meer over de instrumenten beschikken om die democratie en die gelijke rechten effectief te garanderen. Het islamdiscours is dan handig om onszelf nog altijd voor te stellen als grote democraten. En bovendien vormt ditzelfde discours vaak een legitimering voor het voorwaardelijk maken van diezelfde bejubelde rechten voor medebewoners van dit land. Als we ons willen verbeelden als een Verlichte democratie, dan hebben we nog heel wat werk aan de winkel.

Ico Maly (1978) is doctor in de cultuurwetenschappen (Universiteit Tilburg), licentiaat in de Vergelijkende Cultuurwetenschappen en postlicentiaat in de Ontwikkelingssamenwerking, optie politiek en conflict (UGent). Hij is coördinator van Kif Kif en gastprofessor Politiek en Cultuur aan het Rits. Hij schreef o.a. ‘N-VA | Analyse van een politieke ideologie’ (EPO, 2012) en ‘De beschavingsmachine. Wij en de islam’ (EPO, 2009).

Op 20 februari 2014 stelt hij samen met Jan Blommaert & Joachim Ben Yakoub het boek ‘Superdiversiteit en Democratie’ voor. 

[Voorsmaakje] Mensenlandschappen in de 21ste eeuw

Het einde van de jaren 80 en het begin van de jaren 90 van vorige eeuw luidde een decennium in vol veranderingen op wereldschaal. We zagen niet alleen de instorting van het Sovjetrijk en de communistische regimes in Oost-Europa, het is ook in die jaren dat de wereld de val van het apartheidsregime in Zuid-Afrika aanschouwt, dat China zich inschakelt in de kapitalistische wereldeconomie, dat India sterke economische hervormingen doorvoert, en dat de EU met het Verdrag van Maastricht de binnengrenzen opent. Het zijn ook de jaren waarin ‘the coalition of the willing’ ondersteund door een gigantisch propaganda-initiatief de tweede Golfoorlog opstart.[1] CNN was in enkele weken een fenomeen en introduceerde de globaal gemediatiseerde samenleving. Het neoliberalisme kreeg in die periode meer en meer voet aan de grond. In verschillende Europese landen raakt het thema van migratie gepolitiseerd (en gepolariseerd, door de opkomst en doorbraak van extreemrechtse partijen), en maakt het integratiedebat opgang. De korte tijdspanne waarin we al deze immense politiek-economische veranderingen waarnemen is een goede illustratie van het schokeffect dat de wereld ondergaat vanaf 1989.[2]

1989 luidt een nieuwe fase in van de globalisering: de neoliberale globalisering. Globalisering, migratie en diversiteit zijn op zich geen nieuwe fenomenen. De globalisering is eeuwenoud en mensen migreren al van oudsher. Wat we de moderniteit noemen is in essentie een periode van globalisering. De verlichting, het kapitalisme en het kolonialisme zijn allemaal geglobaliseerde fenomenen. En toch leven we in nieuwe tijden. Wat deze tijd nieuw maakt is de intensiteit, de snelheid, de kwaliteit en kwantiteit waarmee deze fase van de globalisering zich ontplooit. In die jaren 90 zien we de doorbraak van een heel nieuwe wereldorde en dat heeft meteen materiële gevolgen. Onze wereld krijgt een nieuwe structuur. Sommige grenzen vervallen, andere worden makkelijker over te steken. Maar er worden ook nieuwe grenzen opgetrokken. Dit alles vertaalt zich onder andere in heel nieuwe migratiepatronen en migratietrajecten. De gevolgen van deze nieuwe realiteit zijn fundamenteel. De veranderingen in de mensenlandschappen van de 21ste eeuw gebeuren niet in een vacuüm maar zijn steeds meer globaal geconnecteerd. De homogene natie is vandaag meer dan ooit pure fictie, we leven in tijden van superdiversiteit.

De methode
Superdiversiteit is het voorsmaakje van de wereld van morgen. Veranderlijkheid, hypermobiliteit, complexiteit en geglobaliseerde connectiviteit zijn er kernwoorden van. Wat vandaag is, kan morgen evengoed weer verdwenen zijn. We leren dan ook maar beter nu wat die superdiversiteit met zich meebrengt en hoe we die nieuwe realiteit kunnen zien als een hefboom voor een betere en rechtvaardigere wereld voor iedere mens. De basis van een adequaat beleid is zoals altijd een gedegen beschrijving en analyse van deze nieuwe realiteit.

