De foute vragen over racisme

Gisteren nam de KVS een logische en normale beslissing. De cultuurtempel in hartje Brussel besliste om haar samenwerking met De Morgen stop te zetten. De directe aanleiding vond ze in de columns van Hans Vandeweghe over ‘de aard’ van Afrikanen en hun voetbalsuccessen. Het geëngageerde cultuurhuis, dat met beide voeten in de superdiverse Brusselse realiteit staat, oordeelde dat dit niet alleen incompatibel was met haar eigen praktijk, maar dat het ook een zaak was van maatschappelijk engagement. Racisme is een misdaad en daar moet een samenleving, inclusief haar burgers en organisaties stelling innemen. Een logische ennormale daad zou men denken. Toch?

Racisme en zijn context

De uitspraken van Vandeweghe liegen er niet om. Het waren geen impliciet racistische uitspraken zoals die al jaren ongemerkt circuleren in dit land. Het discours is nagenoeg niet te onderscheiden van het koloniaal discours over Afrika. Afrikanen worden in zijn uitspraken afgeschilderd als ‘genetisch’ anders. In hun voordeel spelen dan ‘hun langere armen en benen dan blanken.’ In hun nadeel ‘hun beperkte concentratie en hun irrationeel geloof in tovenaars’. In enkele zinnen worden we terug geflitst naar het koloniale tijdperk, naar de tijd dat de kolonialen Afrikanen nog neerzetten als deel van een irrationeel dierlijk ras. Zij stonden op een lagere stap in de evolutie.

In het licht van deze feiten zou men denken dat ‘het kot te klein’ zou zijn. Dat Vandeweghe op de vingers zou worden getikt en er een storm van verontwaardiging door ‘de media’ zou gieren. De heisa bleef in de mainstream media echter uit. De Morgen zag zich niet genoodzaakt om zich nog eens te excuseren en Vandeweghe blijft zelfs volharden in de boosheid. Vandaag zijn de Algerijnen aan de beurt. In de voetbalcontext gaan blijkbaar de meest degoutante en racistische veralgemeningen door als gedegen sportcommentaar. En dan zijn we verbaasd als het ontspoort. Dan begrijpen we niet waarom een Twitter-campagne met bananen-etende-voetbalsterren geen effect blijkt te hebben tegen racisme in de voetbalstadions.

Of men het nu verpakt als humor, column-stijl, ‘niet-te-politiek-correct’, wetenschap, ‘de feiten’, of als een ‘eigenzinnige voorspelling’ – Vandeweghe gebruikt deze excuses trouwens allemaal – , het is onmiskenbaar dat dergelijk spreken een heel lange traditie heeft. ‘De context’ – nog zo’n excuus om racisme te propageren – is natuurlijk de historische, sociale en politieke context van racisme. Vandeweghe spreekt in heel duidelijke neokoloniale taal. Een discours dat anderen neerzet als minderwaardig, irrationeel, woedend en dierlijk. De Afrikaan wordt herleid tot zijn koloniale stereotiep, de Algerijn wordt herleid tot een terrorist. Of dergelijk discours nu gebezigd wordt in een ‘voetbalcontext’ of niet, is irrelevant. Zo’n discours is racistisch. Punt uit.

De foute vragen over racisme

En toch. Het bleek – afgaand op onze mainstream media – helemaal niet normaal te zijn om stelling te nemen tegen dergelijk racisme. In het Radio 1-interview werd Jan Goossens, directeur van de KVS, bevraagd over de beslissing van het cultuurhuis. De positie van waaruit de vragen van de journaliste vertrekken zijn zeer leerrijk. We lijsten de vier vragen op:

‘Ja, u blaast nu een samenwerking van ruim tien jaar op eigenlijk, he, vanwege enkele columns van één journalist van de krant.’

‘Hebt u nog geprobeerd met hen te praten?’

‘De Morgen een racistisch dagblad noemen. Ja, dat is misschien een beetje vreemd voor een krant die bekend staat als een van de meest progressieve kranten in Vlaanderen.’

