‘Realisme’ als ideologie

“Realisme” als ideologie. Over superdiversiteit, precariteit en de nood aan Verlichting
In plaats van “integratie” te benaderen als een sociaaleconomische kwestie wordt ze beschouwd als een culturele kwestie, aldus Ico Maly en Jan Blommaert. En dat terwijl de globalisering gepaard gaat met een versnelde migratie. De “superdiversiteit” als gevolg hiervan, verandert de structuur van de samenleving. Tegen die achtergrond versterkt de nationalistische opstoot de “culturalisering” van maatschappelijke problemen. Diversiteit zelf wordt een probleem. Als uitweg kiest men niet voor het verdiepen van de democratie, maar voor “culturele integratie”. Onderliggend: de samenleving moet zich niet aanpassen, het individu moet zich verbeteren. Achter dit “nieuwe “realisme” en de ontkenning van de superdiversiteit, schuilt een aanval op de democratie en de waarden van de Verlichting.

in

Jeugdwerk en sociale uitsluiting. Handvatten voor emanciperend jeugdbeleid

(Redactie: Filip Coussée en Lieve Bradt )

Bestel nu hier het boek bij Uit De Marge en krijg het thuis geleverd voor 16,50 euro. Winkelprijs: 20,50 euro.

Jeugdwerk en sociale uitsluiting duidt de mechanismen die structurele sociale problemen van kinderen en jongeren vertalen als individuele problemen. Die mechanismen verscherpen de achterstelling van kinderen, jongeren en gezinnen onderaan de sociale ladder.
In het tweede deel belicht het boek hoe jeugdwerkers en lokale beleidsmakers van die mechanismen afstand kunnen nemen door samen met kinderen en jongeren een emancipatorische praktijk te ontwikkelen.
De maatschappij zet zwaar in op toeleiding naar de arbeidsmarkt, ook bij jongeren. In een samenleving waarin concurrentie, individuele prestatie en consumptie voorop staan, haken steeds meer mensen af. Toch gaat men voorbij aan de structurele factoren voor dat. Veeleer kiest men voor het individueel bijsturen of behandelen van afhakers via opvoeding, therapie, medicatie of straf.
Van mensen die in de eerste lijn met kinderen en jongeren werken, verwacht men dat ze problemen als individuele “gevallen” (vroegtijdig) detecteren en toeleiden of doorverwijzen naar deskundigen voor verdere “behandeling”. Ook jeugdwerkers voelen de druk om zich in te schakelen in de ketting van preventie, detectie, diagnose en behandeling.

De inhoud:

In haar Voorwoord legt Marleen Temmerman de vinger op de wonde: in deze verzakelijkte en verharde wereld moet het jeugdwerk zichzelf opnieuw omschrijven.

In Emanciperend jeugdwerk in een marginaliserende context? verkennen Filip Coussée, Koen De Stoop, Lieve Bradt en Mieke Nolf de belangrijkste uitgangsvraag van Jeugdwerk en sociale uitsluiting.

De crisis van de welvaartsstaat, de economische marginalisering en de disciplinering van de arbeidskracht 
Staat deze welvaartsstaat echt voor activeren of veeleer voor marginaliseren?André Mommen analyseert hoe de “nieuwe” arbeidsmarkt werknemers sterker disciplineert en arbeid opnieuw meer tot koopwaar herleid. De actieve welvaartsstaat vervangt het recht op werk door een arbeidsplicht. Een flexibele arbeidsorganisatie holt de positie van de werknemers uit en zorgt voor een toename van de precariteit.

Het punitief beheer van de armoede
De neoliberale staat bestraft de armen, stelt Loïc Wacquant. Zowel met meer effectieve straffen als via beperking van de sociale ondersteuning. Het accent verschuift van rechten naar plichten. Welfare wordt workfare. En de uitbreiding van het strafsysteem is het sluitstuk. Die evolutie waait uit de VS over naar West-Europa. De invulling verschilt maar het basisrecept is de ijzeren vuist van de neoliberale staat. Sociale afbouw en strafrechtelijke uitbouw gaan samen, met zware gevolgen voor de democratie.

Geslaagd en dus gevaarlijk. Mislukt, en dus gestoord
Paul Verhaeghe klaagt over de medicalisering van jongerengedrag. Verschuiving in de cultuur leidt ook tot veranderende identiteiten. Volwassenen onthalen de nieuwe generatie op angst en afwijzing. Verhaeghe staat stil bij de “normale” morele ontwikkeling van kinderen. Hij onderscheidt fopspeenjongeren, geslaagde jongeren en gefaalde jongeren. “Falen” is steeds meer een symptoom van een gestoorde identiteit en diagnoses categoriseren jongeren volgens hun “falen”. Psychologie en psychiatrie moeten dan disciplineren. Hoe beschermen we het individu tegen de samenleving?