De centrale doelstelling van dit boek bestaat er dan ook uit om die complexiteit in kaart te brengen en een kader aan te reiken om die nieuwe realiteit verstaanbaar te maken. Hiervoor vertrekken we vanuit de methode van Linguistic Landscape research of taalkundig landschapsonderzoek. In deze relatief jonge onderzoekstraditie wordt taal niet gezien als iets dat zich louter manifesteert in de hoofden van mensen, in teksten voor institutionele consumptie of in interactie tussen mensen, maar als een inherent deel van onze fysieke omgeving. Zeker in urbane contexten zijn we constant omgeven door taal.[3] Reclameborden trachten ons te verleiden om zaken te kopen, vitrines lokken ons in winkels, verkeersborden geven ons richtlijnen, posters nodigen ons uit, graffiti ’s en tags trekken onze aandacht, … Maar ook het soort architectuur, de wijze waarop gebouwen aangekleed zijn, de geluiden die we horen maken allemaal samen de betekenis die we toekennen aan een wijk, een plaats.[4]

Taal en taalgebruik worden hier gehanteerd als een instrument om de realiteit empirisch in kaart te brengen. Centraal in onze benadering van taalkundig landschapsonderzoek staat taal-in-beweging. De nadruk ligt op het in kaart brengen van de complexiteit en veranderlijkheid, op meertaligheid en migratie, op gelaagdheid van wijken en stratificatie in deze wijken. Het taalkundig landschap-onderzoek injecteren we daarom met etnografie.[5] De redenen hiervoor zijn simpel. We kunnen de verschillende talen en taaluitingen in een wijk niet begrijpen zonder ze in een bredere context te plaatsen. Die context is per definitie een complexe, gelaagde en gestratificeerde context. De fysieke ruimte is immers ook altijd een sociale, culturele en politieke ruimte: een ruimte die zaken aanbiedt en mogelijk maakt, die aanzet tot bepaalde patronen van sociaal gedrag, daartoe uitnodigt of dat gedrag zelfs voorschrijft of net verbiedt. Een ruimte is dus nooit een niemandsland, maar altijd iemands ruimte. Het is een historische ruimte en dus steeds een ruimte vol codes, verwachtingen, normen en tradities. Elke ruimte is een ruimte van macht die gecontroleerd wordt door sommige mensen en dus ook sommige mensen controleert.

Bovendien is er niet één centrum in een stad of een wijk, maar zien we onze steden beter als polycentrisch en elk van die centra (school, administratie, pleintje, slager, ….) stelt verschillende verwachtingen ten aanzien van haar gebruikers.[6] Als je spreekt met je baas of met de politie, dan wordt je verondersteld om je anders te gedragen en anders te spreken dan tijdens een scherp cafégesprek met een goede vriend. Als we de wijk die we bestuderen willen begrijpen kan het fotografisch in kaart brengen van die wijk slechts een startpunt zijn. We beperken ons dus niet een ‘snapshot’ –onderzoek.

Het in kaart brengen van de verschillende talen in verschillende omgevingen met verschillende functies voor verschillende gebruikers binnen één wijk is louter het startpunt van ons onderzoek. Daarom zijn we als ‘antropologen’ aan de slag gegaan in de wijken. Bovendien zijn we geen buitenstaanders die even aan participerende observatie doen en daarna de wijk achter ons laten. De wijken die we bestuderen zijn ook de wijken waar we al jaren in leven en/of werken. Dat is van belang omdat we zo een langere termijn perspectief hebben op de ontwikkelingen in deze wijken. Dat betekent echter niet dat we de wijk louter ‘kennen’ als gebruiker, we hebben ze ook ervaren als bewoner, en we hebben er onze eigen zone van belangenbehartiging in gesitueerd. Dit boek is zo gezien weldegelijk ook een lange termijn onderzoeksproject geworden. Deze unieke combinatie van gebruiker, bewoner, belanghebbende en onderzoeker laat ons toe om de complexiteit van de wijk in kaart te brengen, zowel in haar ‘objectieve’ als in haar ‘subjectieve’ dimensies. De etnografische methode stelt ons in staat om strikt empirisch te werk gaan. We werken van onderen uit: we brengen in kaart wat er is en werken vandaaruit naar boven.

