Wereldburgerschap en de toekomstige samenleving


Wereldburgerschap. Het klinkt vandaag voor velen als vloeken in de kerk. Utopisch en dus gevaarlijk. Van de pot gerukt en onwenselijk. Enkel overjaarse hippies en ander werkschuw tuig houden zich nog bezig met dergelijke hallucinante dromen. Zo beeld ik me de commentaren in van honderden nationalisten die reageren op het nieuws dat het onderwijs onze jongeren zal opleiden tot wereldburgers. We hebben in de laatste decennia heel duidelijk afgeleerd om na te denken over wereldburgerschap. Het idee van universaliteit staat onder druk. En dat is volgens mij een vergissing. In onze geglobaliseerde en superdiverse samenlevingen is het meer dan ooit van cruciaal belang dat we onze kinderen, maar ook de volwassen leren nadenken vanuit het perspectief van de wereld. Ik pleit dan ook onomwonden voor wereldburgerschap.

De globalisering van onze leefwereld

Het is geen nieuws als we stellen dat de aarde bestaat als één ondeelbaar globaal ecologisch systeem. De opwarming van de aarde door de mens beperkt zich niet tot de rijke landen, maar heeft wereldwijd effecten. In de laatste decennia is onze wereld ook economisch steeds meer globaal verstrengeld. Een economische crisis is meteen een globaal gegeven. Als de huizenmarkt instort in Amerika, dan zijn de gevolgen daarvan wereldwijd te voelen. Bedrijven die failliet gaan in China, brengen migratiestromen op gang die niet stoppen aan de Chinese grenzen. Bedrijven als DHL deinzen er niet voor terug om staten tegen elkaar uit te spelen in hun zoektocht naar meer winst. Sinds de jaren 70 is die economische globalisering meer en meer gestoeld op een neoliberale ideologie die de concurrentie tussen staten naar een hoogtepunt voert en de democratie in vergaande mate ondermijnt. Multinationals spelen nationale politici zonder veel probleem uiteen.

De economie is niet alleen globaal georganiseerd, ze vindt ook op die schaal in de politiek een bondgenoot. Toen Arcelor Mittal besliste om haar vestiging te sluiten in ons land, was Di Rupo in Davos waar hij lunchte en vergaderde met andere politici en de ceo’s van multinationals. Hij vroeg meteen een onderhoud aan met Lakshmi Mittal over de sluiting van de staalproducent. De impact ervan was nihil. En meteen wordt de verschuiving en verplaatsing van macht duidelijk. De macht van nationale politici over dergelijke multinationals is verwaarloosbaar. Hun macht is evenredig met hun competentie in het paaien van die top-ceo’s met subsidies en belastingvrijstellingen. Politici worden hierdoor niet zelden gedegradeerd tot facilitators van de grote bedrijven. Enkel als ze met geld over de brug komen van de belastingsbetalers krijgen ze nog iets gedaan van die topceo’s.

Elk beleid dat de economische crisis wil aanpakken zal dan ook onvermijdelijk op globale schaal moeten opereren. En hier zien we meteen het probleem: onze democratieën zijn helemaal niet op wereldschaal georganiseerd. De burger heeft geen macht over die multinationals. Er is geen sprake van een democratische controle op de economie, net omdat de democratie zelden het nationale niveau overstijgt. Dat betekent natuurlijk niet dat de politiek niet actief is op wereldschaal. Ze is dat weldegelijk. Op wereldschaal heerst de wet van de sterkste en die komt tot uiting via allerlei organen zoals het IMF, de Wereldbank of de G10-meetings. Van democratie is er op die schaal weinig sprake.

