Integratie of mensenrechten?

Bart Sturtewagen ontwaart in De Standaard (28-08-2015) een nieuwe breuklijn in het maatschappelijk debat. De breuklijn ‘scheidt diegenen die vinden dat asiel een door bindende verdragen geregeld mensenrecht is en dus geen verdere discussie behoeft, van hen die best solidair willen zijn met vluchtelingen uit oorlogsgebied, maar daarvoor een afbrokkelend draagvlak zien.’ (De Standaard, 28-08-2015). De ene positie wordt gezien als idealistisch en naïef (pro-mensenrechten), de andere als pragmatisch. Iedereen is voor een humaan asielbeleid zegt Sturtewagen, maar de vraag is hoe we dat aanpakken. Volgens de journalist is de enige goede denkpiste daarbij integratie.

Wie krijgt hierbij geen déja vu? Dit is het denkkader waarbinnen de discussie over migratie zich sinds de jaren 90 voltrekt. De mensenrechtenbenadering heeft al lang het pleit verloren. Integratie wordt al decennia gezien als een ‘realistische’ benadering. Dit ‘realistische perspectief’ steunt op twee pijlers: (1) we trachten de instroom te beperken en (2) eenmaal ze hier rechtmatig zijn dan moeten ze ‘integreren’. Wat het betekent om in ons land te ‘integreren’ heeft in diezelfde tijdspanne een heel andere inhoud gekregen. Grofweg zien we dat integratie niet meer slaat op sociaaleconomische of politieke integratie, maar op culturele integratie.

De nieuwkomer moet Vlaming (niet Belg) onder de Vlamingen worden. Dus op een moment dat we allemaal cultuur maken in transnationale niches (hipsters, skaters, grungers, managers, academici,  …), moeten zij integreren in de ‘Vlaamse cultuur’ vooraleer ze rechten krijgen. Integratie staat al decennia gelijk aan het voorwaardelijk maken van rechten. Eerst Vlaming worden, de taal leren, de nationaliteit verwerven en pas daarna volle rechten. Daarbij ziet men over het hoofd dat mensen rechten nodig hebben om te kunnen integreren.

Het is de verdienste van Sturtewagen dat hij integratie schijnbaar, want impliciet, lijkt te hanteren in zijn oude betekenis: hoe zorgen we dat we een samenleving blijven van gelijke democratische burgers. Het is ook zijn verdienste dat hij er mogelijks vanuit gaat dat migratie geen tijdelijk gegeven is. Nemen we die twee elementen samen, dan wordt integratie echter een problematisch concept. Integratie veronderstelt immers altijd: (1) een sedentaire migratie en (2) een afgebakende nationale staat. En net die twee zaken zijn geen evidentie meer in tijden van superdiversiteit en globalisering.

Migratie is een globaal fenomeen en het laat zich niet oplossen op het niveau van de natiestaat, de regio of de stad. Mensen migreren niet zomaar. Ze ontvluchten oorlog, geweld, dictaturen, milieurampen en de effecten van de economische situatie in hun land of regio. De oorlogen in het Midden-Oosten zijn oorlogen waar ook ‘wij’ een rol een inspelen, net zoals natuurrampen of de economische situatie in Afrika. Mochten ‘wij’ in hun situatie zijn, dan migreren we ook. De geschiedenis is daarin zeer duidelijk, wie van ons heeft geen migrant in zijn stamboom? Mijn grootouders zaten in Frankrijk en zijn later in Engeland ondergedoken tijdens de oorlog. En enkele decennia voordien is een deel van mijn familie met de Red Star Line naar de Verenigde Staten getrokken.

Vandaag werken mensen die leven in Polen en Roemenië hier in België, komen Indische topindustriëlen hier werken en zoeken vluchtelingen hier hun toekomst. We leven allen meer en meer op een transnationale schaal en dat heeft effecten op elkeen van ons. Op de Belgische bouwvakker en poetsvrouw en op de Poolse collega’s. Ook ik ben vandaag een arbeidsmigrant, want tewerkgesteld in Nederland. En hier wordt de hypocrisie duidelijk van onze wereld. Ik en veel van mijn collegas’s worden aangemoedigd om globaal te leven, om te migeren. Probeer maar eens een academische carriere uit te bouwen zonder de landsgrenzen over te steken. De mensen die het echt nodig hebben, die worden gecriminaliseerd. Dat toont hoe erg het gesteld is met al die mooie grote waarden als mensenrechten en democratie. Als puntje bij paaltje komt tellen ze niet mee.

Migratie is deel van de condition humaine. In de 21ste eeuw is migratie een transnationaal en een politiek probleem en het vergt transnationale en politieke antwoorden. We kunnen niet meer doen alsof we leven in een natiestaat waarop de rest van de wereld geen effect op heeft. Migratie situeert zich dus op een heel ander schaalniveau: de wereld. Men weigert blijkbaar te aanvaarden of in te zien dat de wereld structureel veranderd is in de laatste decennia. En in die nieuwe geglobaliseerde wereld is de natiestaat een anachronisme: ze is in staat ongelijkheid te realiseren, maar niet om migratie te stoppen. Als ons antwoord op migratie niet vertrekt vanuit het engagement om mensenrechten voor elkeen te garanderen, dan ondermijnt ze die voor elkeen van ons.  Democratie en mensenrechten voor autochtonen alleen is geen democratie, maar een ethnocratie. Een samenleving die onvermijdelijk mensenrechten met de voeten treedt, ongelijkheid en uitbuiting organiseert. Een dergelijk project is bovendien niet handhaafbaar op lange termijn. Het is ook niet wenselijk.

Het pro-mensenrechten standpunt  is dus niet naïef maar realistisch. Migratie zal enkel maar toenemen. Als we met zijn allen willen blijven leven in een democratie en in een verzorgingsstaat, dan is het tijd om wat zaken te herdenken en vooral op te zetten. Migratie dwingt ons om na te denken over welke structuren we opbouwen op welke schaalniveaus zodat we de oude verlichtingsideaalen en het fundament van een democratie – gelijke rechten voor elkeen – kunnen realiseren. Het vereist debat en vooral veel moed en politieke daadkracht. Het vereist dat we onze nationale bril afzetten en kijken hoe we een betere wereld kunnen realiseren. Dat is in ieders belang, ook van degenen die zichzelf niet als migrant zien. Niemand weet immers op voorhand wanneer men migrant wordt.

Ico Maly is doctor in de cultuurwetenschappen en docent aan Tilburg University (Nederland). Hij is co-auteur van Superdiversiteit en democratie (EPO, 2014).