‘Nu die samenwerking was er al tien jaar, een trouwe mediapartner De Morgen, ja, snijdt u nu niet een beetje in uw eigen vel.’

De eerste vraag gaf meteen de richting aan. Jan Goossens moet zich vanaf die eerste vraag meer dan verantwoorden voor de beslissing van de KVS. Alle andere vragen vertrekken vanuit een zelfde premisse. De Morgen wordt doorheen de vragen systematisch neergezet als ‘een trouwe mediapartner’ en ‘een progressieve krant’. Impliciet is vanaf het begin de boodschap dat de beslissing van de KVS radicaal en buiten alle proporties is. Vooral de intonatie van de journaliste is duidelijk. Een tien jaar lange samenwerking wordt opgeblazen vanwege enkele columns van één journalist. Tien jaar versus twee columns van éénjournalist. Niet racisme wordt geproblematiseerd, maar de actie van de KVS.

Een principiële strijd en stellingname tegen racisme wordt blijkbaar niet erkend als legitiem. Het is geen strijd die gewoonnormaal bevonden wordt. Een principiële daad tegen racisme noodzaakt verdomd veel communicatie. Je moet je als maatschappelijke actor zeer expliciet verantwoorden voor een dergelijke positie en actie. Het is dan ook opmerkelijk dat de journaliste het principiële standpunt niet oppikt en constant terug refereert naar het praktische. Al haar vragen gaan over de ‘goede samenwerking met een trouwe partner’.

Als de journaliste Goossens niet zover krijgt om in te zien dat zijn actie buiten proportioneel is, verandert ze van richting en vraagt ze aan hem of de KVS daarmee ‘niet in eigen vel schiet’. Als ook daar een principieel antwoord op komt, sluit de journaliste af met “Jah, het zit u duidelijk erg hoog, merk ik.” Daarmee reframed ze de principiële antwoorden van Goossens als een emotionele daad. Goossens wordt terug neergezet als lichtgeraakt en hun reactie als buitensporig.

De verschuiving van ‘het normale’

Bovenstaand gesprek is symptomatisch voor het maatschappelijk debat over racisme in Vlaanderen. Niet degenen die racistische discoursen uiten moeten zich verdedigen, maar degenen die racisme aanklagen. Racistische discoursen, zelfs al zijn ze zeer expliciet en hebben ze een heel lange historische traditie, worden niet meer gezien als problematische gegevens. We lijken niet meer te erkennen dat dergelijke discoursen vormen van verbaal geweld zijn die, als we ze toelaten, ook mee de samenleving structureren. Een principiële reactie tegen racisme verdient in zo’n context een hele hoop communicatie. We zien hier een verschuiving van ‘het normale’. Waar de strijd tegen racisme lange tijd ‘normaal’ was, lijken we het nu ‘normaal’ te vinden dat we –als grap of ‘passend in de context’- racisme gaan bezigen. Dat toont aan dat onze normaliteit heel problematische vormen aanneemt. Het onderstreept dus dat de actie van de KVS geen moment te vroeg komt.

 

>>>

Ico Maly (1978) is doctor in de cultuurwetenschappen. Hij is coördinator van Kif Kif en gastprofessor Politiek en Cultuur aan het Rits. Hij schreef o.a. ‘N-VA | Analyse van een politieke ideologie’ (EPO, 2012) en ‘De beschavingsmachine. Wij en de islam’ (EPO, 2009). Samen met Jan Blommaert & Joachim Ben Yakoub schreef hij het boek ‘Superdiversiteit en Democratie’ (EPO, 2014) . 

Advertisements

One thought on “De foute vragen over racisme

  1. Onze maatschappij of wat er als mainstream voor door gaat is gewoon dommer aan het worden. De intellectuele afbrokkeling richt een ravage in kringen van zelf-claimende intellectuelen zoals ook journalisten. Zo ontstaat er een problematische afwezigheid van kwalitatief kritische stemmen. Zonder meer intellectueel inzicht zal er geen kentering in de maatschappelijke malaise komen.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s