Nationalisme en globalisering

In dezelfde periode dat het neoliberalisme op wereldschaal hegemonisch is, zien we op het niveau van staten een opkomst van nationalisme. Begin jaren negentig laait over heel Europa het nationalisme terug op. België en dan vooral Vlaanderen vormde daarop geen uitzondering. Terwijl het Vlaams Blok domineerde in de jaren negentig en het begin van de 21ste eeuw, zien we vandaag dat N-VA vooroorlogse electorale scores haalt. Het N-VA- nationalisme positioneert zich heel duidelijk als een antwoord op die neoliberale globalisering. Om het in de woorden van N-VA te duiden, pretenderen deze nationalisten een warm nest te bieden als bescherming tegen de globalisering.

Kosmopolieten of wereldburgers worden door dergelijke nationalisten al snel gelijkgeschakeld met neoliberalen. Enkel de gegoede klasse, de bedrijfsleiders of toppolitici kunnen in deze logica dan effectief kosmopolitisch zijn. Het nationalistische discours laat uitschijnen dat de nationalisme gelijkstaat met zorg voor de gewone man. De natie en haar ‘spontane solidariteit’ worden dan neergezet als het antwoord op de neoliberale globalisering. In de praktijk zien we dat die ‘nationale solidariteit’ in de plaats gezet wordt van de interpersoonlijke solidariteit. Herverdeling wordt zo vervangen door de “voor wat, hoort wat”-logica, liefdadigheid en projectsubsidies. Rechten, een centraal fundament van de verlichting, komen zo steeds meer onder druk te staan.

Dat warm nest is dus een misleidend gegeven. Meer nog, nationalisme en neoliberalisme zijn objectieve bondgenoten. Het is geen toeval dat N-VA de neoliberale logica ten volle onderschrijft zolang ze het natieproject van de partij niet in de weg staat. De economische recepten van de partij komen letterlijk uit de bijbel van het neoliberalisme. De naoorlogse welvaartstaat is daarbij een doorn in het oog. Zij zorgt volgens De Wever voor onvrijheid, want de echte vrijheid is degene die uitgetekend is door de peetvaders neoliberalisme: Hayek en Friedman. Het nationalisme is dan ook niet in contradictie met het neoliberalisme, maar is er een steunpilaar van. Ze zorgt ervoor dat de concurrentie tussen staten steeds verder kan woeden en steeds meer kan leiden tot een vervanging van de welvaartstaat waar burgers rechten hebben, naar een organische natiestaat waar mensen moeten hopen op een voluntaristische solidariteit en verbondenheid.

De radicale verlichting, wereldburgerschap en democratie

Het mag duidelijk zijn dat de voorwaarden om een goede samenleving te organiseren vandaag op wereldschaal te zoeken zijn. Een heel pak van de beslissingen die ons leven bepalen worden genomen op niveaus die niet onder democratische controle vallen. Willen we terug een politics of paradise kunnen voeren, een politiek met hoop op vooruitgang en het realiseren van een goede samenleving waar gelijkheid en vrijheid voor eenieder gerealiseerd worden, dan moet de democratie in ruime zin, actief zijn op globale schaal. We kunnen de ecologische crisis maar ten gronde aanpakken op het niveau van de hele planeet. En net zoals de remedies voor de economische crisis en de concurrentie tussen staten maar kan aangepakt worden als de politiek terug greep krijgt over de bedrijven, zal ook de ecologische crisis maar opgelost worden als het primaat van de politiek hersteld wordt.

De politiek en de democratie in het bijzonder zijn de instrumenten bij uitstek om die goede samenleving op te bouwen. De radicale verlichtingsdenkers hebben ons de idee van onvervreemdbare mensenrechten geschonken als instrument om die goede samenleving op te bouwen. Zij vertrokken van het idee dat iedereen onvervreemdbare en dus ook gelijke rechten had. De oplijsting van die mensenrechten moest dienen als een heel praktisch instrument om nieuwe samenlevingen te bouwen die deze natuurlijke rechten garanderen aan alle burgers. De democratie was voor hen de ideologie en het systeem bij uitstek dat deze natuurlijke rechten kon garanderen.