Advertisements

[SAMPOL] De Gravensteengroep, de discursieve linkerflank van N-VA (Lange versie)

Verkiezingen winnen doet een partij niet in zijn eentje. Verkiezingen worden maar gewonnen als men de brede lagen van de bevolking aanspreekt. Het discours moet normaal worden bevonden en moet door die bevolking worden begrepen als goed voor hen. Hoewel N-VA een rechtse, neoliberale en radicale Vlaams nationalistische partij is, wordt ook de linkerflank zoveel mogelijk afgedekt. Dat gebeurt niet alleen door Bracke die bij zijn overstap naar de politiek uitriep dat hij voor een linkse partij heeft gekozen of doordat Homans om de haverklap benadrukt dat N-VA sociaal is maar niet socialistisch. Een belangrijke speler die het discours van N-VA van legitimiteit voorziet, zo betoogt Ico Maly, staat officieel buiten de partij. De Gravensteengroep moeten we volgens hem zien als de discursieve linkervleugel van de N-VA. In deze bijdrage analyseert hij het discours van die groep progressieve intellectuelen. Meer bepaald heeft hij aandacht voor de intertekstuele relatie tussen het ‘linkse discours van de Gravensteengroep’ en het discours van N-VA.

Klik hier voor de korte versie zoals het verschenen is in SAMPOL

 

De Gravensteengroep: progressief, links en Vlaams nationalistisch?

De Gravensteengroep is een merkwaardig project. De groep, bestaande uit intellectuelen kunstenaars en actieve burgers uit het middenveld, is gestart met de boodschap dat de groep de Vlaamse eisen uit de klauwen van de rechterzijde wou halen. Zo luidt het in de eerste twee paragrafen van het eerste manifest van de groep:

 

‘De ondertekenaars van dit manifest, die zich de Gravensteengroep noemen, vertrekken vanuit verschillende politieke en ideologische uitgangspunten, maar zijn het eens in hun gehechtheid aan de democratie en de mensenrechten. Zij stellen de waarden van vrijheid, gelijkheid, solidariteit en wederzijds respect centraal, en wijzen alle vormen van racisme en xenofobie radicaal af.

 

Zij zijn echter verontrust door het feit dat in de recente discussies over de staatshervorming de indruk wordt gewekt dat redelijke en rechtvaardige Vlaamse eisen telkens weer met een (extreem-) rechts gedachtegoed worden geassocieerd.’[1]

De groep profileert zich vanaf de start als niet-(extreem)rechts, meer nog als anti-(extreem)rechts. Uit deze paragrafen leren we dat het pluralisme aan politieke en ideologische uitgangspunten die de groep kenmerkt een pluralisme is in het centrum en aan de linkerzijde van het politieke spectrum. Het cement van de groep is hun streven naar vrijheid, gelijkheid, solidariteit en respect. Kortom, de Gravensteengroep presenteert zich enerzijds als een verlichtingsproject en anderzijds als een project die de ‘redelijke en rechtvaardige Vlaamse eisen’ voor een staatshervorming wil ontdoen van haar (extreem)-rechts imago. In deze analyse gaan we na in hoeverre die zelfbeschrijving ook spoort met de Gravensteenpraktijk.

De leden van deze groep zijn niet de minste. Etienne Vermeersch, Ludo Abicht, Jean-Pierre Rondas, Bart Maddens, Jef Turf, Tinneke Beeckman, Jan Van Duppen, Luc Doorslaer, Eric Defoort, Willy Courteaux, Edi Clijsters, Jo Decaluwe, Piet van Eeckhaut, Karel Gacoms, Paul Ghijsels, Nelly Maes, Chris Michel, Yves Panneels, Hugo Stevens, Johan Swinnen, Frans-Jos Verdoodt en Jan Verheyen vormen samen de Gravensteengroep. Overlopen we de staat van dienst van deze Gravensteners, dan wordt meteen duidelijk wat wordt bedoeld met het pluralistisch karakter van de groep. Enerzijds zien we mensen als Abicht, Turf en bijvoorbeeld van Eeckhaut die een linkse historiek hebben. Abicht kwam in 2012 op voor Rood, Turf is voorzitter geweest van de communistische partij, Van Eeckhaut is van sp.a-signatuur, Etienne Vermeersch staat gekend als een links intellectueel en ook Tinneke Beeckman profileert zich expliciet als links. Naast deze mensen met een links etiket zien we heel veel bekenden opduiken uit de Vlaams nationalistische strijd die een veel minder links imago uitdragen. Bart Maddens gaf zijn naam aan de Maddens-doctrine en is dus de vader van de verrotingsstrategie. Eric Defoort is een Vlaams nationalistisch historicus en moeilijk als links te categoriseren. Nelly Maes is ex-Volksunie en nu N-VA en ook Jan Verheyen en Jean-Pierre Rondas cirkelen rond N-VA. Chris Michel, de stichter van de Gravensteengroep, is twee jaar woordvoerder geweest van Geert Bourgeois. Het initiatief voor deze groep komt uit N-VA-hoek, niet vanuit de linkerzijde.

Het pluralisme van de Gravensteengroep wordt zo al iets duidelijker. We zien een mengeling van stemmen. Enerzijds een groep die dicht bij N-VA staat en anderzijds een groep  linkse intellectuelen met een Vlaams hart. Echter, belangrijker is of de groep haar inhoudelijke doelstellingen waarmaakt. De relevante vraag is dus of de Gravensteengroep er inderdaad in slaagt om de staatshervorming en de Vlaamse eisen in het perspectief te plaatsen van de verlichtingsstrijd voor meer democratie, meer vrijheid en meer gelijkheid. Slaagt de Gravensteengroep, ondanks een groot aantal N-VA’ers en sympathisanten om een onafhankelijke, progressieve en linkse koers te varen. Deze vragen onderzoeken we hieronder aan de hand van het Gravensteenboek: Land op de tweesprong.

Rondas over het Gravensteenboek

Dit Gravensteenboek is een luxe-uitgave van de ondertussen tien manifesten van de groep, aangevuld met individuele bijdragen van de Gravensteners (expliciet onder eigen naam en verantwoordelijkheid) en foto’s van de Gravenstener Johan Swinnen. Het boek opent met een stukje van Vermeersch over het ontstaan van de groep gevolgd door een ‘Ten geleide’ over de auteurs van het boek. Het eerste inhoudelijk stuk is van de hand van Jean-Pierre Rondas en biedt uitleg ‘Over het Gravensteenboek.’

