De boekbespreking als politiek wapen

Een analyse van Absillis ‘vernietigende’ recensie van N-VA – Analyse van een politiek ideologie

 

Interessant. Een dikke 3 jaar na de publicatie van mijn doctoraat verschijnt een bespreking ervan in Wetenschappelijke Tijdingen van de hand van Absillis. Het wordt heel snel opgepikt door Het Pallieterke, De Bron en enkele andere obscure (extreem)-rechtse en Vlaamse nationalistische media. Eindelijk, na drie lange jaren wachten, de zo noodzakelijke vernietigende bespreking. Het was wachten totdat het zou opduiken in de mainstream media. Vrijdag was het zover. De Morgen interviewde Bruno De Wever en bracht de ‘vernietigende recensie’ ter sprake. Van de marge naar de mainstream.

 

3dedrukNVA-AnalyseVanEenPolitiekeIdeologie

De bespreking

Volgens Bruno De Wever bewijst de recensie dat ik  (1) methodologische fouten heb gemaakt en  (2) dat het boek een foute cover heeft.  De eigenlijke bespreking verwijt me  voornamelijk een discours analist te zijn en in het bijzonder een leerling te zijn van Jan Blommaert en Jef Verschueren. Meer dan de helft van die recensie gaat dan ook over de invloed van een studie van Blommaert en Verschueren gepubliceerd in de jaren 90.

De bespreking tracht een soort discours-analyse toe te passen op mijn doctoraat. Het is interessant te zien hoeveel gewicht toegekend wordt aan de cover-foto. Zowel Bruno De Wever als Kevin Absillis suggereren dat EPO de afbeelding bewust voorzien heeft van een (schaduwsnorretje) zodat  De Wever op Hitler zou gelijken. Wat men lijkt te missen, is dat dit een originele Belga persfoto is van N-VA op hun propaganda tournee. De schaduw onder de neus is een normale schaduw van de neus, en is dus niet het gevolg van de A in de titel. Het is er al helemaal niet opgezet door de grafisch ontwerper, maar is deel van het origineel.

cover en orgineel

Heel interessant is ook hoe Bruno De Wever dit reproduceert in het interview met De Morgen:

“Neem alleen nog maar de cover van dat boek van Maly: N-VA. Analyse van een politieke ideologie. Absillis toont duidelijk aan hoe men door de plaatsing van de titel waarschijnlijk heel bewust een hitlersnorretje op de foto van mijn broer wil suggereren.” (De Morgen, 2016)

De hedge ‘waarschijnlijk’ raakt ondergesneeuwd onder de hyperbolen: ‘toont duidelijk’, ‘heel bewust’.  Bruno De Wever steunt volledig op de bespreking van Absillis en toont daarbij vooral aan dat hij geen discoursanalist is. De claim van De Wever in het interview, zich baserend op de recensie van Absillis is een methodologische fout. Een fundament van een discoursanalyse is dat je meerdere data moet hebben ter ondersteuning van je claims. Meer nog, je analyse van het hele corpus, moet ook terug te vinden zijn in één tekst (staat netjes vermeld in het methodologisch hoofdstuk van mijn doctoraat). In dit geval zou Absillis op zijn minst een interview of zo moeten kunnen opdiepen waarin ik zou stellen dat de N-VA fascistisch zou zijn. Ik daag hem uit om dat te doen. Dergelijke data bestaat niet. Mocht Absillis zijn huiswerk goed gedaan hebben, dan zou hij zien dat ik in het boek, in alle interviews , debatten en artikelen altijd expliciet heb gezegd dat N-VA en De Wever volgens mij niet fascistisch zijn. Wat me trouwens niet altijd in dank is afgenomen. Hun analyse van de cover wordt tegengesproken door alle andere data die ik heb geproduceerd.

De ‘analyse’ van de recensent vertelt ons veel  meer over de methodologie van de recensent en zijn doeleinden, dan over mijn of EPO’s intenties. Deze opener van de bespreking zet de toon. De introductie is de eerste indicatie dat Absillis zelf een intentieproces opzet; nota bene iets dat hij mij verwijt. In de 39-pagina’s lange recensie produceert Absillis één argument: Het onderzoek van Maly had van meteen af aan de intentie om De Wever en zijn N-VA te beschadigen.

Nu zijn intenties  in wezen irrelevant in de beoordeling van wetenschappelijk onderzoek. Men kan perfect de intentie hebben om arbeiders aan de band efficiënter in te zetten (of in links jargon: te onderdrukken en uit te persen) en daarover een stevig wetenschappelijk doctoraat schrijven. De intentie en de ideologie van de onderzoeker zijn niet relevant in de beoordeling van een wetenschappelijk werk. Einsteins relativiteitstheorie is niets minder waard omdat hij een communist is. Maar, als men dan toch mijn intentie wil weten dan kan men die krijgen: het doctoraat is er gekomen om ‘inzicht’ te verwerven in het discours en het succes van N-VA. Hoe kan De Wever het constructivisme rijmen met nationalisme? Nationalisme met verlichting. Hoe kan het dat De Wever ook bij linksen als een toffe pee wordt beschouwd. In mijn eerste publicaties over het thema, dus lang voor de publicatie van mijn doctoraat was mijn analyse ook gematigder. In Het rijpen van de Geesten bijvoorbeeld, werd enkel het uitsluitend karakter van het N-VA nationalisme aangehaald en haar neoliberale economische politiek. Niet dat dit alles ter zake doet, een wetenschappelijk onderzoek beoordeelt men op zijn wetenschappelijke merites niet op de intentie of politieke voorkeur van de onderzoeker.

