De lessen van Homans. Hoe smoor je kritiek

Gisteren waren we met zijn allen terug bevoorrechte getuigen van de uitgekiende communicatiestrategie van N-VA. Liesbeth Homans ging op Terzake ‘in debat’ met professor-emeritus Jan Vranken, een gerenommeerd expert in armoede en sociale uitsluiting. Vranken schreef vanuit zijn jarenlange expertise een evaluatie van het sociale beleid in Antwerpen en van het beleid van Homans als zogenaamd ‘super’-schepen in het bijzonder. Wat aangekondigd werd als een debat over dat boek werd een politieke afrekening die louter gestoeld was op populistische slagen onder de gordel en geen enkele inhoudelijke argumentatie naar boven bracht. Maar toch moesten we blijkbaar met zijn allen de illusie hebben dat we uitstekend geïnformeerd werden. Dat we een eerlijk debat ten gronde hadden aanschouwd. Niets is minder waar. Een reconstructie.

 

De architectuur van Terzake

Vooraleer we naar de communicatie van Homans zelf kijken, dienen we eerst de algemene context van communicatie belichten. Homans werd immers een handje geholpen door Terzake zelf en dat op twee manieren. Ten eerste kregen de kijkers een ‘overzicht’ geserveerd van het sociale beleid van Homans. Dat overzicht was een aaneenschakeling van voorgaande media-momenten over dat beleid. En nogal wat van die momenten tonen ofwel Homans zelf aan het woord, of zijn door Homans en haar partij gestagede media-interventies. We denken dan bv. aan de lessen die Homans wou trekken uit Nederlandse voorbeelden. Homans mag in dat voorfilmpje constant herhalen dat haar beleid niet asociaal is, dat werken en leren de ideale manieren zijn om uit de armoede te ontsnappen, enz. In dat voorfilmpje figureerde geen enkele intellectueel die uitvoerig de kritiek uittekende op het beleid van Homans. De kritiek werd samengebald in wat straffe oneliners, die daardoor meteen ook ongenuanceerd overkomen, want botsend met de perceptie en met het discours van Homans zelf. Die laatste onderstreepte de stijging van de budgetten voor armoedebestrijding en het feit dat ze armoede doortastend wil aanpakken, dat er rechten en plichten nodig zijn. Kortom, het voorfilmpje is gebaseerd op de mediarealiteit, niet op de wetenschappelijke realiteit. Het toonde niet alleen de visie van Homans op zichzelf en haar beleid, het toonde ook haar antwoorden op de ‘felle kritiek’. Homans start zo met een serieuze voorsprong aan de lijn.

Ten tweede speelt de algemene architectuur van een programma als Terzake onvermijdelijk in het voordeel van Homans. Die architectuur, of beter het format, is gericht op sensatie, niet op informatie. We zien sinds de jaren negentig een evolutie naar sneller en sneller. Informatieformats zijn in die periode sterk geïnjecteerd met entertainment formats met als doel: het opkrikken van de kijkcijfers. Interviews duren daarom niet langer dan een vijftal tot maximum tien minuten en worden steeds afgewisseld met filmpjes of met interviews op locatie. De kijker moet immers geboeid blijven. En veeleer dan interviews, wil men scherpe zwart-wit-debatten. Dergelijke algemene architectuur speelt onvermijdelijk in het voordeel van de geslepen politica, niet van de wetenschapper die wil informeren. Want in zo’n format is geen ruimte voor informatie, argumentatie of de uiteenzetting van een analyse, er is enkel maar ruimte voor polarisatie en oneliners. Populistische politici communiceren op maat van dergelijke formats en geraken weg met alles wat ze zeggen. Er is immers geen ruimte voor echte tegenargumentatie, enkel voor ‘tegen-oneliners’.(1)  Nu we de context van de communicatie geschetst hebben, kunnen we inzoomen op de communicatieve ‘tour de force’ van Homans.

 

Eén boodschap, en herhaal ze alsof het dé waarheid is.

