Intifada of Oorlog

Intifada of Oorlog

2002 | Ico Maly

 

De huidige intifada wordt door de Israëlische regering steevast getypeerd als het gewapende, gewelddadige, criminele en ‘terroristische’ Palestijnse antwoord op het ‘vredesproces’.   
 
Een Korte Historiek
 
 
De huidige intifada wordt door de Israëlische regering steevast getypeerd als het gewapende, gewelddadige, criminele en ‘terroristische’ Palestijnse antwoord op het ‘vredesproces’. Dit verzet lijkt zomaar uit het niets te zijn ontsproten. Zo verwordt deze intifada het symbool van de ‘ultieme onwil’ vanwege de Palestijnen om ‘vrede’ na te streven. Het ultieme bewijs hiervan zou ‘Arafat’s’ verwerping zijn van de ‘verregaande voorstellen’ vanwege Barak op Camp David.
 
 
Recht op Rechten
 
Wat hierbij permanent over het hoofd gezien wordt, is de internationale rechtsstatus van de intifada. Israël bezet immers, illegaal Palestijns land en het Palestijnse volk. Bijgevolg is Israël, onder het internationaal recht, niet alleen verantwoordelijk voor het welzijn van het bezette volk, Israël moet deze bezetting opheffen. Daar deze eisen niet nagekomen worden, is de Palestijnse opstand beschermd door het Internationaal Recht. Zolang Israël weigert om de UN Resoluties 242 en 338 uit te voeren in de praktijk, moet zij zich onderwerpen aan de relevante grondbeginselen zoals voorgeschreven door de Vierde Conventie van Genéve[i].
 
“Since 1967 and during the current uprising, Israel has refused to accept this framework of Legal Obligations. Its refusal has been pronounced, blatant and undisguised. Not only has Israel failed to withdraw from the Occupied Territories, during the Occupation Israel has “created facts”- heavily armed settlements, bypass roads and security zones in the midst of a future Palestinian state- that seriously compromise basic Palestinian rights.”[ii]
 
Deze feiten geven de Palestijnen het recht op verzet tegen hun bezetter en, in tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt, veranderen de akkoorden van Oslo niets aan dit recht.[iii] De VN -resolutie die aangenomen wordt op 7 oktober 2000 met 14 tegen 0 ( de V.S. onthoudt zich) bevestigt dit. Francis Boyle bespreekt de Paragraaf 3 uit deze resolutie als volgt:
 
“Notice in paragraph 3 (…): “calls upon Israel, the occupying Power…” occupying power has a definite meaning in international law. Israel occupies the West Bank, the Gaza Strip, and the entire city of Jerusalem. Israel is what we lawyers call a belligerent occupant. Israel has no sovereignty over the West Bank and Gaza Strip, or the entire city of Jerusalem.(…) Belligerent occupation is governed by the Hague Regulations of 1907, as well as the fourth convention Geneva Convention of 1949.”[iv]
 
Ook Dina Khreino van ‘The Washington Report on Middle East affairs’, benadrukt deze feiten:
 
“Contrary to what Sharon believes, the fact remains Israel’s failures to abide by international law, as a belligerent occupant, amounts to a fundamental denial of the right to self-determination and, more generally, of respect to a legally protected right of Palestinian resistance and armed struggle in the occupied territories.”[v]
 
Vooreerst wens ik mij te verduidelijken: dit artikel mag en kan nooit begrepen worden als een legitimatie voor aanslagen op burgers, hetgeen verboden is volgens het Internationaal Recht. Aanvallen op burgers zijn niet alleen inhumaan en immoreel, ze zijn op de koop toe contra – productief. De aanvallen op burgers, zowel van Palestijnse als van Israëlische zijde, kunnen enkel de kans op een duurzame vrede in de toekomst verder ondergraven.
 
De kern van het Israëlisch – Palestijns conflict is de 35 -jaar oude geschiedenis van systematische schendingen van de rechten van het Palestijnse volk, door Israël en ‘bondgenoten’. Het stoppen van het legitiem en het illegitiem verzet, met dus ‘de’ vrede als gevolg, kan enkel maar bereikt worden als de opstand (hoofdzakelijk) slaagt in zijn opzet: het stopzetten van de dagelijkse discriminatoire inperkingen van de Palestijnse rechten door de Israëlische regering.
 
Deze opstand moet daarvoor de steun generen van de internationale gemeenschap om de Israëlische bezetting te (laten) beëindigen. Hiervoor moeten de werkelijke oorzaken van de opstand in al zijn vormen blootgelegd worden, in eerste instantie aan het Israëlische publiek, daar zij de directe macht hebben om veranderingen te verwezenlijken. De media spelen hierin een cruciale rol, want geen enkel medium is zo geschikt om mensen en politici te mobiliseren.
 
Toch lijkt deze opstand vaak begrepen te worden in uiterst negatieve eigenschappen, ook doorheen onze dagelijkse media. De werkelijke oorzaken worden met de regelmaat van de klok ‘verdoezeld’, hetzij door gruwelijke beelden, details, fouten en het ‘vergeten’ te vermelden van context, hetzij door het overnemen van een discours met zijn categorisering, zijn stereotypen en onderliggende ideologie (gesteund op propaganda). Het tonen van de historische context, het politiek – sociaal –economisch kader is er vaak niet bij, wat het voor de consument bijna onmogelijk maakt om het nieuws ten volle te begrijpen.
 
