Integratie of mensenrechten?

Bart Sturtewagen ontwaart in De Standaard (28-08-2015) een nieuwe breuklijn in het maatschappelijk debat. De breuklijn ‘scheidt diegenen die vinden dat asiel een door bindende verdragen geregeld mensenrecht is en dus geen verdere discussie behoeft, van hen die best solidair willen zijn met vluchtelingen uit oorlogsgebied, maar daarvoor een afbrokkelend draagvlak zien.’ (De Standaard, 28-08-2015). De ene positie wordt gezien als idealistisch en naïef (pro-mensenrechten), de andere als pragmatisch. Iedereen is voor een humaan asielbeleid zegt Sturtewagen, maar de vraag is hoe we dat aanpakken. Volgens de journalist is de enige goede denkpiste daarbij integratie.

Wie krijgt hierbij geen déja vu? Dit is het denkkader waarbinnen de discussie over migratie zich sinds de jaren 90 voltrekt. De mensenrechtenbenadering heeft al lang het pleit verloren. Integratie wordt al decennia gezien als een ‘realistische’ benadering. Dit ‘realistische perspectief’ steunt op twee pijlers: (1) we trachten de instroom te beperken en (2) eenmaal ze hier rechtmatig zijn dan moeten ze ‘integreren’. Wat het betekent om in ons land te ‘integreren’ heeft in diezelfde tijdspanne een heel andere inhoud gekregen. Grofweg zien we dat integratie niet meer slaat op sociaaleconomische of politieke integratie, maar op culturele integratie.

De nieuwkomer moet Vlaming (niet Belg) onder de Vlamingen worden. Dus op een moment dat we allemaal cultuur maken in transnationale niches (hipsters, skaters, grungers, managers, academici,  …), moeten zij integreren in de ‘Vlaamse cultuur’ vooraleer ze rechten krijgen. Integratie staat al decennia gelijk aan het voorwaardelijk maken van rechten. Eerst Vlaming worden, de taal leren, de nationaliteit verwerven en pas daarna volle rechten. Daarbij ziet men over het hoofd dat mensen rechten nodig hebben om te kunnen integreren.

Het is de verdienste van Sturtewagen dat hij integratie schijnbaar, want impliciet, lijkt te hanteren in zijn oude betekenis: hoe zorgen we dat we een samenleving blijven van gelijke democratische burgers. Het is ook zijn verdienste dat hij er mogelijks vanuit gaat dat migratie geen tijdelijk gegeven is. Nemen we die twee elementen samen, dan wordt integratie echter een problematisch concept. Integratie veronderstelt immers altijd: (1) een sedentaire migratie en (2) een afgebakende nationale staat. En net die twee zaken zijn geen evidentie meer in tijden van superdiversiteit en globalisering.

Migratie is een globaal fenomeen en het laat zich niet oplossen op het niveau van de natiestaat, de regio of de stad. Mensen migreren niet zomaar. Ze ontvluchten oorlog, geweld, dictaturen, milieurampen en de effecten van de economische situatie in hun land of regio. De oorlogen in het Midden-Oosten zijn oorlogen waar ook ‘wij’ een rol een inspelen, net zoals natuurrampen of de economische situatie in Afrika. Mochten ‘wij’ in hun situatie zijn, dan migreren we ook. De geschiedenis is daarin zeer duidelijk, wie van ons heeft geen migrant in zijn stamboom? Mijn grootouders zaten in Frankrijk en zijn later in Engeland ondergedoken tijdens de oorlog. En enkele decennia voordien is een deel van mijn familie met de Red Star Line naar de Verenigde Staten getrokken.

Vandaag werken mensen die leven in Polen en Roemenië hier in België, komen Indische topindustriëlen hier werken en zoeken vluchtelingen hier hun toekomst. We leven allen meer en meer op een transnationale schaal en dat heeft effecten op elkeen van ons. Op de Belgische bouwvakker en poetsvrouw en op de Poolse collega’s. Ook ik ben vandaag een arbeidsmigrant, want tewerkgesteld in Nederland. En hier wordt de hypocrisie duidelijk van onze wereld. Ik en veel van mijn collegas’s worden aangemoedigd om globaal te leven, om te migeren. Probeer maar eens een academische carriere uit te bouwen zonder de landsgrenzen over te steken. De mensen die het echt nodig hebben, die worden gecriminaliseerd. Dat toont hoe erg het gesteld is met al die mooie grote waarden als mensenrechten en democratie. Als puntje bij paaltje komt tellen ze niet mee.

