Vlaanderen boven? Enkele bedenkingen bij de 11 juli-vieringe

11 juli zindert nog na. Op de vooravond van 11 juli gaf Geert Bourgeois als Minister-President van Vlaanderen de  traditionele 11 juli- speech. Bourgeois verdedigde er al even traditioneel de Vlaamsheid van zijn beleid. Hij benadrukte dat zijn regering voldoende doet voor de Vlaamse natie en illustreerde dat met de beleidskeuzes en de toekomstplannen van de Vlaamse regering. De speech was in typische N-VA-traditie opgebouwd uit twee grote elementen: nationalisme en neoliberalisme. Bourgeois verdedigt hoe hij de natie versterkt en hoe hij die natie positioneertin de ‘wereldmarkt’. En voor sommigen waarschijnlijk opmerkelijk, Bourgeois gaat ook expliciet in op diversiteit.

 Een inclusief nationalisme?

De Vlaamse Gemeenschap is ook een diverse samenleving. Eindeloze combinaties van leeftijd, geslacht, opleiding, loopbaan, levensbeschouwing en culturele achtergrond maken iedere Vlaming uniek. Maar hoe uniek we allemaal mogen zijn. Samen vormen de zes en een half miljoen Vlamingen één Vlaamse Gemeenschap. “

Inhoudelijk is deze quote niet nieuw, noch een verrassing te noemen. Het past binnen het motief van een ‘inclusief nationalisme’ dat De Wever al een decennium geleden liet opteken. Dat inclusief nationalisme was een ideaal retorisch instrument om N-VA te onderscheiden van het Vlaams Belang. En het is ook in eerste instantie een retorisch instrument. Het nieuwe in dat ‘nieuw nationalisme’ is miniscuul. Het zit hem in het feit dat je voor N-VA alle mogelijke identiteiten mag hebben (van man, vrouw of transgender tot Marokkaan, hiphopper of hipster), zolang je je maar bekent tot het Vlaming-zijn of beter tot het Vlaams-nationalisme. In wezen houdt dit geen enkele essentiële correctie in op een klassiek organisch, etnisch en gesloten nationalisme. Lezen we even mee met Bourgeois:

“Op deze feestdag moeten we ons afvragen hoe we de samenhang binnen onze gemeenschap kunnen verbeteren, hoe we onze identiteit kunnen versterken. Dat doen we niet door als eenlingen naast elkaar te leven. Dat doen we door één publieke cultuur te delen.”

De kernwoorden zijn gekend: samenhang van de gemeenschap, identiteit (lees nationale identiteit) versterken, een gedeelde publieke cultuur. De verpakking mag dan wat moderner klinken, in wezen krijgen we terug het klassieke nationalistische mantra geserveerd: één volksidentiteit, één taal, één cultuur op één grondgebied. De aanvaarding van diversiteit is dan ook voorwaardelijk: ze wordt aanvaard, zolang men zich inschrijft als Vlaming en in het Vlaams nationalistische project. Het inclusief nationalisme vertrekt dus nog steeds van een dominante etnische Vlaamse identiteit.

“Onze publieke cultuur steunt op gemeenschappelijke waarden zoals democratie, vrije meningsuiting, gelijkwaardigheid en respect voor mensenrechten.”

De ‘ander’ moet zich inschrijven in de morele gemeenschap die voorkomt uit die etnische identiteit of in het pseudo-intellectueel discours van De Wever: men moet de subjectieve elementen van die identiteit overnemen. En zoals altijd wordt die publieke cultuur omschreven in termen van ‘gemeenschappelijke waarden’. Het is hier dat het grijsgedraaide Wij-Zij-discours, zoals dat in de laatste decennia werd vormgegeven, terug impliciet wordt geactiveerd. En ook hiervan zijn de ingrediënten gekend. ‘Wij’ worden dan gedefinieerd door een summiere selectie van waarden (gelijkheid is bijvoorbeeld nooit een waarde van ons) die men destilleert uit de mensenrechten en de Belgische grondwet. Een selectie die bovendien nooit operationeel gemaakt wordt. Het verwijst niet naar een praktijk, maar naar een eigenschap: naar iets typisch ‘Vlaams’ dat ‘de Ander’ moet aanvaarden.

Die definiëring klinkt natuurlijk zeer ongeloofwaardig als we weten dat  kritische middenveldsinstellingen zoals Vluchtelingwerk Vlaanderen weggesaneerd worden, dat cultuurinstellingen de mond gesnoerd worden. Dat democratische basisrechten worden aangetast door staatssecretaris Francken om de ‘asielcrisis’ te bestrijden. Zo eigent de overheid zich vandaag het recht toe om tot vijf jaar lang zich ‘onder het mom van het opsporen van schijnhuwelijken en schijnrelaties’ in te mengen in het privéleven van mensen. De overheid vindt dat relaties blijkbaar op ‘echte liefde’ moeten groeien en acht zich blijkbaar in staat om te oordelen wat ‘echte liefde’ is, althans enkel bij ‘migranten’. Zou Jan Jambon of Francken deze liefdestest doorstaan? Tegen de Europese regelgeving in wordt het verblijf in gesloten centra voor asielzoekers opgetrokken van vier tot zes maand en worden gesloten centra de facto omgevormd tot gevangenissen waar de bewoners zullen worden bewaakt door bewakers en constant gefouilleerd mogen worden. Het recht op wonen is voorwaardelijk gemaakt aan taalkennis, enz. enz. De lijst van schending van die waarden door nota bene N-VA-ministers is schier eindeloos aan het worden.

Die ondertussen klassieke definiëring van onze Vlaamse cultuur is dan ook niet anders dan een sterk staaltje hypocrisie. We lezen die gedeelde waarden dan ook best als nationalistische en uitsluitende waarden, als ‘voorwaarden om bij de nationalistische club’ te mogen behoren. De ultieme voorwaarde blijft dan ook de taal.

“Onze publieke cultuur vergt ook een gedeelde taal. Taal is niet alleen een zaak van identiteit. Taal emancipeert mensen en vormt het bindmiddel van elke gemeenschap. Taal verbindt ons allemaal en die taal is het Nederlands.”

‘De tael is gansch het Volk’, schreef van Duyse al in de 19de eeuw en vandaag geldt dit nog altijd als een onbetwistbare wet voor Vlaams nationalisten. Meertaligheid is dan ook een probleem in deze middens. Al neemt men hier dezelfde logica aan als bij identiteit: zolang je ook Nederlands spreekt, dan ben je potentieel één van ons. Maar dat Nederlands moet dan wel perfect en zuiver zijn:

“Voor alle duidelijkheid, vrienden, onze taal is het Standaardnederlands, de frisse taal van Thé Lau en Drs P, Willem Elsschot en Tom Lanoye, en niet een tussentaaltje, helaas zo vaak op onze publieke omroep te horen.”

Kortom, in het inclusief nationalisme worden alle uitsluitingsmechanismen behouden van het klassieke 19de eeuwse nationalisme. In wezen is er heel weinig verschil met de Vlaams Blok-slogan aanpassen of opkrassen.

Flamigrantendag

Wat misschien wel opvallend is voor sommigen, of  verrassend, is het feit dat Bourgeois net 11 juli uitkoos om hiervan een punt te maken. Dat feit is op conto te schrijven van het middenveld. De hoogdag van het Vlaams nationalisme kreeg dit jaar immers concurrentie van een heuse Flamingrantendag. De aanleiding en het doel van die Flamigrantendag wordt als volgt omschreven op de website: ‘De Vlaamse feestdag werd over de jaren gekaapt door de rechterzijde en wordt enkel nog geassocieerd met vaandelzwaaierij en nationalisme, het is dus dringend tijd om hem terug op te eisen en in zijn ware betekenis te herstellen: een strijd voor de erkenning van andere culturele identiteiten.’

De Flamigrantendag werd expliciet opgezet tegen deze uitsluitende logica van het Vlaams nationalistisch project van N-VA en haar coalitiepartners. Ze wijzen terecht op het onderliggende Wij-Zij-discours: De beweging Gentse Lente wijst radicaal dit wij/zij-denken af en streeft naar een inclusief model van burgerschap, waarbij de fundamentele gelijkwaardigheid van iedereen centraal staat (…) Daarom is er op 11 juli nood aan een evenement dat die diversiteit voor het voetlicht plaatst, dat jonge talentvolle artiesten de kans geeft hun creativiteit de vrije loop te laten. Dit wordt op die manier het levende, bruisende en kleurrijke bewijs van de nieuwe samenleving die Vlaanderen geworden is.”

De kracht en de sterkte van zo’n evenement is dat ze op ludieke wijze duidelijk maakt dat diversiteit en meertaligheid de norm is. Het is ook sterk dat men zo’n breed gedragen kritische stem laat horen rond uitsluiting en de niet aanvaarding van diversiteit.Het subtiële woordspel waarbij Flamingant vervangen wordt door flamigrant is leuk en creatief.

Toch roept het evenement ook vragen op. De intertekstuele verbondenheid met het N-VA –discours is bij momenten wel zeer expliciet. Kernwoorden zijn ook hier ‘gedeelde identiteit’, sociale verbondenheid en de nood om te verbinden. Zo zegt de woordvoerdster van de Flamigrantendag: “Wij willen met dit evenement nieuwe gedachten doen binnensijpelen bij de mensen wat de Vlaamse identiteit eigenlijk betekent. We kunnen namelijk die identiteit delen. Vandaar ook de term flamigrant, want iedereen is ergens eigenlijk een flamigrant.”