 

De recensent en zijn politieke strijd

Laat we de bewijzen à charge ten gronde bekijken. Volgens Bruno De Wever zouden er grote problemen zijn met de methodologie van het onderzoek. Misschien interessant om aan te stippen in deze context dat het onderzoek een discoursanalyse is. Ik ben een cultuurwetenschapper en discoursanalist en werk vanuit een etnografisch paradigma. Noch Bruno De Wever (historicus), noch Kevin Absillis (docent Nederlandse letterkunde) zijn etnografen of discours analisten. Benieuwd welke methodologische problemen zij ontdekken in mijn benadering van het etnografisch paradigma.

De claim van De Wever wordt nog vreemder als we de recensie erbij nemen. Absillis schrijft welgeteld 5 lijnen over de methodologie en die zijn louter beschrijvend. Die vijf lijnen worden afgesloten met de volgende zin: ‘Essentiëler voor deze studie is echter het begrippenpaar verlichting en antiverlichting’. Volgens Absillis is er dus niet zozeer een probleem met de methode maar met het begrippenpaar verlichting en antiverlichting. Concreter, het grote probleem is volgens Absillis het gebruik van welbepaalde wetenschappers over de verlichting en antiverlichting. Dit zal een terugkerend motief worden in de bespreking, ik kom daar straks op terug.

Vooral het gebruik van Sternhell’s werk over de antiverlichting moet het ontgelden. Dat ik evengoed gebruik maak van Israel, Blom, Foucault en Hobsbawm in mijn benadering moet even wijken voor de duidelijkheid van zijn argument. Dat ik de originele geschriften van radicale verlichtingdenkers als  Paine en Condorcet gebruik naast de literatuur die gematigde verlichtingsdenkers als Jefferson, Locke, Rousseau en Kant achtergelaten hebben, wordt niet opgemerkt. Dat ik mij baseer op literatuur van conservatieve en antiverlichtingsdenkers als Herder, Renan, De Maistre, Taine en Burke en vele anderen ontgaat hem blijkbaar ook. Het punt is, ik gebruik ‘de foute literatuur’ – lees ik citeer Sternhell – aldus Absillis. Israel, Hobsbawm en Sternhell, het zijn niet meteen lichtgewichten in de academische wereld.

Het ontgaat hem ook dat ik geen enkele van die auteurs klakkeloos volg in hun categoriseringen. Volgens Israel is Herder een radicale verlichtingsfilosoof. Ik volg hem daar niet, je moet er nog maar ‘Another Philosophy’ bijnemen van Herder om te weten dat hij heel duidelijk probeert een filosofie te ontwikkelen die lijnrecht ingaat tegen het denken van de radicale Franse filosofen. Dat ik die categoriseringen niet volledig volg, betekent echter niet dat je de impact van die radicale verlichting kan afwijzen of het ontstaan van de antiverlichting ontkennen. Dat er wel degelijk een ideologische strijd was binnen en tegen de (radicale) verlichting en dat die ideeënstrijd niet alleen relevant is om de dialectiek van het verleden te begrijpen, maar ook van het heden, lijkt mij onomstreden. Dat ik de verlichting niet zozeer bekijk in haar historische realiteitspolitiek, maar vanuit het perspectief van de ideeën van grote denkers ontgaat hem ook. Dat ik een onderscheid maak tussen de gematigde (en onverdedigbare) verlichting en de radicale verlichtingsdenkers ontgaat hem. Dat ik een onderscheid maak tussen counter-enlightenment (dat vaak samenvalt met denkers die Israel als gematigde verlichting omschrijft) en antiverlichting ook. Antiverlichting en counter-enlightenment zijn trouwens niet inwisselbaar. De Counter-enlightenment wil terug naar het ancien régime, de antiverlichting wil een andere moderniteit dan de (radicale) verlichtingsdenkers.

Zijn suggestie op het einde van zijn bespreking, dat ik ‘de Verlichting’ in zijn geheel verdedigen is nogal onzinnig (lees mijn inleiding voor de Gentse Feesten debatten hierover), want dan zou ik met Kant ook verlichte despoten moeten verdedigen. Er zijn nogal wat schrijfsels van mij te vinden waarin ik dat expliciet ontken. Ik voel me dan ook niet aangesproken, als hij mij als een verdediger van het kolonialisme en imperialisme wil neerzetten. Ik zie niet in waarom ik niet kan stellen dat de radicale verlichtingsdenkers ons de ideeën van democratie, mensenrechten en sociale zekerheid geschonken hebben, en tegelijkertijd de historische periode die gekend staat als de verlichting sterk kan bekritiseren. Dat is iets wat Paine al deed in de 18de eeuw.