Migratie is deel van de condition humaine. In de 21ste eeuw is migratie een transnationaal en een politiek probleem en het vergt transnationale en politieke antwoorden. We kunnen niet meer doen alsof we leven in een natiestaat waarop de rest van de wereld geen effect op heeft. Migratie situeert zich dus op een heel ander schaalniveau: de wereld. Men weigert blijkbaar te aanvaarden of in te zien dat de wereld structureel veranderd is in de laatste decennia. En in die nieuwe geglobaliseerde wereld is de natiestaat een anachronisme: ze is in staat ongelijkheid te realiseren, maar niet om migratie te stoppen. Als ons antwoord op migratie niet vertrekt vanuit het engagement om mensenrechten voor elkeen te garanderen, dan ondermijnt ze die voor elkeen van ons.  Democratie en mensenrechten voor autochtonen alleen is geen democratie, maar een ethnocratie. Een samenleving die onvermijdelijk mensenrechten met de voeten treedt, ongelijkheid en uitbuiting organiseert. Een dergelijk project is bovendien niet handhaafbaar op lange termijn. Het is ook niet wenselijk.

Het pro-mensenrechten standpunt  is dus niet naïef maar realistisch. Migratie zal enkel maar toenemen. Als we met zijn allen willen blijven leven in een democratie en in een verzorgingsstaat, dan is het tijd om wat zaken te herdenken en vooral op te zetten. Migratie dwingt ons om na te denken over welke structuren we opbouwen op welke schaalniveaus zodat we de oude verlichtingsideaalen en het fundament van een democratie – gelijke rechten voor elkeen – kunnen realiseren. Het vereist debat en vooral veel moed en politieke daadkracht. Het vereist dat we onze nationale bril afzetten en kijken hoe we een betere wereld kunnen realiseren. Dat is in ieders belang, ook van degenen die zichzelf niet als migrant zien. Niemand weet immers op voorhand wanneer men migrant wordt.

Ico Maly is doctor in de cultuurwetenschappen en docent aan Tilburg University (Nederland). Hij is co-auteur van Superdiversiteit en democratie (EPO, 2014).

De raaskalderij van Peter De Roover

Enkele bespiegelingen na een debat over diversiteit

Gisteren zat ik in de Vooruit op een TEDX-achtig evenement rond diversiteit van de faculteit sociale en politieke wetenschappen van de UGent. Een van de andere sprekers was Peter De Roover van N-VA. De Roover beloofde niet aan politiek te doen … dat was meteen de eerste belofte die sneuvelde. Met stijgende verbazing heb ik een speech aangehoord die niet anders te typeren is dan als ‘onzin’. Ik heb het dan nog niet over de schandalige banalisering en herdefiniëring van woorden als vooroordeel, discriminatie en apartheid, maar in eerste instantie over het compleet fictieve karakter van zijn verbeelding. Volg even mee.

de roover

De Roover deelde met ons de ‘wijsheid’ dat de mens bestaat uit twee dominante behoeften: zin voor herkenbaarheid en zin voor avontuur. Sommige mensen zijn avontuurlijker dan anderen, maar herkenbaarheid is cruciaal want dat geeft ons rust, aldus De Roover. Het is die herkenbaarheid die ons toelaat om niet teveel te moeten denken (dat schijnt lastig te zijn aldus deze ex-leraar). Want als alles herkenbaar is moeten we niet meer denken. We kunnen dan lustig ‘discrimineren’ op basis van vooroordelen. Dat geeft ‘ons’ blijkbaar rust. Want zegt De Roover we kiezen een restaurant (we discrimineren om het in de woorden van De Roover te zeggen) op basis van vooroordelen en niet op basis van kennis of gegronde oordelen op basis van feiten. We kijken blijkbaar niet naar ons eten, we weten blijkbaar niet dat er zoiets is als de voedselinspectie. Nee, we doen dat blijkbaar op vooroordelen. En dat is normaal.