Hoe ging het nu in zijn werk? De eerste vraag van Lieven Verstraete zette meteen de lijn uit voor het verder gesprek: “Beste professor Vranken, zit hier (verwijzend naar Homans) Thatcher aan de Schelde?” Meteen moest Vranken corrigeren. Vooraleer hij effectief iets kan zeggen over wat hij in zijn boek schrijft, moet hij uitleggen wat hij niet in het boek schrijft. Het boek van Vranken gaat immers niet zozeer over de persoon Homans, het gaat over het sociale beleid dat in het laatste jaar in Antwerpen  wordt gevoerd. Thatcher aan de Schelde is dan ook niet de benaming die Vranken aan Homans toeschrijft, maar een metafoor voor het algemene sociale beleid. Die boodschap van Vranken ‘pakt’ niet bij de journalist, want ook de volgende vraag van Verstraete duwt Vranken meteen terug in hetzelfde motief. “Maar zijn er gelijkenissen tussen mevrouw Homans haar beleid en dat van Thatcher”, wil Verstraete weer weten.

De derde vraag is voor Homans en blijft in hetzelfde motiefje hangen: ‘Voelt u zich de Thatcher van de Schelde’. Uiteraard wordt dit met ‘nee’ beantwoord. Homans vervolgt meteen met de boodschap dat als Vranken met Thatcher echter bedoelt dat er meer geld gaat naar armoedebestrijding, ze dat label wel aanvaardt. En zo ontstaat binnen de eerste minuut het idee dat Vranken in eerste instantie een boek geschreven heeft over Homans en dat dominante motief zal meteen dankbaar uitgespeeld worden door Homans. Bovendien benadrukt ze dat onder haar er meer geld is voor armoedebestrijding. Nog voor Vranken één argumentatie kon uiteenzetten, maakte Homans haar twee centrale punten: (1) U weet niets over mij. U schrijft dat mijn beleid gebaseerd is op mijn persoonlijke geschiedenis, maar u kent mij niet. Dit is de eerste keer dat wij elkaar spreken. (2) We investeren meer middelen in armoedebestrijding dan de vorige beleidsmakers.

En hierdoor kan Homans vrij snel haar derde motief inbrengen. “Dit is een ideologisch pamflet, daar is niets fout mee, maar geef het dan ook gewoon toe”. En meteen wordt de emeritus professor herleid tot een ideoloog en zijn werk tot ideologie, wat in de volksmond gelijkstaat met niet-wetenschappelijk. In P-magazine ging Homans nog een stapje verder, daar stelde ze het onomwonden voor alsof Vranken in werkelijkheid in dienst was van de PVDA. De onderliggende suggestie is natuurlijk dat ideologie meteen ook een impact zou hebben op de argumentatie en dat die impact van die aard is dat er geen enkele tegenargumentatie meer nodig is. N-VA gebruikt die tactiek al jaren met glans: elke kritiek is ideologisch en dus moet ze niet beantwoord worden. Een doorzichtige, maar desalniettemin een krachtige retorische truc.

 

Wat hebben we nu geleerd?

Het debatje op Terzake heeft ons voor de zoveelste maal duidelijk gemaakt dat een debat in Terzake, de zogenaamde zender voor de meerwaardezoeker, ons in feite niets informatief bijbrengt. Meer nog, we zijn uitstekend gedesinformeerd geweest gisteren. De aandacht werd getrokken op de bijzaak en die bijzaak werd vervolgens gekarikaturiseerd en vakkundig afgemaakt. De ware boodschap van Vranken werd bedolven onder de kwinkslagen, de voorbereide oneliners en strategische aanvallen van Homans. Gemiddeld Vlaanderen denkt nu, met steun van talloze andere media die het debat van gisteren reproduceren, dat Vranken een boek geschreven heeft over Homans zelf en over de relatie tussen haar persoonlijk verleden en haar beleid. En dat dit een ideologisch pamflet zou zijn in plaats van een gedegen analyse.