Belangrijker in het licht van de bespreking, is dat ik in mijn doctoraat niet de verdediging van de verlichting op mij neem, maar net de claims van De Wever en zijn N-VA op de verlichting analyseer. Absillis kan moeilijk het onderscheid maken tussen analyse en verdediging.  Het zijn De Wever‘s uitspraken – het zijn de data- die het noodzakelijk maken om die geschiedenis in mijn analyse te betrekken. Het zou van mij een slechte discoursanalist en cultuurwetenschapper maken als ik die niet  betrek in die analyse. Intertekstualiteit (impliciete en expliciete) is van cruciaal belang binnen elk politiek discours: alle woorden en discoursen hebben een geschiedenis van gebruik. Zeker als men die geschiedenis expliciet oproept, zoals De Wever die zich positioneert als in lijn met de verlichting en een volgeling van Burke, dan is het de job van de discoursanalist om dit te onderzoeken. In die zin heb ik veel te danken aan De Wever, het is dankzij hem dat ik al die primaire bronnen heb mogen lezen. En dat was een heel leerrijke en plezierige trip.

 

De foute vragen

Absillis geeft eigenlijk nergens kritiek ten gronde op de analyse en de methodologie. Wat Absillis stoort – naast de conclusie dat N-VA een anti-verlichtingsideologie uitdraagt –  is dat ik (1) allerhande vragen die hij interessant vindt, niet heb beantwoord en (2) niet de literatuur gebruik die hij vindt dat ik moet gebruiken. Zo wordt me verweten dat ik geen studie gemaakt heb van de impact van Herder en Burke op het Vlaams nationalisme. Blijkbaar had ik dus eerst hierover een doctoraat moeten schrijven, vooraleer ik iets mag zeggen over Herderiaans nationalisme binnen het Vlaams nationalisme. Bovendien haast Absillis zich, na zich verschillende alinea’s te hebben uitgesloofd om de impact van Herder op het Vlaams nationalisme in vraag te stellen, met de stelling dat Herder wellicht wel een grote impact heeft gehad op het Vlaams nationalisme. Geen enkele inhoudelijke tegenwerping op mijn vaststellingen dus, integendeel.

Hetzelfde met Burke. Absillis vindt mijn vaststelling van de invloed van Burke op De Wever evident en makkelijk. Dus terug geen enkele inhoudelijke kritiek op wat ik zeg. Ik krijg enkel het verwijt  volgende vragen niet te beantwoorden: “Hoe leest De Wever Burke? Hoe verhoudt die lezing zich tot Maly’s eigen, grondige en systematische lectuur van Burke? Welke rol heeft Burke gespeeld in de geschiedenis van de Vlaamse beweging? Als die rol minimaal zou zijn, waarom is De Wever dan zo door Burke aangetrokken? En waarom heeft het tot De Wever geduurd voordat Burke en zijn ‘identiteitsconcept’ in het Vlaams-nationalistische denken werden geïntroduceerd?”  Enkel de onderzoeksvragen die Absillis als relevant beschouwd, mogen worden beantwoord. Absillis voelt zich de hoeder van de juiste vraag, de pater die het juiste denken oplegt.

Idem met de claim dat De Wever een neoliberale nationalist is. Terug geen enkele kritiek op de analyse an sich, die analyse wordt niet vermeld (terwijl Absillis 39 pagina’s ter beschikking heeft!). Wel worden terug andere vragen gesuggereerd. Hij noemt “N-VA-voorzitter namelijk een “neoliberale nationalist”, maar gaat licht over de vaststelling dat pleiten voor zo veel mogelijk vrije marktwerking en een principiële achterdocht tegenover de overheid zich moeilijk laten verzoenen met waarden als gemeenschapszin, sociale cohesie en nationale solidariteit. Is De Wevers nationalistische discours dan onderschikt aan een neoliberale agenda of is het eerder omgekeerd? En hoe verhoudt De Wevers neoliberalisme zich tot de verlichting en de erfenis van de Vlaamse beweging?’” Nog los van het feit dat verschillende vragen wel worden beantwoord in het boek, wijs ik er graag op dat de these dat nationalisme en neoliberalisme de laatste decennia hand in hand gaan, geen nieuwe vaststelling is.  David Harvey (die stond niet op Absillis’ lijst van verboden boeken) gaat in zijn werk over neoliberalisme uitvoerig in op die verhouding.  We hoeven trouwens maar aan Thatcher te denken, of later aan het discours van New Labour (Fairclough schreef hier een interessant boekje over, maar die staat hoogst waarschijnlijk op de verboden lijst van Absillis).