Discriminatie en vooroordelen worden in het discours van De Roover niet alleen genormaliseerd en gebanaliseerd (we doen het allemaal), ze worden ook gezien als goed, als deel van de menselijke aard. Impliciet zien we hier de fictie van de homogene natie actief: herkenbaarheid is herkenbaarheid in een nationale natie waar iedereen dezelfde variant van het Nederlands spreekt, dezelfde dingen eet in dezelfde plaatsen, dezelfde waarden en normen deelt… ‘Wij’ zijn dan water, ‘zij’ zijn dan olie en dat mixt niet. De Roover is niet veel ‘onder de mensen’ geweest in de laatste decennia. Die wereld van nationale herkenbaarheid is pure ideologie, het is een wensbeeld, geen realiteit. Autochtonen zijn geen homogeen blok van herkenbaarheid. We hebben linksen en rechtsen. We hebben armen en rijken. We hebben bedrijfsleiders en werknemers, grungers, hipphoppers, emo’s, moslims, atheisten, katholieken, holebi’s, transgenders, skaters en bmx’ers, … Onder het laagje retoriek van De Roover gaapt de absolute leegte.

De realiteit vandaag is superdiversiteit en dat is voor elk van ons zo. Het idee bijvoorbeeld dat Belgen leven in een louter lokale Vlaamse wereld is foutief. We kunnen bijvoorbeeld een sociologisch fenomeen als ‘de hipsters’ en de bijhorende opstoot aan ‘authentieke’ koffiebars, barista’s, fixies, platen en zoverder niet begrijpen als we louter lokaal kijken. Het is een trans-nationaal fenomeen en het biedt – om de woorden van de Roover te gebruiken – herkenbaarheid: autochtonen en allochtonen kunnen hipsters zijn en delen veel meer met elkaar dan dat ze ooit zullen delen met De Roover. Dus zelfs al aanvaarden we dat herkenbaarheid een oerbehoefte is van de mens, dan zegt  niets dat die herkenbaarheid zich moet beperken tot de bruine bar van café de postduif in de kerkstraat.

Maar terug naar het verhaaltje van De Roover. Omdat die (nationale) herkenbaarheid zo belangrijk is moet we die afdwingen. En dat wil de linkerzijde niet, aldus De Roover, die wil immers apartheid. Links zou groepsidentiteiten willen verheffen tot norm, tot het organisatieprincipe van de samenleving. Nog los van het feit dat De Roover ‘apartheid’ hier ontdoet van zijn historische betekenis, is dit uiteraard onzin. Ik had immers net het punt gemaakt dat we met zijn allen tot heel veel verschillende groepen behoren, afhankelijk van de context, de tijd en de activiteit. De studenten in de zaal waren gedurende het debat een groep. Ze waren student en zullen dat waarschijnlijk nog een viertal jaar blijven. Ze waren mogelijks, toen ze even op Twitter zaten, ook even Twitteraar, vriend of collega. En toen De Roover begon over de Vlamingen waren ze misschien even Vlaming of Belg of antinationalist. En pas toen Youssef El Moussaoui vroeg naar de nationaliteit van mensen in het publiek werd deze groepsidentiteit geactiveerd. En na het debat verdween de groep: sommigen gingen op café en waren hiphopper, andere waren gewoon  ‘zatte student’ en weer anderen gingen flink slapen om morgen de flinke student te zijn. Identiteit is dus niet te herleiden tot nationale identiteit zoals De Roover ons wil aanpraten.

De Roover heeft duidelijk niet goed opgelet de laatste jaren. Dat belette hem niet om nog wat door te ratelen. Zij – links- vinden dat alles maar moet kunnen…  Nochtans zijn ‘wij’ aldus De Roover een democratie. En een democratie is volgens hem een systeem met twee fundamenten: er is een meerderheid en een minderheid. De meerderheid kan de wetten maken als ze daarvoor een meerderheid hebben. De andere moeten zich schikken.  Kortom, in navolging van zijn Grote Leider, definieert De Roover een democratie als een dictatuur van de meerderheid. Eenmaal die meerderheid iets beslist moet de minderheid zijn mond houden.  Kortom, een klassieke antiverlichtingspositie die de rechten van de mens met de voeten veegt in naam van de bescherming van de herkenbaarheid.