Die eerste duiding van Rondas is verhelderend. Het toont ons een heel ander plaatje dan de links pluralistische vlag waaronder de groep vaart doet vermoeden. De hele bijdrage spreekt niet in een linkse taal, maar in de intertekstuele traditie van het conservatisme. Rondas spreekt in dezelfde woorden als De Wever of het ‘conservatieve wonderkind’ Thierry Baudet. In die traditie staat de natie voorop. Meer nog de natie is een entiteit op zich die zich onvermijdelijk beweegt op het pad naar de natiestaat. De politieke problemen die België vandaag kent zijn in die logica te herleiden tot het gevolg van het onvoltooid streven van de Vlaamse natie naar een eigen staat:

‘Deze crisis heeft onderhand het karakter van een permanente toestand aangenomen. Historisch gezien is dat ook logisch, want het gaat om een fase in de lange ontwikkeling van natievorming in de Lage Landen, waarbij de Vlaamse natie zich al van voor de Eerste Wereldoorlog aan het losweken is uit de Belgische constructie.’[2]

 

Dit citaat leert ons veel en dit om verschillende redenen. Duidelijk wordt dat Rondas de staatshervorming ziet als een gevolg van de opmars van de Vlaamse natie. Bovendien wordt ook duidelijk dat de natie an sich wordt gezien als een sociale en historische actor. Het zijn in het perspectief van Rondas niet zozeer individuen, politici en drukkingsgroepen die de natie boetseren door middel van een politiek-ideologische machtsstrijd. De natie is historisch gegroeid, ze is er gewoon en zit opgesloten in de Belgische constructie. Rondas hanteert in deze inleiding een klassiek nationalistisch discours veeleer dan een links of democratisch discours. Onderliggend aan deze uitspraken ligt een organisch nationalisme dat de Vlaamse natie voorstelt als echt, natuurlijk en gevormd door de geschiedenis. De Belgische staat daarentegen wordt niet alleen neergezet als een constructie en dus niet natuurlijk maar ideologisch, maar ook als een gevangenis die de Vlaamse natie onderdrukt. Dat verklaart dan de zogenaamde Vlaams nationalistische grondstroom.

De Gravensteengroep en de V-partijen zouden dan de grondstroom van Vlaanderen vertegenwoordigen, aldus Rondas. Rondas begrijpt die grondstroom net zoals De Wever als rechts nationalistisch. En meteen wordt ook de ‘wij-zij’ categorisering van N-VA overgenomen die het echte Vlaanderen contrasteert met het Vlaanderen van de cultuurdragers en andere linkse en wereldvreemde stemmen. De Belgische elite en de linkse elite, nogal vaak worden beide trouwens gelijkgesteld onder het label links tout court, worden dan afgebeeld als de krachten van behoud. Zij strijden tegen het Vlaams nationalisme en hebben alle media in handen: ‘(…) de algemene default position in de redactionele koppen blijft steevast kosmopolitisch, dus multiculturalistisch, dus antinationalistisch, en dus tegen meer Vlaanderen.’[3] Twee zaken vallen terug op. Ten eerste krijgen we hier een doordrukje van het bekende motief over ‘de linkse media’. Dat motief circuleert zeer vlot binnen rechts-nationalistische kringen. Ten tweede en ten gronde is het opmerkelijk dat Rondas zich hier expliciet afzet tegen kernelementen uit het verlichtingsproject dat per definitie universalistisch en kosmopolitisch geïnspireerd was.

De gelijkenissen tussen het discours van Rondas en De Wever zijn opvallend. Net zoals De Wever verwijt Rondas die linkse kerk omdat ze deze universele waarden uitdraagt en omdat  ze aan ‘deconstructie en demontage van Vlaanderen’[4] doen. Die linkse kerk vaart dan uitsluitend ‘ten behoeve van één politiek-institutionele keuze, namelijk pro Belgica.’[5] Net zoals De Wever schuwt Rondas de karikatuur niet in de strijd tegen de (linkse) criticasters van het Vlaams nationalistische project. Het is waarschijnlijk geen toeval dat de Gravensteengroep op geen enkel stuk van de Vooruitgroep geantwoord heeft. In het Gravensteenboek wordt de Vooruitgroep wel genoemd, maar nooit wordt er een stelling geanalyseerd of kritiek beantwoord. Dat kan ook niet, want dan blijft de karikatuur die de Gravensteners uitdragen niet overeind. Dan zou duidelijk worden dat die zogenaamde ‘Belgische nationalisten’ helemaal geen Belgicisten zijn, en al helemaal geen nationalisten. Meer nog, het zou duidelijk maken dat de Vooruitgroep helemaal niet pleit om alles op Belgisch niveau te regelen, de groep pleit immers voor een meerlagige oplossing. Ze pleit wel tegen het idee dat de Vlaamse natie een oplossing is voor de problemen waarmee de Belgische staat en democratie kampt en die de neoliberale globalisering met zich meebrengt.

De Gravensteengroep heeft er blijkbaar alle belang bij om een monolitische Belgicistische elite in het leven te roepen om haar project te legitimeren. Zelfs de historische staatshervorming, onder aanvuren van de Vlaams nationalistische Volksunie, wordt in de schoenen van die Belgicistische elite geschoven. Om de Belgische federatie te behouden, zo betoogt Rondas, ‘is men al sinds 1970 aan het parlementair-democratisch systeem beginnen morrelen, via vergrendeling middels speciale meerderheden die de Vlaamse meerderheid moesten neutraliseren. Het Belgische democratische deficit, dat ten koste gaat van alle Belgische burgers.’[6]  Dit democratisch deficit is een reëel probleem, een probleem waar verschillende oplossingen mogelijk zijn. Volgens Rondas kan van een herfederalisering echter geen sprake zijn, enkel veder splitsen wordt gezien als een legitieme oplossing. Hier zien we terug een kernelement opduiken van Rondas zijn betoog, een element dat hij bovendien terug deelt met N-VA. België wordt daarin gelijkgesteld met de blokkering van de democratie, met het installeren en betonneren van grendels die de Vlamingen minoriseren.[7] Minder België staat dan per definitie gelijk met meer democratie. Dat is ook de reden waarom men steevast de Vlaams nationalistische eisen zal verkopen als democratische eisen. In die ‘Vlaamse democratie’ zou er dan eindelijk geregeerd worden volgens de eigenheid van de Vlamingen. In wezen heeft dit echter weinig met democratie te maken. Een dergelijk spreken heeft wel een lange traditie binnen het conservatisme. Impliciet steunt deze retoriek op een vox populisme waarmee Rondas zich opstelt als de vertolker van de Vlaamse democratie, van de stem van het Vlaamse volk. Net zoals Baudet en De Wever begrijpt Rondas democratie als de stem van het volk. Net zoals die twee denkers ziet hij homogeniteit als een voorwaarde van democratie. Nochtans is democratie net het systeem bij uitstek om diversiteit een plaats te geven.