Daarom even enkele feitelijke gegevens. Het boek van Vranken telt 232 pagina’s. De ‘persoonlijke geschiedenis’ van Homans komt aan bod op pagina 15, 16 en 17. Het betreft een lang uitgerekt citaat van 1,5 pagina van Homans zelf, een halve pagina inleiding van Vranken en 1 pagina problematisering van het citaat. Het citaat zelf is een louter opstapje naar de ware inhoud van het boek van Vranken. En dat boek gaat over sociaal beleid, over armoede en sociale uitsluiting, over (dis)continuïteit van het beleid over de jaren heen, over de rol van het OCMW in het armoedebeleid, over het middenveld, over verdeel en heers beleid, over gezondheid in de stad, over racisme, over de arbeidsmarkt, flexibilisering, enz. Het boek geeft cijfers, het heeft 150 voetnoten naar rapporten, beleidsplannen, wetenschappelijke boeken enz. Het is een onderbouwd boek dat verdient gelezen te worden en dat een ernstig maatschappelijk debat vraagt.

En waar gaat het boek niet over? Wel het gaat niet over de persoon van Homans. En dat wordt in de eerste alinea van het boek zo geduid:

“Een catchy titel kan de lezer(es) op het verkeerde been zetten. Dat een boek met ‘Thatcher’ in de titel over een persoon gaat bijvoorbeeld. Natuurlijk is een verwijzing naar de ‘IJzeren Dame’ nooit ver weg. Maar de reikwijd- te van dit verhaal is heel wat breder. Het gaat over het opduiken in het Antwerpse stadsbeleid van een visie op mens en samenleving die voor eeuwig en een dag met de naam van de voormalige Britse premier zal verbonden blijven: het Thatcherisme. Een correctere titel zou dus zijn: Thatcherisme aan de Schelde. Maar dat klinkt niet zo goed.”

Homans heeft ons gisteren lessen gegeven in plat en oneerlijk populisme. Ze heeft kritiek de mond gesnoerd zonder één enkel inhoudelijk element. Ze heeft ‘effect’ gegenereerd. En dat effect werd ondersteund door de journalist en het format van Terzake. Niet de informatie hebben we onthouden, maar de spinning. En die spinning doet ons het omgekeerde geloven van wat de feiten uitwijzen. De spinning laat ons naast de feiten kijken: ze produceert dus desinformatie.

In plaats van de lessen van Homans te onthouden, zouden we beter de lessen van Bourdieu tot ons nemen. In zijn boekje Over televisie, dat door menig journalist, ook in ons land, verketterd werd als onrealistisch en –daar gaan we weer – ideologisch, stelde hij dat er pas kan geïnformeerd worden als de architectuur van het programma zich daartoe leent. En net daar zit het probleem vandaag, de formats zijn geënt op kijkcijfers genereren, niet op het informeren van mensen. En daarbij winnen slechts één soort spelers: demagogische populisten.

 

Bronnen:

(1) Wie hier meer over wil lezen raad ik o.a. het boekje Ik stel vast aan, van Jan Blommaert, nu gratis te downloaden op zijn blog:http://jmeblommaert.wordpress.com/2014/04/24/ik-stel-vast-politiek-taalg…, het werk van John B. Thompson zoals The media and modernity, Ideology and modern culture of nog Political Scandal. En natuurlijk kan Bourdieu, Over Televisie hier niet ontbreken.

 

Ico Maly (1978) is doctor in de cultuurwetenschappen. Hij is coördinator van Kif Kif en gastprofessor Politiek en Cultuur aan het Rits. Hij schreef o.a. ‘N-VA | Analyse van een politieke ideologie’ (EPO, 2012) en ‘De beschavingsmachine. Wij en de islam’ (EPO, 2009). Samen met Jan Blommaert & Joachim Ben Yakoub schreef hij het boek ‘Superdiversiteit en Democratie’ (EPO, 2014) . 