Dit boek
We schrijven dit boek vanuit een nieuw perspectief omdat we denken dat de huidige blik van politici en beleidsmakers op de samenleving niet alleen hopeloos verouderd is, maar omdat ze ook meer en meer uiterst negatieve effecten genereert. In het eerste hoofdstuk duiden we superdiversiteit als een nieuw paradigma. We zijn van oordeel dat dit nieuwe paradigma veel nauwkeuriger de huidige realiteit in kaart brengt en dus ook veel beter geschikt is als basis om na te denken over een sterk beleid. In dit eerste hoofdstuk schetsen we de globale en lokale context waarin superdiversiteit geboren wordt. De nadruk ligt er op het feit dat superdiversiteit een empirisch gegeven is.

Vervolgens valt het boek uiteen in twee grote delen die nauw verbonden zijn met elkaar. In het eerste deel beschrijven we hoe die superdiversiteit zich manifesteert in ons land. In eerste instantie lijsten we hiervoor een aantal cijfers en empirische gegevens op over die superdiversiteit en tonen de effecten van deze fase van de globalisering op de bevolkingssamenstelling en de infrastructuur van België in het algemeen. Maar er is meer, we duiden aan de hand van concrete voorbeelden hoe de bestaande cijfers over afkomst, religie en taal onvermijdelijk leiden tot een enorme simplificatie van de realiteit. Superdiversiteit rijmt op complexiteit en het is die complexiteit die we moeten begrijpen willen we een gedegen beleid kunnen voeren.

Om die complexiteit te begrijpen en te duiden gaan we vervolgens in de diepte. Elke auteur bekijkt telkens één wijk in één stad door de lens van die superdiversiteit. Joachim Ben Yakoub brengt de wijk rond de Fortstraat in Brussel in kaart. Ben Yakoub analyseert hoe de historische migratiestromen zich settlen in Sint-Gillis en in de Fortstraat in het bijzonder. Hij toont aan hoe die verschillende fases van migratie een gevolg zijn van zowel globale als lokale beslissingen en gebeurtenissen. Bovendien schetst hij hoe ze resulteren in een gelaagde, gestratificeerde en geglobaliseerde gemeente.

Ico Maly zoomt dan weer in op de buurt rond de Wondelgemstraat in de 19de eeuwse gordel van Gent. Maly toont de historische lagen van de buurt rond de Wondelgemstraat en beschrijft de straat als een ruimte waarin heel veel verschillende schaalniveaus interveniëren. Enkel als we die verschillende schaalniveaus in rekening brengen, kunnen we de samenstelling van de wijk begrijpen, zo besluit hij zijn onderzoek.

Jan Blommaert toont ons zijn oud Berchem in Antwerpen als een wijk vol verandering en complexiteit. Blommaert zoomt in op wat de samenhang in oud Berchem genereert. De wijk is arm en superdivers. Vanuit de gangbare paradigma’s zou dat moeten resulteren in ‘onleefbaarheid’. Dat is echter niet het geval. Blommaert verklaart hoe dat komt.

Het is vanuit die empirische oefening in het eerste deel van het boek dat we in het tweede deel kijken naar wat de effecten zijn van het huidige beleid op die superdiverse realiteit. Het ontstaan van superdiversiteit heeft een sterke impact gehad op het beleid ten aanzien van migratie en diversiteit.[7] Het is immers in de jaren dat we superdiversiteit zien ontstaan dat er voor het eerst een migratie-, asiel- en integratiebeleid tot stand komt in België. Als inleiding op dit tweede deel contrasteert Ico Maly in hoofdstuk 6 de realiteit van superdiversiteit en de multiculturele consensus die door politici en journalisten uitgedragen wordt.

Ico Maly en Jan Blommaert tonen in hoofdstuk 7 hoe de opkomst van superdiversiteit parallel loopt met opkomst van nationalisme en neoliberalisme. Beide ideologieën krijgen hun vertaling in het integratie-en migratiebeleid en leiden –ondanks de mooie emancipatievlag waaronder dit beleid vaart- de facto tot ongelijkheid en een ondermijning van de democratie.