De Roover zou toch eens moeten bijlezen over die vermeende linkse vijand of op tijd komen zodat hij hen toch hoort praten. Dan zou hij doorhebben dat democratie, en gelijke universele rechten voor elke mens het strijdtoneel is van links. Dat dus niet ‘alles maar moet kunnen’, maar dat we een rechtvaardige samenleving willen hebben waar het gelijkheidsbeginsel – het fundament van een democratie – een feit is. Iets wat vandaag absoluut niet het geval is. We leven in een samenleving die gekenmerkt wordt door diepe ongelijkheid. We leven in een samenleving waar mensen afhankelijk van hun statuut, hun identiteit of althans de perceptie van hun identiteit ongelijke sociale, politieke, economische en religieuze rechten hebben. Dat is dus een democratisch probleem.

Dat is een politiek probleem en de partij van de heer De Roover is daar een structureel onderdeel van. Zijn partij maakt van die herkenbaarheid een instrument om rechten van mensen voorwaardelijk te maken (eerst Nederlands leren, dan pas recht op een sociale woning) en ondermijnt zo de democratie en de rechten van de mens.

De Roover verdient dan ook één pluim, hij was eerlijk. Hij heeft – il faut le faire-  openlijk gepleit voor discriminatie als een ‘normaal’ gegeven op een avond die in het teken staat van diversiteit. Dat is inderdaad best hoe we die partij begrijpen, als een partij die het onlegitimeerbare tracht te legitimeren.

[e-boek] Superdiversiteit in Oostende

Schermafbeelding 2014-10-25 om 12.35.54 (2)In Superdiversiteit in Oostende brengt Ico Maly (Kif Kif – RITS) Oostende en meer bepaald één wijk in Oostende, het Westerkwartier, in kaart. Hij doet dat aan de hand van een etnografisch onderzoek en meer bepaald etnografisch linguïstisch landschapsonderzoek. De titel maakt meteen duidelijk dat ook in Oostende superdiversiteit een onontkenbaar feit is. Maly beschrijft niet alleen, hij analyseert en verklaart ook de structuur van die Oostendse samenleving, wijst op de problemen en schetst de contouren van een toekomstperspectief.

Volgens Jan Blommaert (Tilburg University) zit de meerwaarde van het werk van Maly erin dat het aantoont ‘dat superdiversiteit, incluis z’n vele ongelijkheden, nu ook een kenmerk is van kleinere steden, van centra die op een veel lager schaalniveau te situeren zijn dan de grote miljoenensteden die magneten zijn voor migratie. Superdiversiteit is dus niet langer een uitzonderlijk, exotisch of “freak” fenomeen: het is een algemeen fenomeen dat zich dus niet laat vatten in à la carte bedenkingen en maatregelen, maar een algemene aanpak vereist.’’

Het boekje kadert binnen een groter onderzoeksproject, ‘Een ander land’ genaamd. Het project wordt aangedreven door een samenwerkingsverband met de naam ‘De toekomstfabriek’. In dat samenwerkingsverband bundelen verschillende Gentse middenveldorganisaties de krachten (www.detoekomstfabriek.be) met als doel om na te denken over de toekomst van ons land, uitdagingen in kaart brengen en op zoek te gaan naar praktijken die een ander land voorafspiegelen. Het boek is een verdieping en dus complementair aan de gelijknamige documentaire over de stad. Ook deze documentaire komt binnenkort op Kif Kif.
Ico Maly is Doctor in de cultuur­wetenschappen, coördinator van Kif Kif en docent Politiek en Cultuur (Rits). Auteur van ‘N-VA. Analyse van een politieke ideologie’ (EPO, 2012). Samen met Jan Blommaert & Joachim Ben Yakoub schreef hij Superdiversiteit en democratie (EPO, 2014).

Praktisch

Om een e-boek te lezen installeer je best een specifiek (gratis) programma. Afhankelijk van de drager waarop je het boek wil lezen heb je verschillende mogelijkheden. De meeste programma’s hebben vandaag een app voor zowel Android-, mac- of Windows-besturingssystemen. Bluefire (http://www.bluefirereader.com/) & Adobe Digital Editions (http://www.adobe.com/be_nl/products/digital-editions/download.html) zijn zeer courante programma’s. Onze voorkeur gaat naar Bluefire.

Download het E-Boek

Download “Superdiversiteit in Oostende | Ico Maly” als epub (e-readers)

[In Knack] De juridische strijd tegen racisme is doorn in het oog van N-VA

De strijd voor de mensenrechten is in de N-VA-logica ondergeschikt aan het belang van de natie en de vermeende overtuigingen van de Vlamingen. Racisme moet niet bestraft of vervolgd worden. Inzetten op de morele opvoeding en harmonieuze integratie: enkel dan kunnen ‘zij’ aanvaard worden als volwaardige Vlamingen.