Advertisements

De schuld van het slachtoffer: Racisme à la Homans

De reactie van de Antwerpse schepen van diversiteit Liesbeth Homans op het opiniestuk van Samira Azabar bevestigt een punt dat ik al langer maak inzake de visie van N-VA op racisme: voor racismebestrijding moet je niet bij N-VA zijn. Racisme, als het al erkend wordt door deze partij, wordt niet begrepen als een dominante ideologie die structureel verankerd zit in onze samenleving met alle uiterst nefaste effecten van dien, maar als iets uitzonderlijks dat getriggerd wordt door de slachtoffers zelf. Niet racisme moet bestreden worden, maar de slachtoffers moeten inspanningen leveren. Dat mechanisme is gekend, het heet “blaming the victim”. Hoog tijd om de schepen een kleine introductie aan te bieden inzake racisme. 

Ten eerste is het belangrijk in te zien dat racisme nauw verbonden is met de politiek. Dat politieke aandeel in racisme wordt door Homans resoluut ontkend. De politiek kan volgens haar enkel het bestaande racisme ‘beperken’, niet uitroeien. Racisme lijkt zomaar te ontstaan in de samenleving, de politiek lijkt daar geen rol in te spelen. Voor een schepen van diversiteit verraadt Homans dus bijzonder weinig kaas gegeten te hebben van racisme. Als Homans zich even zou inlezen in de literatuur (ze kan bijvoorbeeld het gratis e-boek Cultu(u)rENpolitiek op KifKif.be downloaden) dan zou ze vaststellen dat de politiek net een cruciale rol speelt in het voeden van racisme. Dan zou ze begrijpen dat het discours over ‘de islam’ zoals het in de laatste decennia gevoerd is racisme genereert. Dan zou ze ook begrijpen dat haar voorzitter in de laatste weken net zijn uiterste best heeft gedaan om dit islamofobe discours verder te verspreiden en te versterken.

Ten tweede: racisme houdt machtsongelijkheid in stand. Racistische discoursen zijn niet louter woorden, ze voeden handelingen van mensen. Deze discoursen creëren ongelijkheid en houden die ongelijkheid in stand door ze voor te stellen als normaal (eigen aan kenmerken van de slachtoffers bijvoorbeeld). Discoursen hebben dus onvermijdelijk een materiële vertaling: ze structureren onze samenleving. De dominante denkbeelden in de samenleving sluipen binnen in het onderwijs en zorgen daar voor ongelijkheid (zie de uitstekende onderzoeken van de UA:http://www.oprit14.be/ ). De dominantie van het racisme is ook de verklaring voor de ongelijke positie op de arbeidsmarkt. Het is dat racisme dat verklaart waarom ook hooggeschoolde ‘allochtonen’ zoveel vaker in de werkloosheid belanden als hun autochtone collega’s. Dat is ook de verklaring van het LiFo-principe (last in, first out) waar ‘allochtonen’ mee te maken hebben in onze samenleving. Dat is ook de verklaring waarom steeds meer ‘allochtonen’ van de tweede en derde generatie België verlaten en in het buitenland werk zoeken. België heeft een structureel racisme probleem en dat is geen nieuw gegeven.

Ten derde is racisme een strafbaar feit. Racisme is dus niet relatief, het is een misdaad tegen de mensheid. De wet an sich zal het racisme inderdaad niet doen verdwijnen. Het afdwingen en toepassen van de wet zal dat wel doen. Daar wringt het schoentje: de wet is in België vaak niet toepasbaar wegens gebrek aan bewijslast (tastbare bewijzen zijn zeldzaam, werkgevers weten ondertussen dat ze niet moeten schrijven dat iemand niet aanvaard is omdat hij Turk is). Kif Kif roept daarom al jaren op dat de politiek werk maakt van een juridisch kader om praktijktests uit te voeren. Oorverdovende stilte, dat is wat de politiek laat horen. Homans is dan ook ronduit cynisch als ze enerzijds stelt dat justitie haar werk moet doen met betrekking tot racisme, maar er meteen bij zegt dat we niet op de wet moeten rekenen om racisme te bestrijden. Als het van N-VA afhangt zal dat inderdaad de realiteit zijn en blijven. Zo is haar partijgenoot Theo Francken van oordeel dat het Centrum (voor Gelijkheid van kansen en Racismebestrijding) geen juridische strijd moet voeren tegen racisme en de Antwerpse fractieleider van N-VA, Gantman, vindt zelfs dat het moet afgeschaft worden. N-VA is ook effectief een tegenstander van praktijktests.