Dit discours is geen bedreiging voor het nationalistische project van N-VA. Het nationalistische discours van N-VA, zoals hierboven geïllustreerd, heeft die culturele diversiteit allang opgenomen. Het is dan ook niet onverwacht dat De Roover lekker beaamt: “Nu moeten we ongegeneerd durven te stellen dat hetzelfde geldt voor mensen met een andere etnische achtergrond. Ook de Vlaamse Beweging moet dat doen, als ze consequent wil zijn met haar principes. Waarom zou een Afrikaan geen Vlaams-nationalist kunnen zijn? En waarom zou iemand van allochtone origine geen leeuwenpin kunnen dragen? ”

Twee bedenkingen als besluit

De manifeste intertekstualiteit tussen het discours omtrent de Flamigrantendag en dat van N-VA toont aan dat het discours omtrent de Flamigrantendag, mocht dat al de bedoeling zijn, heel weinig tanden heeft om het N-VA-discours aan te vallen. En dat heeft zo zijn redenen. Ik geef twee bedenkingen.

Ten eerste is er volgens mij een inherente zwakte aan de focus op diversiteit binnen het master-narratief van een ‘Vlaamse’ samenleving. Er zijn immers discursieve grenzen geaccepteerd die er onvermijdelijk toe leiden dat men het Vlaams nationalisme versterkt. Billig omschreef ‘Banal nationalism’ in zijn baanbrekend werk met dezelfde titel als: ‘the ideological habits which enable the established nations of the West to be reproduced. […] Daily, the nation is indicated, or “flagged”, in the lives of its citizenry’ (1995: 6). En zoals we weten droomt De Wever al langer van een banaal Vlaams nationalisme. Door een tegenactie te beperken tot een Vlaams perspectief, en dus een Belgisch, Europees of globaal perspectief uit te sluiten, reproduceert men onvermijdelijk de ‘Vlaamsheid’ ongeacht de kritische noten die worden aangebracht. Vanuit Vlaams nationalistische hoek is een dergelijk evenement in wezen een extra flag, een stap in goede richting, een stap naar een banaal nationalisme.

De tweede bedenking zit hem in het feit dat de focus op ‘culturele identiteit’ ons wegleidt van de politieke dimensie van diversiteit. Diversiteit bekijken als culturele diversiteit, zorgt ervoor dat de andere dimensies van diversiteit buiten beeld blijven. Diversiteit bestaat als een complex geheel aan verschillen die voorkomen in een reële context van sociale, economische en politieke ongelijkheid en die ongelijkheid ent zich op die diversiteit. Het is in deze context dat het kritisch potentieel schuilt van een actie en dit kritisch potentieel wordt althans in de communicatie niet gebruikt.

Misschien had men beter 14 juli gevierd, als een herinnering aan en een claim op waarden als vrijheid, gelijkheid, universele en onvervreemdbare mensenrechten en democratie

Het politieke discours over minderheden

Een klassiek stuk van Jan Blommaert over het ‘migrantendebat’.

Jan Blommaert (en z'n gedachten)

0024

Lezing, Initiative inter-universitaire sur l’immigration et l’integration, “Penser l’immigration et l’intégration autrement”, Brussel 18-19 oktober 2004.

Jan Blommaert 

Ik wil beginnen met drie algemeen-inleidende opmerkingen.

-Ten eerste: het politieke vertoog over minderheden in België mag niet los gezien worden van een aantal grote recente ontwikkelingen in het politieke vertoog in het algemeen.

-Ten tweede: men mag het vertoog over minderheden in de strikte zin van het woord ook niet zien als enkelvoudig en uniform. Er zijn minstens vier vertogen aan het werk die elkaar voortdurend beïnvloeden en vorm geven.

-Ten derde: deze kwestie wordt eveneens doorsneden door Vlaams-Franstalige verschillen. Het vertoog in Vlaanderen – dat ik best ken en waarover ik hier het meest zal spreken – ziet er anders uit dan het vertoog in Franstalig België, om historische en politiek-ideologische redenen. Precies in het veld van migratie merkt men hoe nadelig de federalisering in dit land heeft gewerkt op…

View original post 3,056 more words

De dood van het politieke interview

Maurice_De_Wilde

Is het politieke interview dood, vragen ze zich af bij Hautekiet. Uiteraard is dat politieke interview dood. Niemand die dat ook tegenspreekt, maar men loopt wel netjes rond de olifant. Het politieke interview is niet zozeer dood omdat het niet meer fris klinkt of spannend is. Het is ook niet zozeer dood omdat de politicus mediatraining heeft gehad of debatfiches ter beschikking heeft en daardoor zichzelf niet meer aan de galg praat. Het is dood omdat het interview geformatiseerd is en gecommodificeerd. Het is dan ook al langer dood, het is zachtjes en traag maar zeker doodgeknepen in de laatste decennia. Een politiek interview moet niet spannend zijn, het moet ook niet snel of sappig zijn, het moet de kijker, lezer of luisteraar informeren. En net dat is al lang niet meer het geval: het interview reproduceert propaganda.

De redenen daarvoor zijn lang niet alleen bij de politicus te zoeken of de mediatrainers (al maakt dat de zaak er niet beter op), maar bij de productievoorwaarden van het interview zelf. Een interview is vandaag een performance van 5 minuten op radio en televisie en wordt afgenomen door een interviewer die in het beste geval 1 dag (wat vrij utopisch is vandaag) voorbereidingstijd heeft gehad. Dat betekent dat de interviewer de beleidsnota’s, de andere interviews en alle andere materiaal niet heeft gelezen. Dat materiaal zou zijn vragen scherper en relevanter kunnen maken en het zou de journalist toelaten propaganda-antwoorden te doorprikken. Het betekent ook dat de journalist geen wetenschappelijke literatuur heeft geraadpleegd , laat staan dat de journalist interviews heeft afgenomen met andere mensen (middenvelders, partijgenoten, andere journalisten) om zijn interview met de politicus te verdiepen, om inhoudelijk sterk te staan, onzin en propaganda te doorprikken.

Zo haalt men het ondertussen legendarische interview aan tussen De Vadder en Leterme in de Zevende Dag als illustratie van het feit dat de politicus schuld treft aan de dood van het politieke interview. De ironie wil dat Leterme daar effectief een inhoudelijk antwoord geeft op de vragen van De Vadder, en dus geen debatfiche aframmelt of de lesjes mediatraining reproduceert. Dat fragment is inderdaad een illustratie van de dood van het politieke interview, maar om heel andere redenen. Het toont de extreme formatering van het politieke interview: de politicus mag maar 1 minuut en dertig seconden praten vooraleer hij onderbroken wordt. Zie hier de dood van het politieke interview: iedere nitwit kan antwoorden van  1 minuut 30 seconden debiteren die op een debatfiche staan.

In de evaluatie van het politieke interview wordt vandaag niet zozeer de inhoud van wat gezegd wordt beoordeeld, maar wel de vorm. Het moet sappig, spannend en nieuw zijn. Een goed politiek interview is dan een interview waarin de interviewer ‘hard’ overkomt  en de politicus schijnbaar hard wordt aangepakt. Korte en harde vragen, snel onderbreken en verdacht-makende herformuleringen worden dan gezien als een goed en scherp politiek interview. En net dat is de dood van het politiek interview, want ze doodt de inhoud, de informatie. We leren daar niets mee.

Kortom, de dood van het politieke interview is oud nieuws. De voorbeelden die in Hautekiet aangehaald werden van interviews uit de ‘goede oude tijd’ tonen dat men binnen die context een heel vreemd beeld heeft van een ‘goed politiek interview’. Ik dacht dat we gingen getrakteerd worden op een vintage Maurice De Wilde, een journalist die weken zo niet maanden onderzoek deed vooraleer hij zijn interviews voor uitzending opnam. Wat hem toeliet om die geïnterviewden inhoudelijk het vuur aan de schenen te leggen.

De dood van het politieke interview is het gevolg van de enorme commercialisering en formatisering van het medialandschap. Die evolutie heeft media-politici gebaard die inspelen op die nieuwe realiteit. De BV’s werden politicus en de politici werden BV. Iedereen genoot mediatraining en dat volstaat om je 5 minuten lang als sympathieke pee te verkopen en je programma voor te stellen als goed voor iedereen. En de journalist? Die heeft geen tijd om dat verhaal te onderwerpen aan kritische vragen. Ziedaar de dood van het politiek interview.

De raaskalderij van Peter De Roover

Enkele bespiegelingen na een debat over diversiteit

Gisteren zat ik in de Vooruit op een TEDX-achtig evenement rond diversiteit van de faculteit sociale en politieke wetenschappen van de UGent. Een van de andere sprekers was Peter De Roover van N-VA. De Roover beloofde niet aan politiek te doen … dat was meteen de eerste belofte die sneuvelde. Met stijgende verbazing heb ik een speech aangehoord die niet anders te typeren is dan als ‘onzin’. Ik heb het dan nog niet over de schandalige banalisering en herdefiniëring van woorden als vooroordeel, discriminatie en apartheid, maar in eerste instantie over het compleet fictieve karakter van zijn verbeelding. Volg even mee.

de roover

De Roover deelde met ons de ‘wijsheid’ dat de mens bestaat uit twee dominante behoeften: zin voor herkenbaarheid en zin voor avontuur. Sommige mensen zijn avontuurlijker dan anderen, maar herkenbaarheid is cruciaal want dat geeft ons rust, aldus De Roover. Het is die herkenbaarheid die ons toelaat om niet teveel te moeten denken (dat schijnt lastig te zijn aldus deze ex-leraar). Want als alles herkenbaar is moeten we niet meer denken. We kunnen dan lustig ‘discrimineren’ op basis van vooroordelen. Dat geeft ‘ons’ blijkbaar rust. Want zegt De Roover we kiezen een restaurant (we discrimineren om het in de woorden van De Roover te zeggen) op basis van vooroordelen en niet op basis van kennis of gegronde oordelen op basis van feiten. We kijken blijkbaar niet naar ons eten, we weten blijkbaar niet dat er zoiets is als de voedselinspectie. Nee, we doen dat blijkbaar op vooroordelen. En dat is normaal.