De vaststellingen die we hier maken over het perspectief van Rondas op ‘het Belgische probleem’ zouden kunnen afgedaan worden als loutere toevalligheden. Immers, het is geweten dat Rondas dicht aanschurkt bij de N-VA en bovendien wordt in het boek heel duidelijk gesteld dat de bijkomende teksten naast de manifesten zelf, louter onder de verantwoordelijkheid vallen van de auteur in kwestie en dus niet noodzakelijkerwijs het perspectief van de Gravensteengroep in zijn geheel vertolken. Ondanks deze disclaimer zien we een opmerkelijke consistentie in de verschillende teksten die volgen. Bovendien kunnen we er niet langs dat het stuk van Rondas niet alleen een inleiding is op alle teksten in het boek, het is ook geschreven door de redacteur van het boek. Het algemeen kader dat Rondas schetst is weldegelijk een goede inleiding op de verschillende manifesten en zelfs op de teksten ter persoonlijke titel. We duiden dit hieronder.

Land op de tweesprong: manifesten ter ontgrendeling van Vlaanderen

Het is hier niet de plaats om in detail in te gaan op de verschillende manifesten (de Vooruitgroep heeft dat al met verve gedaan[8]), laat staan op het hele boek. Wat wel interessant is, is om enkele van de opvallende concepten boven te halen uit het discours van de Gravensteengroep en ze naast het discours van N-VA te plaatsen. We starten door het algemeen perspectief van de Gravensteengroep op de Belgische situatie te schetsen en zo ook de positie te bepalen die de Gravensteengroep zichzelf toekent in dat politiek-ideologische en maatschappelijke veld. We zullen hieronder focussen op kernconcepten uit een linkse strijd, een strijd voor verlichting zoals gelijkheid, vrijheid, democratie en solidariteit. We baseren ons hiervoor op respectievelijk het eerste en het tweede Gravensteenmanifest.

De Belgische elite, de status-quo en democratische chantage

Het eerste Gravensteenmanifest start met een expliciete zelfdefiniëring van de groep en haar taak. Duidelijk wordt gemaakt dat de standpunten volgens de auteurs standpunten zijn die strijden voor gelijkheid en vrijheid, voor democratie en de mensenrechten. Kortom, de Gravensteners achten het van groot belang om zichzelf in de markt te zetten als intellectuelen die de erfenis van de verlichting hoog in het vaandel dragen. Opmerkelijk is wel dat ze hun peilen vanaf dag 1 richten op de linkse elite die in wezen conservatief zou zijn:

Dat een flink deel van de Vlaamse culturele wereld de intellectuele moed mist om deze analyse [dat de Belgische constructie onherroepelijk vast zit]  te maken, is onbegrijpelijk. Dat ze zich, samen met de oude Belgische elites, vastklampt aan een Belgische status-quo, is onaanvaardbaar. Dit zelfverklaard ‘progressief Vlaanderen’ stelt zich behoudsgezind op en dreigt de trein van de geschiedenis te missen.’ [9]

Vanaf het eerste manifest is de intertekstuele verbondenheid met het N-VA-discours onmiskenbaar. Terug krijgen we een linkse kerk die belgicistisch is en het status quo bewaart versus de Gravensteengroep die ‘de realiteit’ en zelfs de ‘loop van de geschiedenis kent’ en ze tot uitvoer wil brengen. Die loop van de geschiedenis wordt dan begrepen vanuit de klassiek nationalistische premisse dat de Vlaamse natie een Vlaamse staat moet krijgen. Dat is de ‘onomkeerbare optie op de toekomst.’[10] De oprichting van de Vlaamse natiestaat is de enige oplossing voor ‘de chaos die de Belgische constructie na 177 jaar lapwerk kenmerkt,’ [11] aldus De Gravensteengroep.Wie daartegenin gaat, zoals de culturele wereld en de oude Belgische elite, gaat dan ook in tegen de realiteit. Zij klampen zich dan vast aan de status-quo. Die nadruk op de status quo is ook een buzzwoord uit het N-VA-discours. Terug zien we hetzelfde perspectief om naar de realiteit te kijken zoals Rondas en N-VA reeds voordeden. Links, de culturele wereld en de oude (in de feiten niet meer bestaande) Franstalige Belgische elite in Brussel worden niet alleen voorgesteld als oppermachtig, maar ook als conservatief en beschermers van de  status quo.

De karikatuur regeert. Zij, die linkse kerk, zijn de ware conservatieven. Zij zijn Belgische nationalisten. Zij verknechten Vlaanderen, ze minoriseren Vlaanderen en onderdrukken zo ‘de meerderheid’ en ‘de democratie’. Terug krijgen we de constructie van een eenduidige vijand die alle criticasters van de Vlaamse eisen afschildert als oude belgicisten die de Vlaamse zaak verloochenen tegen de stem van het Vlaamse volk in. Opmerkelijk is ook dat we hier een hele politiek-ideologische uitholling  vaststellen van de termen progressief en conservatief. Deze termen verwijzen in het Gravensteendiscours niet meer naar hun historische betekenis.

In die historische betekenis strijden progressieven voor het realiseren van de verlichte samenleving. Zij verdedigen de waarden van de radicale verlichting: vrijheid, gelijkheid van elk individu. Progressieven zetten dus in op universele rechten, op democratie en solidariteit georganiseerd op een zo groot mogelijke schaal. De democratie is een instrument om dat mogelijk te maken. Democratie is dan een groot verhaal dat niet te herleiden is tot louter verkiezingen en al helemaal niet te herleiden is tot ‘de stem van het volk’, tot populisme. De radicale verlichtingsstrijd staat haaks op het organisch nationalisme. De verlichting ijvert voor universele rechten, voor een kosmopolitisme, voor een stelselmatige uitbreiding van de democratie en voor een uitbreiding van de solidariteit. Het is net het conservatisme en zeker het revolutionair conservatisme dat ijvert voor het particuliere. De morele orde en de gezondheid van het kostbare weefsel van de natie primeert voor conservatieven altijd op de rechten van het individu.[12]

In het discours van de Gravensteners zijn degene die pleiten om de solidariteit op een zo’n groot mogelijk schaal te houden echter de conservatieven. Terwijl het beperken van de solidariteit tot de Vlaamse natie voorgesteld wordt als progressief. Deze omkering is cruciaal om de vlag waaronder de Gravensteengroep vaart geloofwaardig te houden. Immers, moest de groep deze termen met hun historische betekenis hanteren, dan zou duidelijk worden dat hun nationalisme enkel maar als conservatief te brandmerken valt, zeker als ze dan nog eens gepaard gaat met een strijd tegen individualisme, kosmopolitisme en de nadruk op een ‘gezond sociaal weefsel’[13] waarin iedere nieuwkomer, en dus ook Franstaligen, zich moeten inburgeren. Centraal element hierin is, zoals in elk volksnationalistisch discours: ‘de taal.’[14]