In hoofdstuk 8 schetst Ico Maly de contouren van een toekomstperspectief op een goede samenleving, een samenleving die de superdiversiteit een plaats geeft terwijl ze de democratie opbouwt en verdiept. Hiervoor gaat hij kijken naar wat we kunnen leren van de geschriften van de radicale verlichtingsdenkers over democratie en universele mensenrechten.

Jan Blommaert besluit dit boek in hoofdstuk 9 met de vaststelling dat ons denken over de samenleving anachronistisch is. De samenleving, de wereld is grondig veranderd de laatste decennia, maar het denken over die wereld gebeurt nog altijd in de termen van het verleden. Hij houdt dan ook een pleidooi om de oude vormen en gedachten te laten sterven.

Het mag duidelijk zijn. De oefening die voor ons ligt is zowel antropologisch, historisch, sociologisch, sociolinguïstisch, filosofisch en onvermijdelijk ook politiek van aard. Politiek niet alleen door het thema an sich, maar ook politiek in de gevolgen en de doelstellingen van dit onderzoek. We gaan na aan welke voorwaarden een toekomstig beleid moet voldoen willen we werken aan een rechtvaardige samenleving, een democratie die zijn basisprincipes niet verloochend en dus effectief werk maakt van een samenleving waar eenieder effectief kan genieten van zijn onvervreemdbare rechten Vooraleer we kunnen nadenken over politiek en beleid in tijden van superdiversiteit is het van belang dat we inzicht verwerven in die nieuwe realiteit.

Bronnen

[1] Maly, I. (red).(2007). Cultu(u)rENpolitiek. Over globalisering, media en culturele identiteiten. Garant: Berchem.
[2] Parkin, D. & Arnaut, A. (2012). Super-diversity & sociolinguistics – a digest. Working Paper:http://www.academia.edu/3851384/Super-diversity_elements_of_an_emerging_…
[3] Pennycook, A., Morgan, B. & Kubota, R.(2013). Series editors’ preface. In Blommaert, J. (2013). Ethnography, superdiversity and Linguistic Landscapes. Chronicles of complexity. Multilingual Matters. Bristol-Buffaolo-Toronto.
[4] Scollon, R. & Scollon, S.W. (2003). Discourses in place : language in the material world. London: Routledge. p.12
[5] Blommaert, J. (2013). Ethnography, superdiversity and Linguistic Landscapes. Chronicles of complexity. Multilingual Matters. Bristol-Buffaolo-Toronto.
[6] Blommaert, J., Collins, J. & Slembrouck, S. (2005). Spaces of multilingualism. Language and Communication 25, 197-216.
[7] Vertovec, S. (2007). Super-diversity and its implications. Ethnic and Racial Studies30 (6), 1024-1054.
Maly, I., Blommaert, J. & Ben Yakoub, J. (2014). Superdiversiteit en democratie. Epo: Berchem.
Blijf op de hoogte door de pagina van het boek te volgen: https://www.facebook.com/superdiversiteitendemocratie

 Image

Interview in Mo-Magazine: Superdiversiteit betekent dat we allemaal minderheden zijn

Bouwen aan je identiteit gebeurt vandaag zowel globaal als lokaal, vindt Ico Maly, coördinator van KifKif. ‘Zowel bij autochtone als bij allochtone jongeren wordt de identiteit beïnvloed door het fenomeen van de globalisering,’ stelt Ico Maly. Een hele reeks problemen kunnen ook niet meer opgelost worden op het niveau van de natie-staat, vindt Maly. De uitdaging voor de toekomst is democratie en het gelijkheidsprincipe blijven garanderen voor iedereen in een geglobaliseerde wereld.

Mediaviewer

Ico Maly.

 

© MO*/Alma De Walsche

De jongerencultuur bij etnisch-culturele minderheden, zegt Ico Maly, is een palet van talloze niches en subculturen die globaal georganiseerd zijn. ‘Allochtone jongeren krijgen online toegang tot een islam die gaat van een Tariq Ramadan-islam (“Europese” islam)  tot een Syriëstrijders-islam, met daartussen een brede waaier varianten.