Democratie was voor die radicale verlichtingsdenker echter absoluut niet te herleiden tot verkiezingen, democratie was voor hen een groot verhaal gegrond in de theorie van natuurlijke, onvervreemdbare en universele rechten, op een grondwet en op een democratische mens. Een democratie zonder democratische mensen enerzijds en anderzijds zonder kanalen waar dat die burgers zich gedegen kunnen informeren is voor die verlichtingsdenkers dan ook geen democratie. Hier wordt meteen de rol van het onderwijs en de media duidelijk. Correcte informatie en een goede opleiding van alle burgers is een conditio sine qua non van elke democratie.

Het is geen toeval dat een radicale verlichtingsdenker als Condorcet vanaf dag 1 pleitte voor een publiek onderwijs voor iedereen. Immers, aangezien iedere burger gelijk is, heeft hij dezelfde rechten en om die rechten te kunnen uitoefenen moet hij opgeleid zijn. Cruciaal voor elke democratische burger is dat hij over voldoende informatie beschikt om zijn positie in de samenleving te analyseren. Vertalen we dat principe naar de 21ste eeuw, dan betekent dat dat elke burger een analyse moeten kunnen maken van zijn of haar positie in een geglobaliseerde wereld. En hier raak ik het centrale onderwerp van vandaag. We kunnen vandaag geen democratisch burger meer zijn, als we geen wereldburger zijn.

Het onderwijs, wil ze haar democratische opdracht vervullen, moet onze kinderen dan ook opleiden tot wereldburgerschap. Deze opdracht is niet nieuw, Kant droomde al van een universele moraal. De hele radicale verlichting was vanaf dag één gericht op een universele mensheid. De hele mensheid, en dus elk individu had volgens hen gelijke rechten. Slavernij, of de ongelijkheid van vrouwen was voor hen geen optie. Ze gingen er ook vanuit dat de hele mensheid meer en meer verbonden zou worden en naar elkaar zou toegroeien door een steeds grotere verwezenlijking in de mensenrechten in de praktijk.

Vandaag zijn onze rechten in de praktijk nog altijd niet onvervreemdbaar, maar worden ze toegekend op basis van ons lidmaatschap van een bepaalde natie en onze verhouding tot de economie. Dat betekent in de praktijk dat mensen ongelijke rechten hebben. Willen we bouwen aan een democratische tegenmacht voor de neoliberale globalisering en de afbraak van verworven rechten in de laatste decennia, dan moeten we bouwen aan wereldburgerschap. En dan is in eerste instantie het onderwijs van cruciaal belang. Het is via het onderwijs dat we democratische burgers hebben en het is het onderwijs dat het fundament legt van een toekomstige democratische strijd.

Wereldburgerschap en de toekomstige samenleving

Wereldburgerschap is geen zaak van utopie, maar van noodzaak en realisme. De wereld is er ook in ons dorp, we leren dan ook maar beter snel om te gaan met deze realiteit. Als sommige mensen in onze samenleving minder rechten hebben omdat we die rechten vasthaken aan nationaliteit dan is dat niet alleen desastreus voor die individuen, het is een aanval op de hele samenleving. Als bedrijven hier de deuren sluiten omdat ze in andere landen meer winst kunnen maken door mensen uit te buiten, dan is dat een probleem voor ons én voor de mensen in dat andere land. De oplossingen voor al deze problemen, inclusief de ecologische, zullen er maar komen als we het wereldburgerschap opnemen en vertalen in een globale democratische strijd. De toekomstige samenleving begint vandaag.
Deze tekst was de basis voor een lezing in het kader van het pakket actieve wereldburgers van Scholen zonder racisme: Bever zaken!

Ico Maly (1978) is doctor in de cultuurwetenschappen en coördinator van Kif Kif en schreef o.a. N-VA | Analyse van een politieke ideologie (EPO, 2012) en De beschavingsmachine. Wij en de islam (EPO, 2009). Onder zijn redactie verscheen eerder Cultu(u)rENpolitiek, dat in 2008 de publieksprijs van boekhandel De Groen Waterman won.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s