 
De Creatie van een Beeld
 
Doorheen de media wordt een beeld gecreëerd van het conflict. Dit beeld staat niet los van de realiteit, maar schept allesbehalve de volledige versie van de werkelijkheid[vi]. De complexiteit van het conflict wordt veelal vervangen door een simpelere versie. In de verslaggeving hanteert men categorieseringen om de realiteit in een 4 minuten durend beeldfragment of in een artikel aan de consument te serveren.
 
Om die enorm complexe realiteit ‘begrijpelijk’ te kunnen overbrengen in één artikel maakt men meestal ongewild gebruik van constructies van de realiteit: men toont de realiteit in een simpel kader. G. Lakoff beschrijft enkele van zulke constructies in zijn artikel “Metaphor and War”. Heel vaak gebruikt men ‘the fairy tale of the just war’[vii], wat een sterke simplificering is en vaak zelfs geheel in tegenstrijd is met de realiteit. Men bouwt de verslaggeving op aan de hand van categorieseringen van de verschillende partijen in een slachtoffer, een ‘bad guy’ en een held. De slechterik is een inherent slecht monster. Praten of onderhandelen met deze partij in het conflict is dan ook niet mogelijk. De held en het slachtoffer kunnen dezelfde partij zijn in het conflict.
 
Om dit ‘sprookje’ werkelijkheid te laten worden in hoofde van nieuwsconsumenten, hebben regeringen baat bij het creëren van een  onmenselijke, inherent gewelddadige, irrationele, terroristische, fundamentalistische vijand… Het discours is dan ook gebaseerd op een serie dichotomieën zoals ‘goed versus kwaad’, ‘rechtvaardig versus onrechtvaardig’, …:
 
“the construction of the enemy is accompanied by the construction of the identity of the self, clearly in an antagonistic relationship to the enemy’s identity. In this process not only the racial otherness of the enemy is emphasised, but the enemy is also considered to be a threat to ‘our own’ identity. In this fashion the enemy’s identity becomes a constitutive outside (Laclau 1990: 17), supporting the identity construction of the self.”[viii]
 
In dit artikel bekijken we de beeldvorming rond de intifada en de betrokken partijen in twee Israëlische kranten (Ha’aretz en Jerusalem Post) en twee Amerikaanse kranten (New York Times en Washington Post). Ha’aretz is Israël ’s meest gerespecteerde krant en zou dus in principe ‘objectiever’ berichten dan de Jerusalem Post. Beide kranten verkopen niet alleen goed in het binnenland, zij hebben een ruime internationale afzetmarkt, o.a. door de Engelstalige versies op het Internet (sinds kort is de JP zelfs in het Frans te lezen op het Internet). Beide kranten duiken vaak op als bronnen voor sociale wetenschappers en misschien nog belangrijker voor de internationale media.
 
De Israëlische media is zeer goed georganiseerd en beschikt over veel middelen en niet onbelangrijk: de eventuele bewegingsvrijheid[ix] om verslag te doen. Dit leidt ertoe dat de Israëlische media vaak als de ‘enige’ relatief betrouwbare en toegankelijke bron gezien wordt door verschillende Westerse journalisten.
 
De Amerikaanse kranten worden als kwaliteitskranten beschouwd. Artikels worden zelfs vaak integraal overgenomen door andere kranten. Dit zorgt er onder meer voor dat het belangrijkste en best werkende ‘propaganda-apparaat van de staat’, mee geïmporteerd wordt.[x] De media zijn immers een zeer belangrijke peiler om een ideologie te dragen, om zodoende mensen ‘de feiten’ aan te reiken in een ideologisch beladen kader …[xi]. Toch worden deze feiten gepresenteerd alsof zij de werkelijkheid weergeven. De mythe van het ‘objectieve’ nieuws ligt hieraan deels ten grondslag. Door deze mythe lijken de ‘Westerse’ nieuwsprogramma’s, voor hun lokale consumenten, de waarheid in pacht te hebben. Enkel de ‘ander’ is onderhevig aan een dagelijkse portie propaganda. Men moet zich bewust worden dat het nieuws slechts één van de vele mogelijke schaduwbeeldjes brengt van een enorm complexe maatschappelijke realiteit. Alleen al de gekozen bewoordingen van de journalist, hetzij bewust of onbewust, zijn subjectief. Ideologie, waarden, normen, ‘common sense’ ideeën zitten steeds vervlochten met de taal in elk artikel. Wij kijken als het ware mee naar het conflict door de woorden van de journalist. Die woorden dragen de kiemen van de macht in zich omdat zij kunnen bepalen hoe wij over het conflict zullen denken.
 
De Eerste Intifada
 
In 1987 zijn enkele opeenvolgende gebeurtenissen (de ontgoochelende Arabische top, een kolonist die een Palestijns schoolmeisje vermoordt en een auto-ongeluk met 7 Palestijnse doden) de directe aanleiding tot spontaan lokaal verzet tegen de Israëlische bezetter. De eerste intifada is geboren. “Het Arabische woord betekent letterlijk “van zich afschudden” en dat is dan ook de bedoeling: de Israëlische bezetting van zich afschudden.”[xii] De tactieken van de eerste intifada zijn in principe niet-gewelddadig. Het protest komt tot uiting in stakingen, boycotten en andere vormen van burgerlijke ongehoorzaamheid.
 