Ook autochtone jongeren hier focussen op een globale cultuur. Neem de skaters: die voelen zich niet op de eerste plaats verwant met hun buurjongen (die misschien een emo is of een punker) maar met een globaal netwerk van skaters, die samen een aantal kenmerken delen waarmee ze zich onderscheiden van de anderen. Op YouTube vind je een heleboel filmpjes van hijab-istas (hijab + fashionista), die je vertellen hoe je als moslima modieus gekleed kan gaan, een gecommercialiseerde moslimmode die als referentie dient. Je hebt magazines hierover, met foto’s die gehypet worden.

Jongeren uit Dadizele kijken hiernaar, maar ook jongeren uit Londen, Pakistan of  Afghanistan. Er is dus een hele waaier van subculturen waarop allochtone jongeren zich oriënteren om hun eigen identiteit te profileren en die subculturen zijn even genormeerd als de mainstreamcultuur en vaak ook even gecommercialiseerd.

Dat zijn niet echt de probleemjongeren waar onze maatschappij mee worstelt.

Ico Maly: De probleemjongeren die vandaag in het nieuws komen, vertegenwoordigen een kleine groep van mensen die zich profileren op hun islamitische identiteit. Vaak voelen ze zich uitgesloten. De jongeren die naar Syrië gaan strijden, hebben meestal gemeen dat ze uit een gebroken gezin komen of nooit een positie hebben gevonden in de samenleving. Ik denk aan de Sharia 4Belgium- jongeren. Ook de leider van Sharia4Belgium is een kleine crimineel die in de marge van de samenleving leefde.

Wanneer jongeren, die een probleem hebben met hun persoonlijkheid, opgroeien in een samenleving die racistisch is, dan gaat hun identiteit hierdoor gekleurd worden. Ze construeren hun identiteit in de marge van de samenleving en kunnen kiezen uit verschillende opties: veel jongeren in Brussel die zich in de marge bevinden kiezen op de eerste plaats voor een identiteit als hiphopper, in tweede instantie zijn ze Marokkaan of marxist. Over die hiphopjongeren weten we nauwelijks iets: zij staan niet in het middelpunt van de mediabelangstelling. En als ze dan nog af en toe een pint drinken, zijn het zelfs nog toffe pees. Er is maar één groep waarop we ons viseren, waardoor het lijkt dat alle allochtonen of Marokkanen fundamentalistische vormen van islam hebben aangenomen, wat uiteraard niet waar is.

Het probleem ligt bij in het gegeven van de islam?

Ico Maly: De aanwezigheid van de islam wordt gezien als een probleem voor onze samenleving. Sinds het einde van de jaren 80 komt de islam in het middelpunt van de belangstelling te staan, mondiaal gezien zien we dat maar exploderen sinds 11 september.

Dan krijg je respectabele politici als Patrick De Wael die zich laat ontvallen: “We moeten toch durven zeggen dat onze waarden superieur zijn”.  Dat is heel vergaand: het echoot immers het koloniale discours.

De superpopulaire en zogenaamd progressieve Jan Leyers zei op een bepaald moment over de moslims in relatie tot ons: “Democratie is een onderdeel van onze culturele software en zij hebben dat niet. We moeten ons de vraag stellen of ze dat wel willen en of ze dat wel kunnen willen”.  Dat is angstaanjagend want cultuur wordt hier gebiologeerd: het is hun essentie. Het integratiedebat eindigt altijd weer in een bevestiging van deze wij-zij-clichés: dat de hoofddoek voor vrouwen problematisch is omdat het de vrouw onderdrukt en omdat het seksistisch is.

Doorheen deze debatten krijgen de jongeren steeds hetzelfde signaal: jij hoort hier niet thuis; jouw waarden zijn onze waarden niet, onze waarden zijn meer waard dan de jouwe. Je moet die van ons aanvaarden als je hier wil wonen.  Dat is de boodschap die de voorbije 25 jaar constant naar buiten gebracht is.

Hoe beïnvloedt dit discours de identiteitsvorming?  