De tekst van Homans is dus uiterst leerrijk. Het toont aan dat we van Homans en haar partij weinig moeten verwachten in de strijd tegen racisme. Niet de racist moet aangepakt worden als het van N-VA af hangt, maar het slachtoffer moet veranderen. Dat heeft het voordeel van de duidelijkheid: racisme wordt ongemoeid gelaten.

Ico Maly (1978) is doctor in de cultuurwetenschappen (Universiteit Tilburg), licentiaat in de Vergelijkende Cultuurwetenschappen en postlicentiaat in de Ontwikkelingssamenwerking, optie politiek en conflict (UGent). Hij is coördinator van Kif Kif  en gastprofessor Politiek en Cultuur aan het Rits. Hij schreef o.a. ‘N-VA | Analyse van een politieke ideologie’ (EPO, 2012) en ‘De beschavingsmachine. Wij en de islam’ (EPO, 2009). Op 20 februari 2014 stelt hij samen met Jan Blommaert & Joachim Ben Yakoub het boek ‘Superdiversiteit en Democratie’ voor. 

 

>>> Klik hier voor de brief van Liesbeth Homans.

>>> Klik hier voor de brief van Samira Azabar (Motief vzw, BOEH) eerder deze week: ‘Antwerpen, ik hou van u, ik walg van u’ (een reactie op een Brief van Riadh Bahri (Een))

>>>> Lees hier het Kif Kif dossier ‘Racisme is…’ 

Neoliberaal nationalisme

Alle neoliberalen zijn voor het behoud van naties, niet omdat ze overtuigde nationalisten zijn, wel omdat naties de steunpilaren zijn voor een neoliberale economische politiek

Als het me geoorloofd is, dan vertaal ik graag even de boodschap van Liesbeth Homans in De Standaard (in haar reactie op de column van Paul Goossens, DS 14, op 17 december). Homans stelt eufemistisch dat Goossens er maar best het zwijgen toe doet als het om N-VA gaat. De redenen? Ten eerste omdat hij ‘angst’ zou zaaien voor de broodnodige ‘radicale omwenteling die nodig is om onze sociale zekerheid te redden’. Ten tweede omdat zijn waarschuwing dat N-VA een neoliberale partij is even ongeloofwaardig zou zijn als zijn eerdere waarschuwing dat de N-VA een etnisch nationalisme zou prediken.

Ik ga graag in op beide argumenten. Dat is nodig want het zijn drogredenen die de ware aard van het N-VA-project verdoezelen voor de kiezer. Het is immers geen of–of-verhaal, maar een en-en-verhaal. N-VA koppelt een ‘nieuw nationalisme’ aan een neoliberale economische politiek. Dat lijkt een contradictie, maar dat is het enkel als we louter abstractie maken van die ideologieën. Kijken we naar de realiteit dan zien we dat het nationalisme en het neoliberalisme in het project van N-VA naadloos aansluiting vinden op elkaar.

De basis van het N-VA-project is het ‘nieuw nationalisme’. Dat nationalisme koppelt een klassiek etnisch natiebegrip (wij zijn Vlamingen omdat we hier geboren zijn en delen dus een taal en een cultuur) aan een voluntaristische natie (nieuwkomers zijn welkom als ze Vlamingen onder de Vlamingen willen worden). Meteen wordt duidelijk dat het eerste natiebegrip dominant is: nieuwkomers zijn welkom als ze zich schikken naar de waarden, normen en de taal die ‘typerend’ is voor de oernatie. Die natie mag dan wel nieuwkomers welkom heten, het is de bedoeling dat ze die natie sterker maken en uitbreiden. Ze worden dus niet geacht die natie te veranderen. Het ultieme doel van dat nieuw nationalisme is hetzelfde doel zoals in elk nationalisme van de 20ste eeuw: natie wordt natiestaat.