Een reus op lemen voeten: GAS voor minderjarigen 
Welke plaats krijgen jongeren in het veiligheidsdiscours? Marjan Rom, Bruno Vanobbergen, Erika Coene en Nathalie Van Ceulebroeck schetsen hoe de openbare ruimte verandert. En hoe jongeren a priori buitenspel staan. Het begrip “overlast” blijft onduidelijk en dat is problematisch. Er zijn heel wat juridische bezwaren tegen de Gemeentelijke Administratieve Sancties en er dreigt willekeur in de toepassing. En de machtsconcentratie bij de gemeente roept heel wat vragen op.

De zoektocht naar de pedagogiek van de integrale jeugdhulp
Welke relatie is er tussen armoede en de bijzondere jeugdzorg? Rudi Roose, Karel Devos en Maria Bouverne-Debie stellen vast dat gezinnen die in armoede leven kwetsbaarder zijn voor interventies van de jeugdhulp. “Maatschappelijke noodzakelijkheid” als basis voor interventie sluit ouders en kinderen op in een begrensd maatschappelijk ontwerp van wat opvoeding is. Dat laat niet veel ruimte voor reflectie, participatie of pedagogiek. Hoe brengen we hierin opnieuw beweging?

De cultuur van de armoede: terug van weggeweest? 
Culturele verklaring van armoede en sociale uitsluiting zet de deur open voor het terugvallen op een individueel schuldmodel, stelt Stijn Oosterlynck. Al in de jaren 1960 zagen we het concept “armoedecultuur”. Achter die culturele verklaringsmodellen schuilt vaak een conservatieve maatschappijvisie: zijn de armen uiteindelijk niet zelf verantwoordelijk voor hun situatie? Ook al schieten deze verklaringsmodellen te kort, nadenken over culturele factoren blijft nuttig. Hoe nemen we “cultuur” mee in het spreken over armoede?

“Realisme” als ideologie. Over superdiversiteit, precariteit en de nood aan Verlichting
In plaats van “integratie” te benaderen als een sociaaleconomische kwestie wordt ze beschouwd als een culturele kwestie, aldus Ico Maly en Jan Blommaert. En dat terwijl de globalisering gepaard gaat met een versnelde migratie. De “superdiversiteit” als gevolg hiervan, verandert de structuur van de samenleving. Tegen die achtergrond versterkt de nationalistische opstoot de “culturalisering” van maatschappelijke problemen. Diversiteit zelf wordt een probleem. Als uitweg kiest men niet voor het verdiepen van de democratie, maar voor “culturele integratie”. Onderliggend: de samenleving moet zich niet aanpassen, het individu moet zich verbeteren. Achter dit “nieuwe “realisme” en de ontkenning van de superdiversiteit, schuilt een aanval op de democratie en de waarden van de Verlichting.

Sociaal-cultureel werk op de tweesprong. Een instrument om de overtolligen in bedwang te houden of culturele actie voor vrijheid? 
Hoe relevant is sociaal-cultureel werk voor deze samenleving? vraagt Johan De Vriendt. Vroeger, in een eerdere fase van het kapitalisme, was iedereen “nodig”. Vandaag blijkbaar niet meer. Er is sprake van een groeiende groep “overtolligen”. Welke rol kan of wil het sociaal-cultureel werk spelen in deze veranderende wereld? Voor wie en waarom? Antonio Gramsci en Paulo Freire reiken enkele handvatten aan. Sociale werkers mogen zich niet laten instrumentaliseren: het is hun rol om de werkelijkheid en de gangbare toekomstvisies kritisch in vraag te stellen. Ook al betekent het opnemen van emancipatorische rol de confrontatie met de gevestigde orde.

Het “mogelijke” mogelijk maken 
Hoe kan cultuurparticipatie ten goede komen aan de emancipatie van achtergestelde groepen? Danny Wildemeersch, Herman Labro en Moo Laforce zien meerdere perspectieven. Sommigen pleiten voor toeleiding naar en drempelverlaging bij het bestaande aanbod. Anderen willen kunst onder de mensen brengen. Leren Ondernemen ging hiermee experimenteren. De auteurs beschrijven dit experiment en verbinden het met theoretische inzichten.

De boeiendste job ter wereld. Hoe voorkom je een burn-out in zes stappen? 
Mieke Nolf onderzoekt de rol en opdracht van jeugdwerkers vandaag. De beleidsverwachtingen zijn veranderd: jeugdwerk moet nu individuele competenties versterken die voorbereiden op de arbeidsmarkt. Bij jeugdwerkers groeit verwarring over hun rol en opdracht. Moralisme en paternalisme zijn niet veraf. Daarnaast botsen werkers op onvermoede grenzen en beschikken ze over te weinig geschikte tools. Genoeg redenen voor een burn-out. Jeugdwerk is toe aan een nieuwe positionering en jeugdwerkers hebben dringend nood aan sociaalpedagogische handvatten.