Er zijn inbreuken op deze geweldloze ideologie van de eerste intifada. Het gooien van stenen naar Israëlische soldaten en kolonisten is hiervan het symbool bij uitstek geworden. Deze daden moeten veeleer symbolisch opgevat worden daar zij geen reële bedreiging betekenen voor de gigantische overmacht van het Israëlische leger (IDF). De kolonisten zijn in deze periode een veel voorkomend slachtoffer van de jonge Palestijnen gewapend met een katapult en stenen: “Settlers, who had no alternative but to use roads that went through or near Palestinian communities, became constant targets of Palestinian stone throwing.”[xiii] De Palestijnen worden echter het zwaarst getroffen: de meeste (dodelijke) slachtoffers vallen aan hun zijde en toch blijven zij weerstand bieden tegen hun bezetter.
 
De eerste intifada is wijdverspreid, moeilijk te controleren en bestaat voornamelijk uit “confrontations between the civilian population at large and the Israeli army and border police within the urban centers.”[xiv] De opstand wordt dus gedragen door de gehele Palestijnse bevolking en is gericht tegen hun bezetter en hun ‘onteigenaar’. Het is dus per definitie een nationale strijd.
 
 
De Tweede Intifada
 
Alhoewel er vele parallellen zijn met de eerste intifada, zijn er meer verschilpunten tussen de huidige intifada en zijn voorganger. De verschillen tussen beide vloeien voort uit de sterk veranderde politieke en diplomatieke contexten. Bij de eerste intifada was:
 
“The Israeli military (was) in full control of Palestinian population centres, and administered Palestinians’ daily lives under conditions of direct colonialism. The Uprising – a militant but essentially unarmed civil insurrection – put the Israeli military, and Israeli society at large, on notice that Palestine could no longer be governed by colonial rule.”[xv]
 
De vertaling van de Oslo-akkoorden naar de realiteit vormt de context waarin de tweede intifada ontspringt. De Oslo-akkoorden zijn geen ‘vredesakkoorden’ en zijn ook nooit zo bedoeld. “Met Oslo wordt een kader uitgewerkt -, in het bijzonder Palestijnse interim autonomie – waarbinnen het conflict beheerst zou worden in afwachting van het moment waarop een echt vredesakkoord bereikt kon worden.”[xvi] Deze akkoorden geven Palestijnse autonomie in kleine versnipperde gebieden, hetgeen iets geheel anders is dan soevereiniteit. De kiemen van de huidige malaise moeten dan ook in dit akkoord gezocht worden. Of met de woorden van prominent sociaal wetenschapper E. Said:
 
“The portents of this disarray, however, were there from the 1993start. Labour and Likud leaders alike made no secret of the fact that Oslo was designed to segregate the Palestinians in non-contiguous; economically unviable enclaves, surrounded by Israeli-controlled borders, with settlements and settlement roads punctuating and essentially violating the territories’ integrity, expropriations and house demolitions proceeding inexorably through the Rabin, Peres, Netanyahu and Barak administrations along with the expansion and multiplication of settlements (200 000 Israeli Jews added to Jerusalem, 200 000 more in Gaza and the West Bank), military occupation continuing and every tiny step taken toward Palestinian sovereignty – including agreements to withdraw in minuscule, agreed-upon phases – stymied, delayed, cancelled at Israel’s will.”[xvii]
 
De Oslo-akkoorden betekenen voor de PA (Palestijnse Autoriteit) een zeer geringe uitvoerende macht, zij is steeds gebonden aan Israël, o.a. door de bantoestanisering, beperkte autonomie en de afhankelijkheid van Israël voor waterbeheer[xviii] en elektriciteit. Tevens wordt de PA verantwoordelijk voor de veiligheid van Israël, wat onvermijdelijk moet leiden tot de ‘onderdrukking van het Palestijnse volk’. Het hoeft dan ook niet verwonderlijk te zijn dat de tweede intifada ook deels tegen Arafat en ‘zijn’ PA gericht was: “The al-Aqsa Intifada is an Intifada against Oslo and against the people who constructed it, not only Dennis Ross and Barak, but a small, irresponsible coterie of Palestinian officials.”[xix]
 
De initiële ‘trigger’is het beruchte en uitermate provocerende bezoek van Ariel Sharon, vergezeld door een slordige 1000 man sterke politiemacht, aan de al-Aqsa Moskee. Een grotere opeenstapeling van provocaties aan het Palestijnse adres kan men zich bijna niet voorstellen:
 
“Sharon is the very symbol of Israeli state terror and agression, with a rich record of atrocities going back to 1953. Sharon’s announced purpose was to demonstrate “Jewish sovereignity” over the “al-Aqsa compound”(…)[xx]
 
Gezien de verschillende politieke en diplomatieke contexten waaruit de twee intifada’s zijn ontsproten, kunnen we ons ook aan een verschillend verloop tussen beide intifada’s verwachten.
 
 
De Anatomie van de Tweede Intifada
 
De veranderde geografie in de ‘Palestijnse gebieden’ is één van de oorzaken van de ‘militarisering’ van de tweede intifada. Waar de Palestijnse jongeren tijdens de eerste intifada hun woede uiten door stenen te slingeren naar de kolonisten, is dit nu niet meer mogelijk. De geografie die geschapen wordt tijdens de Oslo-akkoorden zorgt er immers voor dat het Israëlische leger de Palestijnse bevolking ‘snel en efficiënt’ kan opsluiten in bantoestans[xxi].
 