 

De foute literatuur

Het belangrijkste argument van Absillis tegen mijn doctoraat is niet zozeer mijn analyse an sich, maar de literatuur waarop ik me baseer. Als ik over het Vlaams nationalisme spreek,  mag ik me niet baseren op Louis Vos, Lode Wils, Jan Blommaert, Marc Reynebeau, Morelli en Hobsbawm. Als ik over nationalisme schrijf, mag ik me niet op Anderson, Billig, Hobsbawm, Gellner, Blommaert en Hroch baseren. En ik mag me niet baseren op Israel, Condorcet, Paine, De Tocqueville, Rousseau en Kant als ik over de verlichting schrijf. En ik mag me al helemaal niet baseren op Sternhell als ik over de anti-verlichting schrijf. Ik moet me dan weer wel baseren op Lakoff  en dus linguïstische (en geen sociolinguïstische) analyses maken. Uiteraard mag ik me niet baseren op discoursanalisten zoals Hymes, Foucault, Fairclough, Billig en al zeker niet op Blommaert en Verschueren.

En zo komen we geleidelijk aan bij hetgeen Absillis echt viseert: De contestatie van het Vlaamse nationalisme door linkse intellectuelen en culturo’s zoals dat in het lingo heet.  Absillis’ stelling is bekend, links moet het nationalisme niet bekampen, maar omarmen en inzetten voor de linkse strijd. Jan Blommaert en Jef Verschueren, die doorheen de hele bespreking geregeld opduiken, zijn vanuit dit perspectief uitermate problematisch in zijn ogen. Zij hebben, aldus Absillis, een enorme impact gehad met hun boek Het Belgische migrantendebat op het verzet van linkse culturo’s en intellectuelen tegen het concrete Vlaams nationalisme.

Het is dan ook opvallend dat er slechts 12 van de 39 pagina’s gewijd worden aan mijn doctoraat.  Op de andere pagina’s wordt de invloed van ‘Het migrantendebat’ van Blommaert en Verschueren besproken. Zij zouden de houding van links ten opzichte van het Vlaams nationalismhebben bepaald en ‘de foute’ boeken binnengebracht hebben in het debat (lees: de werken van Hobsbawm, Anderson en Gellner) over nationalisme. Mijn doctoraat wordt als emblematisch neergezet wordt voor alles wat fout is aan de linkse houding ten aanzien van nationalisme in de laatste twee decennia:

Maly’s conclusie negeert dat sinds de doorbraak van het Vlaams Blok in de jaren 1990 wellicht geen enkele ideologie fel­ler en openlijker werd gecontesteerd dan nationalisme in het algemeen en Vlaams-nationalisme in het bijzonder. De doorbraak van de N-VA naar het centrum van de po­litieke macht heeft daar al met al niet zo veel aan veranderd.”

Absillis maakt hier typische fout: hij verwart tegenspraak met macht. Dat N-VA de grootste partij is van Vlaanderen, dat er op de PVDA na geen Belgische partijen zijn of dat de BRT VRT is geworden, dat is allemaal niet relevant. Een wetenschapper als Billig, zou daar iets anders over denken, maar die staat niet op de goede literatuurlijst. Wat Absillis niet lijkt te zien, is de machtsongelijkheid. De reële impact van die intellectuelen en culturo’s wordt niet in ogenschouw genomen. Een hegemonie is nooit totaal, er is altijd verzet. Het verzet wordt echter niet gehoord, belachelijk gemaakt, geïnstrumentaliseerd, geneutraliseerd of in de marge geduwd. Dat wil niet zeggen dat ze er niet is, ze heeft gewoon weinig impact, weinig macht.

Het is dan ook opvallend dat een bespreking die niet ingaat op de methode van het onderzoek, die geen enkele feitelijke fout aanhaalt, maar enkel wijst op ‘de foute literatuur’ en extra (interessante) onderzoeksvragen suggereert, heel snel opgepikt wordt om een onderzoek af te maken. Terwijl datzelfde medium nog nooit een letter heeft vuilgemaakt aan dat onderzoek. Laat staan dat De Morgen zou rapporteren dat het onderzoek nu ook in een internationale top journal als Nations and Nationalism is gepubliceerd. Het zegt iets over wat gezien wordt als normaal en wat gezien wordt als niet normaal in onze Vlaamse samenleving. Het kaartenhuis van Absillis stort onherroepelijk ineen.

 

De verborgen politiek van de recensent

‘Mijn doctoraat’ is maar een opstapje om het echte stokpaardje van Absillis boven te halen: De verdediging van (links) nationalisme. De pot verwijt de ketel dat hij zwart ziet. Freud zou het woordje projectie bovenhalen, maar die staat zeker ook op de foute literatuurlijst. Onder het mom van een objectieve recensie, smokkelt Absillis niet al te subtiel trouwens, zijn eigen politieke strijd binnen: de opleving van het Linkse nationalisme. Ik wens hem daarbij alle succes.

 

  1. Graag maak ik van de gelegenheid gebruik even te wijzen op een reeks feitelijke fouten in de bespreking. De cover is niet door Epo gemaakt (de Colofon checken is altijd handig). Ik ben nooit voorzitter geweest van Kif Kif, maar coördinator. Kif Kif was geen minderhedenplatform, maar een intercultureel platform. Ik ben geen politiek wetenschapper, maar een cultuurwetenschapper. Kif Kif is niet aan elkaar geschreven. Facebook en Instagram worden met hoofdletters geschreven. Sternhell is met ll –geschreven.