Discriminatie en vooroordelen worden in het discours van De Roover niet alleen genormaliseerd en gebanaliseerd (we doen het allemaal), ze worden ook gezien als goed, als deel van de menselijke aard. Impliciet zien we hier de fictie van de homogene natie actief: herkenbaarheid is herkenbaarheid in een nationale natie waar iedereen dezelfde variant van het Nederlands spreekt, dezelfde dingen eet in dezelfde plaatsen, dezelfde waarden en normen deelt… ‘Wij’ zijn dan water, ‘zij’ zijn dan olie en dat mixt niet. De Roover is niet veel ‘onder de mensen’ geweest in de laatste decennia. Die wereld van nationale herkenbaarheid is pure ideologie, het is een wensbeeld, geen realiteit. Autochtonen zijn geen homogeen blok van herkenbaarheid. We hebben linksen en rechtsen. We hebben armen en rijken. We hebben bedrijfsleiders en werknemers, grungers, hipphoppers, emo’s, moslims, atheisten, katholieken, holebi’s, transgenders, skaters en bmx’ers, … Onder het laagje retoriek van De Roover gaapt de absolute leegte.

De realiteit vandaag is superdiversiteit en dat is voor elk van ons zo. Het idee bijvoorbeeld dat Belgen leven in een louter lokale Vlaamse wereld is foutief. We kunnen bijvoorbeeld een sociologisch fenomeen als ‘de hipsters’ en de bijhorende opstoot aan ‘authentieke’ koffiebars, barista’s, fixies, platen en zoverder niet begrijpen als we louter lokaal kijken. Het is een trans-nationaal fenomeen en het biedt – om de woorden van de Roover te gebruiken – herkenbaarheid: autochtonen en allochtonen kunnen hipsters zijn en delen veel meer met elkaar dan dat ze ooit zullen delen met De Roover. Dus zelfs al aanvaarden we dat herkenbaarheid een oerbehoefte is van de mens, dan zegt  niets dat die herkenbaarheid zich moet beperken tot de bruine bar van café de postduif in de kerkstraat.

Maar terug naar het verhaaltje van De Roover. Omdat die (nationale) herkenbaarheid zo belangrijk is moet we die afdwingen. En dat wil de linkerzijde niet, aldus De Roover, die wil immers apartheid. Links zou groepsidentiteiten willen verheffen tot norm, tot het organisatieprincipe van de samenleving. Nog los van het feit dat De Roover ‘apartheid’ hier ontdoet van zijn historische betekenis, is dit uiteraard onzin. Ik had immers net het punt gemaakt dat we met zijn allen tot heel veel verschillende groepen behoren, afhankelijk van de context, de tijd en de activiteit. De studenten in de zaal waren gedurende het debat een groep. Ze waren student en zullen dat waarschijnlijk nog een viertal jaar blijven. Ze waren mogelijks, toen ze even op Twitter zaten, ook even Twitteraar, vriend of collega. En toen De Roover begon over de Vlamingen waren ze misschien even Vlaming of Belg of antinationalist. En pas toen Youssef El Moussaoui vroeg naar de nationaliteit van mensen in het publiek werd deze groepsidentiteit geactiveerd. En na het debat verdween de groep: sommigen gingen op café en waren hiphopper, andere waren gewoon  ‘zatte student’ en weer anderen gingen flink slapen om morgen de flinke student te zijn. Identiteit is dus niet te herleiden tot nationale identiteit zoals De Roover ons wil aanpraten.

De Roover heeft duidelijk niet goed opgelet de laatste jaren. Dat belette hem niet om nog wat door te ratelen. Zij – links- vinden dat alles maar moet kunnen…  Nochtans zijn ‘wij’ aldus De Roover een democratie. En een democratie is volgens hem een systeem met twee fundamenten: er is een meerderheid en een minderheid. De meerderheid kan de wetten maken als ze daarvoor een meerderheid hebben. De andere moeten zich schikken.  Kortom, in navolging van zijn Grote Leider, definieert De Roover een democratie als een dictatuur van de meerderheid. Eenmaal die meerderheid iets beslist moet de minderheid zijn mond houden.  Kortom, een klassieke antiverlichtingspositie die de rechten van de mens met de voeten veegt in naam van de bescherming van de herkenbaarheid.

De Roover zou toch eens moeten bijlezen over die vermeende linkse vijand of op tijd komen zodat hij hen toch hoort praten. Dan zou hij doorhebben dat democratie, en gelijke universele rechten voor elke mens het strijdtoneel is van links. Dat dus niet ‘alles maar moet kunnen’, maar dat we een rechtvaardige samenleving willen hebben waar het gelijkheidsbeginsel – het fundament van een democratie – een feit is. Iets wat vandaag absoluut niet het geval is. We leven in een samenleving die gekenmerkt wordt door diepe ongelijkheid. We leven in een samenleving waar mensen afhankelijk van hun statuut, hun identiteit of althans de perceptie van hun identiteit ongelijke sociale, politieke, economische en religieuze rechten hebben. Dat is dus een democratisch probleem.

Dat is een politiek probleem en de partij van de heer De Roover is daar een structureel onderdeel van. Zijn partij maakt van die herkenbaarheid een instrument om rechten van mensen voorwaardelijk te maken (eerst Nederlands leren, dan pas recht op een sociale woning) en ondermijnt zo de democratie en de rechten van de mens.

De Roover verdient dan ook één pluim, hij was eerlijk. Hij heeft – il faut le faire-  openlijk gepleit voor discriminatie als een ‘normaal’ gegeven op een avond die in het teken staat van diversiteit. Dat is inderdaad best hoe we die partij begrijpen, als een partij die het onlegitimeerbare tracht te legitimeren.

Binfikir -interview: Göçün yapısı değişti ve demokrasinin de buna göre yeniden şekillenmesi gerekir

binfikir

Mahreç: Serpil Aygün

Spot: Göçle birlikte ortaya çıkan multi-kültüralizm, inter-kültüralizm ve çeşitlilik gibi kavramlar, sadece birer sözcük gibi algılansa da , yaşanan toplumsal sistemi anlamayı ve bunun üzerinden politika üretmeyi sağlayan kavramlar oldukları için, günlük yaşamımızı direkt etkileyen kavramlar aslında. Irkçılık, ayrımcılık, islamafobi, önyargılar günümüzde yaşamımızn birer parçası oldu. Bu sorunlarla mücadele etmek için de değişen toplum yapısı iyi anlamak, iyi tanımlamak ve yapıcı çöüzmler üretmek  yerli yabancı herkes için elzem. 3 Akademisyen Ico Maly, Jan Blommaert en Joachim Ben Yakoub 2014 yılında yazdıkları “Süper çeşitlilik ve Demokrasi” adlı kitapta günümüzün değişen göç ve toplum yapısını Belçika’nın Brüksel-Sint Gillis, Gent- Wondelgemstraat ve Anvers-Bercehem mahallerinde yaptıkları araştırmalar üzerinden anlamaya ve çözümler üretmeye davet ediyorlar insanları.  Ico Maly Kültür Bilimleri doktoru ve şu sıralar Hollanda Tilburg Üniversitesi’nde yeni araştırmalara hazırlanıyor. Ico Maly, önyargılarla mücadele eden  Kif Kif organzisyonun 10 yıl boyunca koordinatörlüğünü yaptı . Joachim Ben Yakoub, Ortadoğu ve Kuzey Afrika Araştırma Grubu’nda araştırmacı olarak çalışıyor. Jan Blommaert ise Tilburg ve Gent Üniversitelerinde kültür ve globalleşme alanında hoca olarak görev yapıyor.  Binfikir olarak kitabın yazarlarından Ico Maly ile kitap üzerinden Belçika toplumunun bugünü ve geleceğini konuştuk.

 

 

  1. Sayfa

 ilk spot “Kentler sürekli olarak daha fazla göç, daha fazla çeşitlilik, daha fazla global düzeyde yaşayan, çalışan ve kimlik kazanan insanlardan oluşurken, bu durum şu anki realite iken; halen homojen bir Flaman toplumundan yola çıkarak politika yapılıyor.”

İkinci spot: “Tüm entegrasyon  mantığı ve süreci, Flaman dilini ve değerlerini iyi öğrenmekten geçiyor. Bu durum da yerli Flamanların yabancı kökenli Flamanlar üzerinde bir güç kurmasına neden oluyor.”

  1. Sayfai

Ilk spot: . “ İnsanlar Hükümet’ten yola çıkarak radikalizmi belli bir kimliğe, bir gruba maletme ve diğerlerini ayırma çabası içindeler. İşte bu çok temel bir sorun.”

İkinci spot: “Yapılması gereken iki şey var: günümüzde gerçeklik olan süper çeşitliliği kabul etmek ve bu değişen süper çeşitli toplumun sorunlarına uygun çözümler üreterek politika yapıcılar üzerinde baskı uygulamak”

Belçika’da göçle ilgili multi-kültüralizm, inter-kültüralizm ve çeşitlilik tartışmalarından sonra sizin “Süper Çeşitlilik ve Demokrasi” adlı kitabınızla süper çeşitlilik kavramı göçü ve beraberindeki değişimleri açıklama çalışıyor.  Hangi koşullar sizi böyle bir kitap yazmaya itti? Tespitinizden yola çıkarak Belçika toplumu olarak nereye gidiyoruz?