“By means of the new geography, the Israeli army can better confine the insurgency within specific locations and protect itself at secure strategic positions. This narrowed “battlefront” has also allowed the greater militarization of the clashes.”[xxii]
 
De Israëlische kolonisten in Palestijns gebied worden echter niet alleen door de geografie beschermd. In tegenstelling tot de eerste intifada, krijgen de “settlers” volledige steun en nauwe samenwerking van de Israëlische regering en het IDF (Israeli Defense Force, het Israëlisch leger):
 
“In Addition, except possibly the case of Hebron, the past few years have seen a growing and conscious synergy between the army and the settlers – in contrast to their often conflict-ridden relationship before Oslo. The growth of permanent military garrisons at settlements with each new redeployment (all funded by US taxpayers) suggests the consolidation of this settler-army alliance.“[xxiii]
 
Het sprookje van de burgerslachtoffers bij de kolonisten moet duidelijk aan de kaak gesteld worden. De kolonisten zijn zeker niet allen onschuldige slachtoffers. Vooreerst is er natuurlijk hun aanwezigheid, wat volstrekt illegaal is en de Palestijnen, zeer begrijpelijk, voor de borst stoot. De ‘settlers’ bezetten vaak de beste gronden op Palestijns gebied, hebben meer rechten en meer comfort dan de Palestijnen. Vaak zijn deze kolonies op de toppen van de heuvels gevestigd, wat naast een ‘veiligere’, goed verdedigbare positie ook een uiting van ‘superioriteit’ met zich meebrengt: ze kijken als het ware neer op de Palestijnen. Een belangrijker punt is echter dat de kolonisten niet altijd ongewapende en/of onschuldige slachtoffers zijn (zie verder).  Ter verduidelijking stel ik hier dat er ook burgerslachtoffers vallen onder de kolonisten. Ik wens enkel een vaak voorkomend en ongenuanceerd beeld van de gewapende Palestijnse ‘terroristen’ tegenover de onschuldige Israëlische ‘settlers’ te nuanceren.
 
Doordat de wegen, de Palestijnse steden en de Israëlische kolonies volgens een militaire strategie zijn opgebouwd en de synergie tussen de kolonisten en het IDF op een hoogtepunt is, kan dit niet anders dan een weerslag hebben op de structuur en het verloop van de opstand:
 
“The second intifada has utilized violent methods more extensively than the first. The Palestinians’ use of firearms, especially against settlers and settlements near populated Palestinian communities, is perhaps one of the key differences between the uprisings.”[xxiv]
 
Het katapulteren van stenen, als protest tegen de bezetting, wordt mede door de veranderde geografie en de sterke banden tussen ‘settlers’ en het IDF niet meer als een reële mogelijkheid gezien. De structuur van de tweede intifada verschilt dan ook sterk van zijn voorganger. Nogmaals is nuancering hier op zijn plaats: de ‘militarisering’ van de opstand sluit de ‘ongewapende opstand’ immers niet uit.
 
“During the first months, there was still a sense that multitudes were taking part in an uprising: thousands marched to the roadblocks, hundreds dared to clash with the soldiers. Meetings and rallies called for continuing the uprising and for developing it in forms of mass action.(…) At this point, very little remains of all this, and all are groaning under the weight of Israeli countermeasures (…) The Intifada is therefore now above all, a day – to – day struggle against suppression.”[xxv]
 
Zeker in het begin zijn er dus nog betogingen en stakingen tegen de bezetting, maar ook in 2002 hebben we niet alleen massale stakingen gezien in Gaza, maar ook internationale steunbetogingen, … Sommige van deze eerste betogingen zijn volledig ongewapend; soms zijn de ongewapende burgers vergezeld door gewapende Palestijnse ‘veiligheidsmensen’:
 
 
Saled J. (the Palestine Report) geeft hieromtrent de volgende mening:
 
 “The participation of “armed” Palestinian elements in popular demonstrations and shootings at soldiers and settlers must end, even though we know that it occurs within a context of selfdefense. These shootings take place from a distance, and frankly speaking, are fruitless. (…) The participation of these elements are nothing more than symbolic, giving a false sense of safety and security. Instead they offer Israel the excuse to use tanks, Cobra helicopters and rockets to quell an uprising that is popular in essence.”[xxvi]
 
De ‘militarisering’ van de tweede intifada heeft verschillende zeer belangrijke nevenwerkingen. Een van de gevolgen van de wapenopneming is dat de drempel voor Israël verlaagt om hard toe te slaan. Geweld ‘rechtvaardigt’ immers voor velen een gewelddadige reactie, het ‘oog om oog, tand om tand’-principe zit nog steeds diep ingeworteld bij de mensen. De realiteit bevestigt dit: Israël maakt gebruik van tanks, raketten en aanvalshelikopters om het Palestijnse volk te onderdrukken. Zij kan dit doen zonder al te diepgaande en vernietigende internationale kritiek Ten tweede zien we dat de eerste intifada, door zijn ongewapende invulling, gemakkelijker de internationale steun en medeleven kan vergaren. Terwijl de tweede intifada gedoemd is te worstelen met de beeldvorming rond de opstand.
 