Net zoals alle nationalisten staat taal bovenaan het prioriteitenlijstje van de Gravensteengroep: de taal is gansch dat volk niet waar. Dat vertaalt zich in een heel scherpe visie op meertaligheid en vooral op het spreken van Frans op het Vlaamse grondgebied. Zolang de Franstaligen niet akkoord gaan met die plicht om Nederlands te spreken op het Vlaamse territorium en zich te schikken naar de ‘Vlaamse meerderheidscultuur’ ondergraven ze volgens de Gravensteengroep ‘het principe van de politieke solidariteit tussen de gewesten, en meteen ook van de Belgische federale structuur op zich.’[15] Om die taal en de vergaande autonomie van de Vlaamse natie af te dwingen, dreigt de Gravensteengroep ermee om die sociaaleconomische solidariteit op te blazen. Solidariteit is dus niet het strijddoel van de Gravensteengroep, maar wordt gehanteerd een chantage-instrument. Taal en de natie primeren duidelijk op de centrale waarde van een links gedachtegoed: de herverdelende, interpersoonlijke solidariteit.

Voor de Gravensteengroep bestaat enkel de natie, de Vlaamse natie in opmars. Dat is het begin en het einde van de argumentatiehorizon. Centrale eisen van dit eerste Gravensteenmanifest in 2008 zijn, naast de taalkwestie op het grondgebied,  het respect voor ‘grens en ruimte’[16], de onmiddellijke splitsing van BHV en de ‘reële tweetaligheid in Brussel.’[17] Enkel dan is een confederaal België mogelijk, zo niet is het splitsen geblazen: ‘wie een hervorming in deze democratische zin afwijst, pleit in feite voor de ontbinding van die staat.’ [18] Vanaf het eerste manifest is de positie van de Gravensteengroep in feite al zeer duidelijk: het gaat om de Vlaamse natie, dat is democratie. De intertekstuele verbondenheid met het N-VA-discours is overduidelijk.

Solidariteit en solidariteit is twee

Het loont de moeite om even verder in te gaan op het concept solidariteit. Een analyse van de betekenis die aan het concept solidariteit toegekend wordt is een interessant instrument om te bepalen welke traditie voorrang heeft in de Gravensteenstrijd.  Solidariteit is immers niet alleen een kernconcept van elk links denken maar heeft ook een lange nationalistische traditie. In die linkse traditie verwijst solidariteit naar herverdeling, naar het recht op een menswaardig leven en dus naar de universele rechten van de mens. In een nationalistische traditie à la Renan verwijst solidariteit echter naar iets helemaal anders: naar nationale lotsverbondenheid en dus een sterke nationale identiteit. Of zoals De Wever het benoemt: de ‘spontane solidariteit’ die ontstaat als er een gezond kostbaar weefsel is binnen de natie.

Maken we die analyse dan zien we dat verbondenheid het kernwoord is als de Gravensteengroep spreekt over solidariteit. Zo wijst de groep in haar tweede Gravensteenmanifest er initieel terecht op dat solidariteit als instrument voor de bewerkstelliging van gelijkheid centraal staat in het verlichtingsdenken en in het socialisme. Ze wijst er ook terecht op dat binnen het socialisme solidariteit als grensoverschrijdend en dus universeel gedacht werd. En de groep wijst er ook terecht op dat dit ideaal vaak niet gerealiseerd werd. De groep wijst er ook terecht op dat in het links denken solidariteit niet verwijst naar liefdadigheid maar naar herverdeling via een sociale structuur gericht op het verminderen van ongelijkheid.

De eerste paragrafen van dit tweede manifest indexeren een verlichte positie inzake solidariteit. Meer nog, ze laten uitschijnen dat de Gravensteengroep zelfs een socialistisch perspectief op solidariteit zou aanhangen. Die lezing van de positie van de Gravensteengroep komt echter te vroeg. Na deze uiteenzetting van de historische politieke ideologische strijd over de betekenis van solidariteit verduidelijkt de groep haar eigen lezing. Die lezing is duidelijk gekoppeld aan haar nationalistische strijd. Want zo betogen de Gravensteners:

“dit principe wordt in de huidige Belgische context misbruikt. Wie in dit land durft te pleiten voor het verder ontwikkelen van de regionale solidariteit, die vandaag één van de wezenlijke voorwaarden vormt voor het behoud van de solidariteit in België, wordt bij voorbaat verdacht gemaakt.”

Een eigen Vlaamse solidariteit is voor deze Gravensteners de basis voor het behoud van de solidariteit op het Belgische niveau. Daarom zijn er in dit land hoogdringend institutionele hervormingen nodig. Enkel als  ‘Het naast elkaar bestaan van deelstaten, als gelijkwaardige partners, biedt mogelijke garanties voor een reële én realiseerbare solidariteit, voor een op maat gemaakte invulling van regionale behoeften en individuele noden, en voor het aanpassen van onze sociale zekerheid aan nieuwe internationale uitdagingen.’ [19]  Er komen twee argumenten bovendrijven: (1) Solidariteit moet gekoppeld worden aan de Vlaamse (deel)staat om ‘realistisch’ te zijn. (2) Enkel op het Vlaamse niveau kan onze sociale zekerheid de ‘internationale uitdagingen aan’ aldus de Gravensteengroep. We overlopen eerst het eerste argument, we eindigen met de idee dat splitsing van de sociale zekerheid het antwoord is op ‘de internationale uitdagingen’.

De Gravensteners betogen dus dat een solidariteit op het Belgische niveau compleet onhaalbaar is omdat er geen politieke solidariteit is. Enkel een Vlaamse solidariteit is ‘realistisch’ want gebaseerd op onze individuele behoeften en noden. In naam van de verlichting argumenteren tegen uitbreiding van solidariteit, tegen universalisme en dus ook tegen idealisme en vooruitgang is natuurlijk heel vreemd. Moesten de verlichtingsdenkers gedacht hebben in termen van realisme dan hadden we vandaag geen democratie, geen mensenrechten en geen sociale zekerheid. Het argument van de Gravensteengroep past dan ook in een heel andere, maar even oude politieke traditie. Dit is een klassiek antiverlichtingsargument. Alle antiverlichtingsdenkers hebben twee eeuwen lang strijd gevoerd tegen ‘de utopie’ van de radicale verlichting. Allen hielden een pleidooi voor ‘realisme’ en tegen abstractie. Allen benadrukten dat de utopie van vrijheid, gelijkheid, solidariteit, democratie en universele mensenrechten tot drama’s gingen leiden en onrealiseerbaar waren want indruisend tegen de natuurlijke orde. Van Burke over Renan tot De Wever: allen zien ze de rechten van de mens als te abstract. De Gravensteengroep spreekt in diezelfde traditie als ze zeggen dat solidariteit enkel op een nationale basis kan functioneren.