Hem “Süper çeşitlilik ve Demokrasi “ hem de bundan önceki  “İslam ve Biz” kitabımla ilgili konuşmak ive bugünkü radikailizmden bahsetmek için  öncelikle 1989 yılına geri dönmemiz gerekiyor.  1989’da Berlin Duvarının yıkılması ile dünya yeni bir yapılanmaya gitti.  Berlin Duvarının yıkılması pek çok değişikliğin yanında  yeni bir göç dalgasını beraberinde getirdi. İlk defa caddelerde Polonya, Litvanya plakalı araçları,  Bulgarlara ait  gece dükkanlarını görmeye başladık, Afrikalı göçmenleri n gelişini gördük. 1989 Yılı Dünyanın yeni bir yapılanmaya gittiği, sıınırların kalktığı, Avrupa Birliği’nin  oluştuğu ve başkalarının gelmeye başladığı bir yıl oldu. Bu birinci element. Bunun yanında ikinci olarak milliyetçiliğin yükseldiği bir yıl da oldu. Vlaams Blok (Flaman ırkçı partisi)’u düşünürseniz 1989 yılı  ilk ataklarını yaptıkları yıl oldu ve çok güçlü bir şekilde göç karşıtı politikalar ürettiler.  Bundan sonra 90’lı yıllara baktığınızda pek çok partinin bu söylemleri aldıklarını görüyorsunuz.  90’lı yıllarda Vlaams Blok’un çok radikal karşılanan  söylemlerinin ise bugün yurttaşlık politakalarında varolduğunu görüyoruz.  Son 2,5 yy.da bu evolüsyonu görüyoruz.

Bugün bunlar realite oldu diyorsunuz…

Evet . Vlaams Blok’un 17 maddelik planının bugün uygulandığını görüyoruz. Flamancaya vurgu yapmak, hakları bazı şartlara bağlamak… Bunlar bugün uygulamaya sokuldu.  Bir taraftan yeni bir tür ve eskisinden çok daha fazla göç alıyorsunuz,  diğer taraftan globalleşmeye karşı, göçle ilgili son derece sert önlemler alan radikal partiler ortaya çıkmaya başlıyor. Bu göç planı uygulanmaya ve giderek  de normal karşılanmaya başlıyor.  3. Element ise internet. 90’lı yıllarda teknolojik gelişmenin hız kazandığını görüyoruz. O zamanlar başbakan Martens televizyonlarda  kocaman yeşil kablolarla yeni bilgisayarın başında gururlu bir şekilde dururken,  bugün herkesin mobil telefonu var.  Kendi eşimden biliyorum 70’li yıllarda göçmenlerin aileleri ile iletişimi kasetler aracılığıyla oluyordu. Burdan ya da Türkiye’den aileler mesajlarını kasetlere kaydeder  ve postalarlardı.  2 Hafta ya da 1 ay sonra kasetler geri gelirdi. Bugün whatsap, yeni medya olanakları… Ailelerle sürekli bir iletişim var ve insanlar olayları, olayın  olduğu anda öğrenebiliyorlar. Eskiden burdaki insanlar Türkiye’deki politik olayları kasetler aracılığıyla öğrenirlerdi. Bugün  TRT’ye bakabilirler, internetten gazete okuyabilirler. Bu tamamen farklı bir düşünüş biçimini beraberinde getiriyor.  Eskiden ayrılıklar çok kesin ayrılıklardı bugün öyle değil. Bugün İranlı birini tanıyorum burda yaşıyor ama hala İrandaki direnişte son derece aktif. Bu 3 element  bugünkü yaşamımızı derinden değiştiren şeyler. Bu değişim sonuçlarından biri de süper çeşitlilik. Büyük bir paradigma olarak içinde bulunduğumuz toplumu anlamak için çeşitlilik kavramına baktığınızda, etnik kimliklerle açıklıyorsunuz. Türkler Türkçe konuşurlar,   dini inaçları bellidir, eğitim durumları yaklaşık bellidir, değerleri ve normları bellidir.  Ama sadece Türk toplumunun kendi içinde dahi bir araştırma yaptığımızda bunun kesinlikle doğru olmadığını görüyorsunuz.  Yüksek eğitimli, düşük eğitimli, Atatürk’e inanan, Erdoğan’a inanan, çok inançlı, az inançlı vs.. “Standart bir Türk” yok. Etiketlerimiz var ama gerçek hayatta bu etkietlerin ne anlama geldiğini bilmiyoruz. Son derece ağzı laf yapan kadınlar var, düşük eğitimli var, inançlı var.. vs. Birbirinden tamamen  farklı kombinasyonlar var. Burada Wondelgem caddesi Türk caddesi olarak biliniyor ama kesinlikle bir Türk sokağı değil. Bugün Wondelgem’e baktığınızda 17 farklı dil kullanılıyor.

Son yıllar için mi Türk sokağı değil diyorsunuz Wondelgem için?

Şu anda artık Türk sokağı değil ya da Türkler bu sokakta artık baskın topluluk değil.  Burası 19. yy inşa edilmiş bir Flaman işçi mahallesi idi. Bu yapı bugüne kadar gelmiş ve evler büyük oranda Türklerin olmuş. Zaten fırın olan bir yer şimdi Türklerin işlettiği bir fırın olmuş. Ev ve dükkanların sahibi olma anlamında Türkler bu sokakta çok dominant olmuşlar ama son yıllarda Türkler arasında ciddi bir sosyal hareketlilik görüyorsunuz. Ordaki Türklerin çoğu  şimdi burda benim komşum:  Türk doktor, Türk psikolog, Türk avukat  vs. Şimdi ise Türklerin çoğu evlerini Bulgarlara kiraya veriyor. Yani 90’lı yıllardan itibaren  mahallenin değiştiğini görüyorsunuz. İlk olarak Arnavutlar, sonra  Ruslar, Latin Amerikanlar geliyorlar.. Bu  da tipik süper çeşitliliğin globaleşmesi. 80’li Yıllarda İspanya’ya göçen Latin Amerikalılar 2008’den beri ekonomik krizle birlikte buraya göç ediyorlar. Yeni göç. Bu da çok hızlı gelişiyor. Bulgarlar geldi, Asyalılar geliyor Afrikalılar geliyor. 1999 yılından bugüne kadar  sığınma başvuru şartları sürekli ağırlaştırırlmasına rağmen göç sürekli artıyor.

Ama medyada sığınma başvurularının ve göçün azaldığı söyleniyor…

İstatistiklerde azalıyor ama gerçek yaşamda azalmıyor. Yaptığımız araştırmalarda da görüyoruz, göç hala var. Çünkü göç ulusal düzeyde yönlendiriliyor. İnsanlar buraya, ‘ burası daha iyi olduğu için değil geldikleri yer kötü olduğu için’ geliyorlar. Göçün motoru başka bir yerde burda değil. Gerçekleşen tek şey insanların başvuru yapmaması ama göç var. Böylece çok derin bir eşitsizliği içinde barındıran bir toplum oluyoruz.  Burda doğmuş Türk kökenli müslüman bir göçmen, yasal olarak tüm vatandaşlık hakları olsa da hala özellikle başörtüsü gibi konularda ayrımcılığa ve ırkçılığa maruz kalıyor. Buraya yeni göçmüş olan ve henüz oturumunu almamış olan Türk bir göçmenin  politik hakları olmayacak. Buraya yeni gelen bir Polonyalı’nın çalışma hakkı var ama ne Belçika sosyal güvencesi sistemi altına girecek  ne  oy kulanma ne de seçme hakkı olacak. Burda henüz tanınmayan Afrikalılardan  bahsetmiyorum bile. Sonuç olarak toplumsal yaşamımıza baktığımızda haklar ve ekonomik pozisyon açısından çok derin bir eşitsizlik var. Bu da çok büyük bir demokratik sorun. “Kentler sürekli olarak daha fazla göç, daha fazla çeşitlilik, daha fazla global düzeyde yaşayan, çalışan ve kimlik kazanan insanlardan oluşurken, bu durum şu anki realite iken; halen homojen bir Flaman toplumundan yola çıkarak politika yapılıyor.” İnsanların sahip oldukları evrensel haklar,  şartlara bağlanıyor. Konut hakkı evrensel bir hak iken bugün Flaman Bölgesi’nde Bakan Liesbeth Homans sosyal konut edinme hakkına  Flamanca öğrenme şartı koyuyor.  Bu tam bir ayrımcılıktan başka bir şey değil! Yerli bir Belçikalı olarak kimse benden böyle bir şey isteyemez benim babamdan da isteyemez ama Türk kökenli bir Belçikalı olan benim eşimden ve onun ailesinden isteyebiliyor. Bu tamamen bir ayrımcılık ve eşitsizlik.  Bu da radikalleşme itiyor. “Tüm entegrasyon  mantığı ve süreci, Flaman dilini ve değerlerini iyi öğrenmekten geçiyor. Bu durum da yerli Flamanların yabancı kökenli Flamanlar üzerinde bir güç kurmasına neden oluyor.” Çok basit bir örnek;  benim eşim kasaba gittiğinde entegrasyon düzeyi ölçülüyor ama benim eşim yüksek eğitimli ve çok iyi Flamanca konuşuyor, o zaman kasap sonderece kibar davranıyor. Çünkü o “iyi göçmen” . Tabi bir de domuz eti sipariş ederse daha da iyi! Yani toplumdan herhangi biri sana iyi entegre oldun ya da olmadın diyebiliyor. VRT’de çalışmak isteseniz , Flamancanız hiç bir zaman yeterli görülmüyor.  Bir mağzada çalışmak istiyorsunuz örneğin  Oostende bir Kürt kadın 2004’te buraya gelmiş. Tüm entegrasyon kurslarını tamamlamış, genel –doğru Flamancayı konuşuyor ve Batı Flaman bölgesinde iş arıyor ama o mağzada çalışma başvurusu yaptığında ‘hayır senin Flmancan iyi değil ‘ diyorlar ki bunu diyen kişi Batı Flaman şivesi ile konuşuyor ve kendisi genel Flamancayı konuşamıyor bile. Bu tanımlanan entegrasyon yöntemi  insanların toplumda ayrımcılığa uğramasına izin veriyor.  Diskotekte, iş yerinde, ev kiralarken, hatta çok basit şeylerde  bile. Benim oğlum çok iyi Flamanca ve Türkçe konuşuyor. Oğlumu bir Flaman okuluna yazdırdık hemen  hemen Flamanca dersine kaydetmişler. Çünkü Türk ismi taşıyor. Tüm bunlar birleştiğinde belli bir grubu radikalleşmeye sürüklüyor ve toplumda da  İslam üzerinde ciddi bir yoğunlaşmaya neden oluyor. 90’lı yıllardan başlayarak, 2001’de en yüksek noktaya ulaşan ve bundan sonra sürekli olarak anti islam süreci yaşandı. Theo Van Goch’un öldürülmesi, Madrid ve Londrada’ki saldırılar vs. anti, islam sürecini besliyor. Yüksek eğitimli göçmenler ya da onların çocukları  bile bu durumun üstesinden gelmek  zorunda kalıyor. Bu da bazı sonuçlar doğuruyor. Bazıları yeniden siyasallaşıyor. Örneğin bunların bazıları Kif-Kif gibi önyargılarla mücadele eden bir kurumda çalışıyor. Bir kısmı uluslarası şirketlerde dünyanın farklı ülkelerinde çalışıyor. Bir kısmı bu ayrımcılıktan bıkıp geldiği ülkeye geri dönüyor. Bazıları da radikalleşiyor. Genellikle problemli bir geçmişi olanlar, örneğin Jejoen Botink (Suriye’ye savaşmaya giden  ve geri dönen genç) çok sorunlu bir aileden geliyor. Babası eşine şiddet uygulamış biri, vs.  Bu genç  bir kimlik arayışına giriyor ve küçük bir radikal grupta buluyor kendini. Yeni medya olanakları ile de kimlik arayışına giren gençler her şeye ulaşabiliyor. Bunlar,  popüler hip kültür savunucuları,  hicap savunucuları olabilir,  Allah’ın askerleri olabilir. Bu küçük , radikal grupların hepsinde aynı fenomen  etkili.  Global bir şekilde bir şekilde organize olup, yeni bir  kimlik oluşturmaya çalışıyorlar.