De Tweede Intifada en Beeldvorming
 
 
De meeste media presenteren hun verslaggeving van een delicaat conflict in ‘evenwicht’, teneinde het geloof in de ‘objectiviteit’ van het nieuws te installeren of om op zijn minst de kritiek van éénzijdigheid te vermijden. Een beeld van een Palestijns slachtoffer zal daarom steevast in ‘balans’ gebracht worden met een Israëlisch slachtoffer. Deze werkwijze komt deels door ‘tijdsgebrek’ in de meest ruime zin en is er hoofdzakelijk op gericht om kritiek te vermijden. In de praktijk heeft dit met ‘objectiviteit’ doorgaans weinig te maken:
 
“Attempts at “balance” are regularly observed in the coverage of funerals, particularly by the television news media. It is not unusual to see coverage of a Palestinian funeral immediately followed by coverage of an Israeli funeral. Although both are real events that tear apart the lives of grieving families, the reality is often that several other Palestinians were shot dead and tens injured on the same day that a single Israeli was killed.”[xxvii]
 
De media geven een beeld mee van een gelijkopgaande strijd tussen beide partijen. Het verstoorde machtsevenwicht tussen beide partijen blijft buiten beeld. Dit verstoorde machtsevenwicht is echter cruciaal om de verslaggeving over het conflict enigszins te begrijpen. Dit ‘evenwicht’ in de verslaggeving versterkt het beeld alsof men te maken zou hebben met een traditionele oorlog tussen twee partijen: ‘Palestina’ versus Israël, islam versus jodendom, ‘terrorisme’ versus verdediging, … Dit is natuurlijk een aanslag op de realiteit: de Palestijnen vormen geen reële dreiging voor het voortbestaan van de staat Israël. De Palestijnen hebben geen natie; zij hebben geen leger; zij hebben nagenoeg geen economie,  ze hebben geen vrijheid… Het Palestijnse volk is al meer dan 35 jaar onderhevig aan de bezetting door Israël: ze zijn machteloos. In het Israëlisch – Palestijnse conflict zijn er geen twee gelijke partijen die in staat van oorlog zijn, we hebben een slachtoffer die in opstand komt tegen zijn bezetter. Wil de media zo ‘objectief’ mogelijk zijn, dan is het hun taak om de reële situatie te verslaan en niet uit gemakzucht toevlucht te nemen tot de momenteel populaire “one from each side” aanpak van de (televisie)media.
 
De ‘al-Aqsa Intifada’ en de Islam
 
De huidige intifada zal hoogstwaarschijnlijk de geschiedenis ingaan als de ‘al –Aqsa intifada’, naar het bezoek van Sharon aan het complex. Hiermee wordt de toon direct gezet. In tegenstelling tot de eerste intifada, krijgt de huidige meteen de stempel opgedrukt van het religieuze, de islam. De al-Aqsa moskee is namelijk één van de drie belangrijkste plaatsen in de islam en is tot op heden een zeer belangrijk religieus en onderwijskundig complex. De indruk wordt gewekt dat enkel het provocerende bezoek van de eerste minister Sharon aan de al-Aqsa Moskee de opstand doet uitbreken. De religie wordt gezien als de belangrijkste onderliggende oorzaak van het conflict. Als we ons nu bewust zijn van het discours rond de islam in de internationale media[xxviii], kan men meteen voorspellen dat dit voor de Palestijnen geen goede zaak kan zijn.
Het gevaar van het beschrijven van deze opstand als de al-Aqsa intifada zit hem in het ééndimensionale beeld van de intifada. De opstand lijkt hoofdzakelijk gevoed door religieuze motieven en zou uitgebroken zijn naar aanleiding van de islamitische heiligdommen. Het verdoezelt met andere woorden de (gelegitimeerde) nationalistische beweegredenen. Het typeren van de opstand als de al-Aqsa intifada moet begrepen worden in de “Huntingtonificatie” van het conflict: het jodendom tegen de islam, “the clash of civilizations”. Het verstoorde machtsevenwicht tussen beide partijen lijkt verdwenen te zijn. Dit proces is zeer zeker niet vrijblijvend, maar toont ‘de ander’ als een enorme islamitische dreiging:
 
“Sharon is arguing that it is Arafat’s Palestinian terror, Islamic extremism, and Iran and Iraq that are disrupting the region.”[xxix]; “ The Palestinians and their supporters in the Arab and Muslim countries (…) The Arabs try to utilize every opportunity, no matter what the topic to focus the debate on Israel’s ‘crimes’(…)Levy also links the this to the events of September 11 (…): “At least for a few months the Muslims became the centre of attacks at international conferences”. He notes (…)’ they had to defend themselves against accusations that they were ‘enemies of humanity’,’ he says.”[xxx]
 
Palestijnen, moslims of Arabieren worden steevast als de grote Islamitische dreiging afgebeeld in onze media. Dit komt tot stand door de permanente associatie van de islam met terrorisme, fundamentalisme et cetera. Dit beeld komt echter niet per toeval tevoorschijn in het Israëlisch – Palestijnse conflict. Het is noodzakelijk om het beeld van ‘de spontane uitbarsting van geweld’ verkocht te krijgen. De werkelijke oorzaken van het conflict blijven veilig weggeborgen voor het grote publiek. Het geweld wordt, vaak impliciet, toegeschreven aan het ‘moslim-zijn’. Opeens lijken de legitieme nationale beweegredenen van de Palestijnen heel ver weg. De stempel is gedrukt: de ‘fundamentalistische’, ‘terroristische’ en ‘inherent gewelddadige’ islam met zijn martelaren voert oorlog tegen het jodendom met zijn ‘superieure waarden’.(Bv.“Striving for true peace as a supreme Jewish value.”[xxxi]) Dit zelfbeeld wordt vaak antagonistisch opgebouwd aan het vijandsbeeld. Het onrecht waarmee de Palestijnen sinds jaren te kampen hebben onder de Israëlische bezetting verdwijnt weer uit beeld.
 