 

[De Gids] Recensie N-VA | Analyse van een politiek ideologie

De Gids over N-VA | Analyse van een politieke ideologie: Als men er de lijvige, goed gedocumenteerde en indrukwekkende analyse over deze partij – het doctoraat van Ico Maly – N-VA. Analyse van een politieke ideologie op naleest krijgt men wel een duister beeld van conservatief-rechts in ons land.

Image

Image

Image

[solidair] Eindejaarsvraagjes

Solidairs eindejaarsvraagjes 2012 (deel 3)

De redactie van Solidair vroeg aan enkele van de markantste en interessantste figuren uit de academische, culturele, politieke, journalistieke en syndicale wereld om terug te blikken op 2012. In één adem peilden we naar de wensen voor 2013.

1. Wie krijgt van u de ‘goed bezig 2012’? Waarom?

2. Wie krijgt van u de ‘rode kaart 2012’? Waarom?

3. Op welk(e) persoonlijk(e), maatschappelijk geëngageerd(e) en solidair(e) actie of standpunt uit 2012 bent u best trots?

4. Wie wenst u wat toe in het jaar 2013, ten goede of ten kwade?

• Bekijk hier het jaaroverzicht 2012 in foto’s

• Solidairs eindejaarsvraagjes (deel 1)

• Solidairs eindejaarsvraagjes (deel 2)

Anne Provoost

Schrijfster

Goed bezig. De Moeder van alle Grote Problemen is nog altijd de overbevolking. Als we toestaan dat mensen onbeperkt blijven ‘procreëren’, zullen we ook moeten blijven toestaan dat kinderen in steeds grotere getale ‘creperen’. Er zijn weinig mensen die dit thema op de agenda durven te zetten. Wie het doet is goed bezig, want hij maakt zichzelf ontzettend onpopulair.

Rode kaart. Ik heb dit jaar kunnen meemaken hoe één burger (haar echtgenoot Manu Claeys van stRaten-generaal, n.v.d.r.) een zorgvuldige reconstructie maakte van de politieke afspraken en de geheime contracten achter de contracten in het dossier van de Oosterweelverbinding. Dat diepgravende dossier werd vervolgens door de Vlaamse pers genegeerd. Ondertussen doen de bouwconsortia en de politici gewoon verder.

Engagement. Ik blijf hopen dat de Vlamingen zich weer wat meer gaan concentreren op het verwerven van een tweede en een derde taal in plaats van zo hard met hun eerste taal bezig te zijn. In mijn moedertaal alleen kan ik niet wonen. Ik zal dus nooit aanvaarden dat talen worden verboden, of dat mensen me op de vingers tikken omdat ik Franse, Duitse of Engelse woorden gebruik.

Wensen. Ik wens de linkerzijde in dit land de kracht toe om te blijven zoeken naar antwoorden die inclusief zijn. Onze omgeving wordt steeds exclusiever: men kijkt naar wat zich in de eigen cirkel bevindt, ziet de waarde ervan, en gaat het vervolgens afschermen. Maar iemand moet toch ook kijken naar wat buiten de eigen cirkel achterblijft? En dat dan aan boord halen? Hoe bewaren we anders ons menselijke gelaat?

Ico Maly

Coördinator Kif Kif

Goed bezig. PVDA in het algemeen en haar studiedienst in het bijzonder. Er was het opmerkelijke verkiezingsresultaat, maar de PVDA-studiedienst heeft ook meermaals heel pertinente gegevens beschikbaar gemaakt voor het brede publiek en zo daadkrachtig de strijd aangegaan met iedereen die onze sociaaleconomische en democratische rechten aantast. De informatie voedde telkens het maatschappelijk debat. Een verademing.

Rode kaart. Interimkantoren en dienstenchequebedrijven die nog altijd discrimineren en de verschillende overheden die geen prioriteit maken van racismebestrijding. Uit de discriminatiebarometer van Kif Kif bleek voor de zoveelste maal dat discriminatie en racisme schering en inslag zijn op de arbeidsmarkt. We brachten manifeste bewijzen van racisme en discriminatie naar voor, maar de politici doen er niets aan.

Engagement. Op de publicatie van mijn doctoraat N-VA. Analyse van een politieke ideologie.

Wensen. Ik wens de verschillende ministers en politici in ons land volgend jaar wat meer sociale empathie toe en inzicht in democratie. Het is helaas nodig.

Karim Zahidi

Wiskundige-filosoof (UA), lid van Ronde Tafel van Socialisten

Goed bezig. DeWereldMorgen, een van de weinige mediakanalen in België die er in slagen om belangrijk nieuws te brengen dat door andere mediakanalen niet wordt opgepikt. Ze brengen verdiepende analyse en achtergrondinformatie die van wezenlijk belang zijn om de wereld te begrijpen (om hem te veranderen). De tientallen vrijwilligers en auteurs die dagelijks in de weer zijn om dit kleine wonder werkelijk te maken verdienen een pluim.

Rode kaart. De Israëlische regering. Eigenlijk verdient ze die rode kaart ieder jaar voor haar bezettingspolitiek: bouw van illegale nederzettingen, willekeurige opsluiting van kinderen en adolescenten, systematische schending van mensenrechten… Dit jaar deed de Israëlische regering er nog een schepje bovenop door de aanval op Gaza, die de dramatische situatie nog wat uitzichtlozer maakte.