Bunlardan yola çıkarak günümüz toplumunda kimlik arayışının en büyük sorun olduğunu söyleyebilir miyiz?

Kimlik arayışının kendi içinde bir  problem olduğunu düşünmüyorum. Asıl problem haklar problemi. Bizler hepimizin eşit hakları olan bir toplumda yaşıyoruz ve bu da eşit hakların varlığını ya da yokluğunu  önemli kılıyor. Suriye savaşçıları ne kadar ciddi bir sorun olsa da çok küçük bir grup. Evet Belçika en çok Suriye savaşçısı olan ülkelerden biri  ve bunu ihraç eden bir ülke ama sebepler aynı değilİnsanlar Hükümet’ten yola çıkarak radikalizmi belli bir kimliğe, bir gruba maletme ve diğerlerini ayırma çabası içindeler. İşte bu çok temel bir sorun. Politikanın insanların hakları ile meşgul olması gerekirken, bununla ilgileniyor. Bu sadece Belçika’nın sorunu değil, her yerde aynı.  Örneğin ben 10 yıl için Türkiye’de yaşasam, pek çok hakkımı kaybederim. Orda direkt seçme hakkım olmayacak, sosyal   güvenlik hakkım olmayacak vs vs. Yani göç bir taraftan hakların kaybedilmesi ile eşdeğer giderken,  toplumsal hayatımız da giderek göç olgusunun sınırları ile bağlanıyor. Yakında ben  Hollanda da işe başlayacağım. Burdakinden tamamen  başka sosyal güvenlik sistemi, vergi  sistemi ve farklı kurallar altında çalışacağım. Ama uymak zorunda olduğum kuralları, yasaları belirleyenleri seçme hakkım  olmayacak. Bu çok ciddi bir problem.  Bu durum günümüz toplumunun problemi ve şu andaki sistem zamanın gereklerine çözüm sunamıyor.

Peki  ne olmalı, neyle değişmeli bu sistem?

Bu bir başlangıç. Karl Marks’ın , 1848 yılında Fransa devrimi hakkında yazdığı kitapta bu sorunun cevabını buluyoruz.  Marks’ın kitaptaki tespiti şu:  Hayatın gerçekliği değişiyor ama bizim düşüncelerimiz bu değişikle birlikte değişmiyor.  Bu durumda realite eskisinden farklı olurken bizim eski düşünce biçimimiz bu değişikliği anlamayı sağlayamıyor. “ Bu yüzden  süper çeşitlilik ve demokrasi.  Günümüzde toplum son derece çok çeşitli, farklı kültürlerden, dillerden oluşuyor artık homojen bir Flaman toplumu değil. Bugünkü norm süper çeşitlilik, homojen bir Flaman toplumu değil. Süper Çeşitlilik ve Demokrasi kitabını Anvers, Gent ve Brüksel üzerinde yapılan araştırmalar üzerinden yazdık. İnsanlar bize süper çeşitlilik sadece  büyük kentlerde yaşanan bir durum dediler. Bunun üzerine Oostende ve Mechelen’de de benzer çalışmaları yaptık  tamamen aynı özellikler var. Çok farklı dilleri konuşan insanların varlığı, yüzlerce farklı milliyet,  onlarca farklı inanç, birbirinden farklı camiler,kiliseler… bunları her yerde görüyoruz. İşte bu realite. Ostende’de bir ilkokulda çocukların çoğunun adları dünyanın her yerinden toplumların orda olduğunu işaret ediyor.  Okullar öğrencileri i yabancı ülkelerde  okumaya teşvik ediyor. Akademik dünyada iseniz artık global dünyada çalışıyorsunuz demektir ve  İngilizce yazmıyorsanız, alanda yok sayılıyorsunuz.  AB içinde inşaat sektöründe çalışıyorsanız , Polonya’lılar, Bulgarlarla rakabet ediyorsunuz ki onlar aynı ülkede son derece farklı kurallar ve yasalar altında çalışıyor. Bunu isteyin ama istemeyin bu durum böyle.  İşte bu süper çeşitlilik ve bu yeni süper çeşitlilk durumuna göre de artık pek şeyi yeniden düşünmek ve tanımlamak gerekiyor. Devlet kavramı,  vatandaşlık kavramı; nedir yurttaş olmak, hangi hakları sağlar ya da ödevleri gerektirir? Demokrasi bugün milliyete bağlı bir kavram. Bu bir problem. Çünkü bugün bu durum aynı ülke içinde insanlar arasında eşitsizlik yaratıyor. Biz neyi öneriyoruz? Bu yüzden  Karl Marks’ın kitabını örnek verdim. Fransa Devrimi’nden bir süre önce  pek çok düşünür radikal bir şekilde demokrasiyi düşündüler, evrensel hakları, sosyal güvenlik sistemi, herkes için eğitim hakkını,  vs. yeniden düşündüler. Burada çok ilginç bir şekilde demokrasiyi tekrar tanımlarken, demokrasinin insaların evrensel haklarını koruyan bir sistem olduğunu vurguluyorlar. Bu arada evrensel kavramının anlamı birey olarak var olan hakkınız bireysel olarak, bir insan olarak size ait bir kavram ve geri alınamaz. Bu kavram süper çeşitlilik için çok önemli bir olgu. Çünkü insan olduğunuz için var olan haklarınız birey olarak size bağlı, hangi milliyetten, ülkeden olduğunuza bağlı değil. İdeal senaryoda nereye giderseniz gidin bu hakları beraberinizde taşıyorsunuz.  Düşünün  bir Türk olarak Belçika’ya geldiğinizde otomatik olarak evrensel haklarınız var. Bir Türk olarak değil bir insan olarak haklarınızı taşıyorsunuz.  Bunu nasıl sağlayabileceğimizi düşünmemiz gerekiyor.

Gerçekleştirmesi çok zor bir öneri. Finansal olarak da zor görünüyor.

Korkunç zor. Ama göçün hiçbir zaman bitmeyeceğinden yola çıkarsak ve herkese eşit haklar vermek istiyorsak tek çözüm, sosyal güvenlik sistemini ulusal düzeyden  en azından Avrupa Birliği düzeyine çekmek. O zaman göç eden sosyal güvenlik kasasını da beraberinde getiriyor. Vergilendirme ve paylaşım ulusal düzeyde değil daha yukarda en azından AB düzeyinde gerçekleşir. Şu anki sistemde insanlar göç ediyor hareketli ama bağlı oldukları sosyal güvenlik sitemi daha yukarıda örgütlenmediği için gelinen ülkenin hakları temin için gerekli olan finansal sistemi baskı altında kalıyor. Bu yüzden vergilendirme ve  sosyal güvenlik sitemini daha yukarı bir seviyeye çekmek gerekir.  Örneğin ben Batı Flaman Bölgesi’nden Gent’e taşındım. Hiçbir şekilde hak kaybına uğramadım. Çünkü belirli bir ülke sınırları içinde göç olunca, ek bir masraf oluşmuyor çünkü aynı sosyal güvenlik sistemi içindesiniz. Sosyal güvenlik sistemini daha büyük bir bölge içine çekerseniz göçün yarattığı finansal sorunların önüne geçersiniz. Gerçekleştirilmesi gereken iki nokta var. Öncelikle günümüzde gerçeklik olan süper çeşitliliği kabul etmek, ikinci olarak da bu değişen süper çeşitli toplumun sorunlarına uygun çözümler üreterek politika yapıcılar üzerinde baskı uygulamak.

Son olarak toplumun ne yapması gerekir?