Verschillende ontwikkelingen in de realiteit lijken in eerste instantie te suggereren dat de al –Aqsa intifada wel degelijk een religieuze strijd zou zijn. Bewegingen als Hamas en de Islamitische Jihad steunen namelijk op een fundamentalistische religieuze ideologie. Toch moet er mijns inziens op gewezen worden dat de intifada per definitie een nationale strijd is. Het is een verzet tegen hun bezetting door een koloniale supermacht en zijn bondgenoten. Het Palestijnse volk wenst, zeer begrijpelijk, de bezetting te beëindigen:  
 
“Het is de uitdrukking van een veel grotere frustratie over de algemene politieke toestand na de mislukking van het vredesproces dat in Oslo met zoveel beloften gestart was. Die uitbarsting hadden wij al heel lang verwacht. We wisten alleen niet wanneer de vonk in het kruitvat zou slaan.’”[xxxii]
 
 “The Intifada broke out because the Palestinian public was tired of this situation of occupation that adopts other names, which are userfriendly for 21st century Westerners. But because the Israeli public does not see the occupation, it perceives the uprising as a unilateral and unjustifiable act of aggression, rather than an act of resistance, of a type that has repeatedly taken place throughout human history.”[xxxiii]
 
Religie kan hier dan ook slechts als een mobiliserende factor gezien worden. Religie wordt namelijk aantrekkelijker naarmate het echte leven ondraaglijker wordt. Het wordt als het ware een toevluchtsoord. Bij de Palestijnse bevolking is dit niet anders. Prof. El Malik stelt: “Het fundamentalisme schijnt vooral in echt uitzichtloze tijden aantrekkelijk te worden.”[xxxiv] De religie is hier hoogstens een middel om een nationalistisch doel te bereiken: een soevereine Palestijnse staat. De Palestijnen verwijzen dan ook naar de huidige intifada als de “intifada voor de onafhankelijkheid”. Ludo Abicht verwoordt het als volgt:
 
“Op vrijdag 10 november 2000 zitten we namelijk al in de zevende week van de tweede volksopstand die intussen door alle Palestijnen de intifada van de Onafhankelijkheid genoemd wordt, met een enigszins uitdagende verwijzing naar de joods-Israëlische Onafhankelijkheidsoorlog van 1948-1949.”[xxxv]
 
Dr. Majed Nassar staat achter volgende stelling:
 
“The role of the media in altering reality during both Intifadas has served to mask the primary purpose of Intifada, namely the struggle toward freedom form Israeli occupation.”[xxxvi]
 
 
                                                     Palestijnen zijn Arabieren
 
Het typeren van de Palestijnen als Arabieren (of zelfs dieren) moet ook in deze context gezien worden. Een overduidelijk en constant gebruikt concept in deze context is de ‘Israeli Arab’:
 
“The bill would have prevented Israeli Arabs (…)”[xxxvii]; “Inquiry on Arab Israeli riots starts(…)The clashes between Israeli citizens, both Arabs and Jews, (…)”[xxxviii]“bringing us venomous snakes (the Palestinians) and strengthening their hand.”[xxxix];
 
De ‘Israeli Arab’ is natuurlijk een Palestijnse Israëli[xl]. Door de ‘ander’ te categoriseren als een ‘Arabier’ verdwijnt het onrecht uit het beeld, namelijk dat zij nog steeds leven in hun geboorteland ‘Palestina’, wat nu Israël is geworden. De keuze om de ander te bestempelen als Arabier of Palestijn is met ander woorden niet vrijblijvend: het is een ethisch – morele keuze met verregaande gevolgen in de realiteit. Immers men ontneemt de Palestijnse burger zijn nationale rechten door hem uitsluitend te categoriseren als een ‘Arabier’: dit heeft namelijk als gevolg dat er niet meer gepraat en gedacht wordt over het Palestijnse volk. Zo kan het Palestijnse volk ook geen aanstalten meer maken op hun rechten:
 
Bij deze categoriesering moet men steeds bewust zijn van de achterliggende mythe: “de Arabieren hebben 22 landen, waarom willen zij het enige joodse land hebben?” Volgens deze mythe is de Palestijnse nationaliteit onbestaand of op zijn minst onterecht. Zo worden zij ‘Arabieren’ en volgens de interne logica eisen zij dus onterecht het Israëlische land op. Dit is echter een aanslag op de realiteit! Voormalig Palestina (het huidige Israël en de bezette gebieden) was één provincie onder het Ottomaanse bestuur en onder het Britse Mandaat. De stakingen in 1930, 18 jaar voor het ontstaan van de staat Israël, waren uitingen van een Palestijns nationalisme. Deze mythe doet echter meer: het verdoezelt de verschillen tussen de Arabische landen onderling en hun vaak problematische relatie met het Palestijnse volk. Deze landen waren bijvoorbeeld de Palestijnse vluchtelingen liever kwijt dan rijk, denk maar Libanon en Jordanië. In de verschillende kranten zien we toch vaak dat de Palestijnen beschreven worden aan de hand van het concept Arabier. Het concept Arabier wordt dan weer geassocieerd met de islam.
 