Engagement. “Vive la Sociale”, een productie van het Brussels Brecht-Eislerkoor, het Hasselts omroerkoor en fanfare Remork waarin doorheen teksten en liederen de geschiedenis wordt verteld van de sociale strijd. Het is belangrijk om ook vandaag dit verhaal te vertellen en duidelijk te maken dat verzet en strijd onze belangrijkste politieke wapens zijn.

Wensen. Aan zij die dagelijks groot of klein verzet plegen tegen uitbuiting en onderdrukking wens ik het pessimisme van het verstand maar het optimisme van de wil.

Ludo De Brabander

Woordvoerder Vrede vzw

Goed bezig. DeWereldMorgen. Deze alternatieve nieuwssite is erin geslaagd om met een kritische blik een uitgebreid aanbod van onderwerpen te brengen naar een breed publiek. Geëngageerde journalistiek, gebaseerd op duidelijke waarden zoals democratie, rechtvaardigheid, solidariteit en vrede, wat beter is dan de schijnonafhankelijkheid waar grote media graag mee uitpakken.

Rode kaart. Bart De Wever. Hij staat voor alles wat ik verafschuw. Hij kiest voor een egoïstisch neoliberaal Vlaanderen, voor de sterken in de maatschappij. Hij ziet zich als de verdediger van de belangen van de Vlaamse werkgevers. Als deze man aan de macht komt, dan vrees ik de sociale afbraak. Dat is ook de belangrijkste reden waarom hij België wil splitsen: links en de vakbonden moeten verder verzwakt worden.

Engagement. Grootste vredesvlag. In Gent ontvouwden we op 21 september, de internationale dag voor de vrede, de grootste vredesvlag ter wereld met de boodschap: ontwapen om te ontwikkelen. We willen daarmee protesteren tegen het feit dat de wereld in 2011, ondanks de crisis, een recordbedrag van 1,74 miljard dollar besteedde aan militaire uitgaven. Dat geld moet naar broodnodige sociale en milieu-investeringen.

Wensen. Dat de regering durft werk maken van de uitvoering van een passage over massavernietigingswapens in haar eigen regeerakkoord. Daarin staat dat ze zal ijveren voor een verbod op wapensystemen met een willekeurig bereik of die disproportioneel veel slachtoffers maken. In Kleine Brogel liggen nog altijd dergelijke wapens, die inderdaad dringend moeten ontmanteld worden in plaats van gemoderniseerd zoals het Pentagon voorziet.

Marijke Pinoy

Actrice

Goed bezig. Alle mensen die graag in Vlaanderen wonen, en dat zijn er toch nog wat, die het woord Vlaanderen niet te pas en te onpas hebben misbruikt om hun doel te bereiken.

Rode kaart. De media, die mijns bescheiden mening, nog nooit zoveel het woord Vlaanderen in de mond hebben genomen als het afgelopen jaar. Het is een herboren woord, bijna ongenaakbaar en heilig verklaard.

Engagement. Ik probeer mij niet te laten misleiden door oorlogstaal en haatdragende slogans, ik probeer daarentegen het hoofd koel te houden, en aan mijn kinderen door te geven dat oog om oog, tand om tand, tot niets leidt.

Wensen. Ik wens iedereen meer mededogen toe, en dat alles  wat gelijker zou verdeeld worden, zodat de sluipende armoede niet nog meer uit de hand loopt. Ik hoop zo dat de Grieken hun trots mogen terugvinden in een land waar cultuur ooit zo vooruitstrevend is geweest. En daarbij hoop ik dat we een solidair Europa mogen zijn.

Rik Vermeersch

Directeur ManiFiesta

Goed bezig. De Rode Duivels, niet alleen omdat ze zich aan het kwalificeren zijn voor Brazilië, maar ook omdat ze geen blad voor de mond nemen. Kompany sprak zich meermaals uit tegen separatisme en Jelle Vossen bracht een solidariteitsbezoek aan het piket van Ford Genk.

Rode kaart. Bart Verhaeghe, eigenaar van Club Brugge. Hij vormt de club om van een familieclub naar een zielloos bedrijf, waar alleen winst telt. Hij is bouwpromotor van Uplace maar ook stichtend lid van patronale denktank Intinera. Itinera vindt dat iedereen tot zijn zeventigste moet werken. Agressieve rijkaards, ze bestaan.

Enagement. Ik ben natuurlijk fier over de collectieve realisatie van ManiFiesta. Dit feest van de solidariteit wordt het jaarlijks rendez-vous van de progressieve onderstroom.

Wensen. Ik hoop dat het Vlaams-nationalisme zijn ware gelaat toont: anti-volks, dikwijls hatelijk ten aanzien van Franstaligen, maar o zo lief voor de rijksten in deze samenleving. Ik wens alle fans van ManiFiesta vooreerst een geslaagde vierde editie. Het moet mogelijk zijn om in 2013 dichter bij de 10.000 bezoekers te komen.