‘Solidariteit moet de relatie tussen individu en maatschappij regelen. Zij vormt een reactie tegen het vooropstellen van het eigen belang en betekent een bewuste keuze voor de verbondenheid met anderen.’ [20]

Het gaat dus niet over automatische en onvoorwaardelijke solidariteit als deel van de onvervreemdbare rechten van elk individu, maar over wederkerigheid. Over voor wat hoort wat, over vrijwillige solidariteit en nationalistische solidariteit. Solidariteit wordt ook door de Gravensteengroep gekoppeld aan nationale identiteit. Enkel als er nationale verbondenheid is, kan er solidariteit zijn. Deze definitie stelt een nationalistische interpretatie voorop van solidariteit. Solidariteit stoelt dan niet op het onvervreemdbare en universele recht van elk individu op gelijkheid, maar

op de idee van gelijkwaardigheid en verdraagzaamheid. Het veronderstelt wederkerigheid    en vrijwilligheid. Wie zich solidair verklaart, aanvaardt een gedeelde verantwoordelijkheid.’ [21]

De solidariteit van de Gravensteengroep is een nationalistische solidariteit zoals Renan en De Wever het voor ogen hebben: het gaat dan in eerste instantie over ‘verbondenheid met andere leden van de gemeenschap’, veeleer dan dat men spreekt over herverdeling en gelijkheid. De universele dimensie van solidariteit valt weg. Niet de mensheid bepaalt de visie op solidariteit maar de natie. We horen hier terug geen links discours, maar een nationalistisch discours. Een discours ook over wederkerige, voorwaardelijke én vrijwillige solidariteit. Enkel als je bijgedragen hebt, kan je rekenen op solidariteit. Solidariteit moet voor de Gravensteners niet in eerste instantie gelijkheid realiseren door te herverdelen, maar ‘moet de relatie tussen individu en maatschappij’[22]   regelen. Maatschappij lezen we hier dan ook het best als een synoniem met de Vlaamse natie. Deze invulling van solidariteit is immers een springplank voor het ontmantelen van België en dus ook de ontmanteling van de bestaande geïnstitutionaliseerde solidariteit.

Dergelijk discours wordt ook door N-VA uitgedragen. Dit discours over solidariteit steunt op twee fundamenten. Enerzijds op de idee van de Vlaamse natie waarin alle Vlamingen zich verbonden weten en anderzijds het bekende verhaal van rechten en plichten. Vanuit het eerste fundament wordt benadrukt dat enkel nationale solidariteit mogelijk en wenselijk is. Enkel als mensen een identiteit delen, zich verbonden voelen, zullen ze solidair willen zijn. Dat is een punt dat Bart De Wever sinds de start van zijn politieke loopbaan reeds benadrukt: de natie is de basis van de solidariteit. Solidair zijn kunnen we in deze logica enkel met mensen waarmee we ons verbonden voelen. De Gravensteengroep herhaalt gewoon die visie. Voor hen is echte solidariteit, net zoals bij De Wever,  solidariteit ‘vanuit een gedeelde verantwoordelijkheid, vanuit het diepe morele besef dat het normaal is dat wij de medemens hulp bieden, wanneer wij daartoe in staat zijn.’[23]  Opmerkelijk hier is de afwezigheid van de koppeling tussen gelijkheid, vrijheid en universaliteit. Gelijkheid was volgens de radicale verlichtingsdenkers de universele dimensie van vrijheid. Enkel als we gelijk waren konden we vrij zijn. Deze referentie naar de verlichtingstraditie ontbreekt in de definiëring van solidariteit. We krijgen wel intertekstuele referenties naar nationalistische en conservatieve opvattingen over solidariteit in woorden als: moreel besef, hulp geven aan de medemens als we daarvoor genoeg middelen hebben. Wij bepalen dus zelf als we solidair zijn en hoe we solidair zijn.

Er kan ook solidariteit zijn met bevriende naties maar dan moet die solidariteit kaderen in ‘transparante politieke structuren’ en bijdragen tot de ‘responsabilisering van de regionale besturen.’  Naties moeten er zelf voor kiezen om solidair te willen zijn. Het zijn in deze nationalistische logica niet individuen die onderling solidair zijn via de staat, maar de natie die kiest om solidair te zijn met een andere natie (waarmee men schijnbaar doelt op Wallonië). Solidariteit met Wallonië is dan maar mogelijk als Wallonië zich politiek solidair verklaard met Vlaanderen, of in andere woorden als de Franstalige politici instemmen met de Vlaamse eisen voor een confederaal België. Solidariteit is hier terug voorwaardelijk. Enkel als Vlaanderen haar eigen solidariteitsmechanismen (lees geld en macht) in handen krijgt is Vlaanderen volgens de Gravensteners nog bereid om solidair te zijn met Wallonië maar wel op Vlaamse voorwaarden. Net zoals N-VA gebruikt de Gravensteengroep solidariteit als een responsabiliseringsmechanisme. Mooie termen als transparantie verhullen dat men de facto de interpersoonlijke solidariteit opblaast. En ook dat heeft ze gemeen met N-VA die in naam van de efficiëntie, transparantie en de oversolidariteit strijdt tegen de interpersoonlijke solidariteit.

Ook het idee van wederkerigheid en vrijwilligheid dat voor de Gravensteners een integraal onderdeel uitmaakt van de solidariteit, toont aan dat hier een heel andere solidariteit naar voor geschoven wordt dan degene die links traditioneel naar voorschuift. Links ziet solidariteit als herverdeling met als doel gelijkheid tussen individuen te bewerkstelligen. De conservatieve en nationalistische solidariteit is gebaseerd op enerzijds vrijwilligheid, anderzijds op wederkerigheid. Met vrijwilligheid wordt verwezen naar het idee dat de Vlamingen zelf moeten kiezen om solidair te willen zijn met de zwakkeren in de samenleving en met bevriende naties zoals Wallonië. Die solidariteit is niet eindeloos, maar is afhankelijk van wat de ontvangers van de solidariteit hebben bijgedragen tot de samenleving. Als ze niets hebben bijgedragen, dan komen ze ook niet in aanmerking voor de solidariteit. Maar ook als de ontvangers hun verantwoordelijkheid niet opnemen, door bijvoorbeeld snel werk te vinden, dan sluiten ze zichzelf ook uit van de solidariteit. Terug is de intertekstuele verbondenheid met de N-VA-retoriek en breder met de conservatieve en nationalistische politiek-ideologische stroming overduidelijk.