“(…) and the threat of greater Arab violence.”[xli]; “(…) to use the Israeli –Arab dispute (…)”[xlii]; “(Shas Rabbijn Ovadia Yosef over Barak) (…) who is selling out everything to the Arabs just to keep his seat.(…).”[xliii] ; “the Arab-Israeli conflict is deepseated and almost intractable”[xliv]; “ All the suicides and would-be suicides have been Muslim, and most have been unmarried, but their ages and levels of education vary.”[xlv] “ “ the Islamic fundamentalist movement(…).”[xlvi]; “(…) Nobody expected the Arab Violence. (…) the volcanic explosion within the Arab sector.”[xlvii]
 
Het concept ‘Arabier’ wordt bij de gemiddelde nieuwsconsument meteen gelinkt met de islamitische godsdienst. De islam beschouwt men als gewelddadig en extreem gevaarlijk, men vergelijkt de opstand hier zelfs met “een vulkanische explosie”. De artikels in de kranten ondersteunen vaak dit beeld, maar ook een hele resem ‘wetenschappelijke’ boeken zijn aan dit onderwerp gewijd. De verwijzing naar de religie is een zeer handige strategisch politieke zet: zo worden ‘zij’ de schuldigen van het conflict: het zit hem in hun religie.
 
De mythe van de ‘grote islamitische dreiging’ moet constant nieuw leven ingeblazen worden. Dit gebeurt tegen de realiteit in: Israël is de grootste militaire supermacht van de regio en Israël wordt dan nog eens volop gesteund door de grootste macht in deze wereld. De Arabische buurlanden en ‘de islam’ vormen geen werkelijke bedreiging op het voortbestaan van Israël. Landen zoals Egypte (Vredesakkoorden met Israël, afhankelijk van de V.S. voor financiële steun), Jordanië (Vredesakkoorden met Israël, handelsrelaties, …), Syrië (na de val van de Sovjetunie, volkomen verouderde militaire infrastructuur) en Libanon (volledig afhankelijk van Syrië) zijn niet bij machte om een werkelijke partij te vormen voor de Israëlisch – Amerikaanse alliantie met zijn militaire superioriteit.
 
De islamitische eenheid die noodzakelijk zou zijn om een eventuele dreiging te vormen voor het voortbestaan van Israël is in de realiteit zeer ver te zoeken. Zoals de geschiedenis ons leert, hebben de Arabische landen de Palestijnen dan ook maar al te vaak lippendiensten bewezen, meestal uit ‘nationaal’ belang. Wil men deze mythe toch geloofwaardig maken, tegen de realiteit in, dan moet men deze natuurlijk op regelmatige tijdstippen voeden.
 
“Van Dijk points out that one means of increasing the appearance of truth in news is to resort to evidence from other reliable sources (authorities, respectable people, professionals)”[xlviii]. Dit mechanisme is hier ook aanwezig, het is immers zeer belangrijk dat de link tussen de Palestijnse groeperingen, hun ‘islamitische en Arabische broeders’ en de grote dreiging geloofwaardig blijft.
 
“The Mossad and Shin Bet delegates stressed that the Islamic terror groups are exploiting the current lull in order to gather strength and attain firearms from Arab states and other sources.”[xlix]; “After U.S. President George W. Bush’s state of the Union speech last week, in which he labelled the Iranian regime a member of what he called “an axis of evil” because of its support for the terrorist organizations like Hezbollah and Hamas, and its effort to develop weapons of mass destruction.”[l];
 
“PM: Irak, Iran and Syria backing Palestinian Terror. Prime Minister Ariel Sharon said Thursday morning that the Palestinian Authority was responsible for the recent wave of terror attacks and that Iraq, Iran and Syria were supporting terror.”[li] “ Shin Bet chief Dichter warns of imminent terror wave (…) He also said The Shin Bet had warnings of an additional 60 planned suicide bombings.”[lii]
Het ‘islamitische gevaar’ wordt leven ingeblazen en beïnvloedt het denken over de realiteit. De werkelijke oorzaken van de Palestijnse opstand worden zo professioneel weggewerkt, het ‘gevaar’ wordt als het reële vertrekpunt beschouwd om het conflict te benaderen:
 
“The transition from a peace process to an armed conflict with the Palestinians has had its impact on the way Israel sees the next war (…) The result could be Syrian Scuds launched into the Israeli home front, either with or without Iraqi help, and with Palestinian involvement in the conflict in order to increase the number of casualties.”[liii]
 
De Arabische landen lijken dus een reële dreiging te vormen voor Israël, de Palestijnen zijn echter ‘de gruwelijkste vijand’ als we dit citaat mogen geloven: “With Palestininian involvement in the conflict in order to increase the number of casualties”. Met de dreigende oorlogstaal van de V.S aan Irak, duikt Saddam Hoessein in de Israëlische media terug op als de bondgenoot van de Palestijnen. Samen vormen zij en andere Arabische landen de ‘grote Arabische bedreiging’ voor de staat Israël. Hier zien we een subtiel verschil tussen het ‘linkse’ Ha’aretz en het ‘rechtse’ Jerusalem Post. De Jerusalem Post stelt het volgende citaat centraal in het artikel “Saddam threatens ‘victory over Israel with the Palestinians’( 8 augustus 2002):
 
“Iraqi President Saddam Hussein threatened Thursday he would one day celebrate a victory over Israel with the Palestinians, media reports said.(…) a force of civilians that Saddam set up in 2000 with the aim of driving the Israelis out of Jerusalem and supporting the Palestinian uprising.”[liv]
 