Steven De Geynst

Muffinman, opbouwwerker en ervaringsdeskundige

Goed bezig. De actie “Ieders stem telt” (actie van Samenlevingsopbouw naar aanleiding van de gemeenteraadsverkiezingen, n.v.d.r.), omdat ze inzette op mensen in maatschappelijk kwetsbare posities.

Rode kaart. Maggie De Block. Zij blijft volharden in repressie en is blind voor de naakte cijfers: armoede is vooral een zaak van uitsluiting.

Engagement. The rise of the Muffinman!

Wensen. Seefhoek vooruit!

Stijn Tormans

Journalist Knack

Goed bezig. Kris Fierens en Kristof Van Brussel van Red Het Zeemanshuis. Het in december afgebroken Zeemanshuis was meer dan een lokaal Antwerps dossier, het was een symbool. Een lowbudgethotel waar arme mensen en zeemannen een thuis vonden. Maar ook een fiftiesmonument dat scheef stond en dus bij voorbaat weerloos was tegen politieke belangen en het grote geld.

Rode kaart. De commentaarschrijvers op nieuwsfora, die veranderd zijn in een pool van beledigingen en verwensingen. Leve de polemiek, dat spreekt. Maar vandaag lijkt iedereen wel voortdurend boos en verongelijkt. En vooral: alleman is overtuigd van zijn eigen gelijk, neergepend in erbarmelijk Nederlands. Twijfel werd in 2012 meer dan ooit een schaars goed.

Engagement. Geen enkele.

Wensen. De Vlaamse bevolking en haar leiders: een portie twijfel, wat mildheid. Zelden was de politiek van dit land zo agressief, gestuurd door media- en andere cellen. Desondanks hoop ik dat mensen af en toe scheef blijven staan tegen grondstromen, in naam van de democratie.

Jean Bricmont

Fysicus, professor aan de UCL

Goed bezig. De Franse president François Hollande, die erin slaagde veel Fransen ervan te overtuigen dat verandering mogelijk is, terwijl hij zeer goed wist dat de Europese regels gemaakt zijn, meer bepaald door zijn eigen partij, om elke verandering onmogelijk te maken.

Rode kaart. Alle linkse organisaties en bewegingen in Europa die, onder het mom de revolutie in Syrië (en vorig jaar in Libië) te “steunen” met geen woord reppen over de talrijke schendingen van het internationaal recht waar hun regeringen zich schuldig aan maken in naam van het “recht op inmenging” en “verantwoordelijkheid om te beschermen”.

Engagement. Zoals elk jaar ben ik nergens fier op. Ik begrijp dat de PVDA fier is op haar succes, maar het is een druppel in de zee, als we overwegen dat we totaal niet in staat zijn om ook maar in het, minst weerstand te bieden aan de ontketening van geweld door Amerika en Israël, of ook maar een oplossing te bedenken voor het vernietigen van jobs bij ons en de langzame ineenstorting van onze maatschappijen.

Wensen. Vel sterkt aan Bradley Manning, de Amerikaanse soldaat die de rest van zijn leven in de gevangenis zit omdat hij de oorlogsmisdaden van de Amerikanen in Irak aan het licht bracht, en aan alle andere moedige Amerikanen die strijden tegen het imperialisme in hun eigen land en daarbij soms in de gevangenis terechtkomen, onder de totale onverschilligheid van Europees links, dat enkel “solidair” is met alle revoluties die door de Amerikanen gesteund worden.

Roland Mahauden

Directeur van het Théâtre de Poche

Goed bezig. Aan alle kunstenaars die hun “strijd van de armen” hebben gewonnen door te betogen, en zo Fadila Laanan (PS, minister van Cultuur van de Franse Gemeenschap, n.v.d.r.) ertoe te brengen terug te komen op haar beslissing om te snoeien in het nu al krappe budget voor jonge theatercreaties.

Rode kaart. Aan onze regering die hardnekkig volhoudt de crisis te doen betalen door de werkende mensen, die de werkzoekenden straft als ze geen werk vinden omdat er geen is, en die de deuren van het land wagenwijd openzet voor de grote vermogens uit de buurlanden die op zoek zijn naar een fiscaal toevluchtsoord, terwijl ze die deuren dichtgooit voor asielzoekers die op zoek zijn naar een toevluchtsoord zonder meer.

Engagement. De strijd is nog niet gewonnen, maar nu ik twee keer in Afghanistan ben geweest, heb ik de basis gelegd voor een show met jonge Afghaanse acteurs in hun riskante emancipatiestrijd.

Wensen. Nu ik pas te weten ben gekomen dat mijn huisbaas, van wie ik tegen een peperdure prijs één van zijn vele appartementen huur, geen cent belastingen betaalt op zijn maandelijkse huurinkomsten, wens ik hem en alle andere gelukkige huisbazen in 2013 toe dat ze verder hun zakken kunnen vullen met belastingvrije huurinkomsten.

Zakia Khattabi

Gemeenschapssenatrice, fractievoorzitster van Ecolo

Goed bezig. Voor de Tunesiërs, de Egyptenaren en alle democraten van de Arabische wereld die zich dagelijks inspannen om hun rechten te verdedigen op plaatsen waar de westerse machten (vroeger én nu) de rode loper uitrollen voor Arabische dictators.