Ico Maly: Je vormt altijd een identiteit in een context en die context is zowel lokaal als globaal. Als je in je directe omgeving constant geconfronteerd wordt met het idee dat je hier niet hoort, dan heeft dat een gigantische impact.

Ik kan een simpel voorbeeld geven. Ik ben met vrienden in Marokko met een kindje van zeven jaar. Een kind van derde generatie. Dat kind vraagt op een bepaald momentt: “Ben ik ook een allochtoon?”. Eigenlijk wel, antwoordt de vader. “Maar nu ben ik in Marokko, dus hier ben ik niet allochtoon”,  zei het kind. “Eigenlijk niet, hier ben je ook allochtoon, want je woont in België,” was het antwoord van de vader. De jongen was daar echt van in de war en was daar erg door geraakt. Zo zie je hoe labels een impact hebben op mensen, omdat het mensen definieert.

Op een gegeven moment nemen mensen zelf die positie over, ze identificeren zich ook met dat label of verzetten zich er tegen. Er zijn dus ook mensen die zich loskoppelen van die herkomst en ervoor opteren om te voldoen aan het beeld van wat het is een goede Vlaming of Belg te zijn. Dat zijn degenen die het meest kans op slagen hebben in deze samenleving. Hetzelfde zie je ook bij een aantal hoog opgeleiden, die in een Vlaamse context groot geworden zijn, die misschien hun religie achterwege laten, drinken, … Dat is een minderheid, maar eigenlijk zijn het allemaal minderheden! En net dat is de norm vandaag: superdiversiteit betekent dat we allen minderheden zijn, vandaar dat gelijke rechten van cruciaal belang is.

Er zijn hoogopgeleiden die religie heel belangrijk vinden maar daar erg pragmatisch mee omgaan. Ze doen bijvoorbeeld de ramadan wel mee, maar gaan geen vijf keer per dag bidden. Anderen eten vegetarisch in plaats van halal. Soms draagt in hetzelfde gezin het ene meisje een hoofddoek en haar zus niet. Weer anderen eindigen bij Sharia4Belguim. Dat is de complexiteit waar we vandaag in leven.

Naargelang de identiteit die je opbouwt, zijn de slaagkansen in deze samenleving groter, of kleiner en dan kunnen andere zaken plots heel aanlokkelijk worden. Jongeren die hier marginaal zijn en uitgesloten, vertrekken naar Syrië, waar ze dan ineens een grote man zijn. Sommigen zijn bang van je, anderen zien je als held en martelaar. Opeens krijg je een eigenwaarde die heel belangrijk is.

Nu gaat dat over Sharia4Belgium. Destijds had je de Arabisch Europese Liga, een politieke beweging waar veel jongeren aansluiting bij vonden.

Ico Maly: In de feiten was dit een zeer open en seculiere beweging. Je had moslims, maar je had daar ook atheïsten tussen, net zoals socialisten, Berberse activisten en Arabisch-nationalisten. Het aantal hangjongeren en de criminaliteitscijfers bij jongeren daalden. Men had het gevoel een politieke emancipatiebeweging op te bouwen die opkwam voor rechten. Opeens waren die mensen iemand en was er een toekomstperspectief.

De reactie van de politieke kaste op de AEL was bedroevend. Guy Verhofstadt riep op om speciale wetten te maken, om de voorman van de AEL achter de tralies te kunnen zetten. Dat zijn zaken die mensen niet vergeten en die een blijvende impact hebben. Iedereen die ooit bij AEL gezeten heeft, draagt daar de gevolgen van, tot vandaag.

Hebben we vandaag nood aan een beweging zoals de AEL, een politieke beweging vanuit de moslimwereld?

Ico Maly: Persoonlijk ben ik van mening dat de hele samenleving vandaag kampt met een gebrek aan politisering. Kif Kif is een politiek-emancipatorische beweging, niet om aan actieve partijpolitiek te doen maar we leiden wel burgers op voor democratische participatie. Daarnaast zie je mensen van vreemde origine die zich engageren bij verschillende politieke partijen.

Het bewijs dat ze geïntegreerd zijn?