Bij de krant Ha’aretz vinden we in het artikel “Iraq’s Saddam Hussein says not frightened by U.S. threat”(8 augustus 2002), dat handelt over dezelfde toespraak, dit citaat helemaal niet terug. Meer nog op 5 augustus 2002 wijdt men een artikel aan het ‘ontkennen’ van de inmiddels populaire vergelijking tussen ‘Arafat en Saddam’. Deze vergelijking heeft sterk aan belang gewonnen na het vacuüm dat ontstond door de ‘verdwijning’ van Bin Laden uit het V.S. –discours liet. Al is er volgens dezelfde journalist:
 
“(…) plenty of evidence in the archives proving the similarity of the two. And for those who don’t remember the pictures of the “butcher of Baghdad” in Arafat’s arms, along comes the news report of an Iraqi plot to equip Arafat’s soldiers with biological weapons.”[lv]
 
 … toch kan men, volgens deze journalist, de claim niet leggen dat Arafat en Saddam elkaars gelijken zijn:
 
“There is no greater lie than the claim of the similarity between Arafat and Saddam, and the propagandists who are spreading the lie know it.”[lvi]
 
Het ligt in de lijn der verwachtingen dat een krant met een faam zoals Ha’aretz veel subtielere methoden zal gebruiken dan de Jerusalem Post. Hoewel dit Ha’aretz-artikel een zeer kritische toon in zich lijkt te dragen, zien we bij nader onderzoek een mooi afleidingsmanoeuvre. De gelijkenis tussen Arafat en Saddam wordt onderuit gehaald maar het beeld van de PA en Irak als trouwe bondgenoten blijft overeind. De mythe van ‘het grote Arabische gevaar’ blijft overeind:
 
“Iraquses dollars to pay of families of suicide bombers. (…) Even if Bush Jr. finishes what his father didn’t, some other Arab or extremist Muslim zealot (Iran for example) will take Saddam’s place as the hero in the mosques of Nablus and on the banks of Gaza.”[lvii]
Even recapituleren: in het eerste citaat roept de journalist het beeld op van de grote gelijkenis tussen Arafat en Saddam (plenty of evidence in the archives proving the similarity of the two.). Daarna stelt hij dat er geen grotere leugen bestaat dan die gelijkenissen, waarvan er nochtans genoeg bewijzen zijn. Tot slot doet hij het statement dat het Palestijnse volk uiteindelijk toch een Arabische en extremistische Moslim zal volgen. Met andere woorden vloeit het probleem niet voort uit de persoon van Saddam Hoessein, noch van Arafat, maar uit de Islam, de Arabieren.
Het verwijzen naar de ander als een Arabier met alle connotaties als gevolg, is niet alleen eigen aan het rechtse Likud, maar ook de linkse flank ontsnapt er niet aan. Toenmalig premier E. Barak toont hier hoe je de spelregels van het discours toepast:
 
“Israel strives for peace but a peace that will be reached around the negotiating table rather than through (the imposition) of the will of one side on the other or through a kind of international (coercion).(…) Unfortunately we do hear different signals from the Arab side”[lviii]
We moeten er nogmaals op wijzen dat als Barak het heeft over de ‘Arabische’ zijde, hij een metonym gebruikt waarmee hij de Palestijnen typeert als Arabieren. Arabieren en ‘de’ islam worden in de Westerse media steeds benaderd aan de hand van hoofdzakelijk negatieve kenmerken (fundamentalisme, terrorisme, niet-democratisch, achterlijk). Dit citaat vormt hier geen uitzondering op: Israël is vredelievend en wil dit bereiken via diplomatieke middelen, de ‘Arabieren’ zouden geen vrede willen. Hierdoor ontkent de toenmalige premier niet alleen de politieke doeleinden van de Palestijnen als een volk met rechten[lix], hij suggereert dat de Arabieren het conflict steeds willen verderzetten: de Arabieren willen niet wat de Israëli’s willen, namelijk de diplomatieke weg naar de vrede. Men kan dit enkel ‘begrijpen’ als men vooronderstelt dat Arabieren ‘inherent gewelddadig’ zijn, maar zeg nu zelf: welke burger wil in normale omstandigheden nu geen vrede?
Deze stigmatisering van ‘de ander’ als een Arabier leeft blijkbaar ook sterk onder een deel van de Israëlische bevolking:
“A few meters down the road angry protesters gathered shouting, “Death to the Arabs.” A group of men at one point decided to take revenge on the Arab workers at a building site across the street. Police stopped them (…) “ We don’t want them in Israel. Why are they(the police) pushing us away? The Arabs kill us, why can’t we do to them what they do to us?”(…)”[lx] “ “Death to the Arabs” (…)” You see the Arab beggar sitting there? The police are protecting him so we can’t lynch him. Let me go over there and I’ll show them that we can do to them what they are doing to us.”[lxi]
 
Het concept wordt niet alleen gebruikt om ‘de ander’ te stigmatiseren. Het verklaart de Palestijnse nationaliteit als onbestaande of onterecht. De achterliggende redenering gaat als volgt: als de Palestijnse nationaliteit onbestaande zou zijn of onterecht, dan is de stap klein voor Israël om de Palestijnen hun recht op hun land en vrijheid te ontzeggen. Het wordt dan namelijk ‘Israëlisch grondgebied’. Zij zijn Arabieren en moeten maar onderdak vinden in de Arabische landen. Het hoeft dan ook niet te verwonderen dat veel gelauwerde, corrupte boeken gewijd zijn aan het ontkennen van de nationale rechten van de Palestijnen (denk maar aan het veel gelezen

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s