Rode kaart. Voor de ‘linksen’ in de regering. Hun ideeën lijken verschraald tot eenheidsworst. Aan politiek doen is een zware verantwoordelijkheid. Onder het mom van ‘gezond beheer’ lijst Elio Di Rupo bijzonder fier een aantal cijfers op om bezuinigingen aan te kondigen. Dat is intellectuele oplichterij. Het zijn geen keuzes die ingegeven zijn door ‘het gezond verstand’, maar keuzes voor een neoliberaal beleid.

Engagement. Dat ik niet heb meegedaan aan de verschraling van het politieke denken. Dat ik mij verzet heb tegen de verruiming van de mogelijkheden om strafrechtelijke vergrijpen af te kopen via minnelijke schikkingen. Het slaat immers vooral op dossiers van fiscale fraude en geeft witteboordcriminelen een specifiek statuut. Bovendien rolt het de rode loper uit voor een klassenjustitie.

Wensen. Ik formuleer geen wensen. Ze hebben geen bindend karakter en stellen alleen de mensen tevreden die erin geloven… Wat ik wél wil doen is me engageren om het project voor een rechtvaardige en solidaire maatschappij te blijven verdedigen.

Aurélie Decoene

Voorzitster Comac (jongerenbeweging PVDA)

Goed bezig. De studenten van Québec, voor de strijd die ze voerden (en gewonnen hebben!) tegen de regering-Charest voor gratis openbaar hoger onderwijs. Het was een massale en creatieve strijd, die op een voorbeeldige manier gebruikmaakte van de sociale media. Bovendien het bewijs dat het de moeite loont om te vechten voor je rechten.

Rode kaart. Onze federale regering die de gemeentelijke administratieve sancties (GAS-boetes) uitbreidde tot allerlei nieuwe soorten inbreuken vanaf 14 jaar. Op die manier wordt het een instrument voor willekeur en repressie in alle richtingen, dat vooral de kinderen uit de volksbuurten zal treffen. Ook heel wat politieke militanten hebben dit jaar al zo’n GAS-boete in de bus gekregen.

Engagement. Op vijf plaatsen organiseerde Comac dit jaar een gezamenlijke blok tussen Kerst en Nieuwjaar en er kwamen meer dan 200 studenten op af, een record! Met dit initiatief helpen we de studenten bij het studeren. En dat in een tijd waarin het steeds moeilijker wordt om te slagen door de onderfinanciering van het onderwijs. Onze collectieve blok toont wat de kracht is van solidariteit.

Wensen. Ik wens de bevolking in Zuid-Europa, die zich verzet tegen de bezuinigingspolitiek van hun regeringen en van de Europese Unie, heel veel moed om de strijd vol te houden.

Raoul Hedebouw

Nationaal woordvoerder PVDA

Goed bezig. De progressieve presidenten in Latijns-Amerika, die elke dag opnieuw laten zien dat een andere wereld mogelijk is en noodzakelijk.

Rode kaart. Voor een groot deel van de politieke klasse in België, voor hun bewuste onmacht ten overstaan van de crisis van het kapitalisme.

Engagement. Niet meteen voor een individu, maar eerder collectief. Het aantreden van twee PVDA-verkozenen in de gemeenteraad bewijst dat steeds meer Luikenaars snakken naar een echte complexloze linkerzijde.

Wensen. Alle Europese volkeren samen wens ik zoveel mogelijk moed in hun verzet tegen dit Europa van het kapitaal.

Peter Mertens

Voorzitter PVDA

Goed bezig. Er zijn vorig jaar tienduizenden mensen voor het eerst van hun leven de straat opgetrokken, overal in Europa. Gepensioneerden, jongeren, mijnwerkers, strijdbare vakbonden, antiracismebewegingen, ecologische bewegingen, middenveldorganisaties… Op het hele continent weerklinkt één luide roep naar echte inspraak, en naar een economie die niet langer gegijzeld wordt door multinationals en banken.

Rode kaart. Een minderheid van de minderheid wordt toegestaan om zich te verrijken ten koste van zware schade aan het algemeen belang. 2012 is het jaar waarin die kleine minderheid niet alleen nog rijker is geworden, maar ook arroganter-dan-ooit. De patroons zwaaien de plak. De traditionele politiek is een blaasbalg geworden van alles wat het establishment meent te moeten zeggen, en ze verdient daarom een dikke rode kaart.

Engagement. Ik ben fier dat ik voorzitter mag zijn van de meest dynamische partij van het land. De diversiteit en de rijkdom die in onze partij aanwezig zijn, is enorm. Overal waar je komt in de sociale actie, kom je wel mensen van onze partij tegen. Als je door ManiFiesta wandelt, zie je mensen uit het hele land, van verschillende afkomst maar toch in een taal die elkaar vindt. Dat is de spiegel van onze partij, en daar kan je alleen maar fier op zijn.

Wensen. Ik wens alle welvaartsmakers een uitstekende gezondheid, veel zelfvertrouwen en doorzettingsvermogen toe. Maar vooral wens ik hen een nieuwe lente toe.