Çok iyi olmak zorundasınız. Ne işi yaparsanız  yapın bu işinizi çok iyi yapın. Yaptığınızla işle ilgili toplumda iyi bir pozisyona gelmeye çalışın. İşveren iseniz çok çeşitli kökenlerden insan işe alın. Gazeteci iseniz  tolumda önyargıları yok edip, doğru bir form vermeye çalışın. İkinci olarak sesinizi duyurun! Yurttaşlık sadece işe gidip eve gelmek değil. Demokrasi demokratik insanlarla yaşar. Gazetelere okur yazısı yazın, gönüllü çalışmalar yapın, okullarda aktif olun, okulda başörtüsü yasağının getirilmesine engel olun, vs.. Son olarak ümidinizi yitirmeyin. Vlaams Belang,1987’de  %1 oy oranı ile başladı, 2004’te %24 oldu. N-VA, 10 yıl önce hiç oy alamıyordu, gülüyordu insanlar, seçim barajını aşamaz deniliyordu. Bugün en büyük parti oldu. O yüzden mücadeleyi bırakmayın, terketmeyin burayı, kalın ve savaşın.

Klik hier om de krant-versie van het interview te lezen

SBT

Afscheid en de hoop op een toekomst van verzet

Afscheid en de hoop op een toekomst van verze

Kif Kif ontstond in een tijdsgewricht waar alles opeens heel snel ging. De ‘nieuwe wereldorde’ was een codewoord voor neoliberalisme en afbouw van de democratie. De andersglobalisten-beweging organiseerde wereldwijd verzet.

Een decennium terug, bijna dag op dag, begon ik aan mijn eerste officiële werkdag bij Kif Kif. Saddie Choua en mezelf werden aangeworven om ‘De eerste interculturele radio’ op te starten. Ik was toen al een jaar actief als vrijwilliger en bestuurslid bij de organisatie. Nu eindigt deze boeiende trip. Vanaf maart ga ik een nieuwe uitdaging aan bij de Universiteit van Tilburg. Een nieuw veld, het academische, maar met dezelfde passie, gedrevenheid en goesting ga ik er voor. De voorbije tien jaar verdienen echter wel een kleine terugblik én vooral een blik op de toekomst.

Een terugblik

In 2005 was Kif Kif een kleine organisatie, althans in termen van middelen. Ook toen al had ze een grote stem en werd ze gedragen door tientallen enthousiaste vrijwilligers, meer nog de organisatie draaide tot dan nagenoeg enkel op vrijwilligers. Een team van enthousiaste jonge dames en heren droomden ervan om Kif Kif uit te bouwen tot een vaste waarde in het intercultureel landschap. Kif Kif moest een platform worden om andere stemmen te laten horen in het maatschappelijk debat. Tarik Fraihi was het gezicht van de organisatie. Er waren reeds workshops literatuur opgezet, de interculturele kunstwedstrijd Kleur de Kunst haalde de kranten en ook toen al waren er acties. Zo werd ooit de site van Blood & Honour offline gehaald door Telenet als gevolg van een mailactie van Kif Kif naar de host en naar de bevoegde minister. Kif Kif was toen al een verzamelplaats van opiniestukken, interviews en reportages over diversiteit in de samenleving. De nieuwe uitdaging was dubbel: Radio Kif Kif uit de grond stampen en Kif Kif mediawatch opzetten.

Kif Kif ontstond in een tijdsgewricht waar alles opeens heel snel ging. De ‘nieuwe wereldorde’ was een codewoord voor neoliberalisme en afbouw van de democratie. De andersglobalisten-beweging organiseerde wereldwijd verzet.  9/11 zette de wereld op zijn kop. Het internet begon op kruissnelheid te komen en het anti-moslimracisme vierde hoogtij. De aanslagen in London en Madrid volgden, net zoals de moord op Theo van Gogh. De hoofddoekendiscussie laaide terug op, racisme en uitsluiting namen toe. Het Vlaams Blok rijgde de verkiezingsoverwinningen aan elkaar. Vlaanderen leerde Dyab Abou Jah Jah en de AEL kennen. Een nieuwe generatie stond op en eiste haar plaats op als burger.

Heel wat jongeren waren klaar om hun stem te laten horen. Het was een tijd van doorbijten en doorgaan: weinig middelen, maar veel enthousiasme en passie. Op het eind van het jaar was er niet alleen een digitale radio, er waren ook mediawatch workshops geweest en belangrijker nog: Kif Kif diende een erkenningsdossier in als beweging. En met succes, vanaf 2006 was Kif Kif een officiële beweging en dat liet zich meteen voelen: er kwamen interculturele jobbeurzen, de Kif Kif Awards, mediawatch-boeken, … Kif Kif werd groter en bereikte steeds meer mensen.

De maatschappelijke en politieke context waarin kif Kif groot werd was minder rooskleurig. Het eerste decennium van de 21steeeuw was gekenmerkt door een grote verschuiving naar rechts. De markt werd niet meer in vraag gesteld en ook aan de linkerzijde begon het anti-islam-discours door te sijpelen. Progressieve BV’s als Jan Leyers bekenden zich als uiterst kritisch voor de islam. Leyers zag in moslims een andere ‘culturele software’ werkzaam die haaks staat op democratie en vrije meningsuiting. De Van Rooy’s gingen nog door het leven onder een linkse dekmantel en konden zo een deel van links meesleuren in hun anti-islam-discours. Politici aan de linkerzijde moesten flinks zijn, ook als het op moslims aankwam. Patrick Jansens wou af van het etiket ‘allochtonenpartij’ en voerde in naam van de neutraliteit een hoofddoekenverbod door. Lukas Vander Taelen liet vanuit Groen de anti-islam-stem weerklinken. De andersglobalisten waren stil geworden en de AEL was  volkomen gedemoniseerd.

Ondanks deze maatschappelijke en politiek malaise hebben we met Kif Kif veel bereikt. Verschillende stemmen in het huidige maatschappelijk debat zijn ooit langs Kif Kif gepasseerd. En ik hoop dat Kif Kif op zijn minst bijgedragen heeft tot de politieke bewustwording van vele stemmen en gefungeerd heeft als een springplank of netwerk voor anderen. Sinds 2009 heb ik het voorrecht gehad om coördinator te mogen zijn van deze organisatie. En ik ben best trots op wat we samen bereikt hebben. We hebben misschien de wereld niet veranderd en ook de verrechtsing hebben we niet tegengegaan, maar we hebben wel veel mensen bereikt. We hebben gevochten als leeuwen.

Ongeveer 150 vrijwilligers werken mee aan dit project en gemiddeld bezoeken meer dan 1700 mensen dagelijks onze website. Jaarlijks volgen tientallen mensen onze workshops. Op ‘topdagen’ halen we 10 000 bezoekers en onze artikels worden makkelijk 10 000 keer gelezen. Zelfs e-boeken halen 15 000 downloads. Jaarlijks figureren we tientallen keren in de mainstream media en we worden aangehaald in scripties en papers. De organisatie heeft bijgedragen tot de veroordelingen van Adecco, heeft praktijktesten opgezet en vooral heeft honderden mensen een stem gegeven. Kif Kif is vandaag een organisatie die er staat. En belangrijker, ze is een platform voor tientallen nieuwe stemmen.

Uiteraard was en is niet alles perfect. Uiteraard zijn er fouten gemaakt en hebben we kansen niet gegrepen. Dat is evident, maar belangrijker is dat een idee van enkele enthousiastelingen vandaag een stevige organisatie is. Een organisatie die vele jonge en mindere jonge mensen een stem geeft en introduceert in het maatschappelijk debat. Ik ben blij dat ik daar een steentje heb kunnen toe bijdragen.

Een toekomst van verzet

Met mijn vertrek als coördinator verdwijnt ook de oude generatie uit het personeelsbestand. De gedrevenheid verdwijnt echter niet. Sukran Bulut zal de rol van coördinator met verve opnemen. Daar ben ik zeker van. Samen met Tinne Kennis en een nieuwe kracht zullen zij Kif Kif verder uitbouwen tot een invloedrijk instrument voor nieuwe stemmen. Samen met de nieuwe voorzitter Joachim Ben Yakoub komt de nieuwe generatie KifKiffers aan het roer te staan en dat is goed. Het is gezond dat een organisatie verdergaat en het is een teken van blakende gezondheid dat de vernieuwing komt van binnen de organisatie zelf.

De nieuwe generatie Kifkiffers zitten klaar en zullen de organisatie naar haar twintigste verjaardag leiden. En dat niet in dienst van de organisatie zelf, maar in dienst van een idee: een democratische samenleving waarin eenieder gelijke rechten heeft, waar eenieder daadwerkelijk een goed leven kan uitbouwen. In deze tijden van superdiversiteit en globalisering is de strijd voor gelijkheid en racisme absoluut niet voorbij gestreefd, helaas. Meer dan ooit is het nodig om nieuwe stemmen aan bod te laten komen, om racisme te bestrijden en stereotype beeldvorming te ontkrachten.

Onze samenleving en bij uitbreiding Europa en de gehele wereld zijn terug in beweging. We hebben vandaag de meest rechtse regering in decennia, een regering die vandaag al lang niet meer wegsteekt dat ze opkomt voor een autochtone elite. We zien een gestage afbouw van de welvaartstaat en een halsstarrige weigering om racisme te bekampen. Para’s duiken op in het straatbeeld en de islam zit in het vizier. In Duitsland en ook in andere delen van Europa betogen tienduizenden om de zoveel tijd tegen ‘de islamisering’ en die beweging lijkt ook voet aan de grond te krijgen in ons land. In het Midden-Oosten rukt IS op en ook in Afrika zien we de opmars van reactionaire en moorddadige milities en groeperingen. ‘De economie’ vernietigt in razend tempo de wereld waarin we leven. De economische en financiële crisis vernietigt de toekomst van velen.