Ico Maly: Het zijn mensen van hier, zoals ook de Syriëstrijders van hier zijn en hier opgroeiden. Hun identiteit is deel van onze samenleving. De reden dat ze daar gaan strijden, is onder meer omdat ze hier opgegroeid zijn. Er zijn veel minder Turkse jongeren die naar Syrië gaan strijden, ook al ligt Turkije vlak bij de grens van Syrië, dat zegt wel iets.

Sommigen  ontwaren een groeiende invloed van de salafisten in onze samenleving. Deelt u die analyse?

Ico Maly: Dat is een globale evolutie. Na WO II zijn de linkse oppositie en intelligentsia in de Arabische landen monddood gemaakt, vaak letterlijk. Dat heeft een vacuüm gecreëerd waar radicale antidemocratische islamistische bewegingen voet aan de grond kregen. Vandaag doen charlatans als Abu irmam daar hun voordeel mee.

Anderzijds zien we dat zich vanaf de jaren zeventig de Saoedische islam zich wereldwijd verspreidt. Met de opkomst van het internet neemt die circulatie nog toe. Het is onmiskenbaar dat de jihadistische islam hier ook doordringt. Jongeren sprokkelen al die dingen samen.

Dat is trouwens de paradox van Westen: aan de ene kant heb je de strijd tegen het terrorisme die verkocht wordt als een strijd tegen de islam, aan de andere kant heb je Saoedi-Arabië dat door het Westen ongemoeid wordt gelaten omwille van de economische belangen. De Saoedische islam is hier binnengehaald in 1974 na de oliecrisis. En er zijn akkoorden gesloten en die hebben een heel grote impact gehad op de samenleving. Dat is de hypocrisie die we op alle vlakken zien.

Het blijft een pervertering van de islam, met twijfelachtige ideeën die uitgaan van een sterk zwart-wit denken. De islam is echter ook altijd een interpretatie binnen een concrete context. Je kan de tekst niet los zien van de periode waarin die tot stand is gekomen. Men wist die context en gaat de teksten letterlijk interpreteren en citaten van Mohamed parafraseren. De islam kan zo al snel gebruikt worden als een instrument om jongeren te mobiliseren om te gaan strijden. Dat is even gevaarlijk als het nationalisme.

Volgens sommigen vindt dit soort islam hier aanhang omdat er een voedingsbodem voor is. 

Ico Maly: Inderdaad, moesten de moslims hier leven als moslims onder de Vlamingen, vanuit hun eigen identiteit maar met een goeie job en goeie huisvesting, dan zou dat gedachtengoed veel minder pakken. Bij sommige jongeren slaat het aan omdat ze dan een kader krijgen dat ervoor zorgt dat ze “een echte moslim” kunnen zijn. Het grote probleem is dat die geperverteerde versie van de islam op ramkoers zit met de democratie. En democratie is de enige oplossing voor het samenleven in tijden van superdiversiteit. Dat is dus werkelijk een probleem.

Ook de democratie op zich heeft het moeilijk met diversiteit.

Ico Maly: Ik denk eerder dat de democratie in het Westen al enkele jaren onder druk staat, niet door de moslims, maar door de wijze waarop onze politici en intellectuelen reageren op de realisatie van superdiversiteit in onze samenleving. De denkers van de Verlichting waren absolute voorstanders van vrijheid van religie, als een recht. Tenzij dat recht zou betekenen dat de rechten van anderen geschaad zouden worden. Dat betekent dan ook dat een hoofddoek moet kunnen.

Etienne Vermeersch vindt echter van niet, op basis van vermoeden, want “ik kan het vermoeden hebben dat ik niet eerlijk ga behandeld worden”. Dat is van de pot gerukt. Je kan evengoed stellen: als een moslim aan het loket staat, moet die bediend worden door een vrouw met hoofddoek, want anders kan er bij hem “het vermoeden komen dat de niet-moslim hem tekort doet”. Je krijgt dus constant een redenering die elementen bevat die een aanslag zijn op de democratie, waardoor men steeds dezelfde boodschap geeft aan moslims : “Democratie is niet voor jullie”.

Het is de uitleg om Irak of Afghanistan binnen te vallen of om het hoofddoek te verbieden. Hetzelfde probleem zien we bij concepten als “integratie”, waarvoor de parameters heel vaag blijven. Wanneer is iemand geïntegreerd genoeg? Die vaagheid leidt tot frustraties.