N-VA koppelt dit nationalisme aan een neoliberale economische politiek. Als de partij zich distantieert van het neoliberalisme dan distantieert ze zich enkel van het individualisme waarop dat neoliberalisme steunt, maar niet van de economische doctrines an sich. Die koppeling tussen nationalisme en neoliberalisme is bovendien niet zo uitzonderlijk: alle neoliberalen zijn voor het behoud van naties, niet omdat ze overtuigde nationalisten zijn, wel omdat naties de steunpilaren zijn voor een neoliberale economische politiek. Doordat het neoliberalisme per definitie op een globale schaal opereert heeft ze vrijspel zolang de politieke democratische macht op nationaal niveau verankerd wordt. Alle neoliberale nieuwkomers bij N-VA onderstrepen dan ook dat ze van oordeel zijn dat ‘de nodige economische hervormingen’ maar mogelijk zijn na een confederale revolutie. De natie als steunpilaar van het neoliberalisme dus.

N-VA laat echter uitschijnen dat haar nationalisme bescherming kan bieden tegen die neoliberale politiek door de Vlamingen een warm nest te bieden. Dat is uiteraard kiezersbedrog: het neoliberalisme bekampen doet men op hetzelfde schaalniveau als waarop dat neoliberalisme opereert: de globale schaal dus, niet de nationale schaal. Meer nog, net haar neoliberale politiek zet de partij in als een instrument om geloofwaardig over te komen, om zichzelf in de markt te zetten als ‘een beleidspartij’. Hiervoor verwijst ze steevast naar Europa, de Oeso, het IMF, andere Europese landen. Telkens onderstreept de partij dan dat zij de norm verbeeldt. Het probleem met die redenering is natuurlijk dat de neoliberale doctrines zeker sinds de jaren negentig de norm geworden zijn in deze Europese en globale machtscentra.

Kortom, telkens N-VA verwijst naar deze machtscenakels bevestigt de partij het punt van Goossens. En ook Homans is terug duidelijk: ze houdt ons voor dat we de welvaartstaat kunnen redden door een radicale omwenteling. Die radicale omwenteling noemt ze dan sociaal maar niet socialistisch. Deze oneliner mag dan wel om de haverklap bovengehaald worden, ze overtuigt niet. In tijden van crisis de werkloosheidsuitkeringen degressief maken en beperken in de tijd is geen goede zaak voor mensen die niet aan werk geraken. En dat zijn er nog al wat. Als we minder belastingen innen en de overheid uitdunnen zoals haar voorzitter keer op keer naar voor schuift als doel, dan hebben we minder middelen voor de sociale zekerheid, niet meer. De Wever benadrukt trouwens steeds weer dat we net in die sociale zekerheid moeten besparen. En dat komt niemand ten goede en al zeker niet de lagere klassen. De sociale zekerheid herdefiniëren als een verzekering is meteen ook het einde van het solidariteitsprincipe. En zo kunnen we blijven doorgaan.

Het punt is dat Homans ons wil doen geloven dat we de welvaartstaat maar kunnen redden door ze af te schaffen. Onder de slimme retoriek zit niet meer dan een bevestiging van de analyses van Goossens: N-VA is een neoliberale nationalistische partij.
>>> Dit opiniestuk verscheen vandaag in de krant De Standaard (DS 18/12)

 

[In Knack] De juridische strijd tegen racisme is doorn in het oog van N-VA

De strijd voor de mensenrechten is in de N-VA-logica ondergeschikt aan het belang van de natie en de vermeende overtuigingen van de Vlamingen. Racisme moet niet bestraft of vervolgd worden. Inzetten op de morele opvoeding en harmonieuze integratie: enkel dan kunnen ‘zij’ aanvaard worden als volwaardige Vlamingen.