De laatste onbeantwoorde vraag is nu of en hoe een dergelijke Vlaams nationale solidariteit een antwoord kan zijn op het internationale neoliberalisme. Het tweede manifest spreekt daar, afgezien van de bovenstaande claim, met geen enkel woord over. Die afwezigheid van expliciete argumenten doet vermoeden dat deze groep van menig is dat enkel een nationale solidariteit voldoende draagvlak heeft en dat die nationale verbondenheid dan het warm nest schept die ons wapent tegen die neoliberale aanval. Hoe het ook mag zijn, het is duidelijk dat een nationale solidariteit, ook op Belgisch niveau in deze tijden van globalisering absoluut niet voldoende is.

De Gravensteengroep houdt hier in naam van het realisme, van de verlichting en zelfs in naam van links een pleidooi om de bestaande solidariteit te ontmantelen en her op te bouwen op Vlaams niveau. Hoe dat men in tijden van neoliberale en rechtse dominantie in Vlaanderen ooit een versteviging van de solidariteit kan realiseren in deze context wordt niet beargumenteert. Hoe dat het naar beneden herschalen van solidariteit, en dus een solidariteit voor ‘het eigen volk’ voorop stelt, ooit kan zorgen voor een bredere solidariteit is een vraagteken natuurlijk. Vandaag zien we dat het Belgische niveau al schromelijk te kort schiet om gelijkheid te realiseren voor eenieder. De hypermobiliteit van de 21ste eeuw vertaalt zich immers in de aanwezigheid van heel veel verschillende nationaliteiten op één grondgebied. Aangezien onze rechten gekoppeld zijn aan onze nationaliteit betekent dat in de praktijk een toename van ongelijkheid. De solidariteitsmechanismen sluiten nu al mensen uit, dat kan echter ondervangen worden als we een uitbreiding krijgen van de solidariteit. Solidariteit kan niet behouden blijven op een loutere nationale schaal. De droom van een verlichte, universele solidariteit is een noodzaak in tijden van globalisering en superdiversiteit. De Gravensteengroep leidt ons naar de andere richting.

 

De Gravensteengroep als discursieve linkervleugel van N-VA

Het besluit kan niet anders dan hard zijn. De Gravensteengroep is in eerste instantie en nationalistische groep en net door haar nationalisme ondermijnt ze de solidariteit. De Belgische solidariteit willen ze ontmantelen om in de plaats een Vlaamse sociale zekerheid op te bouwen in een rechts en neoliberaal Vlaams landschap. De facto zou dat dus twee maal een verzwakking betekenen van de solidariteit. Bovendien is die solidariteit absoluut geen afdoend antwoord op de neoliberale globalisering. De Gravensteengroep spreekt duidelijk in dezelfde intertekstuele traditie als N-VA: die van het organisch nationalisme en de antiverlichtingstraditie.

Waar de Volksunie gekend stond voor haar linkse en rechtse vleugel binnen de partij, kan ook N-VA steunen op een ‘prominente linkervleugel’. Bovendien heeft die linkervleugel meer macht omdat ze in de perceptie zelfs los staat van die partij. Het zijn linkse intellectuelen die hetzelfde discours uitten als N-VA. Dit is een ideaal instrument in de strijd om de Vlaams nationalistische ideologie te hegemoniseren. Het profiel van N-VA is immers uitgesproken rechts, neoliberaal en nationalistisch, haar imago is echter dat van een rechts gematigde, democratische en nationalistische partij. Het imago van de Gravensteengroep en haar discours versterken het imago van N-VA als een redelijke partij nogmaals: zelfs linkse intellectuelen vertellen hetzelfde.

Het project van de Gravensteengroep is des te opmerkelijker omdat ze het aura van links en progressief nog steeds meedraagt in de perceptie van velen. Nochtans is na tien manifesten en een heus boek met dezelfde manifesten en individuele bijdragen van de auteurs meer en meer duidelijk dat er maar een iets bovenaan de agenda staat van die Gravensteengroep en dat is de Vlaams nationalistische strijd. Onderliggend aan alle manifesten is het idee van de Vlaamse natie, het idee van een homogeen Vlaanderen, het idee van België als een land met twee gemeenschappen, twee naties. En net omdat ze België zien als twee naties, moet het land in het beste geval omgevormd worden tot een confederatie, in het slechtste moet het geheel splitsen.

Dat er in België echter veel meer gemeenschappen en identiteiten zijn, lijkt niet bij de Gravensteners op te komen. Superdiversiteit wordt ontkend, en als de aanwezigheid van diversiteit al wordt erkend, dan moet die zo snel mogelijk weggewerkt worden: allochtonen moeten inburgeren. Maar niet alleen allochtonen moeten Vlamingen worden, ook Brussel in zijn geheel moet in de nationalistische logica geduwd worden. Brussel mag geen gewest worden. Hoewel een moderne visie op stedenbeleid ons noodzaakt om in te zien dat Brussel best uitgebreid wordt en meer bevoegdheden krijgt, zien we bij de Gravensteners daarover enkel maar walging. Brussel moet onder koloniale voogdij van Vlaanderen en Wallonië komen te staan.[24] Een standpunt dat ze terug delen met N-VA. België moet absoluut in het format van twee naties worden geduwd. En zo wordt het primaat van de nationalistische ideologie van de Gravensteners nogmaals duidelijk geïllustreerd. Niet meer democratie staat voorop, maar de Vlaamse natie.