Sommigen stellen duidelijk dat elke  nieuwkomer  mee moet bouwen aan de samenleving waarin hij aankomt. 

Ico Maly: Op zich ben ik het daar zeker mee eens. Vraag is: wat verstaan we daaronder? De mijnwerker die mee ons pensioen betaalt, draagt bij aan onze samenleving. Ook de baas van een multinational die Engelstalig is, hier belastingen betaalt, mensen tewerk stelt en ’s avonds naar een Engelstalige kroeg gaat, draagt ook bij aan onze samenleving. Maar je kan hem geen waarden en normen of zelfs een taal opleggen. We leven vandaag in tijden van superdiversiteit.

Het integratiedebat van de voorbije twintig jaar gaat over Turken en Marokkanen. De Wondelgemstraat in Gent wordt gezien als een Turkse buurt, maar dat klopt niet meer. De Wondelgemstraat is een geglobaliseerde en superdiverse straat. Slechts 35 procent van de mensen die er wonen, zijn nog Turks. 15 procent is Bulgaars, er wonen nog Polen en Slovaken; die werken hier een maand en vertrekken dan naar Berlijn om daar enkele maanden te werken. Dat zijn wereldburgers. Er zijn Pakistanen en Ghanezen. Die Turkse straat is daar niet meer.

Maar ook de idee dat ze daar blijven wonen, is er niet meer. En dus is de uitdaging: hoe zorgen we ervoor dat we democratie hebben en dat die mensen politiek, economisch en sociaal dezelfde rechten hebben als de anderen? Onze samenleving is complex, en blijft niet meer binnen de grenzen van de natie. Maar onze rechten zijn wel gekoppeld aan de grenzen van de natie. Als we die grenzen overschrijden, veranderen onze rechten. Voor het eerst sinds lange tijd leven we in een samenleving van superdiversiteit met heel veel verschillende rechten. De basis van democratie is het gelijkheidsprincipe maar dat hebben we niet.

Wat zijn voor u beleidsprioriteiten om de diversiteit te managen?

Ico Maly: Gent heeft 170 nationaliteiten, Brussel 184, Antwerpen 179, België 195. Die mensen verschillen allemaal van elkaar. De diversiteit komt niet alleen van de islam. De pinksterkerken bijvoorbeeld maken opgang, maar die ervaren we niet als een probleem. Ze nemen vaak de taak van de staat over, door voor opvang van nieuwkomers te zorgen.

Diderot zei twee eeuwen geleden al dat als mensen geen gelijke rechten hebben, er ongelijkheid ontstaat, en als er ongelijkheid is, is er frustratie en als er frustratie is, krijg je polarisering en geweld. Dat is een gulden wet. We kunnen nu nog altijd doen of die zeg maar vijfduizend Slovaken- die hier niet mogen zijn- geen impact hebben op onze samenleving, maar ze hebben dat wel. Ofwel met zwartwerk, met bedelen of met andere middelen zullen ze hier proberen te overleven. We zitten met krakende Roma’s omdat ze niet kunnen rekenen op het universeel woonrecht. Men kiest dan niet voor een rechtenperspectief, maar men wil het kraken strafbaar stellen.

De natie-staat is helemaal niet meer aangepast aan de geglobaliseerde samenleving waarin we leven. In plaats van naar een Vlaamse natie te gaan, moeten we op een Europees domein sociale zekerheid gaan opbouwen. We moeten niet naar beneden gaan opdelen.

Het probleem van de Roma, zo zeggen ook progressieve politici, is dat die een druk op het sociale systeem creëren. Maar je krijgt die mensen ook niet zomaar weg door ze uit te sluiten, je creëert met zo’n beleid enkel maar ongelijkheid. Vandaar dat het beter zou zijn die kwestie op een grotere schaal te organiseren. Dat vergt veel moed en een langetermijnvisie, terwijl politici vooral verkiezingen willen winnen en die volgen elkaar zeer snel op. Zij doen dus vooral aan marketing en maken geen analyses meer.

http://www.mo.be/opinie/ico-maly-superdiversiteit-betekent-dat-we-allemaal-minderheden-zijn#.UlK22ONWiUp.twitter