Emanciperend jeugdwerk: jeugdwerk voor maatschappelijke verandering
Hoe emancipatorisch is het jeugdwerk? Dirk De Block blikt terug op zijn ervaringen in Molenbeek. Het jeugdhuis organiseerde veel consumptieve activiteiten, jongeren werden veeleisend toonden zelf weinig inzet. Jeugdwerkers werkten er in een gespannen relatie met de jongeren. Tot de werkers het roer omgooiden en kozen voor een directe confrontatie met de jongeren en de omgeving. Maatschappelijk engagement is een krachtige bron van motivatie. Het opzetten van leiderschapsvorming en een jaarlijkse actieweek zijn concrete stappen die kunnen helpen.

“Zien, oordelen, handelen”. Kansen voor een kritisch-pedagogisch jeugdwerk in een globale wereld? 
Pascal Debruyne en Jan Naert breken een lans voor een kritisch-pedagogische opstelling van het jeugdwerk. Die gaat onvermijdelijk in tegen de tijdgeest en bouwt verder op de traditie van Jozef Cardijn, de oprichter van de KAJ. De auteurs belichten bestaande kritisch-pedagogische praktijken: jeugdwerk dat de vrije tijd overstijgt en de thema’s haalt bij de geleefde realiteit van jongeren.

Jeugdwerk werkt? Jeugdwerk en OCMW slaan de handen in elkaar.
Jeugdwerk behoort tot het derde opvoedingsmilieu, maar het mag zich niet beperken tot de vrije tijd. Anders heeft het geen emancipatorisch potentieel, stellen Inge Waeyaert en Kelly Dumalin. Mag de kracht van het jeugdwerk ook doorwerken in het tweede opvoedingsmilieu: het onderwijs en de organisatie van de arbeid. Het OCMW kan bemiddelen, leert de praktijk van het OCMW in Brugge. Sinds 2005 loopt er een project met jongvolwassen leefloontrekkers.

Van jeugdorganisatie naar sociale beweging? 
Mieke Nolf benadrukt het blijvend belang van het bewegingsaspect voor het jeugdwerk: tegen de neiging om zich terug te plooien op een bestaande jeugdwerkvorm. Niet vasthouden aan methodische uitgangspunten zonder sociaal perspectief. Zij illustreert de meerwaarde van bewegen aan de hand van het BINT traject van Chiro Brussel en met de interim actie van de KAJ.

Leren van jeugdopbouwwerk
Filip Coussée, Bart Neyrinck, Wouter Van de Vijver en Robert Crivit verleggen de discussie in het jeugdwerk van toegankelijkheid naar bruikbaarheid. Uitgangspunt zijn de noden en behoeften van de jongeren zelf. Uit De Marge adviseerde lokale besturen bij de jeugdbeleidsplanning 2011-2013. Het steunpunt onderstreepte het belang van aanspreekbare ankerfiguren in de leefwereld van kinderen en jongeren, van ontmoeting en geïntegreerd jeugdwelzijnsbeleid. Enkele gemeenten vroegen Uit De Marge dit in de praktijk te brengen. Daarom zette men jeugdopbouwwerkers in. Hoe werkt dat in de praktijk?

Jeugdwerk werkt. Jeugdwerk met jongeren in armoede
Jan Deduytsche, Sofie Devocht en Thomas Neefs beschrijven hoe jeugdwerkers van Recht-Op Jongeren en Betonne Jeugd in Antwerpen werken rond het thema arbeid. Beide werkingen benadrukken het belang van ankerfiguren voor jongeren. De jeugdwerkers doen niet aan arbeidsbemiddeling, maar ondersteunen werkzoekende jongeren. En om aan te kaarten wat er misloopt op de arbeidsmarkt werken ze onder meer samen met de VDAB, in het bijzonder bij de Werk- en Welzijnstrajecten (W2).

Jeugdwelzijnswerk en het planlastdecreet. Een debat in de marge? 
Wat betekent de planlastvermindering voor de verhouding tussen Vlaanderen en de gemeenten? Welke beleidsprioriteiten liggen er vast? Wat verandert er vanaf 2013? Filip De Rynck staat stil bij een bepaalde managementpraktijk die de nadruk legt op meetbare resultaten. In het jeugdwelzijnswerk kan dat leiden tot perverse effecten. Maar in een stedelijke context kan jeugdwelzijnswerk een loskoppeling van de jeugdwerksector kansen scheppen voor een geïntegreerde aanpak.

Naar een incorporatie van de civil society? Uitdagingen en strategieën voor het middenveld 
De democratie heeft een krachtig en dynamisch middenveld nodig. Tot voor kort was er hierover een brede consensus, ook bij beleidsmakers. Daarom subsidieerde de overheid de democratische waakhond, ook als hij eens blafte. Alain Storme ziet hoe de relatie tussen overheid en middenveld verandert. Het middenveld is niet langer een kritische partner: vandaag geeft de overheid opdrachten aan dat middenveld. Organisaties zijn afhankelijk van subsidies en hun rol dreigt te verschralen een verlengde van het beleid. Hoe is het zover gekomen? Voor welke belangrijke uitdagingen staan we?

terug

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s