Dat dit nationalistische denkkader centraal staat, blijkt ook uit het feit dat in alle bijdragen uit het boek de kerndomeinen van het nationalisme besproken worden: territorium, identiteit en verbondenheid, taal,  nationale solidariteit, de natie en haar staat(svorming). Meer nog, in de feiten zien we niet alleen gelijkaardige denktrends en argumentatie- of non-argumentatielijnen als N-VA. De concepten, zinnen, ideeën, oneliners en verwoordingen, ideeën en eisen tot de presentatie van hun positie toe, zijn bij momenten letterlijke kopieën van het N-VA-discours. We zien niet alleen impliciete intertekstualiteit, maar heel vaak ook een expliciete intertekstuele verbondenheid met N-VA en het discours van De Wever in het bijzonder. Omgekeerd wordt ook duidelijk dat De Wever met aandacht luistert naar die Gravensteengroep en ook haar concepten overneemt. Zo laat hij in zijn 11 juli-speech van 2012 het volgende citaat optekenen:

‘In dit land werd de meerderheid al institutioneel geminoriseerd door de grendelgrondwet. Nu wordt de meerderheid ook politiek en democratisch geminoriseerd. De meerderheid van dit land, de gemeenschap die bovenmatig bijdraagt  tot de staatsfinanciën, is de minderheid geworden in de huidige federale regering.’[25]

De Wever hanteert hier niet alleen een van de centrale concepten van de Gravensteengroep (zie bv. het concept de grendelgrondwet van 1970) maar ook de centrale idee van een democratie die herleid wordt tot de dictatuur van een demografische meerderheid. De intertekstuele verbondendheid tussen het N-VA-discours en het discours van de Gravensteengroep is manifest en expliciet. In de feiten fungeert de Gravensteengroep als niets anders dan de ‘linkervleugel’ in disguise van de N-VA.

 

 


[1] De Gravensteengroep, 2008: Eerste Gravensteenmanifest, in De Gravensteengroep, (2012). Land op de tweesprong. Pelckmans, Kalmthout.

[2] Rondas, J-P, 2012: Over het Gravensteenboek. In De Gravensteengroep, (2012). Land op de tweesprong. Pelckmans, Kalmthout. Pg pg.13

[3] Rondas, J-P, 2012: Over het Gravensteenboek. In De Gravensteengroep, (2012). Land op de tweesprong. Pelckmans, Kalmthout. Pg 2012 pg.14

[4] Rondas, J-P, 2012: Over het Gravensteenboek. In De Gravensteengroep, (2012). Land op de tweesprong. Pelckmans, Kalmthout. Pg 2012 pg.14

[5] Rondas, J-P, 2012: Over het Gravensteenboek. In De Gravensteengroep, (2012). Land op de tweesprong. Pelckmans, Kalmthout. Pg 2012 pg.14

[6] Rondas, J-P, 2012: Over het Gravensteenboek. In De Gravensteengroep, (2012). Land op de tweesprong. Pelckmans, Kalmthout. Pg 2012 pg.13

[7] Rondas, J-P, (2012). Grendel is een monster in Beowulf. In De Gravensteengroep, (2012). Land op de tweesprong. Pelckmans, Kalmthout.

[8] Zie de website van de Vooruitgroep voor alle analyses, reacties en opiniestukken: http://vooruitgroep.wikidot.com/teksten

[9] De Gravensteengroep, 2008: Eerste Gravensteenmanifest: Territorialiteit, in De Gravensteengroep, (2012). Land op de tweesprong. Pelckmans, Kalmthout. Pg.28

[10] De Gravensteengroep, 2008: Eerste Gravensteenmanifest Territorialiteit, in De Gravensteengroep, (2012). Land op de tweesprong. Pelckmans, Kalmthout. Pg.28

[11] De Gravensteengroep, 2008: Eerste Gravensteenmanifest Territorialiteit, in De Gravensteengroep, (2012). Land op de tweesprong. Pelckmans, Kalmthout. Pg.28

[12] Zie hiervoor o.a. Israel, J. (2010). A revolution of the mind. Radical Enlightenment and the intellectual origins of Modern Democracy. Princeton; Oxford: Princeton University Press.  En Israel, J. (2011).Democractic Enlightenment. Philosophy, Revolution, and Human Rights 1750-1790. Oxford & New York: Oxford university Press. Sternhell, Z. (1995). Neither right, nor left: Fascist ideology in France. Princeton, New Jersey: Princeton University Press. ; Sternhell, Z. (1996). The intellectual revolt against liberal democracy 1870-1945, Jerusalem: The Israel academy of sciences and humanities.; Sternhell, Z., (2010). The Anti-Enlightenment Tradition. New Haven; London: Yale University Press.

[13] De Gravensteengroep, 2008: Eerste Gravensteenmanifest Territorialiteit, in De Gravensteengroep, (2012). Land op de tweesprong. Pelckmans, Kalmthout. Pg.28

[14] De Gravensteengroep, 2008: Eerste Gravensteenmanifest Territorialiteit, in De Gravensteengroep, (2012). Land op de tweesprong. Pelckmans, Kalmthout. Pg.28

[15] De Gravensteengroep, 2008: Eerste Gravensteenmanifest Territorialiteit, in De Gravensteengroep, (2012). Land op de tweesprong. Pelckmans, Kalmthout. Pg.29

[16] De Gravensteengroep, 2008: Eerste Gravensteenmanifest Territorialiteit, in De Gravensteengroep, (2012). Land op de tweesprong. Pelckmans, Kalmthout. Pg.29

[17] De Gravensteengroep, 2008: Eerste Gravensteenmanifest Territorialiteit, in De Gravensteengroep, (2012). Land op de tweesprong. Pelckmans, Kalmthout. Pg.29

[18] De Gravensteengroep, 2008: Eerste Gravensteenmanifest Territorialiteit, in De Gravensteengroep, (2012). Land op de tweesprong. Pelckmans, Kalmthout. Pg.29

[19] De Gravensteengroep, 2008: Het tweede Gravensteenmanifest: Meer solidariteit door gelijkwaardigheid. in De Gravensteengroep, (2012). Land op de tweesprong. Pelckmans, Kalmthout.

[20] De Gravensteengroep, 2008: Het tweede Gravensteenmanifest: Meer solidariteit door gelijkwaardigheid. in De Gravensteengroep, (2012). Land op de tweesprong. Pelckmans, Kalmthout.

[21] De Gravensteengroep, 2008: Het tweede Gravensteenmanifest: Meer solidariteit door gelijkwaardigheid. in De Gravensteengroep, (2012). Land op de tweesprong. Pelckmans, Kalmthout.

[22] De Gravensteengroep, 2008: Het tweede Gravensteenmanifest: Meer solidariteit door gelijkwaardigheid. in De Gravensteengroep, (2012). Land op de tweesprong. Pelckmans, Kalmthout.

[23] De Gravensteengroep, 2008: Het tweede Gravensteenmanifest: Meer solidariteit door gelijkwaardigheid. in De Gravensteengroep, (2012). Land op de tweesprong. Pelckmans, Kalmthout.

[24] Vooruitgroep, 2011: Principes of willekeur? De Vooruitgroep verwerpt twee van de drie Gravensteenprincipes. http://vooruitgroep.wdfiles.com/local–files/teksten/Vooruitgroep%20opiniestuk%2015.pdf