N-VA-fractieleider in Antwerpen André Gantman laat er geen misverstand over bestaan: het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding (CGKR) moet opgedoekt worden, niet omdat ze te weinig juridische strijd voert tegen discriminatie, maar omdat die juridische strijd ‘niet productief’ is. Morele opvoeding, daar moet op ingezet worden. Afgaande op zijn opeenvolging van controversiële uitspraken zou het publiek kunnen vermoeden dat Gantman een soort losgeslagen einzelgänger is die het zorgvuldig geconstrueerde imago van N-VA als een gematigd rechtse partij steeds opnieuw vakkundig doorprikt. Niets is minder waar.

Dit stuk verscheen ook op Knack.be

Neutraal in de strijd tegen racisme

Al in 1997 wou Geert Bourgeois de werking van het Centrum inperken. N-VA is nooit afgeweken van deze Volksunielijn, in tegendeel. De juridische strijd tegen racisme en discriminatie is een ware doorn in het oog van de partij. ‘Zo’n centrum moet informatie vergaren en de overheid correct inlichten, maar moet niet de plaats van de politiek of het gerecht innemen,’ zei Bart De Wever in 2006.’ Het is dan ook geen toeval dat De Wever sterk gekant was tegen het racismeproces van het Centrum en de Liga voor de mensenrechten tegen het Vlaams Blok omdat het precedentwaarde had. En ook in 2011 is de partij duidelijk: ‘Het repressieve karakter, zoals het beginnen van rechtszaken, behoort niet tot de job.’

Het Centrum moet volgens N-VA volledig neutraal zijn, absurd genoeg ook in de strijd tegen racisme. Nochtans is die juridische strijd volledig in lijn met de wettelijke opdracht van het Centrum. Meer nog, het is niet alleen een expliciete taak van het CGKR om juridisch te ageren tegen discriminatie, de bevoegdheden en de onafhankelijkheid van het Centrum zouden nog uitgebreid en versterkt moeten worden volgens mensenrechtenspecialiste Eva Brems (Groen). Enkel dan kan het Centrum op Europees niveau volwaardig meespelen en erkend worden door de Verenigde Naties.

De Vlaamse opinie vs Mensenrechten

Voor N-VA mag het Centrum echter enkel ‘een positief verhaal brengen’. In de woorden van Gantman heet dit vandaag ‘morele opvoeding’ en bijdragen tot ‘harmonieuze integratie’. Organisaties als het Centrum moeten inzetten op die integratie, want racisme dat is vaak niet meer dan een cover up voor persoonlijke mislukkingen, dixit Liesbeth Homans. Lees: ze kunnen geen Nederlands en zijn geen Vlaming onder de Vlaming.

Bovendien, zo verduidelijkte Homans wars van elke kennis van de mensenrechten: racisme is geen misdaad tegen de menselijkheid. Het Centrum moet dus vooral gericht zijn op inburgeren. Het moet daarom ook een Vlaams Centrum worden, aldus Theo Francken. Want enkel dan kan het ‘minder wereldvreemd de praktijk benaderen’, en dat is nodig want nu kunnen ‘hun voorstellen op weinig tot geen steun rekenen van Vlaanderen’. Niet de universele mensenrechten, maar de Vlaamse publieke opinie moet de moraal maken.

De strijd voor de mensenrechten is in de N-VA-logica ondergeschikt aan het belang van de natie en de vermeende overtuigingen van de Vlamingen. Racisme moet niet bestraft of vervolgd worden. Inzetten op de morele opvoeding en harmonieuze integratie: enkel dan kunnen ‘zij’ aanvaard worden als volwaardige Vlamingen. In naam van ons allen wil men de verzekering van de mensenrechten ondergraven. Dat men daarmee het fundament van de democratie ondergraaft, namelijk het gelijkheidsbeginsel, is blijkbaar van geen tel. Gantman is goed geïntegreerd in de antiverlichtingsideologie van N-VA. Dat is helaas geen geruststelling. Integendeel.

Ico Maly is doctor in de cultuurwetenschappen, coördinator van Kif Kif en auteur van ‘N-VA. Analyse van een politieke ideologie’