De analyse is pessimistisch, de situatie ernstig. Maar er is ook hoop. Wereldwijd zien we tegenbewegingen ontstaan. Na de economische crisis van 2008 zagen we de wereldwijde Occupy-beweging. De Arabische revoluties hebben ons getoond dat democratie leeft onder de bevolking, ondanks het feit dat er vandaag vaak terug reactionaire krachten aan de macht zijn. Syriza verzet zich in Griekenland tegen de desastreuze overname van hun land en bouwt een tegenmacht. Links is aan de macht in Griekenland. En de bevolking organiseert solidariteit met elkaar: bouwt een eigen sociale zekerheid op, voedselbedeling, … In Spanje groeit Podemos uit de indignado-beweging en ook daar gaat links vooruit. In eigen land hebben de vakbonden hun strijdvaardigheid terug gevonden en zetten eind 2014 de grootste betoging op van de laatste decennia. HartbovenHard heeft een onverwachte mobilisatiekracht en zet in op een andere samenleving. Ze heeft niet alleen aandacht voor het economische, maar ook voor cultuur, diversiteit, ecologie, financieel beleid, … Ook op het antiracistisch front is er terug beweging, zo is Mouvement X opgestaan en werd er eind 2014 een grote conferentie opgezet rond de strijd tegen islamofobie.

De nieuwe generatie

Terug zien we een klimaat van politisering en van verzet. Wereldwijd geloven mensen dat het anders kan, ze wijzen het neoliberale dictaat af. Ze verzetten zich tegen uitsluiting en discriminatie en gaan voor een echte democratie: een democratie gestoeld op gelijkheid en vrijheid, op universele rechten en op solidariteit tussen alle mensen. Vanuit die optiek is het klimaat gunstiger en zijn er dus meer bondgenoten voor verzet. Kif Kif zit als beweging voor gelijkheid en tegen racisme onvermijdelijk tussen en in al deze bewegingen. De uitdaging voor de toekomst is om al deze strijden te verenigen en dus bij te dragen tot een verdieping en een verbreding van de democratie. Kif Kif moet, als je het mij vraagt, staan voor een systemisch, links en democratisch alternatief.

Kif Kif zoekt stafmedewerker & woodvoerder: http://www.kifkif.be/jobs/vacatures/kif-kif-zoekt-stafmedewerker-woordvoerder

Korte reactie op de aanslag op de redactie van Charlie Hebdo

De aanslag op de redactie van Charlie Hebdo is gruwelijk. Ze is antidemocratisch en ze is terroristisch.

Het is echter belangrijk om na de eerste overdonderende emoties en het ongeloof dat dergelijke gruweldaden met zich meebrengen, ook de ratio te laten spreken. Zoniet dreigen we de fouten uit het verleden te herhalen en de problemen enkel maar te vergroten.

Als we met die rationele bril kijken, dan zien we dat dergelijke aanslagen helaas helemaal niet onverwacht zijn. Ze waren en zijn al jaren geleden voorspeld. De aanslag kunnen we enkel maar begrijpen in de context van een decennialange oorlog. We kennen die oorlog onder de namen ‘War against terrorism’, ‘de botsende beschavingen’ en ze kende haar eerste hoogtepunt met de oorlog in Irak van vader Bush in de jaren negentig van de vorige eeuw.

Deze oorlog wordt niet alleen gevoerd in het Midden-Oosten, ze woedt ook in Europa, Afrika en de Verenigde Staten.  Ze heeft honderdduizenden doden op haar conto. Ze leidt tot verdere radicalisering aan alle zijden, tot een verdere afbraak van de democratie, tot polarisatie en geweld. Ze versterkt de rechterzijde over de hele wereld, de progressieve krachten of ze nu moslim, jood, atheïstisch of christen zijn verliezen keer op keer.

We kunnen enkel maar hopen, maar die hoop zal onvermijdelijk ijdel blijken, dat we eindelijk durven overgaan tot een echte rationele analyse. Na de aanslagen op 9/11 kregen we de riedel te horen dat de aanslagen het gevolg waren van ‘hun jaloezie op onze waarden en normen’. Dat heeft meteen een heel culturele logica opgang getrokken die een gigantische oorlogsmachine heeft gelegitimeerd. Vandaag betalen we daar met zijn allen weer de prijs voor. En we betalen die prijs als samenleving. 

Hoe hoog die prijs zal zijn, hebben we nog voor een stuk in de hand. Uiteraard kunnen we de doden en de slachtoffers niet meer terug brengen, maar we kunnen wel nog toekomstige slachtoffers vermijden. Laten we hopen dat we vandaag durven overgaan tot een (geo)politieke, sociale en economische analyse. Enkel dan kunnen dergelijke daden voorkomen, kunnen we de radicale en gewelddadige islamistische organisaties én de Westerse oorlogsmachine stoppen.  Het valt echter te verwachten, en ja te vrezen, dat we net zoals na de aanslagen van Madrid, de moord op Theo van Gogh, zullen vervallen in oorlogsretoriek.

2015 belooft een donker jaar te worden.

>>> Kif Kif dossier #Charlie Hebdo

Hart boven hard en de stem van het volk

Hart boven Hard is, tot spijt van wie het benijdt, goed op weg om een historisch fenomeen te worden in onze contreien. Zonder noemenswaardige middelen en drijvend op de tomeloze en onbezoldigde inzet van vele individuen, kleine en grote middenveldorganisaties en duizenden militanten en sympathisanten is er een beweging opgestaan die niet alleen een ander beleid, maar ook een andere samenleving wil. Dat indrukwekkende succes van een spontane en piepjonge burgerbeweging gaat echter in grote mate voorbij aan ‘onze pers’. De mainstream-media fungeren daardoor als objectieve bondgenoten van deze rechtse regering: ze zijn willens nillens een back up van rechtse politici en hun Twitter –en Facebookclubs die de beweging willen neer zetten als ‘een mantelorganisatie van de vakbonden’.  Die rechtse activiteit op sociale media en de uitlatingen van rechtse politici wijzen schijnbaar paradoxaal op de politieke kracht van deze nieuwe beweging. Hart boven hard ondermijnt het idee dat rechts een claim kan leggen op ‘de stem van het volk’ en net dat wil de rechterzijde ten allen prijze vermijden.

Van twee individuen naar een burgerbeweging

Hart boven hard gaat hard, heel hard. In augustus 2014 stuurden twee bezorgde burgers, Wouter Hillaert en Hugo Franssen een mail rond naar middenveldorganisaties, activisten, cultuurinstellingen, jeugdverenigingen, natuurverenigingen, academici en cultuurproducenten om hun bezorgdheid te uiten omtrent de besparingsplannen van de nieuwe regering. Ze nodigden deze actoren uit om een vergadering te beleggen. Sindsdien is er veel gebeurd. Heel veel. We zijn nu een viertal maanden verder en Hart boven Hard is uitgegroeid tot een heuse burgerbeweging, met een uitzonderlijke mobilisatiekracht. Elke betoging, elke staking en elk evenement dat wordt opgezet  binnen de schoot van deze beweging mobiliseert al snel honderden tot duizenden mensen over heel België.

hartbovenhard

Opmerkelijk is dat dit alles gerealiseerd worden zonder noemenswaardige middelen. De betrokken individuen geven enkele giften en de organisaties geven wat ze kunnen. De ene organisatie kopieert flyers, de andere betaalt drukwerk en nog een andere organisatie host de website op haar server. De url  www.hartbovenhard.be is dan weer een gift van de Verenigde Verenigingen. Zij hadden in de aanloop van de verkiezingen een actie met de slogan Hart boven Hard. En net deze gift wordt vandaag onderwerp van de politieke strijd om de beweging te framen als ‘een mantelorganisatie’ van de vakbonden. Het is blijkbaar moeilijk te geloven dat, in deze tijden van professionalisering en individualisering, er een beweging opgebouwd wordt op basis op solidariteitsnetwerken tussen individuen en organisaties.Het kost nochtans niet veel moeite om na te gaan dat de site bijvoorbeeld gehost wordt door een sociaal-artistiek-gezelschap. Dat cultuurhuizen, jeugdverenigingen en bibliotheken mee hun schouders onder het initiatief zetten. Dat activisten van allerlei pluimage, academici en kunstenaars deze beweging dragen. Dat er mensen actief zijn met zeer uiteenlopende politieke voorkeuren, van christendemocraten, over Groenen en sociaaldemocraten tot en met anarchisten, syndicalisten, communisten, socialisten, andersglobalisten, ….Autochtoon en allochtoon, atheïsten, moslims en christenen strijden zij aan zij voor een betere samenleving. En net daar zit de mobilisatie – en discursieve kracht van deze beweging en net daar ligt de rechterzijde wakker van.

De rechterzijde in het defensief

In tegenstelling tot vele media heeft de rechterzijde de beweging en haar mobilisatiekracht wel degelijk opgemerkt. Er is dan ook een heuse strijd losgebarsten op de sociale media waar rechtse politici en hun militanten er alles aan doen om het maar niet te hebben over de inhoud van het verzet. Politiek is altijd een strijd om betekenis en de rechterzijde tracht op dit moment met alle mogelijke middelen het verzet af te schilderen als irrelevant, irrealistisch (er is geen alternatief weet je wel) en als ‘politiek’ (lees het is het werk van enkele wereldvreemde linkse rakkers en conservatieve vakbonden).

De redenen van die verbeten strijd hoeven we niet ver te zoeken. Sinds jaar en dag claimt rechts ‘de stem van het volk’. Enkel zij zijn realistisch, enkel zij komen op voor ‘de verandering die de Vlaming wil’. Vandaag wordt het steeds moeilijker voor die rechterzijde om die claims geloofwaardig te houden. Zelfs toonaangevende liberale economen spreken zich uit tegen het gevoerde beleid, linkse economen tonen wetenschappelijk aan hoe dit beleid resulteert in diepe ongelijkheid en zelfs de OESO zet vandaag de strijd tegen ongelijkheid op de agenda. En nu blijkt ook nog eens dat ‘het gewone volk’ in grote getallen pleit voor een vermogensbelasting. Het succes van Hart boven hard is een indicator van deze veranderingen.