N-VA-fractieleider in Antwerpen André Gantman laat er geen misverstand over bestaan: het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding (CGKR) moet opgedoekt worden, niet omdat ze te weinig juridische strijd voert tegen discriminatie, maar omdat die juridische strijd ‘niet productief’ is. Morele opvoeding, daar moet op ingezet worden. Afgaande op zijn opeenvolging van controversiële uitspraken zou het publiek kunnen vermoeden dat Gantman een soort losgeslagen einzelgänger is die het zorgvuldig geconstrueerde imago van N-VA als een gematigd rechtse partij steeds opnieuw vakkundig doorprikt. Niets is minder waar.

Dit stuk verscheen ook op Knack.be

Neutraal in de strijd tegen racisme

Al in 1997 wou Geert Bourgeois de werking van het Centrum inperken. N-VA is nooit afgeweken van deze Volksunielijn, in tegendeel. De juridische strijd tegen racisme en discriminatie is een ware doorn in het oog van de partij. ‘Zo’n centrum moet informatie vergaren en de overheid correct inlichten, maar moet niet de plaats van de politiek of het gerecht innemen,’ zei Bart De Wever in 2006.’ Het is dan ook geen toeval dat De Wever sterk gekant was tegen het racismeproces van het Centrum en de Liga voor de mensenrechten tegen het Vlaams Blok omdat het precedentwaarde had. En ook in 2011 is de partij duidelijk: ‘Het repressieve karakter, zoals het beginnen van rechtszaken, behoort niet tot de job.’

Het Centrum moet volgens N-VA volledig neutraal zijn, absurd genoeg ook in de strijd tegen racisme. Nochtans is die juridische strijd volledig in lijn met de wettelijke opdracht van het Centrum. Meer nog, het is niet alleen een expliciete taak van het CGKR om juridisch te ageren tegen discriminatie, de bevoegdheden en de onafhankelijkheid van het Centrum zouden nog uitgebreid en versterkt moeten worden volgens mensenrechtenspecialiste Eva Brems (Groen). Enkel dan kan het Centrum op Europees niveau volwaardig meespelen en erkend worden door de Verenigde Naties.

De Vlaamse opinie vs Mensenrechten

Voor N-VA mag het Centrum echter enkel ‘een positief verhaal brengen’. In de woorden van Gantman heet dit vandaag ‘morele opvoeding’ en bijdragen tot ‘harmonieuze integratie’. Organisaties als het Centrum moeten inzetten op die integratie, want racisme dat is vaak niet meer dan een cover up voor persoonlijke mislukkingen, dixit Liesbeth Homans. Lees: ze kunnen geen Nederlands en zijn geen Vlaming onder de Vlaming.

Bovendien, zo verduidelijkte Homans wars van elke kennis van de mensenrechten: racisme is geen misdaad tegen de menselijkheid. Het Centrum moet dus vooral gericht zijn op inburgeren. Het moet daarom ook een Vlaams Centrum worden, aldus Theo Francken. Want enkel dan kan het ‘minder wereldvreemd de praktijk benaderen’, en dat is nodig want nu kunnen ‘hun voorstellen op weinig tot geen steun rekenen van Vlaanderen’. Niet de universele mensenrechten, maar de Vlaamse publieke opinie moet de moraal maken.

De strijd voor de mensenrechten is in de N-VA-logica ondergeschikt aan het belang van de natie en de vermeende overtuigingen van de Vlamingen. Racisme moet niet bestraft of vervolgd worden. Inzetten op de morele opvoeding en harmonieuze integratie: enkel dan kunnen ‘zij’ aanvaard worden als volwaardige Vlamingen. In naam van ons allen wil men de verzekering van de mensenrechten ondergraven. Dat men daarmee het fundament van de democratie ondergraaft, namelijk het gelijkheidsbeginsel, is blijkbaar van geen tel. Gantman is goed geïntegreerd in de antiverlichtingsideologie van N-VA. Dat is helaas geen geruststelling. Integendeel.

Ico Maly is doctor in de cultuurwetenschappen, coördinator van Kif Kif en auteur van ‘N-VA. Analyse van een politieke ideologie’