Na decennia van vox populisme bij de rechtse partijen en hun militanten (wij zijn de stem van het volk, de Vlaming heeft gekozen, …) wordt vandaag heel duidelijk dat een groot deel van de Vlamingen en de Belgen hun eigen stem claimen en die stem gaat diametraal in tegen het dominante discours. Ze weerklinkt bovendien dagelijks op sociale media, tijdens de betogingen en stakingen. En opvallend: steeds meer burgers laten hun stem horen tijdens de vele meetings, evenementen en acties van Hart boven hard. Die acties kennen telkens een overdonderend en bovendien heel zichtbaar succes, want fysieke aanwezigheid gaat gepaard overdonderend geshared en getweet op sociale media.

Rechtse media?

Het is dan ook des te vreemder om te moeten vaststellen dat de ‘kwaliteitsjournalisten’ van de grote media die massale aanwezigheid op deze vele actie, evenementen en meetings schijnbaar collectief gemist hebben, of hoogstens als een voetnoot behandelen. De mobilisatiekracht van Hart boven Hard staat in schril contrast met de berichtgeving over die beweging. Na de eerste nationale betoging, met een zeer zichtbare aanwezigheid van Hart boven Hard, was het de volgende dag met een vergrootglas zoeken naar enig woord over de beweging in onze media. De honderd amokmakers stonden toen centraal.

Op de nationale stakingsdag van 15 december zette de beweging tientallen evenementen op over heel België. Deze acties konden overal op een vrij verpletterend succes rekenen. Vreemd dat vooral de lokale media dit geregistreerd hebben. De grote kwaliteitsmedia waren blijkbaar net te laat, genoten van een snipperdag of vonden het weinig nieuwswaardig.

In onze massamedia wordt vooral ruimte gereserveerd voor de hinder van de acties, hun economische kost, de rellen of de fratsen van één vakbondsdame in de H&M. En hoeft het te verbazen dat ook onze rechtse politici en hun militanten louter focussen op deze fait divers. Het is op dit vlak dat onze vrije media functioneren als een steunpilaren van rechts. De focus van onze media laat de rechtse politici toe om het verzet af te schilderen als uitzonderlijk, onrealistisch, hinderlijk en schadelijk. Het is dan allemaal het werk van de conservatieve vakbonden, de oppositie of de wereldvreemde linksen en radicalen. In zoverre men hierin slaagt kan de rechterzijde binnen het raamwerk van onze media blijven claimen dat men ‘de stem van het volk’ vertolkt.

De mainstreampers verzaakt hier duidelijk aan haar democratische opdracht. En dat is heus niet alleen het geval bij de typische ‘werkgeverskranten’. Ook een ‘linkse krant’ als De Morgen ontsnapt niet aan de verleiding. Yves Desmet slaagt er bijvoorbeeld in om Hart boven hard neer te zetten als een mantelorganisatie van de vakbonden die ‘de ongebonden burger’ onterecht voor haar kar spant.  De ‘linkse krant’ fungeert op dat moment als een regimepers in dienst van de politieke rechterzijde. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat de rechtse Twitter –en Facebook-clubs er als de kippen bij zijn om Hart boven Hard af te doen als de vakbonden in disguise. Net zoals De Wever de vakbonden neerzet als ‘de gewapende arm van de PS’, zetten de rechtse militanten Hart boven Hard neer als deel van de vakbonden en dus als irrelevant. En De Morgen levert hier extra munitie.

sintactie hartbovenhard

Succes tegen de stroom in

Het is echter opmerkelijk dat deze strijd van de rechterzijde en de negatie van de pers geen effect lijkt te hebben op de mobilisatiekracht van de beweging. Hart boven hard bundelt nu al 15 000 bezorgde burgers en 1000 organisaties. Die organisaties zijn heus niet alleen de vakbonden of het klassieke middenveld, ook bibliotheken, hogescholen, interculturele organisaties en cultuurhuizen bundelen de krachten. De beweging heeft, en ook dat is uniek in de geschiedenis, haar eigen media. De beweging is niet afhankelijk van die mainstreammedia maar communiceert via haar eigen website, via micromedia als De Wereld Morgen en Kif Kif en sociale media als Facebook en Twitter. De beweging heeft dus haar eigen informatie –en mobilisatienetwerk.

Ziehier het probleem van de rechterzijde. Maar ook het probleem van de massamedia. De geloofwaardigheid van beide staat op het spel. Hoe langer deze spelers dit verzet negeren of trachten af te doen als irrelevant, hoe steviger het verzet zal worden en hoe meer de geloofwaardigheid van de regering en de media op de helling komt te staan.

De burgerbeweging Hart boven hard is net hierom historisch. Ze maakt van onderuit duidelijk dat rechts geen claim kan leggen op ‘de stem van het volk’. En ze maakt duidelijk dat de massamedia niet meer dominant zijn in het bepalen van mobilisatie en beeldvorming. De enorme mobilisatiekracht die Hart boven hard en de vakbonden hebben getoond in de laatste maanden doorprikt de dominante discoursen van de laatste decennia. Hart boven hard toont aan dat België helemaal geen land is van twee publieke opinies (een rechts Vlaanderen en een links Wallonië) of twee democratieën. De beweging toont aan dat er wel ruimte is voor een alternatief en dat daar bovendien een stevig draagvlak voor bestaat.

Hart boven hard en de revitalisatie van de democratie

Dit verzet van onderuit is een welkome revitalisatie van onze democratie.  De laatste 25 jaar is ‘democratie’, onder aanstuwen van het Vlaams Blok, geherdefinieerd als ‘de stem van het volk’. Zo konden de meest antidemocratische standpunten doorgaan als democratische meningen. De Wever is daar vandaag het meest zichtbare symbool van. Hoewel hij geen lid is van de federale regering  komt hij steeds op de proppen met de slogan dat ‘er geen alternatief is’, ‘dat dit of dat geen optie is‘ of ‘dat we dan maar beter de democratie kunnen afschaffen’ als de regering moet luisteren naar het verzet. En zo wordt nogmaals duidelijk dat De Wever en zijn maats democratie begrijpen als een ‘dictatuur van de meerderheid’. Eenmaal er verkiezingen geweest zijn, moeten de burgers hun klep houden als het van deze politici afhangt. Dat is uiteraard een antidemocratische invulling van democratie en net dat wordt vandaag steeds meer duidelijk voor steeds meer mensen.

Hart boven hard en de vakbonden tonen ons terug dat democratie een groot verhaal is, een verhaal waar burgers hun rechten niet verliezen nadat ze gaan stemmen zijn. Hart boven hard zorgt voor een lichtpunt in een democratie die al decennialang in diepe crisis zit.

Hart boven hard is een zegen voor de democratie.

Ico Maly (1978) is doctor in de cultuurwetenschappen, coördinator van Kif Kif en gastprofessor Politiek en Cultuur aan het RITS in Brussel. Hij publiceert al jaren over beeldvorming, media, identiteitsvorming, racisme, nationalisme, (super)diversiteit, democratie en de strijd voor vrijheid en gelijkheid. @icomaly – https://www.facebook.com/imaly1

[e-boek] Superdiversiteit in Oostende

Schermafbeelding 2014-10-25 om 12.35.54 (2)In Superdiversiteit in Oostende brengt Ico Maly (Kif Kif – RITS) Oostende en meer bepaald één wijk in Oostende, het Westerkwartier, in kaart. Hij doet dat aan de hand van een etnografisch onderzoek en meer bepaald etnografisch linguïstisch landschapsonderzoek. De titel maakt meteen duidelijk dat ook in Oostende superdiversiteit een onontkenbaar feit is. Maly beschrijft niet alleen, hij analyseert en verklaart ook de structuur van die Oostendse samenleving, wijst op de problemen en schetst de contouren van een toekomstperspectief.

Volgens Jan Blommaert (Tilburg University) zit de meerwaarde van het werk van Maly erin dat het aantoont ‘dat superdiversiteit, incluis z’n vele ongelijkheden, nu ook een kenmerk is van kleinere steden, van centra die op een veel lager schaalniveau te situeren zijn dan de grote miljoenensteden die magneten zijn voor migratie. Superdiversiteit is dus niet langer een uitzonderlijk, exotisch of “freak” fenomeen: het is een algemeen fenomeen dat zich dus niet laat vatten in à la carte bedenkingen en maatregelen, maar een algemene aanpak vereist.’’

Het boekje kadert binnen een groter onderzoeksproject, ‘Een ander land’ genaamd. Het project wordt aangedreven door een samenwerkingsverband met de naam ‘De toekomstfabriek’. In dat samenwerkingsverband bundelen verschillende Gentse middenveldorganisaties de krachten (www.detoekomstfabriek.be) met als doel om na te denken over de toekomst van ons land, uitdagingen in kaart brengen en op zoek te gaan naar praktijken die een ander land voorafspiegelen. Het boek is een verdieping en dus complementair aan de gelijknamige documentaire over de stad. Ook deze documentaire komt binnenkort op Kif Kif.
Ico Maly is Doctor in de cultuur­wetenschappen, coördinator van Kif Kif en docent Politiek en Cultuur (Rits). Auteur van ‘N-VA. Analyse van een politieke ideologie’ (EPO, 2012). Samen met Jan Blommaert & Joachim Ben Yakoub schreef hij Superdiversiteit en democratie (EPO, 2014).

Praktisch

Om een e-boek te lezen installeer je best een specifiek (gratis) programma. Afhankelijk van de drager waarop je het boek wil lezen heb je verschillende mogelijkheden. De meeste programma’s hebben vandaag een app voor zowel Android-, mac- of Windows-besturingssystemen. Bluefire (http://www.bluefirereader.com/) & Adobe Digital Editions (http://www.adobe.com/be_nl/products/digital-editions/download.html) zijn zeer courante programma’s. Onze voorkeur gaat naar Bluefire.

Download het E-Boek

Download “Superdiversiteit in Oostende | Ico Maly” als epub (e-readers)